Advertentie
interview

'Amper 2 procent van alle onderzoek leidt tot medicijnen. Dat kan toch niet?'

©Diego Franssens

In de Verenigde Staten is de Leuvense kankeronderzoeker Peter Carmeliet dit jaar opgenomen in een club waartoe ook Einstein en Darwin behoren. In eigen land dwingt zijn naderende pensioenleeftijd hem tot een verhuizing naar Denemarken. ‘Ik kan mee de valley of death overbruggen.’

Normaal zou Peter Carmeliet (61) begin oktober meereizen met de prinselijke economische missie naar de Verenigde Staten. Hij zou er worden gelauwerd omdat hij dit jaar is opgenomen in de prestigieuze American Academy of Arts Sciences (AAAS). Een zeldzame eer voor een Belg: hij treedt toe tot een selecte club met namen als Albert Einstein, Charles Darwin en meer dan 250 Nobel- en Pulitzerprijswinnaars.

Van een groot deel van ons genoom weten we nog altijd niets. Terwijl daar een enorm potentieel zit voor nieuwe therapieën.
Peter Carmeliet
Kankeronderzoeker

Het toont de internationale renommee van de Leuvense wetenschapper. Carmeliet, verbonden aan het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) en de KU Leuven, pionierde met zijn labo met onderzoek naar angiogenese, de groei van nieuwe bloedvaten. Het leverde cruciale kennis op in de strijd tegen kanker. ‘Maar door die stomme corona gaat dat dus niet door’, foetert hij in zijn living in Blanden. Zijn bureau staat tussen de zetel en een piano - ‘ik heb geleerd om te werken als er overal lawaai is’. Hij baalt. Niet om het gemiste feestelijk onthaal - de ceremonie is sowieso niet afgesteld maar uitgesteld. Maar omdat ‘het gewoon goed uitkwam’ om nu naar de VS te gaan. Hij wil absoluut zijn zoon bezoeken in Boston.

Carmeliet is een ‘successen moet je vieren’-man. Bij elke belangrijke doorbraak in zijn labo gaan de champagneflessen open. En in het geval van zoon Dries valt er veel te vieren: hij loopt straks de marathon van Boston, hij is jarig in oktober, en hij heeft net zijn eigen bedrijf opgericht. ‘Hij is ingenieur-architect. Twee jaar geleden is hij naar het Massachusetts Institute of Technology getrokken. Nu lanceert hij met zijn start-up een platform waarmee architecten makkelijk alle bouwmaterialen vinden die er bestaan, en waarmee fabrikanten de weg vinden naar architecten. Ik kijk mijn ogen uit. In een jaar tijd heeft hij 3 miljoen dollar opgehaald en werkt hij al met 15 mensen.’

Profiel

Peter Carmeliet (61) is dokter en hoogleraar aan de KU Leuven. Hij leidt een onderzoekslabo met een 60-tal medewerkers dat vooral onderzoek doet naar angiogenese, de groei van bloedvaten. Hij is auteur of coauteur van meer dan 700 wetenschappelijke publicaties.

Onderzoek van Carmeliet lag aan de basis van onder meer de oprichting van Thrombogenics (nu Oxurion) en recenter van het biotechbedrijf Montis. Hij kreeg verschillende medische onderscheidingen, zoals de Francquiprijs (2002) en de Heineken Prize for Medicine (2018). Sinds 2015 mag hij zich baron noemen. Dit jaar werd hij opgenomen in de American Academy of Arts & Sciences.

Carmeliet is getrouwd en heeft drie kinderen. Hij is een fervent fietser en speelde in zijn jeugd intensief dwarsfluit, wat hij ooit opnieuw hoopt te doen. Zijn grote voorbeeld is de 16de-eeuwse anatoom Vesalius.

Corona houdt Carmeliet niet tegen. Met het nodige gedoe - ‘voor we de VS in mogen, moeten we twee weken buiten Europa verblijven’ - reist hij straks op eigen houtje naar Boston. Met een dankbriefje op zak. Want zoon Dries bood cruciale inspiratie voor het jongste onderzoeksproject van zijn vader. Carmeliet noemt het ‘mogelijk zijn belangrijkste doorbraak ooit’. ‘In een wetenschappelijke carrière zijn er een paar momenten waarop je voelt: ‘Yes, dit is het.’ Ik kan totaal mis zijn, maar het zou me verwonderen moest dit niet héél groots worden.’

Legt u eens uit.

Peter Carmeliet: ‘In 2003 is het menselijk genoom voor het eerst in kaart gebracht. Toen dachten we allemaal: hiermee lossen we de geneeskunde op. Nu gaan we voor alles therapieën vinden. Iedereen is daarop gesprongen en er zijn in de jaren daarna een heleboel nieuwe functies ontdekt van genen waarvan we niets wisten. Alleen is dat onderzoek de laatste tien jaar nagenoeg stilgevallen. Het is te riskant, het is niet zeker dat je ergens komt. Dus wagen onderzoekers zich er niet aan.’

‘Het resultaat is dat we vandaag over een derde van ons genoom dat codeert voor eiwitten nog altijd niets weten, terwijl daar een enorm potentieel zit voor nieuwe therapieën. Ik was al een tijdje aan het denken: hoe kunnen we dat nu toch doen? Toen mailde een van mijn jonge onderzoeksters me dat ze graag iets met artificiële intelligentie (AI) wilde doen. Ik kende daar amper iets van. Maar ik begon erover te lezen en mijn ogen vielen uit hun kassen. Hoe kon ik dat gemist hebben! In enkele dagen tijd had ik een plan uitgewerkt om met algoritmes op celniveau op zoek te gaan naar de functies van die mystery genes.’

Hoe gaat dat concreet?

Carmeliet: ‘Er is een jonge technologie waarmee we cellen op individueel niveau kunnen onderzoeken. Je moet weten, een stukje tumor van 10 milligram bevat honderdduizenden cellen. Dat is een tsunami aan data. Tot nu wordt die vooral gebruikt om te beschrijven welke celtypes voorkomen aan de hand van genmerkers, zonder te zoeken welke functies daaraan gekoppeld zijn en wat je ermee kan doen. Dat levert weinig op.’

Peter Carmeliet: ‘Ik ben als onderzoeker vaak tegen de norm ingegaan. We moeten veel kritischer zijn.’ ©Diego Franssens

‘Wij gaan omgekeerd werken. We trainen het algoritme met twintig zogenaamde trainingsgenen en vervolgens speurt het in de cellen naar alle genen die daarop lijken. Volgens het gelijkheidsprincipe: hoe meer gelijkenis, hoe hoger ze scoren. Zo voorspellen we de functies van genen die we niet kennen. De eerste resultaten waren veelbelovend. Wij doen dat nu voor de cellen van bloedvaten, endotheelcellen. In een kanker verdrukken die endotheelcellen de immuuncellen, zo kan de kanker groeien en wordt die niet door het immuunsysteem aangevallen. Daar zit dus een interessante piste voor nieuwe vormen van immunotherapie. Maar het goede is: deze manier van werken kan ook in andere domeinen worden gebruikt.’

En hoe heeft uw zoon daar een rol in gespeeld?

Carmeliet: ‘We hebben voor dit onderzoek een ERC-grant aangevraagd. Dat is een prestigieuze Europese beurs. Voor de beursaanvraag moesten we deze zomer natuurlijk die tool wel bouwen, terwijl we zelf geen kennis van AI in huis hadden. Onze klassieke manier van werken zou zijn: iemand aanwerven. Maar dat zou maanden duren, zo niet langer, en dan zouden we de deadline niet halen.’

Toen ik zestig werd, heb ik voor mezelf uitgemaakt: ik wil de laatste vijf jaar van mijn carrière meer doen voor de ontwikkeling van medicijnen.
Peter Carmeliet
Kankeronderzoeker

‘Mijn zoon, die voor zijn platform ook met AI werkt, zei: wij doen dat anders. Zij werken met freelancers uit Wit-Rusland, India, Oekraïne. Virtueel, per uur betaald. Wij hebben hetzelfde gedaan. We hebben een advertentie online gezet en binnen 24 uur hadden we een developper met tien jaar ervaring. In tien dagen tijd hadden we resultaten waarvoor we anders maanden of langer nodig hadden. Zulke samenwerkingen hebben volgens mij veel toekomst. En dat heb ik dus geleerd van Dries.’

Nu begint het werk.

Carmeliet: ‘En dan moet je weten dat we deze zomer eigenlijk nog een doorbraak hebben gerealiseerd. Ken je het begrip knock-outmuizen?’

Daarmee hebt u destijds uw carrière gelanceerd. U wordt wel eens de muizendokter genoemd.

Carmeliet: (grijnst) ‘Klopt. Dat zijn labomuizen waarbij een bepaald gen wordt weggehaald om de functie ervan te achterhalen. Toen ik na mijn studies eind jaren tachtig naar de VS trok, ben ik daarmee beginnen te werken. Die technologie stond pas op punt en ik heb toen het geluk gehad dat ik drie muizen heb gemaakt, die allemaal gelukt zijn. Dat heeft mijn carrière op zijn kop gezet.’

‘Ik ben daarna terug naar Leuven gekomen om een muizenlabo te bouwen waarmee we de cellen van bloedvaten veel beter konden bestuderen. Dat heeft tot nieuwe doorbraken geleid. Alleen, zo’n muis maken duurt twee à drie jaar en kost 20.000 tot 50.000 euro. Dat is een serieuze beperking om die techniek breed in te zetten. Deze zomer hebben we een methode ontwikkeld waarbij we met nieuwe biomedische technologieën een specifiek gen in een endotheelcel gewoon kunnen wegknippen.’

©Diego Franssens

Dus in plaats van een nieuwe muis te maken, kunt u een bestaande muis veranderen?

Carmeliet: ‘Exact. En het goede nieuws is dat die methode veel sneller en goedkoper is. Het kan in een paar dagen en het kost amper enkele honderden euro’s. We kunnen daarmee dus op veel grotere schaal onderzoek doen.’

Dat is een revolutie voor uw muizenlab in Leuven?

Carmeliet: ‘Ik denk voor iedereen. Nu zijn we nog maar zo ver dat we dat voor endotheelcellen kunnen, maar in principe moet het ook voor andere cellen kunnen. Dus dat is net als die AI-tool iets wat ook andere onderzoekers kunnen gebruiken.’

Wat kan dat betekenen?

Carmeliet: ‘Mijn grote frustratie is dat met 98 procent van het wetenschappelijk onderzoek amper iets gebeurt. De maatschappij steekt veel geld in onderzoek. Daar komen goede resultaten en inzichten uit, die gepubliceerd worden in toptijdschriften. Maar daarna belanden ze in een schuif en gebeurt er niets mee. Ze leiden amper tot medicijnen of therapieën.’

‘Ze noemen dat de valley of death. Big pharma doet er niets mee omdat ze het te riskant vindt erin te investeren. Ze wil meer zekerheid van de onderzoekers dat iets werkt en dat het veilig is. Maar voor onderzoekers is die piste niet interessant: het kost veel geld en de resultaten moeten ze geheimhouden omdat big pharma intellectuele eigendom wil. Ze kunnen dus niets publiceren, wat de bread and butter is van wetenschappers. Je zit daar dus in een impasse.’

Als een farmabedrijf zegt: dit past niet in ons businessplaatje, dan sta je daar als onderzoeker, en je kan niets doen.
Peter Carmeliet
Kankeronderzoeker

‘Dat kunnen we niet langer aanvaarden, vind ik. Dat is geld wegsmijten. Toen ik zestig werd, heb ik voor mezelf uitgemaakt: ik wil de laatste vijf jaar van mijn carrière meer focussen op de ontwikkeling van medicijnen. De twee nieuwe tools die we nu hebben, kunnen volgens mij een rol spelen om de valley of death te helpen overbruggen. Er zou veel meer moeten worden geïnvesteerd in het zoeken naar nieuwe manieren om dat te doen, en niet alleen in fundamenteel onderzoek. In het huidige systeem zitten we gewoon vast. Het enige wat je kan doen, is dan op een andere manier nadenken.’

Heeft de coronapandemie dat niet op de agenda gezet?

Carmeliet: ‘Het leeft nog altijd te weinig. Het idee is vooral: als je als onderzoeker maar genoeg publiceert, krijg je beurzen voor nog meer onderzoek. Dat systeem houdt zichzelf in stand. Bij het VIB (het Vlaams Instituut voor Biotechnologie, waaraan Carmeliet is verbonden, red.) is dat wel al anders. Daar ligt de nadruk meer op patenten, op spin-offs. Maar bij veel instituten speelt dat totaal niet of veel te weinig. Ik ben als onderzoeker vaak tegen de norm ingegaan en ik vind dat we daar veel kritischer over moeten zijn. We kunnen toch niet langer verantwoorden dat we zo veel geld investeren in iets wat dan stopt?’

U kijkt naar de academische wereld, maar big pharma is natuurlijk ook erg selectief. U maakte het onlangs nog mee. Oxurion, het vroegere Thrombogenics, besliste voor de zomer bij een reorganisatie niet langer geld te stoppen in Oncurious, een programma dat voortbouwt op uw onderzoek.

Carmeliet: ‘Ondanks goede resultaten, ja. Het gaat om een behandeling voor kindjes met medulloblastoom, een kwaadaardige pediatrische hersentumor. Die kinderen kunnen misschien nog wel op chemo en bestraling reageren, maar die behandeling is zo hevig dat ze per jaar 1 IQ-punt kunnen verliezen. Dat is een onverantwoord grote prijs om te betalen.’

‘Wij hebben samen met Oxurion en Oncurious een therapie ontwikkeld met het antilichaam TB-403. Daar zijn miljoenen in gestopt. Een fase 1-studie toonde aan dat er geen bijwerkingen waren en bij zeven van de acht uitbehandelde patiëntjes werd voor de duur van de studie de groei van de kanker gestopt. Soms tot één jaar. Oncologen van Harvard hadden ons gezegd dat het al een groot succes zou zijn als we maar bij één patiënt een kleine verbetering zouden zien.’ (zucht) ‘We hadden die resultaten in april, en in juni bleek verdere financiering niet mogelijk.’

Hoe frustrerend is dat?

Carmeliet: ‘Ik vind het triest. Oxurion zoekt nu nog naar mensen die het willen overnemen, maar die kans is klein. Er zijn 500 patiëntjes per jaar in Europa en de VS. Wie gaat daarin investeren? Moest het nu een blockbusterkankerbehandeling zijn, ze zouden erop springen. Ik geef toe, er was een hoge dosis nodig, wat het natuurlijk zeer duur maakt. Maar als onderzoeker is het niet prettig. En voor die kinderen, die potentieel uitzicht hadden op een behandeling, is het bedroevend.’

Het is niet de eerste keer dat u het meemaakt. Eerder zag u de ontwikkeling van een behandeling tegen de spierziekte ALS stilvallen.

Carmeliet: ‘Dat was hetzelfde verhaal. De ontwikkeling zat bij een farmabedrijf. Dat werd overgenomen en de overnemer zei: ‘Dit programma past niet in ons businessplaatje.’ Dan sta je daar als onderzoeker, en je kan niets doen. Dat is de zwarte kant van het hele proces.’

U zou nog meer naar de biotech kunnen opschuiven.

Carmeliet: ‘Ik heb daaraan gedacht. Maar ik stel me de vraag of je in je eentje het hele systeem kan beïnvloeden. Ik denk dat de doorbraken van deze zomer meer kunnen betekenen.’

Voor die doorbraken hebt u wel centen nodig. U zei in het verleden al dat het zo lastig is om in Vlaanderen middelen bijeen te harken.

Carmeliet: ‘Als we de ERC-grant binnenhalen, betekent dat 500.000 euro per jaar, vijf jaar lang. Als dat niet lukt, is er een probleem. Eerst en vooral is het moeilijk voor dit type onderzoek financiering te vinden in Vlaanderen. Ik kan niet naar het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) schrijven: geef me geld om de valley of death te overbruggen. Ze gaan dat niet steunen. Idem voor andere beurzen. Dat is het probleem van daarnet.’

‘Een tweede probleem is dat ik in december 62 word. In België moet je als professor op je 65ste stoppen met werken. Maar dat begint nu al te spelen. Het FWO geeft beurzen voor vier jaar. Maar je moet die uitdoen, dus ik kom daar niet voor in aanmerking. Daarnaast zijn er de Methusalem-beurzen, die zeven jaar lopen. Zij geven wel nog middelen, maar de dotaties worden stelselmatig verminderd in de drie jaar voor je emeritaat. Dus ik zit vast.’

Dan lonkt het buitenland?

Carmeliet: ‘In april heb ik een deeltijdse positie aangenomen aan de Deense Universiteit van Aarhus. Denemarken is een van die landen waar je langer kan werken dan je 65ste. En er heerst een goed fiscaal klimaat voor onderzoek. Ik heb er een stevige beurs gekregen van de Novo Nordisk Foundation. 900.000 euro per jaar, voor zeven jaar en hernieuwbaar.’

Verhuizen uw labo en de zestig onderzoekers naar daar?

Carmeliet: ‘Tot mijn 65ste blijft Leuven mijn thuisbasis. Ik blijf het VIB en de KU Leuven loyaal. Maar we moeten hier geleidelijk afbouwen, en het zwaartepunt zal naar Denemarken kantelen. We richten er nu al een labo op en hebben twee mensen aangeworven die hier worden opgeleid. Onderzoekers en stafleden van hier gaan naar daar. Dat geeft wat trafiek heen en weer. Ik zie het voorlopig als één groot labo op twee plaatsen, om uiteindelijk alles samen te brengen in Aarhus.’

Hoe kijken het VIB en de KU Leuven daar tegenaan?

Carmeliet: ‘Ze hebben actief mee geijverd om me daar te krijgen, wat ik enorm apprecieer. Ze zien het als een win-win. Er zijn afspraken gemaakt over de intellectuele eigendom. Als ik op basis van onderzoek in Aarhus resultaten publiceer, is dat in samenwerking met het VIB en de KU Leuven. Dat is ook goed voor hen.’

U zou een uitzondering kunnen vragen aan uw universiteit om nog langer te blijven, een mogelijkheid die sinds een paar jaar bestaat. Was dat geen optie? Alzheimeronderzoekster Christine Van Broeckhoven is zo langer gebleven aan de Universiteit Antwerpen.

Carmeliet: ‘De KU Leuven is daar principieel in: er moet plaats zijn voor verjonging. Na je 65ste kan je wel nog een rol als mentor opnemen. Je kan dan blijven publiceren en als copromotor onderzoekers begeleiden. Maar de facto kan je geen toponderzoek meer doen. Je bent geen meester van je budget en je kan geen projecten meer leiden.’

U hebt in uw carrière meermaals aanbiedingen uit het buitenland afgeslagen omdat u gehecht was aan uw leven hier. Nu wordt u wel gedwongen dat evenwicht op te geven?

Carmeliet: ‘Ja, mijn familie en mijn tuin zijn altijd belangrijk geweest. Het dagelijkse leven in het algemeen, zeg maar. Maar de kinderen zijn het huis uit. En het is niet zo dat we permanent naar Denemarken verhuizen en ons huis hier verkopen.’

U bent baron, u won onder meer de prestigieuze InBev-Latour-prijs en de Heineken-prijs, en dit jaar bent u opgenomen in de American Academy of Arts Sciences. Wat is de mooiste onderscheiding in de lange erelijst?

Carmeliet: ‘De Heineken-prijs als eerste Belg winnen is geweldig, maar de AAAS is toch echt bijzonder. Er zijn heel weinig Belgen die worden opgenomen. De vorige was Walter Fiers (een van de VIB-oprichters, red.) in 1999. En het mooiste is: ik wist niet dat ik was voorgedragen. Ik kreeg gewoon plots een mail dat ik was toegelaten.’

Al goed dat die mail niet in uw spam was beland.

Carmeliet: ‘Daar zeg je iets. Ik ging die mail eerst niet openen. Ik stond echt op het punt hem te wissen. Om een of andere reden deed ik dat niet, en toen viel ik natuurlijk van mijn stoel. Extra leuk is dat ik bij de eerste nominatie meteen ben toegelaten. Normaal heb je een paar keer nodig.’

Dat verdiende dus champagne.

Carmeliet: ‘Absoluut. Als wetenschapper zijn er enkele momenten in je carrière dat je kan genieten van de glorie. Al die andere dagen is het vaak zwoegen en zweten. Het is meer vallen dan opstaan. Soms in een zwart gat springen en risico’s nemen om dan jaren te bibberen om te zien of je gelijk had. Je zet daarbij de carrière van mensen op het spel. Maar als het dan lukt, ja, dat is kicken.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud