Advertentie

Meerwaarde innovatieve kankermedicijnen vaak beperkt

Innovatieve kankermedicijnen leveren niet altijd voordelen op voor patiënten, aldus het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg. ©BELGA

Innovatieve kankermedicijnen, die de ziekteverzekering steeds meer kosten, worden vaak al terugbetaald zonder dat de voordelen voldoende bewezen zijn, oordeelt het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg in een kritische doorlichting.

Op vraag van het RIZIV (het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering) analyseerde het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) in welke mate 40 innovatieve geneesmiddelen voor 12 kankertypes (waaronder eierstok-, prostaat- en nierkanker) bijdroegen aan een verlenging van het leven van Belgische patiënten aan wie ze sinds 2004 werden toegediend. Die resultaten werden vergeleken met de uitgaven van de ziekteverzekering over dezelfde periode van 15 jaar.

De meerderheid van die innovatieve kankergeneesmiddelen, zoals immuuntherapieën, wordt initieel gebruikt voor uitgezaaide kankers, waarbij chirurgie en radiotherapie vaak geen soelaas meer bieden. Daarom brachten de onderzoekers voornamelijk de resultaten voor uitgezaaide kankers in beeld.

Tegenvallende resultaten

De ‘teleurstellende cijfers’, aldus het KCE, tonen voor zes van de 12 onderzochte kankers een (zeer) lichte verbetering van de overlevingskansen, en voor de andere zes geen verbetering. Anderzijds stegen in alle gevallen de bruto-uitgaven voor de ziektekostenverzekering aanzienlijk. Waar er in 2007 nog zo’n 140 miljoen euro werd uitgegeven aan innovatieve kankergeneesmiddelen, liep dat in 2019 al op tot 1 miljard euro.

6
types kanker
Voor zes van de 12 onderzochte kankers was er bij de patiënten geen verbetering van de overlevingskansen, aldus een rapport van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg.

‘Helaas is ook vaak het effect op de levenskwaliteit van de patiënten zeer onzeker’, zegt Mattias Neyt, mede-auteur van het KCE. ‘Dat komt omdat het in klinische studies onvolledig gemeten wordt en er niet altijd transparant over gecommuniceerd wordt door het farmabedrijf, dat zulke data soms zelfs als vertrouwelijk aanduidt.’

Andere pijnpunten

Het KCE baseerde zich op data van de Stichting Kankerregister, het Intermutualistisch Agentschap (IMA) (over terugbetalingen) en de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid.

In zijn rapport legt het KCE de vinger op een aantal pijnpunten. Zo is er voor veelbelovende geneesmiddelen waarvan de meerwaarde nog onzeker is een extra mogelijkheid in de Belgische terugbetalingsprocedure om patiënten er sneller toegang toe te geven. Dat zijn de zogenaamde ‘artikel 81-overeenkomsten’, waaronder steeds meer geneesmiddelen worden terugbetaald.

Het principe voor innovatieve kankergeneesmiddelen is dat farmabedrijven een nieuw product vergoed kunnen krijgen, ook al is nog niet bekend of het de overlevingsduur daadwerkelijk verlengt en/of de levenskwaliteit verbetert in vergelijking met bestaande behandelingen.

Die toegekende terugbetaling is tijdelijk. Tijdens de duur van de overeenkomst moet het farmabedrijf klinische studies uitvoeren om het wetenschappelijk bewijs te leveren dat de beleidsmaker toelaat om een definitieve terugbetalingsbeslissing te nemen.

Maar het schoentje wringt bij het aanleveren van dat bewijs, aldus het KCE. Uit een eerdere analyse van het Europees geneesmiddelenagentschap (EMA) over 48 vergunde kankermedicijnen (voor 68 indicaties) tussen 2009 en 2013, bleek dat er in de postmarketingfase en na een mediane follow-up van 5,4 jaar (3,3 tot 8,1 jaar) nog steeds geen bewijs van significante verbetering van de overleving of levenskwaliteit beschikbaar was voor de helft (35 op 68) van de gevallen.

Volgens het KCE is het voor de autoriteiten, eens de terugbetaling is verworven via een overeenkomst, zeer moeilijk daarop terug te komen, soms mede wegens druk van de publieke opinie. Daardoor ontstaat een situatie die farmabedrijven er niet toe aanzet om een inspanning te leveren om bewijzen te verstrekken, oordeelt het kenniscentrum.

‘Het evenwicht tussen het snel op de markt brengen en het aantonen van de meerwaarde voor de patiënten in vergelijking met de bestaande behandeling(en) lijkt uit balans te zijn en over te hellen naar het eerste argument’, oordeelt het KCE.

Hogere eisen nodig

Een bijkomende complexiteit is dat de artikel 81-overeenkomsten gepaard gaan met strikte vertrouwelijkheid over de prijzen en de onderhandelde kortingen, aldus het KCE.

Het evenwicht tussen het snel op de markt brengen en het aantonen van de meerwaarde voor de patiënten in vergelijking met de bestaande behandelingen lijkt uit balans te zijn en over te hellen naar het eerste argument.
Federaal Kenniscentrum Gezondheidszorg

Die combinatie van onzekerheid over de meerwaarde en geheime prijzen leidt tot een toenemende ondoorzichtigheid van het vergoedingssysteem. ‘De geheimhouding verstoort de kosteneffectiviteitsanalyses, nochtans een essentieel element voor de overheid om te beslissen of de terugbetaling van een product al dan niet verantwoord is’, is het KCE van mening.

Het budget voor geneesmiddelen onder artikel 81-overeenkomsten bedroeg in 2019 al ongeveer een kwart van het totale geneesmiddelenbudget in België.  Er is een wetgevend initiatief om dat systeem bij te sturen, aldus het KCE, maar dat leidde volgens het kenniscentrum nog niet tot de gewenste transparantie.

Het KCE dringt er bij de regelgevende instanties tot slot op aan om hogere eisen te stellen aan de wetenschappelijke gegevens ter ondersteuning van vergunningsaanvragen voor nieuwe kankermedicijnen, op Europees niveau, en aan de vergoedingsaanvragen voor de terugbetaling, op nationaal niveau.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud