interview

Pijnarts Bart Morlion: ‘Eén Belg op vier lijdt chronisch pijn'

©Diego Franssens

Zijn patiënten hopen op mirakels. Pijnarts Bart Morlion geeft liever ongemakkelijke waarheden. ‘Ze vragen: snij mijn zenuw door, amputeer die arm. Maar dat heeft natuurlijk geen zin.’

De eerste keer dat u als patiënt tegenover Bart Morlion (54) zit, is de kans groot dat hij een wit blad papier bovenhaalt. Hij houdt het voor zijn gezicht. ‘Dit is uw pijn’, zegt de vermaarde pijnarts. Hij scheurt er een stukje af. ‘Dit zou ik kunnen proberen met medicatie en spuiten.’ Nu legt hij het blad op zijn schoot. ‘Maar de pijn, die blijft. Zij is deel van u geworden.’ Dan legt hij het blad aan de andere kant van de tafel. ‘Ik kan de pijn niet wegnemen. U kunt wel leren er anders mee om te gaan.’ Het is een harde boodschap, zegt hij. ‘Maar ik moet ze brengen. We kunnen geen mirakels verrichten.’

Pijn heeft een functie. Het is een signaal aan ons lichaam: pas op, er is iets mis. Chronische pijn is pijn die langer dan drie maanden aanhoudt. De signaalfunctie is verdwenen, het pijnsysteem is stuk.

De patiënten die bij Bart Morlion aankloppen, lijden al maanden, al jaren, soms decennia pijn. Pijnstillers werken niet meer. Ze slapen slecht. Ze stappen moeilijk. Vaak zijn ze gestopt met werken. De pijn beheerst hun leven. Ze zijn ten einde raad.

Bart Morlion

Bart Morlion (°1963) is het hoofd van het pijncentrum van het Universitair Ziekenhuis Leuven. Hij studeerde geneeskunde aan de KU Leuven en specialiseerde in de anesthesie, intensive care en pijnbestrijding aan de Duitse Ruhr-Universität-Bochum. Hij is voorzitter van de Europese Pijnfederatie. Hij is gespecialiseerd in de behandeling van chronische pijn en doceert pijnbestrijding aan de KU Leuven en als gastdocent aan verschillende buitenlandse universiteiten.

De wetenschap heeft pijn al behoorlijk nauwkeurig in kaart gebracht, zegt Morlion. ‘We weten heel goed welke netwerken in het brein een rol spelen bij pijn en we staan al ver in de kennis van overdrachtsstofjes die vrijkomen in het lichaam, stofjes die verantwoordelijk zijn voor de communicatie tussen verschillende zenuwen en zenuwvezeltjes. Maar pijn is ook altijd een emotionele ervaring, gekleurd door ervaringen, door je voorgeschiedenis, en door de manier waarop je naar de wereld kijkt. We kunnen zíén dat iemand pijn heeft. Maar hoe je die pijn ervaart, dat kunnen we niet objectief meten.’

In ‘Topdokters’, de VIER-reeks waarin Morlion op dit moment te zien is, zit een aangrijpende scène. Morlion vraagt aan een nieuwe patiënt, een pezige man, kalend en met een snorretje, hoe het met hem gaat. De man lijdt al zes jaar lang aan hevige zenuwpijn sinds hij een hersenbloeding kreeg. Morlion vraagt of hij soms sombere gedachten heeft. Soms wel, zegt de man aarzelend. Dan begint hij hard te snikken.

‘Pijn heeft heel vaak een oorzaak in het lichamelijke. Maar dat wordt snel overschaduwd door de emotionele en andere factoren’, legt Morlion uit. ‘Op een gegeven moment gaan die andere factoren overheersen. We krijgen de vraag regelmatig: snij mijn zenuw door, amputeer de arm waar ik zoveel pijn aan heb. Maar dat heeft natuurlijk geen zin.’

Zit pijn dan tussen de oren?

Bart Morlion: ‘Dat hoor ik niet graag. Alle pijn zit tussen de oren, anatomisch bekeken. Als je met een hamer op je vinger klopt, is het niet de vinger die pijn voelt. Dat gebeurt in de hersenen. Ook als we geen biologische oorzaak vinden, kunnen we met scanners in het brein zien dat pijngebieden geactiveerd zijn. Die patiënten voelen wel degelijk pijn. Maar de pijn is een automatisme geworden. De pijnreceptoren, de metertjes, blijven in het rood staan. Misschien hadden ze ooit een ongeval, een operatie, of een ziekte. Dat is al lang genezen. Maar het pijnsysteem heeft zo’n klap gekregen dat het overgevoelig blijft.’

Klopt het dat inwoners van noordelijke landen minder pijn rapporteren?

Morlion: ‘Scandinaviërs gaan er stoïcijnser mee om, ze zullen het minder uiten. En je zou denken dat in de zuidelijke landen, met hun ‘au-au’-cultuur, meer pijn voorkomt. Dat merken we toch hier in het ziekenhuis. Zo weten we weer waarom de Italianen de opera hebben uitgevonden, zeg ik altijd, die schreeuwen wat harder. Maar dat blijkt dus niet uit studies. Er zijn wel heel grote verschillen tussen landen onderling. Gemiddeld heeft 19,6 procent van de Europese volwassen bevolking last van chronische pijn. In België is dat een kwart.’

‘Ik ben opgeleid in Duitsland en ik heb er ook jaren gewerkt. Toen ik daar voor het eerst naar de tandarts ging, begon hij te boren zonder te vragen of ik een spuit wilde. Ik schrok me een bult en ik eiste verdoving. Wij kunnen ons dat niet voorstellen, maar mijn Duitse collega’s lachten mij uit. Voor een gaatje bijten de Duitsers op hun tanden.’

Zouden we beter wat vaker op onze tanden bijten?

Ik krijg mensen over de vloer die pijnklachten ontwikkelen door de angst voor statusverlies op sociale media.
Bart Morlion
Pijnarts

Morlion: ‘Pijn is nuttig, hoe onaangenaam het ook is. Maar als de waarschuwingsfunctie vervuld is, is het echt niet nodig om de pijn nog langer te doorstaan. Integendeel: als plotse pijn niet goed behandeld wordt en blijft aanslepen, zet je mechanismen in gang die tot overgevoeligheid kunnen leiden. Daarom zeggen we nu na een operatie: neem pijnstillers. Zodat je goed kan ademen, opstaan en rondwandelen zonder al te veel pijn. We moeten de pijn net onderdrukken om de genezing beter te laten verlopen.’

‘Oudere mensen staan nog altijd versteld hoe vaak wij komen vragen of ze pijn hebben na een ingreep. Vroeger hoorde je ze wel eens zeggen dat ze ‘de hemel’ aan het verdienen waren door af te zien. Nu, pijn hoeft ook niet altijd bestreden te worden met een pijnstiller. Spierpijn verlicht je bijvoorbeeld door meer te bewegen. Maar patiënten willen vaak niet bewegen, want dat doet pijn. Dus schrijven we toch pijnstillers voor, ook al weten we dat ze niet goed werken. En dan zeggen we dat ze met de pijnstillers beter kunnen bewegen. Om die vicieuze cirkel te doorbreken.’

Onderschatten we pijn?

Morlion: ‘Ik vind persoonlijk dat er een discrepantie is in de aandacht voor palliatieve patiënten en kankerpatiënten enerzijds, en de veel grotere groep die ook pijn heeft, maar bij wie het niet zo duidelijk is dat ze aan een zware ziekte lijden of die niet stervende zijn. Ik zeg soms wel eens oneerbiedig dat kankerpijn sexy is. Dat merk je aan de aandacht van pers en politiek, en aan de middelen die naar onderzoek gaan.’

Het gebruik van de zwaarste pijnstillers is in ons land verdubbeld in vijf jaar tijd. In de VS vallen tienduizenden doden per jaar door een overdosis opioïden. Loopt het gebruik van morfineachtige medicatie uit de hand?

Morlion: ‘We moeten alert zijn. Maar de Verenigde Staten hebben hun eigen particuliere problemen, die hier niet aan de orde zijn. Dokters zijn er zo bang om na een ingreep vervolgd te worden voor slechte pijnbehandeling dat ze vlot zware middelen voorschrijven, zelfs voor een verstuikte enkel. Het opvoeren van de war on drugs heeft ertoe geleid dat verslaafden naar de gemakkelijker beschikbare en goedkopere geneesmiddelen grijpen, of ze gaan stelen. Maar op dit moment is de druk vanuit de VS op de Wereldgezondheidsorganisatie enorm om zware pijnstilling te verbieden, wat ook weer totale nonsens zou zijn.’

Helpen pijnstillers nog bij uw patiënten?

Morlion: ‘Wij werken niet met de bekende pijnstillers zoals paracetamol of ibuprofen. We proberen in te werken op stofjes in het brein die pijndempend zijn, zoals noradrenaline en serotonine. Die stofjes worden aangezwengeld door bepaalde antidepressiva. We moeten dus goed uitleggen aan de patiënt waarom we hun die medicatie geven, anders voelen ze zich verkeerd begrepen en denken ze dat we hen ervan verdenken enkel depressief te zijn. Soms gebruiken we ook medicatie die bij epilepsie wordt gegeven. En dan heb je nog de middelen uit de olifantengeneeskunde, zoals ik het noem. Zoals ketamine, een verdovend product dat ook in de diergeneeskunde gebruikt wordt. Het heeft serieuze bijwerkingen. Het kan verslavend zijn, je kan het gevoel krijgen dat je uit je eigen lichaam treedt, het is mogelijk schadelijk voor de lever. Maar een aantal patiënten zijn ermee geholpen en we doseren het zeer voorzichtig.’

U schrijft zelfs chilipepers voor.

©Diego Franssens

Morlion: ‘Het prikkelende stofje in de chilipeper, capsaïcine, past perfect op de pijnreceptoren die verantwoordelijk zijn voor hitte. Als je die pijnreceptoren overprikkelt, worden ze lui en trekken ze zich terug. Het zit in zalf en in pleisters die we voorschrijven aan mensen met zenuwpijn in een bepaald deel van hun lichaam. Maar ook dat effect is na een paar maanden weer uitgewerkt.’

‘Ik weet dat het spectaculair klinkt, zo’n chilipeper, maar met de erkende middelen hebben we maar een kleine kans op slagen: een op zes tot een op tien. Als we verschillende zaken uitproberen, verhogen we de kans dat er iets tussenzit waar de  patiënt pijnvermindering uit haalt.’

Als de kans op slagen zo klein is, zijn uw patiënten wellicht ook vatbaar voor charlatans.

Morlion: ‘Veel van mijn patiënten zoeken hun toevlucht inderdaad tot het alternatieve circuit. Er zijn er die duizenden euro’s uitgeven aan een totaal nutteloze ‘andullatiematras’, kijk maar eens op tweedehands.be. Op een gegeven moment was handoplegging populair. Je hebt patiënten die magnetische armbandjes dragen, of naaldjes in de oorlellen stoppen. Maar wat ik nog gevaarlijker vind, zijn collega’s die voor duizenden euro’s infusies met  allerlei stofjes verkopen, of die boeken schrijven die ingaan tegen alle gangbare wetenschap.’

Hoe bent u zelf pijnarts geworden?

Morlion: ‘Ik ben van opleiding anesthesist met een specialisatie in kinderen. De behandeling van chronische pijn stond nog in de kinderschoenen toen ik afstudeerde. Men dacht dat anesthesisten goede pijnspecialisten zouden zijn omdat we goed zijn met spuiten. (lacht) Maar een anesthesist praat bijna nooit met patiënten, en nu is dat bijna het belangrijkste onderdeel van mijn job.’

Klopt het dat men lang geloofde dat kleine kinderen geen pijn konden voelen?

Het is bewezen dat wie bevlogen met zijn job bezig is, minder pijn heeft.
Bart Morlion
Pijnarts

Morlion: ‘Dat is juist, tot 15 jaar geleden dacht men dat zuigelingen dat niet beseften. Vandaag weten we dat ze al vanaf de 25ste week, nog in de baarmoeder, pijn kunnen ervaren. Dat kan sporen voor het hele leven nalaten. Wij gaven de kleintjes ketamine. Veel collega’s vonden dat heel gevaarlijk, nu blijkt dat het een van de beste manieren is om chronische pijn te vermijden: door kort maar stevig te blokkeren. We waren eigenlijk heel modern bezig.’

U gaf ketamine aan zuigelingen bij wijze van experiment?

Morlion: ‘Als je bij ons in het operatiekwartier binnenkwam, was iedereen altijd verbaasd over de rust. In andere kinderziekenhuizen was dat een gekrijs en een kabaal van jewelste, vooral door de hysterische moeders, maar door die ketamine waren de kinderen bij ons muisstil. We deden dat toen niet met de idee om chronische pijn te voorkomen. We gaven eerst een zetpil om ze te verdoven en als ze rustig waren dienden we, terwijl ze in de armen van de moeder lagen, een spuitje ketamine toe. Zo konden we perfect opereren.’

Wat is vandaag de grootste misvatting over pijn?

Morlion: ‘Dat je chronische pijn kan genezen door medisch-technische oplossingen. Geneeskunde impliceert genezen, maar ik zou mezelf nooit een pijngeneesheer noemen. Dan hoor ik nog liever pijnbestrijding. In het Engels zeggen ze: to manage pain. Dat klinkt nog beter.’

De maatschappelijke kostprijs van chronische pijn is ooit berekend: liefst 11,6 miljard euro. Lukt het uw patiënten zo moeilijk om nog te gaan werken?

Morlion: ‘In het Belgisch sociaal bestel is het statistisch haast onmogelijk om iemand weer aan het werk te krijgen die langer dan drie jaar thuiszit. Voor een deel van de patiënten is de wig tussen werken en een uitkering veel te klein. Ik ken mensen die een stuk beter zijn geworden, maar die niet opnieuw gaan werken omdat ze dan netto slechter af zouden zijn. En soms zijn de werkomstandigheden niet aangepast aan wat zij aankunnen. Dat is voor een klein bedrijf ook niet evident.’

‘Maggie De Block (minister van Volksgezondheid, Open VLD, red.) zet heel sterk in op de herintegratie van chronisch zieken. Ook wij zitten met de pijnkliniek in zo’n project. Patiënten krijgen een voorstel om in een traject te stappen dat hen begeleidt naar werk. 70 à 80 procent weigert, uit schrik financieel slechter af te zijn. Of omdat de vakbond zegt dat ze zo richting een andere job georiënteerd worden en dat ze dan niet meer kunnen weigeren. Terwijl het wetenschappelijk bewezen is dat iemand die bevlogen met zijn job bezig is minder pijn heeft.’

Er zijn misschien niet zoveel bevlogen magazijniers.

Morlion: ‘Dat is juist. Bij hooggeschoolden stoten we dan weer op andere problemen: zij zien het vaak niet zitten om een job aan te nemen onder hun niveau.’

Ziet u meer laaggeschoolden?

©Diego Franssens

Morlion: ‘Jawel, er is een verband. Maar ik zie allerlei soorten profielen. Ik kreeg net nog een e-mail van een collega-prof die er helemaal onderdoor zit. Ik zeg altijd: ik kijk bij de mensen naar binnen. Maar ik kom niet langs de voordeur, ik kijk door het achterraampje. En ik zie de vuile was. Mijn patiënten zijn ook een spiegel van wat er in de wereld gebeurt.’

‘Chronische pijn wordt soms voorgesteld als een probleem van onze tijd, maar je vindt het al terug in teksten van de Oude Grieken. De oudste beschrijving van chronische, wijdverspreide pijn die ik heb gevonden komt uit de Ayurveda, de Indiase leer: ‘Pijn die ontstaat uit de frustratie van onvervulde verlangens.’ Vandaag zouden we dat fibromyalgie noemen, ik vind het prachtig verwoord. Chronische pijn komt in alle tijdvakken voor, in meer of mindere mate. We zien het wel vaker in fases van belangrijke maatschappelijke veranderingen: de industriële revolutie, net na de Eerste Wereldoorlog, in het ex-Joegoslavië van na de Balkanoorlog, waar een generatie vrouwen de vreselijkste dingen had meegemaakt.’

Hebt u de indruk dat we nu in zo’n periode zitten?

Morlion: ‘Ik denk van wel. Ik zie nu mensen die pijnklachten ontwikkelen door de angst voor statusverlies op sociale media. Dat zeggen ze niet letterlijk, maar als je doorvraagt, hoor je dat ze negatieve reacties krijgen op Facebook. De sociale druk vertaalt zich naar sociale media. Sociale mistoestanden kunnen zich vertalen naar verhoogde pijngevoeligheid, die mechanismen zijn onderzocht: problemen in je relatie, op het werk of op financieel vlak tasten het welbevinden aan. Het heeft ook tot gevolg dat je minder pijndempende stofjes afzet.’

‘Ik vind het wel alarmerend dat we steeds vaker maatschappelijke problemen medicaliseren. Een deel van mijn patiënten zou vijftig jaar geleden in het gezin opgevangen zijn, in een hecht sociaal netwerk, of door meneer pastoor.’

Kunt u mensen trainen om pijn puur mentaal te bedwingen?

Ik heb ook mijn successen nodig. Ik zie graag een paar mensen per week die komen vertellen dat het beter gaat.
Bart Morlion
Pijnarts

Morlion: ‘Je kan je pijndempende banen inderdaad zo activeren dat je heel wat kan verdragen. Maar dat lukt enkel als de patiënt erin meegaat en gemotiveerd is. De meeste patiënten blijven hardnekkig op zoek gaan naar een medische oplossing.’

‘Er zijn mensen die erin slagen er anders mee om te gaan, die leren zich op een bepaalde manier te concentreren zodat ze niet meer de hele dag met die pijn bezig zijn. We gebruiken daarvoor ook technieken uit mindfulness en cognitieve gedragstherapie. Als je hun vraagt of ze de pijn nog voelen, dan is die nog altijd even hevig. Maar ze zijn meestal wel meer tevreden over hun leven.’

Gaan we chronische pijn ooit kunnen genezen?

Morlion: ‘Ik hoop het voor mijn patiënten, maar dat ga ik niet meer meemaken. Het is zo ongelofelijk complex.’

Frustrerend, voor een arts.

Morlion: ‘In de klassieke opleiding word je getraind om altijd curatief op te treden. Maar er zijn niches waar er toch vooral gemanaged wordt. Diabetespatiënten bijvoorbeeld. Voelt een endocrinoloog zich dan niet nuttig? Er zijn zoveel ziektes die we niet kunnen genezen. Pas op, ik heb ook mijn successen nodig. Ik zie graag een paar mensen per week die mij komen vertellen dat het veel beter gaat.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content