Tellen met technologie op eerste testcongres

Onderzoekers verzamelen alle data over de bezoekers van het testcongres in de Elisabethzaal. ©SISKA VANDECASTEELE

De eventsector mocht dinsdag voor het eerst sinds lang verzamelen voor een testcongres met zichzelf als onderwerp. Daarbij deden de deelnemers tegelijk dienst als proefkonijnen voor onderzoek dat hen misschien weer op weg kan zetten naar wat meer vrijheid.

Honderden mensen in een zaal, kijkend naar live muziek. Het lijkt iets uit een vorig leven, maar dinsdag was het even de realiteit in het Antwerpse Elisabethcentrum. 200 mensen uit de evenementensector verzamelden er voor een congres over zichzelf, met een muzikaal intermezzo van Ozark Henry als kers op de taart. 

Dat congres, georganiseerd door Toerisme Vlaanderen, was het startschot van een reeks van enkele tientallen gelijkaardige testevenementen in opdracht van of in samenwerking met de overheid. Het doel is stukje bij beetje bij te leren over wat kan bijdragen aan een veilige heropening van de evenementen- en cultuursector, ook in coronatijden. 

Het congres, waar onder andere resultaten van gelijkaardige proeven in Nederland werden gepresenteerd, was strak georganiseerd volgens de coronaprotocollen die vorig jaar werden opgesteld. Daarbij werden mondmaskers, sociale afstand en beperkte mobiliteit - netwerken mocht alleen zittend aan tafeltjes van vier - aangevuld met een verplichte sneltest aan de inkom om de boel zo veilig mogelijk te laten verlopen. Op dat vlak viel gisteren weinig bij te leren. 

Teltechnieken

Waar het congres, los van de inhoud, echt om draaide, waren de deelnemers. Meer bepaald hoe ze zo precies mogelijk geteld konden worden en hoe ze zich bewogen in het congrescentrum. Daar een helder zicht op krijgen wordt een belangrijke parameter voor organisatoren als straks zaken kunnen heropen. Met dat doel voor ogen werden gisteren vijf technieken naast elkaar getest door onderzoekers van het expertisecentrum Publieke Impact van de Karel de Grote Hogeschool en van IDLab van de Universiteit Antwerpen en Imec.

Daarbij ging het om twee betrekkelijk eenvoudige, manuele teltechnieken: kliktellingen, waarbij stewards aan alle in- en uitgangen passanten telden, en kwadranttellingen, waarbij op basis van hoogtefoto's mensen worden geteld en dat cijfer wordt geëxtrapoleerd.

Een technicus installeert camerasensoren aan de inkom van het testcongres. ©SISKA VANDECASTEELE

Die manuele methodes steken schril af tegen de drie hoogtechnologische teltechnieken die ook werden getest in het Elisabethcentrum. Bij een daarvan werd een beroep gedaan op een ontvanger die de wifisignalen meet van de smartphones in de zaal, een andere registreerde met een camerasensor opgehangen aan een soort poortje aan in- en uitgangen elke beweging, en een derde mat de densiteit van het publiek in de zaal.

Voor die laatste techniek werden verschillende sensoren aangebracht in het congrescentrum. Die grijze bakjes, geïnstalleerd op paaltjes op anderhalve meter hoogte, sturen permanent berichtjes naar elkaar, legt Maarten Weyn, professor mobiele communicatie aan de Universiteit Antwerpen, uit. 'Als er dan zo'n zak water als jij of ik tussen komt staan, heeft dat een impact op de signaalsterkte. Uit die verzwakking kan je afleiden hoeveel mensen waar ongeveer staan.'

Eerste bouwsteen

Elk van die technieken heeft zijn voor- en nadelen, afhankelijk van de context waarin ze gebruikt worden. Maar door ze in een zeer gecontroleerde omgeving tegen elkaar af te zetten, hopen de onderzoekers meer te weten te komen over de accuraatheid van elke techniek, zegt Jolien Vangeel, projectleider voor het expertisecentrum Publieke Impact. 'Het einddoel van ons onderzoek is zo concreet mogelijk advies te kunnen geven aan de organisatoren van allerlei soorten evenementen. Deze eerste test is daar een belangrijke stap in.'

Het einddoel van ons onderzoek is zo concreet mogelijk advies te kunnen geven aan de organisatoren van allerlei soorten evenementen.
Jolien Vangeel
Projectleider expertisecentrum Publieke Impact

Tegelijk tempert Vangeel de verwachtingen op korte termijn. De eerste resultaten van het testcongres worden half mei al verwacht, maar die gaan niet volstaan om meteen in de hele sector mee aan de slag te gaan. 'Je kan deze specifieke resultaten niet zomaar extrapoleren naar andere evenementen. Een zittend, weinig mobiel evenement met 200 bezoekers is niet hetzelfde als een markt of een groot festival. We hebben 14 proeven gepland in heel verschillende contexten om precies in kaart te brengen wat waar het beste werkt. Daarmee gaan we organisatoren heel precies kunnen adviseren welke methode van 'crowd counting' het geschiktst is voor hun evenement. Maar in de tussentijd zal elke tussenstap al meer inzichten opleveren.'

Daarmee zal de sector op lange termijn gediend zijn, ook nadat de coronacrisis voorbij is, zegt Christine Merckx, die het expertisecentrum Publieke Impact leidt. 'Corona maakt het kennen van aantallen en hoe ze zich bewegen op een evenement zeer acuut. Deze crisis heeft de aandacht voor veiligheid in het algemeen nog verhoogd. De kennis die we met dit onderzoek opdoen, zal ook zonder corona bijdragen aan die veiligheid.'

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud