FBI neemt Frère-holding GBL in vizier

Lafarge, waarvan GBL de tweede grootste aandeelhouder is, zou miljoenen hebben betaald aan terroristen in ruil voor het intact houden van hun fabriek nabij het voormalig IS-bolwerk Raqqa. ©BELGAIMAGE

De vermeende financiering van terreurgroepen in Syrië door cementreus Lafarge vormt een almaar grotere schaduw boven GBL, de beursgenoteerde holding van Albert Frère. Ook het Amerikaanse gerecht werpt zich nu op de zaak.

GBL is al sinds november het voorwerp van een antiterrorismeonderzoek door het federale parket. De speurders gaan na of de Franse cementgroep Lafarge, die voor 9,43 procent in handen van GBL is, zich in Syrië schuldig heeft gemaakt aan de financiering van een terroristische groepering en/of de deelname aan de activiteiten van een terroristische groep.

Miljoenen

De verdenkingen hebben te maken met contacten tussen Lafarge en de jihadistische terreurgroeperingen Islamitische Staat (IS) en al-Nusra (gelieerd aan Al Qaeda). Tussen 2011 en 2015 zou Lafarge aan beide groepen miljoenen euro’s hebben betaald, in ruil voor het intact houden van een grote fabriek van Lafarge in Jalabiya, op 90 kilometer van de IS-hoofdstad Raqqa. Lafarge investeerde in 2010, voor het uitbreken van de Syrische oorlog, 680 miljoen dollar in de vestiging.

De telefoons van verschillende toplui van GBL, onder wie Gérald Frère, Gérard Lamarche, Thierry de Rudder, Victor Delloye en Albert Frère zelf, zouden door het gerecht zijn afgetapt.

Het dossier zat in eerste instantie bij Franse speurders, maar het Belgische luik werd de voorbije maanden steeds groter. Bij GBL - de tweede grootste aandeelhouder van Lafarge- gebeurden al huiszoekingen en inbeslagnames. Volgens de Franse krant Le Monde werden de telefoons van verschillende toplui van GBL, onder wie Gérald Frère, Gérard Lamarche, Thierry de Rudder, Victor Delloye en Albert Frère zelf, door het gerecht afgetapt.

FBI

En nu mag het dossier ook op belangstelling rekenen van de Amerikaanse autoriteiten. Zowel de federale politiedienst FBI als het Amerikaanse ministerie van Justitie (DoJ) hebben een aanvraag ingediend om inzage te krijgen in alle stukken van het Syriëdossier van Lafarge/GBL. Het federale parket wil niet zeggen of het die inzage verleend heeft, maar het lijkt aannemelijk van wel.

De belangrijkste vraag die de speurders moeten beantwoorden, is of de vertegenwoordigers van GBL bij Lafarge bewust een oogje hebben dichtgeknepen om de Syrische fabriek te beschermen.

Het gerecht zou ook de telefoon van GBL-co-CEO Gérard Lamarche hebben afgetapt. ©belga

De in beslag genomen documenten worden momenteel geanalyseerd. ‘Het staat nog niet vast in welke mate de top van GBL betrokken en op de hoogte was, maar één ding staat al vast: het gaat op zijn minst om immoreel en onethisch gedrag’, zegt een gerechtelijke bron.

Het is nog niet duidelijk wat de Amerikaanse belangstelling in het dossier verklaart, maar Washington lijkt ervan uit te gaan dat de activiteiten van Lafarge in Syrië mogelijk een negatieve impact hebben gehad op zijn economie en nationale veiligheid. De weerslag daarvan voor Lafarge en GBL kan groot zijn. De Amerikaanse antiterrorismewetgeving maakt het mogelijk om groepen die verdacht worden van steun aan terroristen te verbieden om op het Amerikaanse grondgebied activiteiten te ontplooien.

Eén ding staat al vast: het gaat op zijn minst om immoreel en onethisch gedrag.
gerechtelijke bron

Een ander mogelijk gevolg, zegt een analist, kan zijn dat het Zwitserse Holcim zou proberen om de fusie met Lafarge ongedaan te maken, met het argument dat het niet op de hoogte was gebracht van de juridische problemen van zijn fusiepartner.

LafargeHolcim is al jaren een zorgenkindje van GBL.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud