interview

‘Ik heb al mijn hele leven goede kaarten'

©Emy Elleboog

Gert Verhulst ging een kwarteeuw geleden met een pluchen hond voor een camera staan. Vandaag leidt hij Studio 100, een bloeiende entertainmentmultinational, en heeft hij miljoenen op de bank. ‘Ik ben precies geworden waar ik van droomde.’

‘Ik wilde beroemd worden. Sans plus. Je hebt van die mensen die een heel verhaal breien rond wat ze wilden bereiken en wat ze zijn geworden. Maar ik wilde gewoon beroemd zijn, aandacht krijgen. Vrij eendimensionaal, eigenlijk. Dan kies je voor televisie. Als je niet beroemd wilt worden, ga je beter voor een andere leuke job.’

Gert Verhulst (48) kwam als 18-jarige bij de openbare omroep terecht en werd er presentator en omroeper. ‘En toen kregen we plots het idee om de aankondigingen voor de kinderprogramma’s op te vrolijken met een pluchen hond.’ Een kwarteeuw later is Verhulst een succesvol zakenman. Eigenaar en grote baas van Studio 100, vaste gast in de lijstjes met de meer welgestelde burgers van het land. Enkel de pluchen hond is nog dezelfde.

Gert Verhulst begon op zijn 18de bij de VRT als presentator van jeugdprogramma ‘Speel op sport’. Kort voordien was hij niet door het ingangsexamen van het Conservatorium in Antwerpen geraakt. In 1989 kondigde hij als omroeper voor het eerst kinderprogramma’s aan met Samson naast hem. Op 2 september 1990 werd de eerste aflevering van ‘Samson en Gert’ uitgezonden.

We ontmoeten Verhulst op een maandagochtend op het terras van zijn stamcafé in Oostduinkerke. Later die dag zal hij op het podium van Plopsaland staan voor een Samson-show. Vorig jaar deed hij nummer 3.000, met orkest. In het buitenland kijken ze verbaasd op als ze horen dat de baas van een groot entertainmentbedrijf nog zelf zalen met enthousiast kirrende koters onderhoudt. Voor Verhulst is het de normaalste zaak ter wereld.

U begon als 18-jarige presentator bij de VRT. U kunt toch nooit verwacht hebben dat u dertig jaar later zou staan waar u nu staat?
Gert Verhulst: ‘De weg ernaartoe heeft me vaak verrast, waar ik sta niet. Als kind wilde ik beroemd worden, programma’s presenteren, produceren en maken. Dat was de droom. Voilà, de droom is uitgekomen.’

Zag u het allemaal niet wat kleiner?
Verhulst: ‘Nee, ik ben iemand die het altijd heel groot heeft gezien. Samson, dat was voor mij iets groots. Dat begon als een beestje naast de omroeper. Maar zodra ik in de gaten had dat dat een buitenproportioneel succes werd, dacht ik: ‘Hoe kunnen we dit uit het amateurisme halen? En hoe kunnen we dit nog groter maken?’’

Ik maak iets en dan denk ik dat de mensen daar wel enthousiast over zullen zijn. Zo zit ik in elkaar.

De jonge Gert Verhulst was een jongen met afgetrapte jeans, een aftandse auto en een visie op tv maken, zei Danny Verbiest, de man die Samson bedacht, jaren de stem ervan vertolkte en mee Studio 100 oprichtte, ooit. Waar kwam die visie vandaan?
Verhulst: ‘Had ik een aftandse auto? (lacht) Eigenlijk ging het vrij snel goed met mij. Ik presenteerde een jeugdprogramma, kon elke week een presentatie doen. Thuis hadden we het niet breed, maar was ik nooit iets tekortgekomen. En die visie? Ik weet het niet. Ik denk dat ik zo geboren ben. Ik ben altijd heel ambitieus geweest. Ik wilde dingen doen. Als kind maakte ik zelf tijdschriftjes en bouwde ik voor mijn broer of zus in de tuin een mini-attractiepark met een opblaaszwembad. Op mijn 13de deed ik mee aan een discussieprogramma voor jongeren op tv. Als je een plan hebt, grijp je de opportuniteiten die langskomen. Als je naar Rome wilt, stap je op elke bus die naar het zuiden gaat. Ik heb nooit een zoekende fase gehad, nee. Als je zoekt tot je dertigste, heb je tien jaar achterstand. Dan raak je er vaak niet meer. Ik wist wat ik wilde, alleen de weg moest nog worden uitgestippeld.’

En nu bent u 48 en moet de security u komen redden van een overrompeling, zoals onlangs, toen u opdook op Tomorrowland. Leuk!
Verhulst: (lacht) ‘Goh, ja. De drang om beroemd te zijn is recht evenredig afgenomen met de graad van beroemdheid die ik verwierf. Maar ik heb nergens spijt van. En ik heb geen enkel probleem met mensen die me om een foto vragen. (grinnikt) Tenzij ze erbij vragen: ‘Dat is ambetant zeker, dat ze u altijd komen storen?’

©Emy Elleboog

In één adem legt hij de link tussen Tomorrowland en Studio 100. ‘Als je in de entertainment zit, moet je Tomorrowland wel eens gezien hebben. Zij hebben met festivals gedaan wat wij met kinderentertainment hebben gedaan: een upgrade doorgevoerd. Vóór Tomorrowland stonden festivals vaak voor slechte hamburgers, stinkende wc’s en een andere hoop miserie. Kinderentertainment vóór Samson, dat was poppenkasten en wat animatie.’

De ondernemer is bijzonder trots. Op waar hij staat, op alles wat na Samson kwam, en nog het meest op Plopsaland. Verhulst: ‘Daar staat de catalogus van Studio 100 in polyester en beton. Plopsaland zal er nog zijn als ik er niet meer ben. Dat is een bijzondere realisatie. Als ik door dat park loop, ben ik extreem trots.’

Raakt de bekende kritiek op Studio 100 en zijn producten u niet? Het zou allemaal te commercieel zijn, te plat.
Verhulst: ‘Eigenlijk niet. Of toch veel minder dan vroeger. Ik vergeet ook veel. (denkt na) Ik denk trouwens dat we echt iets hebben bijgedragen aan het culturele patrimonium voor kinderen. Neem nu onze kinderliedjes. ‘Vroeger waren kinderliedjes beter, was er meer creativiteit’, hoor ik wel eens. Akke-akke-tuut-tuut en klein klein kleutertje, ik zie het grotere culturele niet. Een liedje over een kleine die slaag krijgt omdat hij bloemen plukt. Mamaatje die zal kijven, papaatje die zal slaan. Om dat nu te verheffen... Daar wil ik onze hele catalogus gerust naast leggen.’

‘Ik denk dat we echt iets hebben bijgedragen aan het culturele patrimonium voor kinderen.’

‘Ik leerde op school: ‘Annemarieke, waar ga je naartoe?’ Die ging naar den buiten, naar de soldaatjes, hopsasa, faldera. Dat was een soldatenhoer, hè. ‘Annemarieke, heb jij dan geen lief? Ik heb er niet één maar zeven maal zeven.’ Dat heb ik wel moeten leren, toen ik kind was, hè! Of: ‘Oh kapiteintje, sla mij niet, ik ben uw liefje niet.’ En dat is creativiteit? Wij hebben iets neergezet. Een dijk opgeworpen tegen buitenlands, Engelstalig kinderentertainment. En daar ben ik heel trots op.’

Het raakt u duidelijk nog.
Verhulst: ‘Ik kan ermee leven dat iemand een product van Studio 100 niet goed vindt. Maar ik kan niet tegen de onjuistheid van sommige kritiek. Onze muziek zou uit dozekes komen. Ik heb vorig jaar de 3.000ste Samson-show met orkest gedaan. Zes man orkest! Onze musicals, de sinterklaasshow, de K3-shows, ik denk dat wij de grootste Vlaamse werkgever van muzikanten van de voorbije 25 jaar zijn. Als ik de hele Studio 100-catalogus bekijk, is 90 procent top. Punt.’

©vrt-STUDIO100

Waar komt de kritiek vandaan, denkt u?
Verhulst: ‘Onwetendheid. Vaak komt ze van mensen zonder kinderen. Als je een vegetariër bent, moet je ook geen recensie schrijven over De Vette Os in Veurne.’

Een journalist van een ernstig weekblad noemde Plopsaland onlangs een neoliberaal voorgeborchte uit de hel.
Verhulst: (ironisch) ‘Kijk, ik zal het uitleggen. Wij zijn dus een bedrijf. En de finaliteit van een bedrijf is dat je er geld mee verdient. Het mooie aan deze kapitalistische wereld is dat je in een markt van vraag en aanbod zit. Als de ballonnen te duur zijn in Plopsaland, zullen we er morgen geen meer verkopen. En als iemand ze te duur vindt, kan hij ervoor kiezen ze ergens anders goedkoper te kopen.’

Hebt u er ooit bij stilgestaan dat u een hoge boom zou worden die veel wind vangt?
Verhulst: ‘Nee. Ik maak iets en dan denk ik dat de mensen daar wel enthousiast over zullen zijn. Zo zit ik in elkaar. Ik weet niet of het typisch Vlaams is, maar soms lijkt het alsof je hier niet te goed bezig mag zijn.’

‘Als mensen het goed blijven vinden, waarom zou je dan per se moeten stoppen?’

En of de Studio 100-machine goed werkt. Na Samson kwamen figuren als Plop, Mega Mindy, Mega Toby. En K3, natuurlijk. Recenter bestormde het bedrijf de wereld met Wickie de Viking en Maya De Bij. Veel vaker werkt een Studio 100-figuurtje wel dan niet. Bij het bedrijf wordt steevast verwezen naar één creatieveling als brein achter de vele successen: Gert Verhulst.

‘Te veel eer’, zegt hij. ‘Er werken heel wat creatieve mensen bij Studio 100. Sommige dingen als Bumba en K3 komen van buitenaf. En ik heb geen formule. Het is geen exacte wetenschap. Ik maak dingen die ik zelf leuk vind. En blijkbaar valt die smaak samen met die van de gemiddelde Vlaming. Ik ben wel goed in stroomlijnen. In iets laten kloppen.’

Hoe gaat dat dan in zijn werk?
Verhulst: ‘Onlangs waren we bezig over een serie die we aan het maken zijn. ‘Er kloppen enkele dingen niet’, zei ik. ‘Ja, maar het is fantasy’, zeiden de makers. Maar zelfs dan moeten een aantal zaken kloppen. Laat het me uitleggen met kabouter Plop. Plop leeft in een paddenstoel zonder elektriciteit. Wat kan Plop hebben? Alles wat een schrijnwerker 100-150 jaar geleden had. Eigenlijk leeft Plop in Bokrijk. Een platendraaier met een slinger kan. Kaarsen ook. Een broodrooster niet. Voor mij is dat evident, maar voor veel creatievelingen niet. En dan breng ik structuur.’

©Emy Elleboog

U werd eens gefilmd tijdens een repetitie van K3. ‘Hou jullie aan het boekje’, zei u tegen de dames, over hoe ze de zaal moesten toespreken. ‘Hier is over nagedacht.’ Bent u niet overdreven perfectionistisch?
Verhulst: ‘Nee. Als ik op het podium kom, en ik zeg: ‘Dag iedereen’, dan antwoordt iedereen. Jij denkt dat dat normaal is. Maar zet daar tien mensen die nog nooit voor een zaal gestaan hebben, en ze doen het verkeerd. Niet enkel wat je zegt, is belangrijk, ook de timing, de absolute helderheid. Na 3.000 Samson-shows weet ik precies hoe en wanneer ik ‘hallo’ moet zeggen.’

Vergist u zich wel eens? Wanagogo, het digitale platform van Studio 100 en uw geesteskind, lijkt nog niet direct van de grond te komen. Eind vorig jaar zei u dat 1 miljoen gebruikers binnen één jaar niet onrealistisch was.
Verhulst: ‘En dat is het nog altijd niet, let maar op. Wij ondernemen, we doen dingen waarin we geloven. Soms werkt iets sneller dan verwacht, soms minder snel. Maar als je niets doet, gebeurt er niets. Er is niets zo simpel als niets doen en toch zeggen wat er moet gebeuren.’

Dat doen wij, hè, de journalisten.
Verhulst: ‘Ik wilde het niet zeggen. Heel bizar dat je in een krant kritiek leest op commerce, terwijl het enige doel van een krant geld verdienen is.’

‘Na 3.000 Samson-shows weet ik precies hoe en wanneer ik ‘hallo’ moet zeggen.’

En de democratie bewaken natuurlijk.
Verhulst: ‘Ja! Ja, natuurlijk! De democratie bewaken! Daar is Christian Van Thillo mee bezig. (lacht) Sommige journalisten denken dat ze waakhonden zijn, terwijl ze werken voor kranten en tijdschriften die uiteindelijk moeten verkopen.’

Moeten we ons aangesproken voelen?
Verhulst: (schatert) ‘Dat zijn de ergste, die zich niet aangesproken voelen! Hoe zijn we hier eigenlijk aanbeland?’

Wat houdt het vandaag nog fris voor u?
Verhulst: ‘De wereld die zo snel verandert. Alles gaat zo ongelooflijk snel. 25 jaar geleden waren er een paar zenders, vandaag kan je er honderden bekijken en zóveel content opvragen. Wie 100 euro uitgeeft aan een Telenet-abonnement, is niet abnormaal. Een aantal jaar geleden was dat nog ondenkbaar. Bijzonder, toch? Dat vind ik plezant. Dat is een uitdaging.’

‘Bij mij is het glas altijd halfvol. Bij het kaarten heb ik ook altijd geweldige kaarten.’

Bent u na al die jaren niet te belangrijk voor Studio 100?
Verhulst: ‘Dat valt wel mee. Ik ben heel hard met het bedrijf bezig, ja. En ik stel me wel de vraag hoe mijn rol moet evolueren. Waarmee moet ik me bezighouden? En waarmee niet? Dat is moeilijk. Ik denk dat dat herkenbaar is voor veel bedrijfsleiders. Eigenaars vooral. Enerzijds wil je een goede opvolging, anderzijds wil je ook nog wel wat doen. Een rol van betekenis spelen. Dat is nog niet vastomlijnd.’

U zegt altijd dat Studio 100 geen familiebedrijf is.
Verhulst: ‘Ik vind mijn kinderen geweldig, maar je kan het tegenover je partners (Hans Bourlon en BNP Paribas Fortis Private Equity, red.) niet maken het bedrijf door te geven aan je kinderen.’

Dus komt de vraag voor een verkoop toch ooit op tafel?
Verhulst: ‘Maar die is er nu niet. Misschien koop ik op termijn alle aandelen, wie weet. Misschien rijd ik morgen tegen een boom. Te veel speculatie op lange termijn lijkt me niet verstandig.’

Is het zo’n lange termijn? Het is nu niet dat u een oude man bent, maar...
Verhulst: ‘Joop van den Ende is 73. Die is nog altijd bezig.’

U bent wel al bezig sinds uw 18de.
Verhulst: ‘En dan? Ik heb eigenlijk alleen maar leuke momenten.’

Echt? Een paar jaar geleden kreeg u af te rekenen met een burn-out.
Verhulst: ‘Dat is niet ongewoon. De eerste tien jaar met Samson hebben we extreem hard gewerkt: werken en slapen, dat was het. Zeven à acht optredens op een weekend, 150 afleveringen per seizoen, we schreven de scenario’s zelf, de liedjes... Onmenselijk, eigenlijk. Maar ik heb me daar nooit vragen bij gesteld. Je kan nooit iets bereiken als je niet extreem hard werkt. Maar je kan dat niet volhouden, dat klopt. En dan kom je jezelf tegen.’

Hoe voelt dat bij Gert Verhulst, uzelf tegenkomen?
Verhulst: ‘Ik voelde mezelf wegglijden. Ik reed zonder plezier naar mijn werk, en dan wist ik dat er iets mis was. Dan kreeg ik er wat privéproblemen bij. Maar eigenlijk heeft dat niet te lang geduurd.’

U kruipt straks weer het podium op met Samson. Staat er een houdbaarheidsdatum op zulke optredens?
Verhulst: ‘Op alles staat een houdbaarheidsdatum. Misschien sta ik niet meer met Samson op een podium als ik 55 ben, nee. Wat de doorslag zal geven? Het belangrijkste criterium is: doe ik het nog graag? Dat is het geval. Zitten de zalen nog vol? Ja. (denkt na) Maar als mensen het goed blijven vinden, waarom zou je dan per se moeten stoppen? Zeg mij eens, waarom zou ik niet kunnen doorgaan met Samson tot na mijn 55?’

Omdat een man van 55 met een pluchen hond raar is?
Verhulst: ‘Ja, maar dat hoorde ik ook al toen ik veertig werd. Alles moet jong, jong, jong. Waarom? ‘

Uw nieuwe K3-meisjes zullen toch ook geen veertigers zijn?
Verhulst: ‘Nee, omdat we daar graag zeker tien jaar mee door willen. Als de mensen gelukkig zijn en ik ben dat ook, dan is het goed, denk ik. Dan hoef ik nog niet te stoppen.’

Kunt u zeggen dat u gelukkig bent?
Verhulst: ‘Je wordt gelukkig geboren. Zelfs de grootste miserie ligt bij mij in een bedje van geluk. Bij mij is het glas altijd halfvol. Bij het kaarten heb ik altijd geweldige kaarten. Ik krijg dezelfde kaarten als de rest, maar ik heb altijd geweldige kaarten. Vragen of meegaan? Ik vraag altijd. Je moet geloven dat je er geraakt, of je geraakt er niet. Je moet altijd van het beste scenario uitgaan. Dat is belangrijk. En de macht aan de creatievelingen! Dat is ook belangrijk. En niet aan de boekhouders en al die financiële mannen die jullie gazet lezen.’ (lacht)

Die namiddag volgen we Verhulst backstage in het anderhalf uur voor de Samson-show in Plopsaland. Zoals voor elke show speelt Verhulst een spelletje wiezen met twee leden van zijn orkest, en Samson-vertolker Dirk Bosschaert. Ze zwijgen. Af en toe rolt er een vettige lol. Aan het einde wint Verhulst. In het klassement staat hij 200 punten voor.

Als even later de gordijnen opengaan, roept Gert, net op het goede moment: ‘Dag iedereen!’ Een volle zaal met jonge kinderen en hun ouders groet enthousiast terug. ‘Zing maar mee. We gaan vliegen, vliegen, vliegen, heel hoog in de lucht.’ De kinderen staan recht, spreiden de armen en zingen mee uit volle borst.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud