interview

'Ik sla onderhandelaars wel eens met verstomming'

Marianne De Backer, de dealmaker van Bayer. 'Mijn netwerk is mijn waardevolste bezit. Ik heb het bijgehouden: vorig jaar ging ik 284 keer koffie drinken met een contact.' ©Markus Altmann

Van haar ouders mocht Marianne De Backer bijna niet verder studeren, maar eigenwijs knokte ze zich tot de top van de farmawereld. De Vlaamse powerwoman uit Silicon Valley moet van Bayer een modern biotechbedrijf maken. Tegelijk blijft ze strijden tegen de achtergestelde positie van vrouwen in de bedrijfswereld.

Het is vrijdagavond iets na 17 uur en de 5.000 werknemers op de hoofdzetel van de farmapoot van Bayer in Berlijn zijn nagenoeg allen het weekend ingestroomd. Terwijl we in de statige lobby van het wat ouderwetse gebouw zitten te wachten, zien we ook CEO Stefan Oelrich met aktentas onder de arm de deur uitstappen.

Zijn laatste vergadering van de week was er een met Marianne De Backer, die vijf minuten later met een energieke glimlach de lift komt uitgestapt. Ze is sinds september officieel toegetreden tot het directiecomité van de farmareus als head of business development en licensing. ‘Zeg maar de dealmaker van Bayer: ik ben verantwoordelijk voor de externe groeistrategie en volg dus ook alle innovaties en mogelijke allianties in de hele sector op.’

Tot september nam ze die rol op zich voor Johnson & Johnson. Vanuit Silicon Valley, waar ze een enorme reputatie opbouwde als een van de grootste netwerkers en dealmakers in de sector. Ze sloot voor het Amerikaanse bedrijf meer dan tweehonderd deals, goed voor een waarde van meerdere miljarden dollars. Het leverde haar een plaats op in de Women of Influence-lijst van de Silicon Valley Business Journal. Ze werd ook verkozen tot een van de honderd meest inspirerende mensen in de farmasector.

Als vrouw in de zaken­wereld word je dikwijls ­onderschat. Maar intussen speel ik dat uit als een troef tijdens onderhandelingen.

Sinds ze in september de overstap maakte naar Bayer pendelt ze tussen de Bay Area en Berlijn. Nu verhuist ze naar de Duitse hoofdstad om Bayer klaar te maken voor de revolutie die er in de gezondheidssector zit aan te komen. ‘De snelheid van innovatie is ongezien’, vertelt ze nadat we plaatsgenomen hebben in een vergaderzaal. ‘Elke dag lees je over nieuwe technologieën met een enorm potentieel. Bovendien geraken de farmasector en de techwereld steeds meer verweven. Bayer heeft ingezien dat je dat niet alleen meer kan, en dat je die technologie moet binnenhalen via overnames en partnerships. De competitie is keihard. It’s a seller’s market. Als je daar niet snel en wendbaar op inspeelt, happen je concurrenten de mooie prooien voor je neus weg.’

Het feit dat Bayer een persbericht uitstuurde over haar overstap naar het bedrijf en dat ze als lid van het directiecomité rechtstreeks rapporteert aan de CEO zegt veel over de koerswijziging die zich opdringt bij het bedrijf. ‘Dat ik lid geworden ben van het directiecomité is ook een belangrijk signaal naar de buitenwereld: we moeten nog meer op zoek gaan naar innovatie van buitenaf, waaronder digitale gezondheidszorg. En dan we spreken niet alleen over digitale technologie voor preventie en monitoring, maar ook over digitale therapieën: apps als ‘drugs’, zoals we in het Engels zeggen.’

Hoe kan een app een medicijn worden?

Marianne De Backer: ‘Een goed voorbeeld is de app die Pear Therapeutics heeft ontwikkeld om je gedrag te veranderen in de strijd tegen verslavingen. Dat is echt een geneesmiddel: de overheid moet het goedkeuren en je kan het enkel op voorschrift krijgen. Uit klinische tests bleek dat wie de app gebruikte, significant minder verslavingsgedrag vertoonde.’

Volgens analisten was het hoog tijd dat Bayer daar een versnelling hoger schakelde.

De Backer: ‘In de buitenwereld hadden we nog niet echt een reputatie op technologisch vlak. We moeten veel sneller worden om het spel te winnen. Bij Bayer was een overname vroeger een heel uitvoerig en log proces. Van 23 complexe stappen zijn we geëvolueerd naar drie beslissingsmomenten. Vandaag hebben we net een deal getekend die als eerste volgens dat proces tot stand gekomen is. Tussen het eerste contact en het indienen van het bod zaten 17 dagen. Vroeger zouden dat er 260 geweest zijn.’

Hoe belangrijk is het voor u nog vaak in Silicon Valley te verblijven?

De Backer: ‘Ik ben sowieso 75 procent van mijn tijd op reis. Als je als dealmaker in je bureau blijft zitten, ben je niet goed bezig. Je moet aanwezig zijn in de hotspots van de innovatie. Dat is naast de Bay Area bijvoorbeeld ook Boston.’

We kennen Silicon Valley als hotspot van de techindustrie, maar waarom is de regio ook zo succesvol in biotech?

De Backer: ‘Door de aanwezigheid van kapitaal. Vorig jaar is in de VS 10 miljard dollar risicokapitaal opgehaald voor biofarma, een recordbedrag. De meerderheid daarvan gaat naar Boston en Silicon Valley. Investeerders eisen zelfs vaak dat hun start-ups daar gevestigd zijn. Niet voor niets heb ik altijd vlak bij Sand Hill Road gewerkt, de straat waar veel grote deals gesloten worden. Voor een biotechbedrijf is het zelfs vrij makkelijk daar geld te vinden, zeker als je het vergelijkt met Europa.’

U schijnt een enorme netwerker te zijn.

De Backer: ‘Mijn netwerk is mijn waardevolste bezit. Ik heb het bijgehouden: vorig jaar ging ik 284 keer koffie drinken met een contact. Iemand uitnodigen voor een koffie is iets heel natuurlijks in Silicon Valley: het duurt niet langer dan een half uur, maar je leert hun bedrijf kennen en zij weten vanaf dan wie je bent.’

Wat maakt van iemand een goede netwerker?

De Backer: ‘Het belangrijkste is deel te nemen aan evenementen waarin je je thought leadership kan tonen. Dat zeg ik ook altijd aan de vrouwen van wie ik mentor ben: schrijf je niet zomaar in voor een conferentie, maar let erop dat je er iets te zeggen hebt, dat je op het podium staat. Vrouwen durven dat nog te weinig en hebben vaak een duwtje in de rug nodig.’

Moet u als vrouw nog steeds optornen tegen het old boys’ network?

De Backer: ‘In de VS zijn er nog altijd meer CEO’s met de naam David dan dat er vrouwelijke CEO’s zijn.’

Echt?

Vrouwelijk ­talent is de grootste onaangeboorde grondstof in onze economie.

De Backer: ‘Jawel, volgens The New York Times heette 4,5 procent van de CEO’s in 2018 David, terwijl het aantal vrouwelijke CEO’s slechts 4,1 procent bedroeg. En zo zijn er nog gekke cijfers. Slechts 4 procent van de Amerikaanse mannen is groter dan 1 meter 88, maar bij de CEO’s bedraagt dat cijfer 36 procent. Dat is zo irrationeel: waarom kiezen we nog steeds CEO’s die mannelijk en groot zijn? Dat heeft enkel met vooroordelen te maken.’

Ook de wereld van de start-ups wordt door mannen gedomineerd, terwijl vrouwen toch evenveel kans hebben om met een goed idee op de proppen te komen en er een bedrijf rond te bouwen?

De Backer: ‘Er zijn in de VS meer vrouwen die afstuderen met een doctoraat in de wetenschappen dan mannen, dus aan hun capaciteiten ligt het zeker niet. Ik geloof zelfs dat vrouwelijk talent de grootste onaangeboorde grondstof in onze economie is. Een van de problemen is dat veel vrouwen vastgepind worden in sommige functies en dat ze die zo goed vervullen dat ze er nooit uit geraken. Vaak gaat het om functies in hr, op de juridische dienst of in de communicatieafdeling.’

Die redenering geldt toch niet voor start-ups?

De Backer: ‘In theorie kan iedereen inderdaad een bedrijf beginnen, maar je moet wel het geld bijeenkrijgen. Er is een studie die aantoont dat dezelfde pitch voor een bedrijf die voorgesteld werd door een vrouw 76 procent minder kans had om het risicokapitaal binnen te halen dan wanneer een man het project voorstelde. De grote meerderheid van de investeerders zijn nog altijd blanke mannen, wat een grote handicap betekent voor iedereen die geen blanke man is.’

Bent u tegen het glazen plafond gebotst?

De Backer: ‘Als vrouw in de zakenwereld word je dikwijls onderschat. Als ik een vergaderzaal binnenkom samen met een mannelijke collega gaat men er soms van uit dat ik het hulpje ben en krijg ik weleens een plaats op de tweede rij aangeboden. Maar ondertussen speel ik dat als een troef uit. Als je als onderhandelaar onderschat wordt, is dat een waardevolle startpositie. Op een bepaald moment sla ik de andere onderhandelaars dan met verstomming als blijkt dat ik het ben die het laken naar zich toe trekt. Het nadeel heb ik dus in een voordeel omgebogen.’

‘In de Bay Area heb ik inmiddels mijn reputatie als dealmaker opgebouwd. Maar soms word ik nog benaderd door Belgische ondernemers die me komen vragen of ik iemand in de regio ken die een goede spreker kan zijn op hun event. Dan denk ik: ‘Really?’ Dat raakt me nog altijd.’

Hoe reageert u dan?

De Backer: ‘Ik vraag hen gewoon of ze mij niet willen als spreker. Dan staan ze met hun mond vol tanden. Maar uiteindelijk weiger ik ook dat te doen. Ik wil gewoon het bewustzijn aanwakkeren dat er nog te veel events zijn met enkel mannelijke sprekers.’

Aanvankelijk was u niet gewonnen voor quota in de raden van bestuur. Nu wel?

De Backer: ‘De feiten hebben me van mening doen veranderen. De consultant EY berekende enkele jaren geleden dat het 117 jaar zou duren voor de gelijkheid tussen mannen en vrouwen in het bedrijfsleven een feit is. Dus ja, ik geloof dat quota in raden van bestuur een verandering kunnen teweegbrengen.’

Volstaan die quota? Uit studies blijkt dat de aanwezigheid van vrouwen niet noodzakelijk leidt tot meer vrouwen in directie- of kaderfuncties.

De Backer: ‘Ik vind het nog te vroeg om dat te zeggen. Ik zit in de raad van bestuur van een commercieel bedrijf en twee ngo’s en merk nu al dat de werknemers in die bedrijven contact met me zoeken als rolmodel.’

Een van die ngo’s is de Ecohealth Alliance, die in kaart brengt hoe epidemieën zich verspreiden door over te springen van wilde dieren op mensen, wat net ook de oorzaak is van het coronavirus.

De Backer: ‘Wij gaan telkens op zoek naar het point zero van zulke uitbraken. Voor ebola hebben we gevonden dat het reservoir van het virus uit een vleermuis kwam. En we brengen in kaart hoe we dat kunnen vermijden. Want vaak worden die virussen overgedragen op mensen omdat de twee in contact komen nadat bijvoorbeeld bossen gekapt werden om landbouwgrond te creëren. Je kan echt de link maken tussen onze menselijke activiteit en het uitbreken van zulke virussen.’

Ook bij het coronavirus?

Mijn netwerk is mijn waardevolste bezit. Ik heb het ­bijgehouden: vorig jaar ging ik 284 keer koffie drinken met een ­contact.

De Backer: ‘Zeker: het is door de handel in wilde diersoorten op de markt in Wuhan dat het virus zich kon verspreiden. Die handel is een van de grootste risicofactoren voor het uitbreken van nieuwe infectieziektes. Enkel door die handel in te perken en bewust aan bosbouw te doen, kan je vermijden dat nog andere gevaarlijke virussen de overstap naar de mens maken.’

Moeten we ons voorbereiden op nieuwe, en mogelijk gevaarlijkere, coronavirussen?

De Backer: ‘Daar gaat Ecohealth van uit. We onderzoeken wilde dieren van over de hele wereld en hebben al duizenden virussen gevonden die nog onbekend waren. Heel vaak zitten ze in vleermuizen. We kunnen niet uitsluiten dat ze bij een nieuwe overstap op de mens kunnen leiden tot een gevaarlijker virus dan corona dat zich over de hele planeet verspreidt.’

U hebt jarenlang onderzoek gedaan in de virologie. Vindt u de bezorgdheid die nu heerst terecht?

De Backer: ‘De absolute mortaliteit is op dit moment niet zo hoog als bij griep, waar je in de VS in een jaar tijd soms tot 40.000 doden hebt. Maar het grote gevaar is dat je het virus nog niet kent. Daarom zijn de maatregelen die genomen worden wel adequaat. Ook bij Bayer hebben we alle werknemers vandaag samengebracht om te spreken over de maatregelen die we nemen, zoals het beperken van zakenreizen.’

Ook de farma-industrie zal klappen krijgen?

De Backer: ‘Net als in heel wat sectoren komen veel van onze producten uit China, en die impact kunnen we niet wegdenken.’

Dreigt een tekort aan medicijnen?

De Backer: ‘Op dit moment zeker nog niet. Maar als dit langer aanhoudt, bestaat dat risico wel. Niet specifiek voor Bayer, maar voor de sector in het algemeen.’

Zal dat ons ertoe dwingen ons economisch model te herdenken?

De Backer: ‘Het is in elk geval een wake- upcall. Alle industrieën zien nu wel in dat het heel risicovol is je grondstoffen uit een bepaald deel van de wereld te laten komen. Tegelijk toont de epidemie aan dat te weinig middelen gaan naar de strijd tegen infectieziekten, terwijl die wereldwijd wel de meeste slachtoffers maken. En dat komt natuurlijk omdat die gevallen zich meer voordoen in de ontwikkelingslanden, waar het moeilijk is er een winstgevend model rond te bouwen.’

Dan steekt u de hand in eigen boezem?

De Backer: ‘Toch niet wat Bayer betreft, want wij zijn daar nooit gespecialiseerd in geweest. Ik kijk vooral naar andere bedrijven die wel in virologie actief waren, en dat gebied hebben verlaten omdat ze daar niet meer de meest winstgevende business in zagen.’

U bent een vrouwelijke topper in de farmawereld, maar de weg naar die positie was niet vanzelfsprekend. U hebt uw ouders moeten overtuigen om naar de universiteit te mogen gaan?

De Backer: ‘Ze waren er zelfs ronduit tegen.’

Waarom?

De Backer: ‘Toen ik vijftien of zestien was, viel mijn mond open toen het in de biologieles plots ging over DNA, RNA en de code van het leven. Ik las alles wat ik daarover kon vinden. Na een paar maanden zei de lerares zelfs dat ik haar les mocht overnemen omdat ik zoveel wist over de materie. Ik wist dus meteen wat ik wilde gaan studeren: biochemie. Maar mijn vader en mijn moeder vonden dat geen richting voor een meisje. Het hielp ook niet dat het Centrum voor Leerlingenbegeleiding geadviseerd had talen te studeren, ook al was ik de beste in chemie, biologie en fysica.’

‘Mijn leraars chemie en fysica zijn toen bij me thuis gekomen om mijn ouders te overtuigen dat ik echt getalenteerd was en ze me die kans moesten geven. Uiteindelijk hebben ze toegegeven om me vier jaar, en niet langer, te laten studeren.’

‘Nadat ik mijn ingenieursstudies biochemie afgerond had met grootste onderscheiding wilde ik nog een master in de moleculaire biologie doen aan de VUB, maar toen vonden mijn ouders het welletjes geweest. ‘Die zal dat toch niet gebruiken’, moeten ze gedacht hebben.’

En opnieuw zette u door?

De Backer: ‘Via een toevallige ontmoeting met de bekende Gentse professor Walter Fiers ben ik toen bij Paul Janssen beland. Via hem heb ik een job gevonden als laborant, enorm onder mijn niveau, maar broodnodig om mijn verdere studies te betalen. Terwijl ik voltijds werkte, heb ik in twee jaar mijn master afgewerkt en daarna ook mijn doctoraat en een MBA behaald. Acht jaar van mijn leven heb ik dat gecombineerd met een voltijdse job, terwijl ik in die periode ook zwanger geworden ben. Echt waar: sinds dat moment - voltijds werken, een MBA studeren en een baby opvoeden - lijkt alles gemakkelijk in het leven.’

Hopelijk zijn uw ouders nadien toch heel trots geworden op u?

De Backer: ‘Mijn moeder is intussen overleden, maar mijn vader is vorig jaar op bezoek geweest in Californië. Dat was net toen ik verkozen was tot ‘most influential business woman’ in de Bay Area, ik overal gevraagd werd voor evenementen en mijn overstap naar Bayer de internationale zakenkranten haalde. Toen heeft hij wel gezegd dat mijn moeder en hij in die tijd misschien wel een vergissing gemaakt hadden.’

Maar u hebt het hen nooit kwalijk genomen.

De Backer: (aarzelend) ‘Neen. Ik heb ervoor gekozen mijn eigen weg te gaan, en ben as self-made as they come. En dat is oké.’

Is het dat doorzettingsvermogen dat u hier gebracht heeft?

De Backer: ‘Wellicht. Een van mijn bezorgdheden nu is hoe makkelijk het leven is voor mijn twee tienerzonen. Ik vraag me soms af of zij zonder de hindernissen die ik heb moeten overwinnen wel voldoende gewapend zijn voor de toekomst. Al wens ik niemand de harde weg toe die ik heb moeten bewandelen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud