Sabam moet prijsstijgingen voor concerten intrekken

©BELGA

Auteursrechtenorganisatie Sabam maakt zich schuldig aan oneerlijke marktpraktijken met zijn recente prijsstijging voor concerten en festivals.

Dat heeft de Brusselse rechtbank van koophandel beslist na een vordering van een coalitie van concert- en festivalorganisatoren.

In de loop van 2016 kondigde Sabam nieuwe, verhoogde tarieven aan inzake de inning van auteursrechten, zowel voor festivals als voor concerten. Een onderhandelingsronde daarover met de sector mislukte en sinds 1 januari 2017 werden de nieuwe tarieven ook toegepast. De sector zag zich naar eigen zeggen genoodzaakt om naar de rechtbank van koophandel te stappen, met de vraag om Sabam te dwingen het gebruik van de nieuwe tarieven stop te zetten en de Brusselse rechtbank van koophandel geeft de concert- en festivalorganisatoren nu gelijk.

'Het gecumuleerde effect van de tariefverhoging varieert van 17 procent voor festivals in de middelste schijven tot meer dan 37 procent voor festivals in de hogere schijven', stelt de rechtbank in haar vonnis vast. 'Sabam haalt noch in haar conclusie, noch in haar pleidooi enige objectieve of economische rechtvaardigingsgrond aan voor dergelijke aanzienlijke verhogingen.'

Er is geen enkele objectieve of economische rechtvaardiging voor de tariefverhogingen.
Rechtbank van koophandel
in een vonnis

Volgens de rechtbank is er ook geen enkele objectieve economische rechtvaardiging voor die verhoging te vinden en is die alleen al daarom excessief. De inhoud en kost voor de prestatie die Sabam levert is in weze niet veranderd en Sabam geeft zelfs toe dat de enige en voornaamste reden voor de tariefverhoging gelegen is in de vergelijking van de tarieven met de buurlanden.

'De hoeveelheid auteursrechtelijk beschermde muziekwerken die daadwerkelijk worden uitgevoerd of de relatieve waarde ervan in de ticketprijs zijn niet gestegen, laat staan dat deze een stijging tot 37 procent van de vergoeding zouden rechtvaardigen', gaat de rechtbank verder. 'Daar staat tegenover dat de kosten voor de veiligheid en technische infrastructuur voor de festivalorganisatoren aanzienlijk zijn gestegen. Deze kosten hebben geen uitstaans met de hoeveelheid of de waarde van de uitgevoerde auteursrechtelijk beschermde werken.'

Maar omdat de royalties van Sabam berekend worden op basis van de bruto omzet van de festivalorganisatoren, geniet Sabam zelfs zonder tariefverhoging van die bijkomende investeringen en hogere kosten, stelt de rechtbank verder vast. De berekeningsbasis en het aandeel van Sabam gaan immers automatisch mee omhoog als gevolg van een verhoogde ticketprijs, zelfs indien deze het louter gevolg is van een indexstijging of verhoogde kosten.

Buitenland

Sabam argumenteerde dat zij haar tarieven verhoogde naar aanleiding van een vergelijkende studie in de Belgische buurlanden maar dat argument werd door de rechtbank niet aanvaard. Buitenlandse tarieven kunnen eventueel een vergelijkingspunt uitmaken, maar 'hogere tarieven in het buitenland kunnen niet rechtvaardigen dat de Belgische tarieven van Sabam excessief en zonder enige economische rechtvaardiging worden verhoogd', luidt het.

Het argument dat er voor 75 procent van alle festivals in België geen toename zou zijn van de te betalen auteursrechten, vond geen genade in de ogen van de rechtbank. Ook met de berekeningsbasis die Sabam gebruikt om het tarief voor de auteursrechten vast te leggen, is volgens de rechtbank één en ander mis. Dat tarief wordt bepaald op basis van de prijs van de festivaltickets en de organisatoren kunnen enkel een beperkt aantal kosten aftrekken, namelijk reservatiekosten, de btw, de eventueel verschuldigde gemeentebelastingen en de kosten voor openbaar vervoer.

Tenslotte houdt Sabam volgens de rechtbank onvoldoende rekening met het aantal werken uit haar repertoire van Sabam dat effectief wordt uitgevoerd om haar vergoeding te berekenen en zijn de mimimumtarieven die de organisatie hanteert, excessief.

Mijlpaalvonnis

De Federatie van Muziekfestivals in Vlaanderen (FMiV) noemt het vonnis van de Brusselse rechtbank van koophandel een 'mijlpaalvonnis'. Volgens de FMiV zal het door Sabam gehanteerde tariefmodel grondig moeten worden hertekend. De sectororganisatie reikt Sabam de hand om dat samen te doen. Gebeurt dat niet, dan hangen Sabam dwangsommen boven het hoofd van 5.000 euro per dag, weliswaar met een maximum van 1 miljoen euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content