interview

Harold Boël (Sofina): 'Verwacht bij ons geen big bang'

Harold Boël, de CEO van Sofina. ©jonas lampens

Harold Boël, de topman van de notoir discrete holding Sofina, geeft voor het eerst inzage in de interne keuken van het succesvolste familiefonds ter wereld. Een gesprek met de man die de Buffetts, de Agnelli’s, de Bollorés en de Wallenbergs het nakijken geeft. ‘Er zit meer evolutie dan revolutie in ons verhaal.’

Een stille, bijna fluisterende stem. Dat is wat opvalt als Harold Boël (54), de CEO van Sofina, ons ontvangt in het riante hoofdkantoor van de beursgenoteerde maar notoir discrete holding aan de Brusselse Nijverheidsstraat. Of er hier vaak journalisten komen, vragen we. ‘Ja, toch wel’, lacht onze gastheer fijntjes. ‘Al zal drie tegelijk wel een hoge uitzondering zijn.’

2018 was een boerenjaar voor Sofina. Het aandeel leverde de belegger een rendement, inclusief dividenden, van 28 procent op. Ter vergelijking: de Bel20-index daalde over 2018 met 18,5 procent.

De Boëls, verre nazaten van de 19de-eeuwse staalbaron Gustave Boël, lieten alle andere grote holdings uit de wereld ver achter zich, inclusief Berkshire Hathaway van de Amerikaanse superbelegger Warren Buffett, Investor van de Zweeds familie Wallenberg en Exor van de Fiat-eigenaren Agnelli.

Twee A4-velletjes

2018 was een mijlpaal voor de zwijgzame Belgische familie die jarenlang de leuze ‘pour vivre heureux, vivons cachés’ tot in het absurde doortrok. In januari van dat jaar verscheen de allereerste nieuwsbrief sinds de groep ruim een eeuw geleden op het Brusselse koersenbord debuteerde.

Op twee A4-velletjes gaf topman Harold Boël alle essentiële informatie over het afgelopen halfjaar, gegevens waarop de belegger anders tot diep in de lente en de publicatie van het jaarverslag moest wachten.

©jonas lampens

Die plotse openheid - met twee newsflashes per jaar - legde de spilholding van de familie Boël geen windeieren. De korting die beleggers traditioneel op de holding toepasten, smolt vorig jaar bijna volledig weg, terwijl die ‘décote’ in het begin van de zomer 2017 nog 20 procent beliep. Dat scheelde een dik miljard euro aan extra beurswaarde.

De Sofina-CEO, die in 2008 aan het roer kwam, ziet daarin geen stijlbreuk of big bang met het verleden.

‘Eerlijk gezegd, er zit meer evolutie dan revolutie in ons verhaal’, klinkt het, terwijl hij ons meetroont naar de kantine, vier hoog in het statige stadspaleis, waar we een espresso tappen. ‘Een van de sterke punten van een familiale onderneming is dat er af en toe generatiewissels zijn. De manier waarop de nieuwe generatie de dingen aanpakt, hoeft niet noodzakelijk dezelfde te zijn als die van de vorige generatie. Dat is maar goed ook, want de wereld verandert.’

Nochtans stond Sofina jarenlang te boek als de schone slaapster van de beurs. Vond u dat terecht?

Harold Boël: ‘We opteerden voor discretie. Zo ontstond het beeld van een wat stoffige holding die niet veel veranderde, met alle clichés van dien. Ik overdrijf nu een beetje, maar als je niet op de radar staat van entrepreneurs en bedrijfsfamilies die op zoek zijn naar geduldig kapitaal, als je niet ‘top of mind’ bent bij internationale zakenbankiers en advocaten en als jong, aanstormend talent niet weet dat het bij Sofina carrière kan maken, dan is dat een commerciële handicap.’

Het stoffige imago van Sofina begon u dus parten te spelen.

Boël: ‘Ik kon alleen maar vaststellen dat wie over ons praatte die perceptie had. Vandaar de noodzaak om meer proactief te zijn en uit te leggen wat we doen. Door het steeds groter deel van private equity in onze portefeuille (directe en indirecte investeringen in bedrijven die niet op de beurs genoteerd zijn, red.), dreigden langere periodes waarin we dingen wisten die de markt en de analisten niet wisten.’

Door de focus te verschuiven naar Aziatische groeiaandelen belegt Sofina nu voor minder dan de helft in Europa. Wat zegt dat?

Boël: ‘Ik ben voorzichtig met die cijfers, want Europese bedrijven zoals de voedingsgroep Danone of het biotechbedrijf BioMérieux, die een belangrijke plaats innemen in onze portefeuille, zijn ook actief in Azië.'

Het is ons geluk dat de controle van Sofina in handen is van geduldig kapitaal. We werken voor opeenvolgende generaties.

'Of daarmee de neergang van het oude continent is ingezet? Nee, integendeel. De jongste jaren heb ik in Londen, Berlijn, Amsterdam, Parijs en Stockholm veel bedrijven met een mondiale impact zien opstaan, denk maar aan het Zweedse muziekplatform Spotify of de Nederlandse betaaldienst Adyen. België is bezig zich een naam te verwerven in de wereld, onder meer dankzij zijn biotech. Er is geen reden voor fatalisme.’

Opmerkelijk is dat uw investeringen in Azië veel gelijkenis vertonen met de manier waarop Sofina eind de jaren 70 neerstreek in Silicon Valley.

Boël: ‘In Zuidoost-Azië ligt de klemtoon vooral op private-equityfondsen. We rollen daar inderdaad het model uit zoals we dat gedaan hebben in Europa, de VS, India en China. In plaats van directe investeringen in groeibedrijven te doen, nemen we er met andere investeerders belangen in bedrijven.'

'Ik sluit niet uit dat we er op een dag ook een directe investering doen van het kaliber van een BioMérieux of een Colruyt. Maar daar zoeken we nu niet actief naar. We blijven er ons netwerk uitbreiden met andere investeerders. Het familiale DNA dat we hebben, is daarbij erg behulpzaam. Omdat veel bedrijven er ook van familiale oorsprong zijn.’

Is het een troef die Belgische familiale fondsen zoals Sofina, Verlinvest, GBL of Artal te kunnen uitspelen?

Boël: ‘Absoluut, de mensen hebben niet de indruk dat ze met een fonds praten waar het beleid om de haverklap kan veranderen. Ze praten met een familie die, in het geval van Sofina, al vijf generaties aan het roer staat. Dat is een enorm voordeel. Dat wil ook zeggen dat de investeringspolitiek van Sofina gebaseerd is op familiale waarden die de controleaandeelhouder oplegt aan de investeringsholding. We werken voor opeenvolgende generaties.’

©jonas lampens

Maar gaat die langetermijnaanpak niet lijnrecht in tegen het klassieke model van private equity, dat veel schulden op de balans laadt en vooral op winstmaximalisatie focust?

Boël: ‘Zuivere private equity heeft een andere aanpak, omdat waarde wordt gecreëerd zodra de investeerder zijn belang verkoopt. Wij doen dat door aanwezig te blijven in het bedrijf. Neem Colruyt, dat we al bijna 45 jaar in portefeuille hebben. Daar is het onze rol om nuttig te zijn voor het bedrijf, waarde bij te dragen en te garanderen dat de activiteiten groeien. Dat is een heel ander model. Jo Colruyt, de vader van huidig topman Jef, zei ooit: ‘Als ik slaag, is het dankzij onze medewerkers, als ik niet gefaald heb, is het dankzij Sofina.’’

De schone slaapster lijkt nu definitief wakker geschud, maar dreigt het risicoprofiel van de holding daarmee ook niet te veranderen?

Boël: ‘De wereld is minder voorspelbaar geworden. We focussen nu op mondiale groei en diversificatie. We verwachten dat die onvoorspelbaarheid minder effect op onze portefeuille heeft, omdat we de risico’s geografisch beter spreiden. Toch is de situatie anders dan in het verleden, niet omdat Sofina anders is geworden, wel omdat de wereld wispelturiger is geworden.’

Silicon Valley

Het legendarische investeringsfonds Sequoia uit Silicon Valley is een van uw belangrijkste partners. Hoe hebt u daar een voet tussen de deur gekregen?

Boël: ‘Onze relatie met Sequoia dateert al van de jaren 90. Het was een van de eerste spelers waarmee we in contact kwamen aan de Amerikaanse Westkust. Via Sequoia investeerden we in Yahoo!, Google, YouTube, LinkedIn, Instagram en WhatsApp.'

'Begin jaren 90 was Sequoia nog relatief klein. Ik denk niet dat we zo’n relatie op lange termijn hadden kunnen uitbouwen als de eerste contacten pas na de eeuwwisseling tot stand waren gekomen. Dan was dat extreem moeilijk, zo niet onmogelijk geweest. De performantste spelers in private equity en risicokapitaal zijn relatief gesloten fondsen. Ze kiezen met zorg hun investeerders. Dat we al zolang in Sequoia’s fondsen hebben geïnvesteerd schept een band.’

Vanwaar kwam het idee naar Silicon Valley te trekken?

Boël: ‘We waren al bezig met groeimodellen aan de Oostkust toen het risicokapitaal nog in een pioniersfase zat. Maar naarmate er meer geld naar die industrie vloeide, kwam er meer specialisatie met segmenten zoals leveraged buy-outs (overname met schuldfinanciering, red.) en venture capital (durfkapitaal in bedrijven met hoge risico’s, red.).'

'We kwamen tot het besluit dat venture capital interessant was op een moment dat 95 procent van die markt zich nog tussen San Francisco en Palo Alto situeerde. De markt bevond zich nog in een pril stadium. We reisden ernaartoe met aanbevelingen die we kregen van bevriende fondsen zoals Advent en TA Associates.’

We hebben durfkapitaal ontdekt toen 95 procent van die markt nog tussen San Francisco en Palo Alto zat.

‘Er waren toen al enkele successen met venture capital van individuen die bedrijven als Microsoft en Apple hadden gefinancierd. We stapten naar die mensen, stelden ons voor als een investeerder die in private equity actief is en toonden hen onze interesse. Daardoor kregen we alle tijd om goede relaties te ontwikkelen en kregen we een bevoorrechte positie. Zo simpel was het.’

In hoeveel fondsen van Sequoia heeft Sofina sindsdien geïnvesteerd?

Boël: ‘Sinds de jaren 90 hebben we in al zijn fondsen een belang genomen. Ik denk dat het nu aan de oprichting van zijn 16de flagshipfonds zit. Het fonds heeft ook een franchise in China en India. Daar hebben we van bij het prille begin samen met Sequoia de eerste stappen gezet. Daar is de basis gelegd van onze eerste investeringen in Azië. We blijven Sequoia daar volgen.’

Heeft Sofina ook in Uber geïnvesteerd?

Boël: ‘We hebben een blootstelling in Uber, al kan ik die niet expliciet maken. U moet begrijpen dat in termen van grootte onze investering in een fonds zoals dat van Sequoia rond 10 miljoen dollar zit. Dergelijke durfkapitaalfondsen hebben meestal een taille van zo’n 500 tot 600 miljoen dollar en vaak moet je cheques uitschrijven van 1 tot 10 miljoen dollar om te kunnen deelnemen. Wat we bij aanvang in dergelijke fondsen investeren, zit rond 10 miljoen dollar. Dat wil zeggen dat ons indirecte belang in de bedrijven waarin dergelijke fondsen investeren, slechts enkele tienden of honderdsten van 1 procent bedraagt.’

De impact van de beursintroductie van Uber zal dus niet zo groot zijn?

Boël: ‘De invloed ervan is in ieder geval niet te vergelijken met de overname van Whatsapp in 2014 door Facebook voor 19 miljard dollar (Sequoia was toen de enige financiële partij aan boord van Whatsapp en bezat een vijfde van de aandelen, red.).'

'Toen dachten we: ‘Wow, wat gebeurt hier.’ (lacht) Meestal gaan dergelijke bedrijven eerst naar de beurs en dan worden alle cijfers keurig in kaart gebracht. Maar hier waren we compleet verrast. Het effect op onze portefeuille bedroeg toen enkele tientallen miljoenen euro’s.’

De verkoop van Whatsapp had in 2014 een impact van enkele tientallen miljoenen euro’s op de portefeuille van Sofina. We zitten indirect ook in Uber.

Is dat geen wonderlijk contrast? Sofina had lange tijd het stoffige imago van een slapende holding, terwijl u de enige Belgische speler bent die zoveel meerwaarde heeft kunnen puren uit iconische start-ups uit Silicon Valley.

Boël: (Denkt na) ‘Dat komt door onze visie op lange termijn. Investeren in private equity is geen vrijblijvende bezigheid: you have to be capable to play the long game. Als je op dag x in een fonds stapt dat kapitaal ophaalt, begint je investering pas na vier of vijf jaar op te leveren, afhankelijk van de conjunctuur. Het kan zelfs tien jaar duren vooraleer de volledige inleg is teruggewonnen. Dat is echt lange termijn. Je moet in staat zijn dat engagement te dragen: wat je vandaag beslist, zal pas effect hebben na vijf tot tien of meer jaar.’

Hoe staat u tegenover de explosie van het aantal unicorns, niet-beursgenoteerde start-ups met een waardering van minstens 1 miljard dollar? Is er een zeepbel?

Boël: ‘Enorm veel geld is hardnekkig op zoek naar rendement. En er is de economische transformatie: een grote toevloed van nieuwe ideeën en bedrijven op zoek naar financiering. Het gevolg is dat de waarderingen navenant zijn. Het is zaak erg voorzichtig en gedisciplineerd te zijn. Onlangs hebben we nog een dossier afgewezen van een bedrijf dat erg goed presteerde, met mensen van grote kwaliteit, maar waarvan de waardering zodanig hoog was dat je wel een heel grote optimist moest zijn om dat te geloven.’ (lacht)

Lange termijn

Is de beurs voor Sofina nog wel een noodzaak? Botst dat niet met uw visie op de lange termijn?

Boël: ‘We zijn al sinds 1910 op de beurs genoteerd. Het is ons geluk dat de controle van Sofina in handen is van geduldig kapitaal. Dat geldt ook voor het merendeel van de Belgische kleine beleggers, die een stuk van hun vermogen aan dat van ons koppelen. Ook zij geven de voorkeur aan een lange tijdshorizon. De kostprijs van de beursnotering is dat we in regel moeten zijn met de vereisten van transparantie en compliance. Dat dwingt ons tot duidelijkheid en discipline. Dat is in ons voordeel.’

©jonas lampens

Is de volgende generatie al actief bij Sofina?

Boël: ‘Ik ben het enige familielid dat operationeel actief is bij Sofina. Maar er zijn wel neven en nichten betrokken in de raden van bestuur van Sofina en het consortium Ducale, de groepering van familiale controlevehikels. Daarin spelen mijn en de volgende generatie volop hun rol.’

Klopt het dat u en uw neef Nicolas het Boël-imperium netjes onder elkaar hebben verdeeld?

Boël: ‘We kennen elkaar al heel lang en hebben allebei onze eerste professionele stappen gezet bij het staalbedrijf Usines Gustave Boël in La Louvière. Dat smeedt een band. Dat we het familiale imperium onder elkaar verdelen, is niet de juiste omschrijving.'

'Dit is voor geen van ons een onemanshow. Elk heeft zijn rol en verantwoordelijkheid. We werken goed samen. Nicolas is voorzitter bij de chemiegroep Solvay, maar is ook bestuurslid bij Sofina.’

U bent naar verluidt een amateurfotograaf. Stel: u moet een beeld nemen van de toekomst. Wat zou dat zijn?

Boël: (Denkt na) ‘Kent u de blog Humans of New York? Dat is een platform van de fotograaf Brandon Stanton, die van tijd tot tijd beelden neemt van mensen uit het dagelijkse leven. Het is erg goeie fotografie, omdat de foto’s niets bijzonders lijken te vatten, maar als je meer in detail kijkt hoe die beelden zijn gecomponeerd en hoe mensen erin worden gevat, dan komen die straatportretten tot leven.'

'Ik vind het foto’s voor de toekomst, omdat de extreme veerkracht van mensen erin tot uiting komt. Er zit erg veel dramatiek in. En toch glimlachen de mensen op de foto’s. Ze stralen altruïsme uit, het zijn beelden van grote generositeit en onbaatzuchtigheid. Ik vind dat heel impressionant. Er is die wil om vol te houden en te geloven dat de dingen beter zullen gaan. Zijn fotografie vat in mijn ogen een mooi beeld van de toekomst.’

©Mediafin

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect