interview

‘Ze zeggen dat ik meer ondernemer ben dan dokter'

©Wouter Van Vooren

Uroloog Alex Mottrie geniet wereldfaam als robotchirurg. Veel tijd voor iets anders is er niet. Behalve dan voor een verkleedpartij tijdens Aalst Carnaval. Ontbijt met De Tijd.

Wie bij een topchirurg gaat ontbijten, verwacht een sportauto op de oprit. Of op zijn minst een premium sedan. Maar voor de garage van de uroloog Alex Mottrie (54) staan twee Opels, waarvan een bestickerd met reclame voor het jongste model van het Duitse middenklasmerk. Een familiekwestie, zo blijkt. Mottries vader was Opel-dealer in Ieper. Of hij ooit een auto van een ander merk heeft overwogen? Alleen al de suggestie wekt verontwaardiging. ‘Iets anders dan een Opel komt er niet in. Ik wil niet onterfd worden.’ Mottrie zegt het slechts half lachend.

De autohandel werd uiteindelijk overgenomen door zijn broer, al werd in eerste instantie naar Alex gekeken. Hij is de oudste van vier zonen. ‘Ik ben als jong manneke eens met mijn broer achter het stuur gekropen om achter de garage wat te gaan crossen. Er vloeide benzine rechtstreeks op de bougie en de wagen vloog in brand. Toen was de goesting voor auto’s over.’

Wereldautoriteit

Vandaag is Mottrie een wereldautoriteit in de robotchirurgie, waarbij een robot de scalpel hanteert en de chirurg aan de knoppen van de console zit. Hij ontvangt ons in zijn woonkamer in een landelijke villa in een doodlopend straatje aan de rand van Aalst. Zijn vrouw en dochter schuiven mee aan de rijkelijk gedekte tafel. ‘Pak af,’ zegt zijn vrouw, ‘want mijn man kan op zijn gemak een half brood opeten.’ Ze schenkt koffie in de kopjes en vult de glazen met pompelmoessap.

Ontbijt met De Tijd

Aalst, 8 uur, thuis bij Alex Mottrie.

We praten over big brother in de operatiekamer, de regeldrift in het ziekenhuis en Mottries geklungel met auto's.

Het is acht uur ’s ochtends. Op dagen dat hij patiënten ziet in het Onze-Lieve- Vrouwziekenhuis in Aalst, is Mottrie op dit uur al aan het werk. Maar vandaag wordt hij verwacht bij Orsi, het opleidingscentrum in de robotchirurgie dat hij oprichtte. Het centrum van 20 miljoen euro opende in september de deuren in Melle.

Vandaag wordt onderhandeld met de Europese Vereniging van Urologen, een organisatie met 20.000 leden, en dus 20.000 potentiële klanten. De vereniging gaat 25 procent extra kapitaal in Orsi stoppen, maar wil ook inhoudelijk een vinger in de pap. ‘De onderhandelaars zijn Nederlanders, dus dan begrijp je dat het om een processie van Echternach gaat. We willen vooral ons eigen ding kunnen blijven doen en de handen vrij hebben om te groeien zoals wij dat willen, met veel partners.’

Ondernemer

Mottrie wil Orsi uitbouwen tot een platform voor de industrie, universiteiten en dokters. Hij vergelijkt het model dat hij voor ogen heeft met dat van de Vlerickschool, hij spreekt over ‘diversificatie’ en over ‘medtech’. Hij klinkt als een ondernemer. ‘Ze zeggen dat ik meer ondernemer ben dan dokter’, zegt hij. ‘Maar dat was nooit het plan, het is vanzelf gegaan. Ik pionierde in de robotchirurgie, dus ik werd over de hele wereld gevraagd om opleidingen te geven. Op een bepaald moment dachten we: waarom komen al die dokters niet gewoon naar hier? Vandaag komt 95 procent van onze bezoekers uit het buitenland.’

