Advertentie
Advertentie

Biologische tatoeages geven gezicht aan kankeronderzoek

Een model voor een 3D-masker, dat later wordt gevuld met menselijke cellen. ©Kuang-Yi Ku

Kankeronderzoeker Jean-Christophe Marine kleurt in zijn labo in Leuven huidcellen om er artistieke maskers mee te maken. ‘Dat klinkt zot. Maar zo’n biologische tatoeage spreekt meer aan dan een technische paper.’

Jean-Christophe Marine (52) legt een witte 3D-print van een gezicht op tafel. Het oppervlak is een soort honingraat, met kleine vakjes die nog kunnen worden gevuld. In enkele zijn bruine vlekjes te zien. ‘Dat zijn cellen. Dode cellen intussen, maar wel echte cellen’, zegt Marine. Ze zijn met een nieuwe techniek uit het kankeronderzoek geactiveerd om pigmentatie aan te maken.

Marine doet al jaren baanbrekend onderzoek naar huidkanker en leidt aan de KU Leuven een eigen labo van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB). ‘Als de huid aan de zon wordt blootgesteld, gebeuren twee dingen’, legt hij uit. ‘De huid wordt bruin, dat wil zeggen dat cellen pigment aanmaken om zich te beschermen. Maar tegelijk beschadigen de zonnestralen ook die cellen. Als die schade te groot wordt, bestaat het risico dat het kankercellen worden. Wetenschappers zijn al langer bezig om dit proces te sturen. Dat betekent dat we manieren zoeken om pigmentatie te veroorzaken zonder de cellen bloot te stellen aan de zon. Zodat we beschermd worden zonder beschadiging.’

Een medische vorm van bruinen zonder zon dus. ‘Daar zijn intussen een paar technieken voor gevonden, weliswaar nog niet gecommercialiseerd, en één daarvan hebben we hier toegepast.’

Profiel

Jean Christophe Marine (52) studeerde biochemie in Bergen en Luik en doctoreerde als moleculair bioloog. Na enkele jaren in de VS en Italië startte hij in 2004 in Gent een labo in het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB). In 2009 verhuisde hij met zijn team naar Leuven, waar hij ook professor werd aan de KU Leuven.

Sinds 2017 is hij directeur van het Centrum voor Kankeronderzoek van het VIB. Marine doet vooral onderzoek naar huidkanker. Zijn werk ligt mee aan de basis van het jonge biotechbedrijf Flamingo Therapeutics, dat deze week in het nieuws kwam met een belangrijke alliantie met het Californische Ionis.

Testcase

Het idee is dat het masker volledig gevuld raakt, met donkerdere en blekere cellen, volgens een bepaald patroon. Een ‘biologische tatoeage’, noemt Marine het. Niet zijn idee, maar dat van de Taiwanese kunstenaar Kuang-Yi Ku, met wie Marine samenwerkt aan dit project. ‘Ku zinspeelt op de kracht van de biologie, maar hij koppelt eraan hoe we nadenken over huidskleur. Dat is interessant.’

Ku, een dertiger en tandarts van opleiding, vestigde zich in 2016 als kunstenaar in Eindhoven. Marine kwam in contact met hem via Studiotopia, een Europees residentieprogramma dat wetenschappers en kunstenaars samenbrengt. Het kunstencentrum Bozar en het Brusselse platform Gluon coördineren dat programma en nodigden iets meer dan een jaar geleden het VIB uit om deel te nemen.

Hoe meer we naar de gepersonaliseerde geneeskunde opschuiven, hoe belangrijker communicatie wordt.
Jean-Christophe Marine
Kankeronderzoeker

‘Het is voor ons een boeiende testcase’, zegt Sofie Bekaert, coördinator van het Grand Challenges-programma bij het VIB. ‘We zijn al langer met de maatschappelijke impact van ons onderzoek bezig. Daarbij zoeken we onder meer nieuwe manieren om uit te leggen wat we doen. Samenwerken met kunstenaars leek ons interessant, omdat zij een totaal andere taal spreken.’

’We kennen geen andere wetenschappelijke instelling in Vlaanderen die op dit moment zoiets doet. In het buitenland wel. De Nederlandse professor Raoul Frese, een fysicus die vooral op zonnepanelen werkt, heeft zelfs een opleiding opgezet aan de Universiteit van Amsterdam waar hij ingenieurs, designers en artiesten bijeenbrengt.’

Marine stapte uiteindelijk in twee Studiotopia-trajecten. Naast de pigmentmaskers van Ku is dat een project met de Franse kunstenares Sandra Lorenzi, dat dit weekend op de affiche van het internationale festival voor mediakunst Ars Electronica staat. ‘Dat project is iets totaal anders. Sandra kijkt meer naar het confronterende proces waarin ‘goede’ cellen plots kankercellen kunnen worden’, zegt Marine.

Volgende week installeert Lorenzi zich in de labo’s van Marine in Leuven om er een film te maken. ‘Voor ons onderzoek maken wij soms een kweek van stukjes tumorweefsel van patiënten, om tests op te doen. Dat is een vrij abstract proces. Wij staan in het labo ver van de patiënt, en omgekeerd weet de patiënt amper wat in het labo gebeurt. Sandra’s idee is om enkele gekweekte tumoren te tonen aan patiënten. Laten zien hoe ze groeien, zich gedragen, op behandelingen reageren. Dat kan heftig zijn, omdat het niet gaat om een vreemde vijand, maar om een stukje van je eigen lichaam dat je aanvalt.’

3D-print van een gezicht. ©rv

De juiste toon

‘De samenwerking met kunstenaars opent een ander perspectief op wat we doen. En dat is interessant’, zegt Marine. ‘Mijn motivatie is: impact hebben. Dat krijg je door resultaten te boeken, natuurlijk. Maar ook de menselijke impact telt. In labo’s werken we met muizen. Maar hoe meer we naar de gepersonaliseerde geneeskunde opschuiven, hoe meer we ook opschuiven naar patiënten. En dan wordt communicatie belangrijker. Om te verantwoorden waarom we een stukje van hen nodig hebben, om onze budgetten en de relevantie te verantwoorden.’

Met wetenschappelijke publicaties blijven ze te veel in een ivoren toren zitten, bleek vorige maand nog. ‘We hadden met ons team een doorbraak, volgens mij een van onze belangrijkste tot nu toe. Bij huidkanker zien we namelijk dat een behandeling spectaculaire resultaten kan hebben, maar dat er soms een klein deeltje van de kankercellen overblijft dat resistentie opbouwt tegen de medicatie en na een tijd heel agressief kan terugkeren. We zijn er bij muizen in geslaagd te voorspellen welk mechanisme kankercellen gebruiken om die resistentie op te bouwen. En bij twee derde van die mechanismen slagen we er zelfs in de heropflakkering voor aanzienlijke tijd uit te stellen.’

‘We hebben die studie gepubliceerd en een persbericht uitgestuurd, maar dat is nergens opgepikt. Omdat het complex is om uit te leggen, we moeten daar eerlijk over zijn. Het idee van biologische tatoeages klinkt dan misschien zot, het is iets waarbij mensen zich makkelijker iets kunnen voorstellen. Hetzelfde geldt voor een kamer met tumoren. Dat is direct heel confronterend en heel visueel. Het wekt meer gevoel op. Daarom houdt het steek om ook die kant van het verhaal te tonen.’

De juiste toon en taal vinden is steeds meer cruciaal, gelooft Marine. ‘In de communicatie met het publiek. Maar ook onder wetenschappers, omdat we steeds meer multidisciplinair werken. Toen wij biologen met de computerwetenschappers van hiernaast wilden samenwerken, begrepen we elkaar niet. Dat deden we pas toen we iemand hebben aangenomen die zowel biologie als IT had gestudeerd en de brug kon slaan.’

De vraag is of de Studiotopia-projecten verder geraken dan een cultuurminnend nichepubliek. Ze spreken bezwaarlijk de man en vrouw in de straat aan. ‘Dat beseffen we’, zegt Bekaert. ‘Dit is ook maar één manier om onze wetenschapscommunicatie anders aan te pakken. Uiteraard zoeken we nog andere. Dat is niet evident, vaak blijf je steken in een niche. Maar het inspireert, en dat is een boeiende stap.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud