interview

Kinepolis-topman Eddy Duquenne: ‘Ik zie ruimte voor extra overnames'

©Kristof Vadino

De beursgenoteerde bioscoopgroep Kinepolis volgt het diepvriesgroentebedrijf Ardo op als Onderneming van het Jaar. Aan de steile groei is volgens CEO Eddy Duquenne nog geen einde gekomen.

‘Ik draag deze award op aan alle ondernemers. Ze nemen risico’s, met de ingrijpende drama’s die daar soms uit voortkomen, maar hebben niet altijd de taille en de zichtbaarheid van Kinepolis.’

Eddy Duquenne was duidelijk in zijn nopjes nu hij bij een tweede deelname aan de wedstrijd ook won. De Brusselaar staat al meer dan tien jaar aan het hoofd van de beursgenoteerde groep, die voor de andere helft in handen is van de familie Bert.

Kinepolis  ontstond in 1997 toen de families Bert en Claeys hun bioscopen fuseerden. Het groeide de voorbije 22 jaar uit tot een wereldspeler met 109 bioscopen en meer dan 1.000 zalen in negen landen. Sinds tien jaar staat Duquenne aan het hoofd van de groep.

De voorbije twee jaar maakte de groep enkele kwantumsprongen. In 2017 nam ze voor 84 miljoen euro het Canadese Landmark over, waarbij er in een klap 45 bioscoopcomplexen en 127 miljoen euro omzet bijkwamen. Canada werd met 11,6 miljoen bezoekers groter dan de thuismarkt België (8 miljoen).

Kinepolis in cijfers

De bioscoopgroep ontstond toen de families van wijlen Albert Bert en Rose Claeys in 1997 hun bioscopen fuseerden.

Omzet (2018) > 476 miljoen euro (+34%).

Brutobedrijfswinst > 117 miljoen euro (+14%).

Recurrente nettowinst > 47 miljoen euro (+6,2%).

Schuldgraad > 2,9 keer de brutobedrijfswinst (ebitda). Dat is zeer bescheiden in de sector.

Personeel > 5.000.

Bioscoopcomplexen > 109 met meer dan 1.000 zalen in negen landen.

Bezoekers > 35 miljoen in 2018.

Beursgenoteerd > net geen 50 procent van de aandelen staat op de beurs.

Kinepolis deed de stunt vorige maand nog eens over door in de VS de tien bioscoopcomplexen van MJR over te nemen. Het had daar 137 miljoen euro voor veil, de duurste overname ooit. Daardoor komt er in de cijfers van 2020 nog eens 81 miljoen euro omzet bij.

De winstmarge viel vorig jaar wel terug. Op een omzet van 476 miljoen euro haalde Kinepolis ‘nog maar’ een brutobedrijfswinstmarge (ebitda) van 25 procent, terwijl die in 2017 bijna 30 procent bedroeg. Dat heeft te maken met het feit dat Kinepolis in Canada het vastgoed van zijn complexen huurt.

De Belgische bioscopen zijn nog steeds de rendabelste van de groep en zijn het experimentele labo en voorbeeld voor de ontwikkeling van de buitenlandse complexen. Centraal staat de ‘premiumisatie’, waardoor Kinepolis door innovatieve extra’s, zoals cosy seats of laserprojectie, een hogere ticketprijs kan vragen. Maar vooral de mega candy’s, de popcorn- en snoepwinkels, gelden als de kaskoe van de groep, goed voor 28 procent van de omzet.

Voor die strategie en het succesvolle parcours werd de groep gisteravond gelauwerd door de consultant EY, in samenwerking met BNP Paribas Fortis en De Tijd. De jury noemde Kinepolis een ‘oerdegelijk, uitermate professioneel gerunde onderneming die een succesvolle transformatie heeft ondergaan van een familiebedrijf naar een nog meer professionele omgeving.’

U hebt in twee jaar twee grote overnames gedaan. Zijn er nog centen om op overnamepad te gaan?

Eddy Duquenne: ‘Met de kredieten die we zijn aangegaan om de Amerikaanse bioscoopgroep MJR over te nemen, bedragen de schulden slechts 2,9 keer de brutobedrijfswinst (ebitda). We hebben ook een zware portefeuille vastgoed die we als waarborg kunnen gebruiken bij de banken. Er is dus nog ruimte voor extra overnames. Maar het geld kriebelt niet in onze handen: we moeten er de juiste dingen mee kunnen doen.’

Welke criteria hanteert u?

Duquenne: ‘We willen het liefst investeren in een land dat macro-economisch stabiel is en een jonge en groeiende bevolking heeft. We vinden het belangrijk dat het bedrijf zijn complexen zelf bezit, waardoor het risicoprofiel lager wordt. We willen een hoger dan gemiddeld rendement, met een lager dan gemiddeld risicoprofiel. Waar we vroeger geneigd waren naar het zuiden te kijken, kijken we nu naar de noordelijke landen. Scandinavië is een mooie markt, het Canada van Europa. Maar de markt is er al grotendeels in handen van één grote speler: Nordic Cinema Group.’

Terwijl Kinepolis vroeger geneigd was voor expansie naar de zuidelijke landen te kijken, kijken we nu naar de noordelijke landen.
Eddy Duquenne
CEO Kinepolis

Kinepolis is voor bijna de helft beursgenoteerd. De andere helft is in handen van de stichtende familie Bert. Is Kinepolis nog een echt familiebedrijf?

Duquenne: ‘We hebben het voordeel van een erg ondersteunende aandeelhouder met een langetermijnvisie. Dat uit zich in de bereidheid om in vastgoed te investeren, wat veel kapitaal vergt. Bedrijven die op korte termijn winst willen maken, kiezen automatisch voor minder vaste activa.’

De Belgische bioscopen van de groep zijn labo’s om te experimenteren met nieuwigheden, om de successen vervolgens te exporteren naar de buitenlandse vestigingen. Gebeurt dat ook omgekeerd?

Duquenne: ‘Elk land heeft zijn cultuur en zijn gewoonten. Soms kunnen we daar in België van leren. In Canada serveren onze bioscopen hotdogs en pizza’s voor de filmvertoning. Daar heeft het foodgedeelte een nog belangrijker aandeel in de omzet dan in België. Ik sluit niet uit dat we dat hier invoeren.’

Het lijkt erop dat u de opmars van Netflix kunt weerstaan. Maar overleeft Kinepolis ook nieuwe technologieën als virtual reality?

Duquenne: ‘Mensen die goed kunnen koken en thuis een topkeuken hebben, blijven op restaurant gaan. Waarom? Ze blijven de behoefte voelen om samen iets te beleven, met vrienden en familie. Bovendien wonen mensen steeds kleiner en steeds dichter op elkaar. Ze zoeken ruimte om zich te ontspannen. Die is ook nodig als decor voor virtual reality. En die hebben wij in onze megaplexen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect