Amerikaanse start-up groeit in Gentse biotechvalley

De start-up sleutelt in Gent aan nieuwe plantensoorten die beter bestand zijn tegen droogte en beschikbare meststoffen efficiënter gebruiken.

Inari heeft zijn site in Gent uitgebreid tot 14 werknemers. De Amerikaanse start-up ontwikkelt met genetisch knip- en plakwerk nieuwe mais- en sojaplanten.

Inari, opgericht in Boston, kreeg dinsdagavond van Flanders Investment & Trade de award voor Newcomer of the Year. Het bedrijf heeft er sinds de opstart in 2016 een verschroeiende rit opzitten. Het haalde al meer dan 100 miljoen dollar op, bij onder meer een investeringsfonds van multinational Campbell Soup.

De start-up heeft twee vestigingen in de VS, maar belandde vorig jaar ook in Gent. Daar sleutelen onderzoekers aan nieuwe plantensoorten die beter bestand zijn tegen droogte en beschikbare meststoffen efficiënter gebruiken, in het bijzonder stikstof. De focus in Gent ligt in eerste instantie op mais en soja, maar ook tomaten en tarwe staan op de radar.

‘De klimaatverandering zal de mensheid verplichten snel gewassen te ontwikkelen die daaraan aangepast zijn. Onze technologie zal daarbij helpen’, zegt Fred Van Ex, directeur van de Gentse site en wetenschappelijk directeur van de globale groep.  

Het personeelsbestand is in amper een jaar gestegen naar 14. Over enkele jaren moet dat naar 40 medewerkers gaan. De serres voor de plantentesten worden uitgebreid tot 250 vierkante meter. 

CRISPR-cas

Het Gentse onderzoeksteam doet een beroep op CRISPR-cas, een nog vrije nieuwe technologie om relatief eenvoudig, snel en heel precies informatie in het DNA van bijvoorbeeld planten te wijzigen. De techniek wordt vaak vergeleken met een moleculaire schaar of tekstverwerker.

Inari wil die techniek op grote schaal toepassen. Het bedrijf analyseert - met behulp van deep learning - eerst welke genen belangrijk zijn voor water- of stikstofopname. ‘Het gaat dan niet over één of twee genen. Een combinatie van vele genen bepaalt wat een plant kan en wat niet. We passen in een plant 20, 30, soms 100 genen op een subtiele manier aanom een bepaald effect te krijgen’, zegt Van Ex. Terwijl Inari zich in Boston toelegt op de optimalisatie van de moleculaire knip- en plakmethodes, werken de Gentenaars aan plantenprototypes.

Dat Inari zijn oog op Gent liet vallen, was opmerkelijk. Europa zet gewassen die CRISPR-cas hebben ondergaan op hetzelfde niveau als conventionele genetisch gemodifieerde organismen (ggo's), wat betekent dat ze in Europa niet verkocht mogen worden. ‘De ontwikkelingen zijn vooral gericht op de Amerikaanse markt’, verklaart Van Ex. ‘En Gent is en blijft de place to be voor plantenbiotech in Europa. Hier is veel expertise.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect