‘Argenx het nieuwe Ablynx? Toch niet'

Argenx-CEO Tim Van Hauwermeiren wil ARGX 113, een medicijn tegen een zelfzame spierziekte, zo snel mogelijk naar de markt brengen. ©Wouter Van Vooren

Argenx krijgt 2,5 miljoen euro van het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Ook Wall Street staat te drummen om te investeren in het Gentse biotechbedrijf, waar een eerste medicijn in zicht is. 'Het is allemaal wat sneller gegaan dan verwacht.'

Het kankeronderzoek van Argenx  krijgt een duwtje in de rug van het Agentschap Innoveren en Ondernemen (VLAIO), dat een subsidie van 2,5 miljoen euro toekent. Het is de zoveelste meevaller voor het biotechbedrijf, dat in 2008 begon met medicijnen te ontwikkelen op basis van moleculen afkomstig van lama’s. Net zoals Ablynx . De stichters zijn ook ex-Ablynx-mensen. En toch is Argenx Ablynx niet.

CEO Tim Van Hauwermeiren ontvangt ons na de conferencecall over de resultaten van 2017. Hij is nog wat overrompeld door de stroom vragen van Amerikaanse analisten en investeerders. Argenx kreeg vorig jaar een notering op Nasdaq, waardoor de Amerikanen staan te popelen om meer te weten te komen over het kleine Argenx uit Belgium. ‘Maar liefst negentig mensen luisterden mee naar de call. Bij mijn eerste conferencecall na onze notering op Euronext, in 2014, waren dat er exact zeven. We spelen nu echt op een ander niveau.’

Argenx, met 95 werknemers, is in 2008 opgestart door ex-werknemers van Ablynx. Het biotechbedrijf trok in 2014 naar de beurs van Brussel en vorig jaar ook naar Nasdaq. Hierdoor zit het op een berg cash van 360 miljoen euro en hoopt het zijn eerste geneesmiddel tegen 2020 of 2021 naar de markt te kunnen brengen. Een geneesmiddel tegen de zeldzame spierziekte myasthenia gravis.

Argenx zit sinds de beursgang in New York, in april vorig jaar, op een berg cash van 360 miljoen euro, terwijl het bij de start in 2008 nog moeite had om kapitaal bijeen te sprokkelen. ‘Toen ik in 1995 afstudeerde, zaten in het Technologiepark in Gent alleen maar konijnen. Nu werkt daar 700 man in de grootste biotechcluster van België. Allemaal jobs met een grote toegevoegde waarde. In mijn pitch naar beleggers vertel ik altijd het volgende: zoek je een sector waarin Vlaanderen sterk is? Een sector waarin uw kinderen en kleinkinderen kunnen werken? Een sector met een grote maatschappelijke impact? Wel, dat is biotech’, zegt Van Hauwermeiren.

De boodschap slaat aan. De beurskoers van het biotechbedrijf is in een jaar tijd verviervoudigd. Tegenover het begin van de notering op de beurs van Brussel ging die zelfs maal acht.

Argenx is in minder dan een jaar een versnelling hoger geschakeld.

Tim Van Hauwermeiren: ‘Als alles loopt zoals we het wensen, kan Argenx een eerste product tegende zeldzame spierziekte myasthenia gravis of MG lanceren in 2020-2021. Alleen in de States zijn er 70.000 patiënten. In Europa denken we dat het er ongeveer evenveel zijn, in Japan zijn er zo’n 20.000. Dat is 160.000 in het totaal. Minstens.’

‘55.000 patiënten zijn zo ernstig ziek dat ze het medicijn ARGX 113 dringend nodig hebben. Die patiënten alleen al zijn voldoende voor ons om economisch leefbaar te zijn. We hebben rolmodellen, die al eerder met weinig patiënten een bedrijf hebben opgebouwd. Regeneron bijvoorbeeld is een biotechbedrijf met een marktkapitalisatie van 70 of 80 miljard dollar. Zijn eerste product was super orphan (orphan wijst op weesziekte, of zeldzame ziekte, red.). Er waren misschien tien of twintig patiënten die het kon behandelen. Dus het kan. Zeker weten.’

Wordt Argenx het nieuwe Ablynx?

Van Hauwermeiren: ‘Toch niet. We zijn anders. De eerste generatie van Vlaamse biotechbedrijven werd verkocht voor hun technologie. De tweede generatie heeft zijn producten zelf ontwikkeld, maar zocht een partner in de farma-industrie. Nu komt de generatie op die de ambitie en de mogelijk heeft een eigen product naar de markt te brengen, waardoor ze eigen, recurrente inkomsten krijgen en een duurzaam bedrijf worden.’

Thrombogenics   heeft op dat punt gestaan, maar het was commercieel een flop. Ablynx is nu weg, verkocht aan Sanofi, maar het was goed op weg. Galapagos  maakt zich klaar. Meer en meer bedrijven zullen het proberen. Op dat moment zal er ook een klik komen in de hoofden van de investeerders. Nu is er veel scepticisme. Biotech wordt als een loterij gezien. Volledig onterecht.’

Hoezo onterecht?

Van Hauwermeiren: ’Wat er ons bij Argenx overkomt, is het resultaat van jaren hard werk. En van een degelijk businessplan. Als een biotechbedrijf positieve resultaten aflevert voor een fase II, dan volgt een waardesprong. Logisch. En Nasdaq stond ook in de sterren geschreven. Dit was geen gok. We hadden een dubbele notering nodig om onze plannen te financieren. Euronext én Nasdaq. Het is alleen allemaal wat sneller gegaan dan gedacht.’

Zeldzame ziektes

Hoe veilig zit Argenx dan?

160.000 patiënten
Myasthenia gravis
'Als alles loopt zoals we het wensen zal Argenx een eerste product tegen myasthenia gravis, een zeldzame spierziekte, kunnen lanceren in 2020-2021. Alleen in de States zijn er een 70.000 patiënten. In Europa denken we dat het er ongeveer evenveel zijn. In Japan zijn er zo'n 20.000. Van die 160.000 zijn er 55.000 zo ernstig ziek dat ze ons medicijn, Argenx 113 dringend, nodig hebben.'

Van Hauwermeiren: 'We volgen het businessmodel van zeldzame ziektes, waar de medische nood zeer sterk is. Acute leukemie bijvoorbeeld is een zeldzame ziekte. Er zijn 25.000 patiënten in de Verenigde Staten. Dat is niet veel, maar net daarom kunnen we ons hierin onderscheiden. Omdat we dit alleen aankunnen. We hoeven niet te worden opgepikt door big pharma. We hebben niemand nodig om een fase III te doen, we hebben niemand nodig voor de registratie van het geneesmiddel en ook niemand voor de commercialisering. Het is niet zoals bij reuma, waar je duizenden patiënten moet testen. Omdat het kleinschalig is, kunnen we het financieel allemaal zelf trekken.’

In welk onderzoek gelooft u het meest?

Van Hauwermeiren: (lacht) ‘Ik maak mijn beslissingen op basis van data, niet op basis van emoties. Moge de beste winnen! Ik ben daar heel rationeel in. Argenx focuste vijf jaar geleden eerder op kanker. Dat doen we nu nog, maar ons product ARGX 113, tegen MG, heeft ARGX 110, tegen kanker, voorbijgestoken. Omdat het de sterkste molecule is in onze portefeuille. We hebben vorig jaar gezien dat we spectaculaire resultaten halen met ons middel tegen MG. Dat was bijzonder spannend, onze grootste en mooiste verrassing van het voorbije jaar. Dit is wat onze wetenschappers een kick geeft, wat ons motiveert.’

En wat mogen we binnenkort nog verwachten? Waarop zit u ongeduldig te wachten?

Van Hauwermeiren: ‘De start van fase III voor ARGX 113, mét patiënten, is ontzettend belangrijk. Dat is voor het einde van het jaar. We hebben een videoboodschap waarin een dame, een MG-patiënte, zich richt tot ons bedrijf. We zitten te wachten, zegt ze. We hebben het geneesmiddel nu nodig. We willen dus zo snel mogelijk aan fase III beginnen, dat onderzoek uitvoeren en het product naar de finishlijn brengen, want het is van levensbelang.’

U verblijft zes maanden in Boston, waar u een kantoor opent. Daarna gaat u één week per maand in de VS verblijven. Krijgt Argenx een Amerikaanse stempel?

Van Hauwermeiren: ‘80 procent van onze aandeelhouders zit in de States. Zij financieren dit bedrijf, of we dat nu leuk vinden of niet.’

En vindt u dat leuk?

Van Hauwermeiren: ‘Die Amerikaanse aandeelhouders zijn essentieel voor onze groei en daar is niets mis mee. Het is ook onze eerste markt voor onze medicijnen. 70 procent van de wereldmarkt in medicijnen zit in de VS. En dus moeten we daar ook aanwezig zijn. De VS moeten onze eerste prioriteit zijn.’

Wordt Boston groter dan Gent?

Van Hauwermeiren: ‘We willen niet in een discours terechtkomen van Gent versus Boston. De sprong die we moeten maken is van Gent naar wereldwijd. Dat moet de mentaliteit zijn. Ook Japan komt ook in het vizier.’

Wat vinden de Amerikaanse investeringsfondsen van het kleine Argenx, made in Belgium?

Van Hauwermeiren: ‘Ze geloven in ons. Die mensen hebben ons minstens vijf keer gezien voor ze een eerste investering deden. Dat proces is heel intensief. Heel wetenschappelijk ook. Ze draaien elke steen in het bedrijf meerdere keren om, voor ze investeren. Het is dus een werk van lange adem. Voor we aan de roadshows zijn begonnen voor onze Nasdaq-listing hadden we al 440 meetings met Amerikaanse investeerders achter de rug. Tijdens de roadshow hebben we er daar nog eens 200 bovenop gedaan.’

‘Maar als ze eenmaal aan boord zijn, blijven ze investeren. De mensen die deelnamen aan onze private placement, nog voor de beursgang, hebben ook meegedaan aan de beursgang en aan de volgende kapitaalronde. Het zijn mensen die een bedrijf willen bouwen. Wall Street heeft de naam van snel geld, en dat type fondsen zit daar natuurlijk ook, maar niet in een bedrijf zoals Argenx.’

Wat willen ze zoal weten?

Een meeting met een Amerikaans investeringsfonds voelt aan als een mondeling examen. Ze doen hun computer open en stellen vragen. En ze willen echt alles weten.
Tim Van Hauwermeiren
CEO Argenx

Van Hauwermeiren: ‘Alles. Hoe gaat het businessplan vooruit? Hoe zijn de data van de studies? Wat vertellen die? Wat is de competitie aan het doen? Hoe wegen hun data? Hoe ligt het speelveld? Wat kunnen we verwachten? Een meeting voelt aan als een mondeling examen. Ze doen hun computer open en stellen vragen. Ze zijn heel belezen, ook wetenschappelijk, en gaan niets uit de weg.’

‘In het begin is het een monoloog, en krijg je meer vragen dan antwoorden, maar na verloop van tijd wordt het een dialoog. Zodra ze hebben geïnvesteerd, komen de suggesties: heb je die resultaten gezien? Praat eens met die arts.’

Zijn er al Amerikaanse fondsen die enkel kwamen voor het snelle gewin opnieuw vertrokken?

Van Hauwermeiren: ‘Bijna niemand. Het zijn blijvers. We selecteren daar ook op. Neem de opvolgfinanciering in december, na de Nasdaq-notering. We hadden een financiering in gedachten van 100 miljoen dollar. Wel, er zat voor bijna 1 miljard dollar vraag in het boek. Dus konden we kiezen. Dan selecteer je langetermijninvesteerders die niet weglopen bij de eerste tegenslag. Onze investeerders moeten net bijkopen bij de eerste tegenslag.’

Ook de bekende Nederlandse biotechinvesteerder Aat van Herk is een grote aandeelhouder. Hing hij ook aan de telefoon na de publicatie van de resultaten?

Van Hauwermeiren: ‘Nee. Europese investeerders zijn anders. Hij is hier een keer op bezoek geweest in de aanloop naar zijn investering, maar sindsdien horen we hem bijna niet meer.’

‘Ik heb veel respect voor die man, want hij investeert zijn eigen fortuin. Hij kiest voor de toekomst in de plaats van te rentenieren. Hoedje af. We hebben trouwens niet één Aat van Herk nodig, maar tien! Er is enorm veel geld hier van industriëlen die aan hun bedrijf hebben verdiend. Die zouden veel meer naar de economie van de toekomst geld moeten laten stromen. Naar biotech dus.’

Argenx versus Ablynx

En wat met de kleine beleggers, de Belgen? Spelen die nog mee?

Van Hauwermeiren: ‘We hebben amper retailbeleggers. Het is een klein percentage, allicht rond 5 procent, maar het zijn wel de mensen die iedere dag verantwoordelijk zijn voor de handel op Euronext. Daarom zijn ze wel belangrijk.’

‘Retailbeleggers vragen ons geregeld wat het verschil is tussen Ablynx en Argenx. We zijn beide gestart vanuit de lama, onze oprichters zijn ex-Ablynx-mensen, dus hoe zit dat? Dat klopt allemaal, maar daar stopt het ook. Wij bouwen andere moleculen dan Ablynx, het is een andere technologie, we werken in verschillende ziektedomeinen. Wij zijn altijd gegaan voor de zeldzame ziektes, terwijl Ablynx ging voor de grote indicaties, zoals reuma, osteoporose en RSV.’

Dus u ziet Ablynx niet als een concurrent?

Van Hauwermeiren: 'Nee. Enkel de lokale perceptie vergelijkt ons met elkaar.'

In de jaarresultaten staan 80 octrooien en meer dan 100 hangende. Waarom vermeldt u dat?

Van Hauwermeiren: ‘In een sector die zo kapitaalintensief is, moet je de investering voldoende beschermen, zodat er een drempel is voor anderen. Octrooibureaus in Londen en Boston doen dat voor ons wereldwijd. Sterke octrooien maken een copycat moeilijk. Onze ARGX 110-aanvragen zijn ingediend in 2010 en de eerste octrooien zijn toegekend dit jaar. Er was dus acht jaar nodig om die goedgekeurd te krijgen. Onze octrooiportefeuille is superbelangrijk. We investeren jaarlijks minimaal 1 miljoen euro in de bescherming van onze intellectueel eigendom en die kosten zullen nog spectaculair toenemen.'

Ik heb me al afgevraagd hoe lang ik hier nog kan blijven. Op het moment dat je een beperkende factor wordt voor een bedrijf moet je het verstand hebben om aan de kant te gaan. En de stok door te geven. Ik denk niet dat we al op dat punt zijn gekomen.
Tim Van Hauwermeiren
CEO Argenx

U heeft Argenx opgericht in 2008, net na de val van de zakenbank Lehman Brothers. Het was toen moeilijk om geld te vinden. Nu liggen de kaarten volledig anders. Hoever denkt u nog mee te gaan in dit bedrijf? Is het uw droom een medicijn op de markt te brengen? U bent eerder ondernemer dan wetenschapper…

Van Hauwermeiren: ‘Ik heb me ook al afgevraagd hoelang ik hier nog kan blijven. Op het moment dat je een beperkende factor wordt moet je het verstand hebben de stok door te geven. Op dat punt zijn we nog niet gekomen. Ik denk dat ik nog kan trekken.’

Wat bedoelt u met een beperkende factor?

Van Hauwermeiren: ‘We zitten in een complexe omgeving die heel snel evolueert. We moeten snel kunnen schakelen. We moeten dus een team hebben met mensen die vlug leren, die nieuwsgierig zijn en voldoende passie hebben om te volgen. Niemand in het senior management van dit bedrijf heeft ooit gedaan wat dat we nu aan het doen zijn. Ik heb nog nooit een product gecommercialiseerd in mijn leven. Ik weet dus eerlijk gezegd niet hoelang ik zal kunnen volgen.’

Zal het dan toch eindigen zoals Ablynx, met een verkoop?

Van Hauwermeiren: 'Nee, want er is niets verkeerds mee om iemand aan boord te halen die de volgende rit, van registratie tot commercialisatie, zal begeleiden. We rekruteren nu de nodige mensen die het bedrijf zullen optillen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud