Coucke en Perrigo kruisen degens vanaf eind oktober

Marc Coucke verkocht Omega Pharma ruim vijf jaar geleden aan Perrigo. ©BELGA

Het begin van de arbitragezaak over de verkoop van Omega Pharma aan Perrigo is voor eind oktober gepland. Als de coronacrisis niet opnieuw roet in het eten gooit.

De strijd tussen Marc Coucke, Waterland en Perrigo moest eind maart losbarsten voor de arbitragerechtbank Cepani. Maar de coronacrisis verhinderde dat.

In maart werd duidelijk dat de zaak naar de herfst zou worden verschoven. De nieuwe kalender voorziet dat de debatten eind oktober beginnen, vernam De Tijd. De pleidooien moeten vier à zes weken duren. Een definitieve beslissing valt ten vroegste volgend jaar.

De zaak draait rond de verkoop van Omega Pharma aan Perrigo begin 2015 voor 3,8 miljard euro. De verkopers waren Coucke en een financieel consortium onder leiding van Waterland.

Perrigo voelde zich na de overname bedrogen. Het beschuldigt Coucke en Waterland ervan op frauduleuze manier de financiën van Omega Pharma mooier te hebben voorgesteld om een hogere verkoopprijs te bedingen. Dat gebeurde volgens Perrigo door kunstmatige omzet te creëren en door de schuldpositie te sturen. Coucke en Waterland ontkennen dat ze Perrigo hebben misleid.

De farmareus keerde zich met een claim van 1,9 miljard euro bij Cepani (voluit het Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie) tegen het verkopersduo. Coucke diende een tegenclaim in, Waterland niet.

Het college van arbiters bestaat uit drie leden: Jan Meyers, Johan Verbist en Jean-Pierre Fierens (voorzitter). De arbiters proberen een consensus te bereiken. Als dat niet lukt, heeft de voorzitter een doorslaggevende stem. Er is geen beroep mogelijk.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud