interview

‘Geloof ons maar, hier staat nog veel te gebeuren'

©Karoly Effenberger

Met een stroom positief nieuws kregen we de voorbije week weer een biotechbonanza. Jo Bury en Rudy Dekeyser, de founding fathers van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie, maken de balans op. ‘In Europa is Vlaanderen het nummer 1. Met voorsprong.’

Rudy Dekeyser is al zes jaar geen directeur meer van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB), het kenniscentrum dat hij in 1995 samen met partner in crime Jo Bury uit de grond stampte. Maar als hij er nog eens is, voelt het meteen weer als thuis. ‘Deze tafel en stoelen heb ik nog uitgekozen.’

Het is halfnegen ’s avonds als Bury en Dekeyser aanschuiven aan die houten vergadertafel in het VIB-hoofdkwartier in Zwijnaarde. Het is eigenlijk geen uur meer om met een frisse kop een interview te geven, merken we op. Maar het duo is wel meer gewoon, stellen ze ons gerust. ‘En uw fotograaf zal onze wallen wel met photoshop wegwerken, zeker?’

Biotech in Vlaanderen

Vlaanderen telt 300 biotechbedrijven met 20.000 werknemers. Daarnaast zijn 80.000 jobs indirect aan de sector gelinkt.

Vlaanderen telt 150 medicijnen in ontwikkeling.

(Cijfers: Flanders.bio)

17 jaar werkten Bury en Dekeyser als VIB-directeurs zij aan zij aan een gedeelde missie: Vlaanderen een topspeler in biotechnologie maken. In 2012 koos Dekeyser voor een nieuw avontuur, als financier bij het Nederlandse durfkapitaalfonds LSP, waarvoor hij elk jaar zo’n 400 ondernemingsplannen bestudeert. Bury timmert met het VIB verder aan de weg, in tandem met Johan Cardoen. Hun paden mogen dan gescheiden zijn, na opnieuw een dolle week voor de Vlaamse biotech komen de twee met plezier nog eens samen om de balans van ‘hun’ sector te maken.

Die is zonder meer positief, zeggen ze unisono. Dekeyser: ‘We spelen nog niet op het niveau van een Boston of Silicon Valley. Maar als je kijkt naar de concentratie hier in Vlaanderen, naar de activiteit en de output per capita, dan is Vlaanderen zonder meer het nummer 1 in Europa. Met voorsprong. In Duitsland wonen 80 miljoen mensen, 15 keer meer dan in Vlaanderen. Wel, noem me eens bedrijven die op hetzelfde niveau staan als Galapagos, Ablynx of Argenx? Je zal Morphosis en Evotec vinden, maar dan houdt het op. Zelfde verhaal met Frankrijk. We moeten voor niemand onderdoen.’

De vraag van ettelijke miljarden is dan: hoe kan het dat we zo boven ons gewicht boksen?
Jo Bury: ‘Begin jaren 90, in de begindagen van de biotech, zijn hier met Innogenetics en Plant Genetic Systems twee bedrijven gestart die wereldtop waren in hun vakgebied. Dat viel toenmalig Vlaams minister-president Luc Van den Brande op, die veel aandacht had voor kennis en innovatie. Door die bedrijven beschouwde hij biotech als een van de mogelijke speerpunten van een Vlaamse kenniseconomie. Van den Brande was toen op economische missie geweest in de VS, en had gezien wat een bedrijvigheid daar was ontstaan rond kenniscentra als MIT, Stanford en Harvard. Dat moet bij ons ook kunnen, vond hij.’

‘Rudy en ik werkten toen samen bij het Instituut voor Wetenschap en Technologie, waar we een goede kijk hadden op wat in de farma-industrie en aan universiteiten gebeurde. Zo is Van den Brande bij ons uitgekomen. We wisten allemaal dat er enorm veel kennis aanwezig was, maar ook dat een concept nodig was om die te vertalen naar een economische valorisatie.’

Academici die ondernemend moesten denken, dat was een behoorlijke cultuurshock.
Rudy Dekeyser
co-oprichter VIB

Rudy Dekeyser: ‘Dat klinkt gemakkelijker dan het was. (lacht) Anders dan in de VS stond Europa heel sceptisch tegenover banden tussen de academische wereld en de industrie. Hier werden fantastische doorbraken gerealiseerd, die vervolgens enkel in wetenschappelijke tijdschriften belandden. Maar wat heeft de man in de straat daaraan? Daar hebben we met het VIB heel hard aan gewerkt: duidelijk maken dat topwetenschap en ondernemerschap hand in hand kunnen gaan en elkaar zelfs versterken. Dat was een echte cultuurshock.’

Hoe hebt u dat aangepakt?
Bury: ‘We hebben Van den Brande een heel nieuw academisch model voorgesteld. In het oude model had je onderzoeksgroepen met één goeroe aan de top en daaronder 200 mensen die moesten doen wat hen werd gezegd. In zo’n klimaat stimuleer je innovatie niet. Wij wilden kleine, flexibele groepen, waar echt de grenzen van de wetenschappelijke kennis werden verlegd. Dat was de eerste focus: een brede wetenschappelijke basis leggen om op te bouwen.’

‘Rond die topwetenschap hebben we een industrieel laagje gelegd door naast de onderzoekers mensen met de juiste industriële kennis te zetten. Mensen die wisten hoe je een octrooi schrijft, hoe je licenties kan verlenen, hoe je een nieuw bedrijf opstart.’

Dekeyser: ‘Aanvankelijk liep dat moeizaam. De muren tussen de academische wereld en de industrie zijn in Europa nog steeds te hoog. Maar gaandeweg ontstond een heerlijke omslag. Steeds meer VIBonderzoekers beseften dat topwetenschappelijk onderzoek versterkt wordt als je bedrijven beschouwt als bondgenoten in de vertaling van je onderzoek naar nieuwe middelen. Je kan niemand met je onderzoek genezen, als je niet eerst een medicijn op de markt krijgt.’

Deze week

In amper een week tijd konden Argenx, Galapagos en Bone Therapeutics goede testresultaten voor hun medicijnen in ontwikkeling voorleggen. Galapagos en Argenx slaagden er bovendien in elk 300 miljoen euro bij te tanken op Wall Street. Een goednieuwsshow in de Vlaamse biotech. Een teken van de maturiteit van de sector, zeggen kenners.

 

Was er een eurekamoment, waarop u besefte: nu is de bal aan het rollen?
Dekeyser: ‘Weet je wanneer de tennisfederatie het meeste aantal leden telde? Na de successen van Kim Clijsters en Justine Henin. Wel, in biotech hadden we ook zo’n rolmodel nodig. En dat kregen we in 1997, twee jaar na de start van het VIB, met de oprichting van Devgen.’

‘Devgen is begonnen met een startkapitaal van 320 miljoen Belgische frank, 8 miljoen euro. Geld dat zowel van lokale (Gimv) als van internationale topinvesteerders kwam. Ongezien in onze contreien. Op dat moment hadden veel mensen plots door dat wat we wilden bereiken wel eens zou kunnen werken. Dat heeft veel neuzen in dezelfde richting gezet.’

Bury: ‘Een jaar later volgde Cropdesign, opnieuw met geld van de Gimv en buitenlandse topdurfkapitalisten. Dat heeft alles, veel sneller dan we hadden verwacht, in een stroomversnelling gebracht. De aanwezigheid van die twee bedrijven trok ook andere spelers aan, wat dan weer een extra instroom van talent genereerde. Toen hadden we door dat we hier een ecosysteem konden bouwen. Met resultaat. We zijn hier van nul begonnen, vandaag werkt 2.500 man in dit technologiepark.’

Dekeyser: ‘Nu is dat ecosysteem een geweldige mix van jonge starters en gevestigde waarden, die met steeds meer goed nieuws uitpakken. Geloof ons maar: hier staat de komende maanden en jaren nog veel te gebeuren.’

De aanwezigheid van topwetenschap en industriële kennis is belangrijk, maar zonder geld gebeurt er niets. Hoe zit het in Vlaanderen?
Dekeyser: ‘In de begindagen was er een probleem. Innogenetics is opgericht met een beperkt startkapitaal, vooral bijeengeharkt bij enkele rijke mensen. Maar iets structureels ontbrak. Daarom besliste Van den Brande tegelijk met het VIB het Biotech Fonds Vlaanderen op te richten. Dat heeft een cruciale rol gespeeld in de pioniersjaren.’

‘Tegelijk zijn we bij de financiering van Devgen bewust internationaal de boer opgegaan. En we zijn erin geslaagd de Britten van Abingworth te overtuigen. Die hadden voordien nog nooit buiten de VS en het VK geïnvesteerd. Als signaal kon dat tellen.’

‘Vandaag is rond ons ecosysteem een professioneel financieel circuit ontstaan. Het is bijna l’embarras du choix. Als je een goed technologieplatform hebt, met een goed team erachter, vind je hier altijd geld.’

Waarom trekken onze bedrijven dan naar de Nasdaq?
Dekeyser: ‘Nu raak je een belangrijk punt aan, omdat het gaat over iets dat belangrijk wordt om in de toekomst competitief te blijven. Als biotechbedrijf wil je enerzijds je middel snel door de klinische fases krijgen, anderzijds wil je inzetten op een brede pijplijn, zodat je niet van één medicijn afhankelijk bent. Maar daarvoor is veel geld nodig. Zulke sommen blijven moeilijk te vinden in Europa.’

‘Neem nu Ablynx. Het heeft een geweldig financieringsparcours gereden, ongezien in België. Tot een beursgang toe. Maar extra geld ophalen blijkt dan plots erg moeilijk. Wat doe je dan? In een vroeg stadium partnerschappen afsluiten met gevestigde waarden, waarbij je een deel van je focus op de eigen productontwikkeling verliest en er langer over doet om door te groeien tot een bedrijf dat geneesmiddelen kan verkopen. Met de miljardenovername door Sanofi is finaal alles briljant afgerond, maar met meer geld was het eindresultaat mogelijk nog mooier geweest. Thrombogenics schopte het wel tot op de markt, maar zijn geneesmiddel deed het daar minder dan verwacht. En daar sta je dan, zonder alternatief product in de kliniek.’

‘Om echt competitieve bedrijven te kunnen bouwen hebben we dus toegang tot meer geld nodig. Voorlopig zijn de VS het enige antwoord. Wij zijn hier terecht blij met een startronde van 27 miljoen euro voor Aelin Therapeutics. In de VS doen ze kapitaalrondes van 120, 170 of 240 miljoen euro.’

‘Er beweegt wel wat. De Belgische regering heeft net aan de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV) en BNP Paribas Fortis het beheer toegekend van een groot fonds waarmee ze geld gaan steken in gespecialiseerde fondsen. En ik heb weet van een paar grote Amerikaanse spelers die bekijken of ze in Europa van start willen gaan. Dat kan een trigger worden voor Europese fondsen.’

Kan de overheid nog een rol spelen?
Bury: ‘De overheid moet inspireren en katalyseren, zoals ze via het VIB of via de bouw van bioacceleratoren heeft gedaan. En het geld dat ze voor onderzoek en ontwikkeling ter beschikking stelt, is van levensbelang voor beginnende bedrijven.

Dekeyser: ‘Daarnaast speelt de overheid een rol in het opleiden van talent. Ook regelgeving is belangrijk. Daar ga ik niet te diep op in, of we zitten hier morgen nog. (lacht) Maar heel dat debat over genetisch gemodificeerde gewassen (gmo’s) of de DNA-technologie CRISPR/Cas9...’

Bury: ‘Nu doe je het toch!’ (lacht)

Dekeyser: ‘Het is dan toch ook godgeklaagd! Ondanks het anti-gmo-klimaat van de voorbije 20 jaar staat Vlaanderen sinds de jaren 80 wereldwijd in de top drie voor research in de agrobiotech. Beeld je eens in wat er gebeurd zou zijn met Europese steun. Dan hadden we de onderzoeksresultaten als eerste kunnen vertalen naar verbeterde gewassen en stonden in onze klei nu de absolute wereldleiders in dit domein. En reken er een paar duizend extra kennisjobs bij. Het blijft dus belangrijk dat de overheid correcte, transparante en op wetenschap gebaseerde regelgeving voorstaat. Gelukkig gaat dat in de meeste domeinen best wel goed in Vlaanderen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect