Slangen, de grootste verborgen gezondheidscrisis

Slangen berokkenen jaarlijks meer schade dan prostaat- of baarmoederkanker, maar de farma-industrie negeert het probleem grotendeels. ©Biosphoto

De Wereldgezondheidsorganisatie trekt aan de alarmbel. De zoektocht naar het ultieme antigif tegen slangenbeten krijgt een injectie van 100 miljoen euro.

Bij ons, en vooral in de Ardennen, is de vipera berus - beter bekend als de gewone adder - de enige slang met een giftige beet. Die kan behoorlijk pijnlijk zijn, maar overlijdens zijn al jaren niet meer voorgekomen. Als het antigifcentrum al eens paniekerige telefoons krijgt na slangenbeten, is het eerder van een liefhebber wiens exotische huisdier zich tegen zijn baasje heeft gekeerd.

Dat is anders in tropische en armere delen van de wereld, waar slangen als sluipmoordenaars rondkruipen en slachtoffers maken onder landbouwers, kinderen en andere onfortuinlijken. Jaarlijks sterven tot 138.000 mensen aan slangengif via aan beet of een spray in de ogen. Zo’n 400.000 mensen worden voor het leven verlamd of verminkt in de vorm van amputaties, zenuwschade, niet-genezende zweren of permanent gezichtsverlies.

138.000
mensen
Jaarlijks sterven tot 138.000 mensen aan slangengif via aan beet of een spray in de ogen.

Het maakt van slangenbeten de grootste onderbelichte tropische ziekte, zegt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De reptielen berokkenen jaarlijks meer schade dan prostaat- of baarmoederkanker, maar de farma-industrie negeert het probleem grotendeels.

Vermijdbaar probleem

De WHO trekt aan de alarmbel en lanceert een strategie om tegen 2030 het aantal doden en gehandicapten door slangengif met de helft te reduceren. Dat gebeurt in een een-tweetje met de Britse liefdadigdheidsorganisatie Wellcome, die 80 miljoen pond (102 miljoen euro) opzijzet voor de zoektocht naar een adequatere behandeling van slangenbeten. Dat is meteen een verdriedubbeling van het globale researchbudget van het voorbije decennium.

Het tragische is dat slangenbeten een vermijdbaar probleem zijn, zeggen specialisten. De wereld heeft om te beginnen dubbel zoveel antiserums nodig dan er vandaag worden geproduceerd. En slangen slaan vooral toe op plaatsen in Afrika, Azië en Zuid-Amerika waar de medische infrastructuur tekortschiet, wat de tol opdrijft. Beten komen vaker voor op het platteland, ver weg van ziekenhuizen, terwijl de behandeling daar moet gebeuren. In landen met veel giftige slangen maar met een betere gezondheidszorg, zoals de Verenigde Staten of Australië, zijn dodelijke gevallen veel zeldzamer.

‘Vergiftiging door slangen is een behandelbare aandoening, of zou dat moeten zijn’, zei Mike Turner, wetenschapper van Wellcome bij de voorstelling van de financiële injectie. ‘Met het juiste tegengif is er een hoge kans op overleven. Mensen zullen altijd worden gebeten, maar er is geen enkele reden waarom zovelen moeten sterven.’

Archaïsche middelen

Een groot deel van het probleem is dat giftige slangenbeten met archaïsche middelen worden behandeld. In tegenstelling tot veel andere domeinen in de medische wereld is op het vlak van ontwikkeling van antiserums de voorbije eeuw amper vooruitgang geboekt. Nog altijd wordt een antigif gemaakt door grote dieren als paarden of schapen in te spuiten met een beperkte dosis gemolken slangengif om een allergische reactie op te wekken en dan de antilichamen af te tappen van het bloed.

In tegenstelling tot veel andere domeinen in de medische wereld is op het vlak van ontwikkeling van antiserums de voorbije eeuw amper vooruitgang geboekt.

Het is een dure en niet-gestandaardiseerde technologie die dateert van eind 19de eeuw met hoog besmettingsrisico en een lage efficiëntie. Hooguit helpt ze tegen de beet van de specifieke soort waarvan het gif werd gebruikt, maar wetenschappers schatten dat 90 procent van de antiserums die in Afrika worden toegediend zelfs niet werken. ‘Bovendien zijn er ook risico’s voor de patiënt, zoals de kans op anafylactische schok, een extreme allergische reactie’, zegt Jan Tytgat, toxicoloog aan de KU Leuven.

Met het verse geld kan de zoektocht naar beter tegengif de 21ste eeuw worden binnengeloodst. Wetenschappers zien mogelijkheden in antiserums op basis van menselijke antilichamen, of die van lama’s. Sommigen vestigen hun hoop op synthetische biologie om een nieuwe generatie middelen te produceren, anderen kijken meer naar een efficiëntere en goedkopere productie van de bestaande antigiffen. Het doel is tot antiserums te komen die zonder veel nevenwerkingen buiten hospitalen en zonder dokters kunnen worden toegediend.

Perfect geëvolueerd

De heilige graal is een universeel middel dat tegen elke slangenvergiftiging werkt. Maar de kans is klein dat het ooit zo ver komt, schat Tytgat. Er zijn meer dan 250 giftige slangensoorten, elk met hun unieke cocktail van moleculen, door evolutie verfijnd in het belang van het voortbestaan van de slang. ‘Elk dier met een gifklier is tot in de perfectie geëvolueerd.’

Niet elke slang hapt op dezelfde manier. Sommige soorten, zoals cobra’s of mamba’s, verspreiden neurotoxines die een aanslag plegen op het zenuwstelsel en de ademhaling kunnen lamleggen. Andere soorten, zoals sommige adders, doen het met hemotoxines en hebben het gemunt op bloed. Hun gif veroorzaakt klonters of stopt de bloedstolling, met dodelijke interne bloedingen of hartfalen tot gevolg. Cytotoxische slangen tasten dan weer het celweefsel aan, wat ledematen zodanig kan treffen dat amputatie de enige redding is.

Gifslangen bezorgen wetenschappers kopzorgen, maar zijn ook een kruipende goudmijn aan inspiratie in de ontwikkeling van medicijnen.
Jan Tytgat
Toxicoloog KU Leuven

Tytgat vindt het realistischer om op zoek te gaan naar middelen die tegen het gif van bepaalde slangenfamilies werken. Die tactiek wordt met succes toegepast bij schorpioenen. ‘Een antiserum tegen een schorpioen in Zuid-Afrika blijkt ook te werken tegen een soort in Mexico. Ooit moeten ze op hetzelfde continent hebben geleefd.’

Gifslangen bezorgen wetenschappers kopzorgen, maar ze kunnen hen ook enorme diensten bewijzen. Ze zijn een kruipende goudmijn aan inspiratie in de ontwikkeling van medicijnen. Het middel captopril, tegen hoge bloeddruk en hartproblemen, is gebaseerd op het gif van een type groefkopadder dat in het zuiden van Brazilië voorkomt. In het Leuvense labo van Tytgat wordt via hetzelfde principe onderzoek gedaan naar eiwitten uit slangengif voor een mogelijk kankermedicijn. ‘Slangen laten ons toe de vruchten te plukken van miljoenen jaren aan evolutie. Daar kunnen we dankbaar gebruik van maken in plaats van te proberen het wiel opnieuw uit te vinden.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect