‘Een nieuwe ‘Daens' is vandaag onmogelijk'

Filmintendant Erwin Provoost maakt zich zorgen over het marktaandeel van de Vlaamse film in de bioscoop. 'Is ons product wel uniek en origineel genoeg?' ©Dieter Telemans

Niet meer films, maar een betere kwaliteit. Aan de vooravond van het Filmfestival van Gent laat Erwin Provoost, de nieuwe directeur van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF), voor het eerst in zijn kaarten kijken. ‘Als we willen standhouden, zou het budget van het VAF moeten verdubbelen.’

Twee jaar was hij weg uit de filmbusiness. Maar na een omzwerving in het boekenvak, keerde de 64-jarige film- en tv-producent Erwin Provoost (‘Brussels By Night’, ‘Koko Flanel’, ‘De zaak Alzheimer’, ‘Windkracht 10’) in januari terug naar zijn eerste liefde. Hij volgde Pierre Drouot op als directeur van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF), de instelling die subsidies verstrekt voor de productie van films, tv-series en, in mindere mate, games.

Het VAF verdeelt jaarlijks 16 miljoen euro over audiovisuele producties. 7 miljoen daarvan gaat naar films en 3 miljoen naar tv-series. In een gemiddeld filmjaar worden hiermee acht Vlaamse films en drie tv-reeksen gemaakt. Het VAF vormt  de hoeksteen waarop makers en producenten voortbouwen voor verdere financiering. Zonder het VAF zou de Vlaamse film niet meer bestaan. Het is een mantra dat  al jaren in audiovisuele kringen klinkt.

2,26 miljoen
Budget
Het gemiddelde budget van een Vlaamse film. In Nederland en Denemarken schommelen de budgetten rond 3 miljoen euro.

Het Vlaams filmbeleid heeft het afgelopen decennium zijn vruchten afgeworpen. Onder Provoosts voorganger, die er twaalf jaar zat, kende de Vlaamse film een stevige bloei. Onze films scoorden in de bioscoopzalen, en talenten als Adil & Bilall, Michael Roskam, Felix van Groeningen, Jakob Verbruggen en Matthias Schoenaerts vielen op in het buitenland.

En toch. In België komen elk jaar ongeveer 450 nieuwe films in de bioscoop. Ongeveer 12 daarvan zijn Vlaams. Een handvol commerciële titels redt het zonder VAF-steun. Het marktaandeel van de Vlaamse film schommelt al jaren rond 10 procent, maar dat aandeel groeit niet meer. Dat baart de nieuwe filmintendant zorgen.

Wat moet ik straks zeggen tegen een regisseur van 35 jaar die bij ons met zijn derde film komt aankloppen? ‘Sorry, je hebt al twee films gemaakt. Ga maar een andere job zoeken, want je bent fin-de-carrière.’
Erwin Provoost
Filmintendant

Hoe los je dat op? Door meer films te maken? Erwin Provoost schudt het hoofd. ‘Dat is geen oplossing.’ Ligt het dan aan de kwaliteit? Provoost: ‘Er zijn de laatste jaren veel uitstekende Vlaamse films gemaakt, maar ook films die verhalend niet aan de verwachtingen voldeden. Nu, mislukkingen horen bij een prototypebusiness als film. Het is niet omdat je ene film succesvol is, dat het met de volgende opnieuw bingo is. Het blijft altijd voor een deel giswerk, maar dat betekent niet dat het talent niet beter gekanaliseerd kan worden.’

Hoe? ‘Drie woorden: scenario, scenario en scenario. Is ons product wel uniek en origineel genoeg? Is het DNA van de Vlaamse film duidelijk, zoals bij de Denen? De Deense film, dat is: donker en mysterieus. Misschien zijn Vlaamse films te uiteenlopend. We moeten harder op onze inhoud werken en onze filmmakers en verhalenvertellers meer tijd te geven om over hun scenario’s na te denken: beter coachen, naar buitenlandse filmlabs sturen.’

Daens

Maar jong talent opleiden kost geld. En er zijn nu al zo weinig middelen om iedereen gelukkig te maken. Provoost: ‘Vlaanderen telt een 80-tal regisseurs die elk jaar een film kunnen maken. Elk jaar komen daar mensen bij. We hebben echter maar geld voor 8 films. We moeten dus negen op de tien regisseurs – onder wie veel schoolverlaters - ontgoochelen. We hebben daar geen oplossing voor. Ik wil niets liever dan jong talent kansen geven, maar wat moet ik zeggen tegen een regisseur van 35 jaar die bij ons komt aankloppen met zijn derde film? ‘Sorry, je hebt al twee films gemaakt. Ga maar een andere job zoeken, want je bent fin-de-carrière.’’

De pijplijn moet permanent gevoed worden. We moeten voldoende producties blijven aanbieden, anders gaan die buitenlandse productiehuizen elders shoppen.
Erwin Provoost
VAF-intendant

Is 10 miljoen euro per jaar voor film en tv dan niet voldoende? Provoost beantwoordt de vraag met een voorbeeld uit zijn rijkgevulde carrière als producent. ‘In 1987 heb ik ‘Istanbul’ van Marc Didden gemaakt. We kregen toen omgerekend 400.000 euro subsidie. We zijn dertig jaar later en het maximum dat het VAF een langspeelfilm kan geven, is 650.000 euro. Je moet geen econoom zijn om te voelen dat er iets niet klopt.’

De Vlaamse audiovisuele sector moet met dezelfde wapens kunnen strijden als de ons omringende landen. Dat is nu niet het geval, zegt Provoost. Het gemiddelde budget voor een Vlaamse film bedraagt 2,26 miljoen euro. Dat is lager dan in Nederland (tussen 3 en 3,5 miljoen euro, red) en Denemarken (3,3 miljoen euro, red). ‘Mijn collega’s van het Nederlands fonds hebben een werkingsbudget van 50 miljoen euro. De Ierse regering gaat de komende 10 jaar 200 miljoen extra investeren in haar audiovisuele industrie. Je voelt dat die regeringen hebben begrepen dat hun lokale industrie zich moet wapenen tegen de veranderde wereld. Er is de afgelopen jaren veel op ons afgekomen. Netflix heeft de filmindustrie een schop onder haar kont gegeven, Hollywood is Europa blijven overspoelen met meer van hetzelfde. Onze buurlanden blijven niet achter. In Europa zijn de laatste tien jaar 10.000 films gemaakt. En dat gaat allemaal niet stoppen, integendeel. Als Vlaanderen wil standhouden in de tsunami aan beelden die op ons afkomt, als we goede verhalen willen blijven vertellen, en jonge regisseurs kansen willen geven, moet het budget van het VAF verdubbelen.’

I have a dream, zegt de filmintendant: ‘Het is van ‘Daens’ in 1992 geleden dat we nog eens hebben uitgepakt met een echt gróte Vlaamse film. Ik zou heel graag opnieuw met een Vlaamse film pronken waarvan we in het buitenland kunnen zeggen: 'Dit is ons verhaal en onze geschiedenis.' Een film die iets vertelt ver wie we zijn en waar Vlaanderen voor staat. Helaas is dat vandaag onmogelijk.’

Tabula Rasa

In televisie hebben onze producties een duidelijkere smoel, vindt Provoost. We worden in de gaten gehouden in het buitenland. 'The new Scandi-noir', titelde The Guardian eerder dit jaar in een jubelstuk waar ‘Clan’ en ‘Professor T.’ de hemel werden ingeprezen. Ook ‘Tabula Rasa’ kon internationaal op veel bijval rekenen. Provoost: ‘Sommige van onze reeksen worden meegefinancierd door buitenlandse productiehuizen. Een miljoen of meer euro uit Frankrijk of Duitsland, dat heb ik als tv-producent nooit meegemaakt.’

Filmintendant Erwin Provoost maakt zich zorgen over het marktaandeel van de Vlaamse film in de bioscoop. 'Is ons product wel uniek en origineel genoeg?' ©Dieter Telemans

Toch zijn er redenen voor bezorgdheid. ‘De pijnlijn moet permanent gevoed worden. We moeten voldoende producties blijven aanbieden, anders gaan die buitenlandse productiehuizen elders shoppen. Het VAF heeft 1,5 miljoen euro om tv-reeksen te steunen. We kunnen daar drie series per jaar mee financieren. Dat is te weinig als je een degelijke output wil hebben. Als je een tv-reeks wereldwijd op de kaart wil zetten, dan heb je minimum vier seizoenen nodig om volume te creëren. Met de huidige middelen kunnen we tot een tweede seizoen meespelen, maar dan houdt het op.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content