Als ik alleen naar mijn vakgebied kijk, kan ik de voordelen van robots voor de patiënt kort samenvatten: minder Viagra, minder luiers, minder bloedverlies.
alex Mottrie
Uroloog

De ambities met Orsi zijn steil, bevestigt hij. Hij reist binnenkort naar Taiwan en Australië en heeft plannen voor de opening van een opleidingscentrum in Melbourne. Er zijn ook contacten voor de oprichting van een satelliet in de Indiase hoofdstad New Delhi. ‘We willen groeien in de hoogte en in de breedte. Maar uiteindelijk is de doelstelling om de geneeskunde te verbeteren. Grote woorden, dat besef ik. Het kan dan ook nog een pak beter. In de chirurgie, en in de geneeskunde in het algemeen.’

Ondanks de enorme kostprijs - een toestel kost snel 2 miljoen euro - zijn robots niet meer weg te denken uit de medische wereld. De farmagigant Johnson & Johnson (J&J) kocht net voor 3 miljard euro het bedrijf dat een robot heeft ontwikkeld om longtumoren te verwijderen. Google werkt samen met J&J aan een eigen robot, Verb, die volgend jaar het licht moet zien. De grootste speler in chirurgische robotica, het Amerikaanse Intuitive, is vandaag 55 miljard euro waard, drie keer zoveel als drie jaar geleden. Het gaat hard in de robotchirurgie.

Besparen

Mottrie onderhoudt nauwe contacten met alle wereldspelers. Denkt hij dat een ziekenhuis nog mee kan zonder robot? ‘Er zijn studies die aantonen dat het inzetten van een robot op micro-economisch niveau verlieslatend is, omdat het ziekenhuis niet voor die grote investering wordt gefinancierd. Maar globaal levert het de gezondheidszorg wel een besparing op. Als ik alleen naar mijn vakgebied kijk, kan ik de voordelen voor de patiënt kort samenvatten: minder Viagra, minder luiers, minder bloedverlies.’

Hij somt wat cijfers op. ‘In de VS kost chirurgie 170 miljard dollar per jaar. Daarvan gaat 41 miljard naar patiënten die na hun ingreep opnieuw moeten worden opgenomen, meer dan de helft vanwege complicaties. Stel dat je die complicaties met 50 procent kan terugdringen, dan betekent dat een besparing van 10 miljard dollar per jaar. Dat is toch ongelooflijk? Orsi heeft de ambitie om die rol te vervullen in Europa.’

Mottrie neemt nog een sneetje brood en snijdt een stuk kaas af. Maar hij is te goed op dreef om te eten. ‘De chirurgie belandt met de robot in een volgend tijdperk. In de urologie is het al gebeurd. Maar dat wordt nu algemeen: voor gynaecologie, voor ingrepen aan de buik, voor nier- en blaastumoren, reconstructieve ingrepen. Men zegt wel eens dat ziekenhuizen te veel robots hebben, maar binnenkort zitten we met een tekort. Dit is in elk geval het uitgelezen moment om de opleiding te verbeteren. Want zoals het er nu aan toe gaat, dat is niet langer verantwoord.’

©Wouter Van Vooren

Vandaag staan jonge chirurgen naast een ervaren collega in de operatiekamer en mogen ze na wat toekijken ook eens proberen. ‘Nattevingerwerk’, vindt Mottrie. ‘Pas op, ik heb het ook zo geleerd. Maar een mens is geen goed oefenobject. Je zal maar de eerste zijn op wie wordt geoefend. Bovendien duurt een operatie een uur langer als ik ook nog uitleg moet geven aan iemand die in opleiding is. Een minuut opereren kost ongeveer 20 euro, dan spreken we toch al snel over 1.000 euro extra kosten voor de gezondheidszorg. De opleiding moet van de operatiekamer naar het labo, waar wordt geoefend met simulaties, op dieren en op kadavers. Dat is goedkoper, ethischer, beter.’

Feedback van robots

Vandaag is het nog de chirurg die aan de knoppen zit. Maar binnenkort neemt het toestel de leiding, voorspelt Mottrie. ‘Als je iemand voor prostaatkanker opereert, zal de robot live informatie geven: ‘Op die plek rechts aan de basis van de prostaat heb je 27 procent kans dat de tumor 2 millimeter door het kapsel is gegroeid ’ Daar kan je als chirurg mee aan de slag. Jij neemt de beslissingen.’

Dankzij de robots zullen we eindelijk weten wie beter of minder dan gemiddeld presteert in de operatiekamer.

De robot leert ook bij. ‘Hij weet hoe breed ik met mijn armen zwaai, hoe vaak de instrumenten elkaar raken, hoelang de ingreep duurt. Allemaal indicaties over hoe goed ik het doe. De robot weet ook hoe de andere chirurgen het doen. Na een tijdje zal ik feedback krijgen: dat ik te veel patiënten heb die na de ingreep incontinent zijn, dat ik het minder goed doe dan gemiddeld, dat het tijd is voor bijscholing. Big brother is watching you, in de operatiekamer. Maar dat vind ik goed. Eindelijk zullen we weten wie beter en minder dan gemiddeld presteert. Vandaag zijn die gegevens niet publiek, maar ik geloof niet dat dat nog lang houdbaar is.’

Hoe verenigt hij die drang naar innovatie met de gevoeligheid rond privacy, zeker als het over onze intiemste data gaat? ‘Dat wordt een moeilijke oefening voor wetgevers: wat kunnen, moeten en mogen we met die data? Maar de privacy zoals wij ze hebben gekend, is volgens mij voor altijd weg.’

Bureaucratie

Hij waarschuwt wel voor wat hij Angelsaksische bureaucratie noemt. ‘Neem die GDPR-wetgeving op databescherming. Dat is toch pure bureaucratie? De meerkosten van al die regelgeving in de gezondheidszorg zijn ongelooflijk. Het middenkader en de directies in ziekenhuizen groeien exponentieel. Dat vreet aan het geld dat nodig is om voor patiënten te zorgen. Een zekere controle is goed. Maar de mate waarin het nu gebeurt, is absurd.’

Hij wil één voorbeeld geven. Maar hij kent er wel honderd, zegt hij. ‘Als bij ons op de dienst een patiënt medicatie nodig heeft, mag ik dat niet telefonisch doorgeven. Ik moet een handtekening gaan zetten. Voor elk pilletje moet iets van mij op papier staan. Ik werk nochtans met gediplomeerde verpleegkundigen, mensen met kennis van zaken. Maar mijn handtekening dus. Als dokter ben en blijf ik de eindverantwoordelijke, akkoord. Maar ik vertrouw mijn mensen en wil ze ook vrijheid geven. Er is steeds minder ruimte voor eigen denkwerk, voor gezond verstand. Maar zo knijp je ook elke kans op innovatie kapot.’

Als bij ons op de dienst een patiënt medicatie nodig heeft, mag ik dat niet telefonisch doorgeven. Ik moet een handtekening gaan zetten.
Alex Mottrie

De boterham is op, de koffiepot leeg. Of hij wel eens iets anders doet dan werken, vragen we. ‘Ik ben benieuwd naar het antwoord’, zegt zijn vrouw.

Bekend is dat Mottrie wel eens afzakt naar Aalst Carnaval, één keer ook als ‘voil jeanet’. ‘Voor een West-Vlaming is zo’n verkleedpartij niet vanzelfsprekend. Maar met wat pintjes op gaat het al wat beter. Ik was zo goed verkleed dat mijn eigen dochter me niet herkende. Die avond heeft me wel twee teennagels gekost, omdat ik door mijn goedkope schoenen met hakken ben gegaan. Dus ja, ik ga zeker wel eens graag uit.’

Zijn vrouw kijkt bedenkelijk. ‘We gaan toch af en toe naar de zee?’, werpt Mottrie op. ‘Of ik speel wel eens golf. En ik reis ook graag. (lacht) Maar goed, het is toch vooral werken.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud