Advertentie
Advertentie

‘Tragisch dat Europa opheffing patenten geen prioriteit vindt’

©reyer boxem

‘Europa had de farmabedrijven in de contracten moeten opleggen om kennis over vaccinproductie te delen.’ Ellen ’t Hoen, een internationaal expert in patentrecht, hekelt de Europese houding tegenover het voorstel om de patenten op coronavaccins tijdelijk op te schorten.

Nadat de Verenigde Staten zich een voorstander hebben getoond van een tijdelijke opheffing van de patenten op coronavaccins, om de productie fors op te schalen, is er van internationale eensgezindheid nog lang geen sprake. 

In Europa keren politieke leiders het voorstel de rug toe. Duitsland - de thuisbasis van BioNTech, dat met het Amerikaanse Pfizer een coronavaccin ontwikkeld heeft, en CureVac, dat een kandidaat-vaccin in de laatste rechtste lijn heeft - kantte zich bij monde van bondskanselier Angela Merkel tegen het idee, onder meer om de ‘kracht van innovatie’ te beschermen.

Italië en Frankrijk toonden zich aanvankelijk pro, maar de Franse president Emmanuel Macron en andere Europese leiders waren het voorbije weekend op een top in het Portugese Porto plots scherp voor de ‘morele hypocrisie’ van de VS. 

De essentie

  • De experte in patentrecht Ellen 't Hoen is zeer scherp voor de weigerachtige houding van Europa om de patenten voor coronavaccins en -medicijnen tijdelijk op te heffen.
  • Die opschorting van de patenten is volgens haar de enige manier om de armere helft van de wereldbevolking toegang tot de vaccins te geven.
  • Ze weerlegt de argumenten van de tegenstanders van het voorstel, die stellen dat dat de onderzoeksdynamiek zou fnuiken of tot onveilige vaccins zou leiden.

Macron stelde dat patentopheffing ‘geen prioriteit is’ en dat de VS eerst maar eens hun overschotten moeten uitvoeren en de export van grondstoffen moeten deblokkeren.

‘Tragisch’

‘Het is tragisch dat Europa het Amerikaanse voorstel niet prioritair vindt, terwijl er momenteel capaciteit is om 3,5 miljard vaccindosissen te produceren en we er 11 miljard nodig hebben als we 70 procent van de wereldbevolking willen inenten’, zegt Ellen ’t Hoen, een Nederlandse expert in patentrecht, na een hoorbaar diepe zucht aan de telefoon.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) beklemtoonde deze week nog eens dat de wereldwijde ongelijke toegang tot vaccins een van de grootste risico’s blijft om de pandemie te beëindigen. Lage- en middeninkomenslanden vertegenwoordigen 47 procent van de wereldbevolking, maar ontvingen tot dusver slechts 17 procent van ’s werelds vaccins.

’t Hoen, die ruim 30 jaar ervaring heeft in medisch intellectueel eigendom, is een veelgehoorde expert in media als Financial Times en The Guardian en adviseert de WGO.

17%
Aandeel armere landen in vaccinleveringen
Lage- en middeninkomenslanden vertegenwoordigen 47 procent van de wereldbevolking, maar ontvingen tot dusver slechts 17 procent van de vaccins.

Als directeur van Medicines Law & Policy, een internationale onderzoeksgroep die de Verenigde Naties, ngo’s en regeringen adviseert over het geneesmiddelenbeleid en intellectueel eigendom, staat ze achter het voorstel van India en Zuid-Afrika om gedurende de pandemie de bescherming van het intellectuele eigendom van Covid-19-vaccins en -geneesmiddelen op te schorten.

Dat voorstel wordt door meer dan 100 landen ondersteund. De VS hebben, na aanvankelijk verzet, nu ook voorgesteld het intellectuele eigendom van coronavaccins tijdelijk op te schorten, omdat mechanismen van vrijwillige kennisdeling tot dusver op niets zijn uitgedraaid.

‘Een jaar geleden al riep de WGO farmabedrijven op om via de ‘Covid-19 Technology Access Pool’ (C-Tap) vrijwillig aan technologietransfer te doen, ook wat betreft productie-expertise',  zegt ’t Hoen.

‘Vandaag is die pool nog altijd leeg. Ook daaraan verleende Europa heel weinig steun. Als je ook nog eens zegt dat de tijdelijke patentopheffing geen prioriteit is, wat is het dan wel?’

‘Europa moet niet andere landen met de vinger wijzen. Het maakte een grote fout door geen voorwaarden te verbinden aan de miljardensteun voor de ontwikkeling en productie van coronavaccins. Het had farmabedrijven in de subsidie- en aankoopcontracten moeten opleggen kennis over de vaccinproductie te delen.’

Tegenstanders van een tijdelijke patentopheffing opperen dat zo’n maatregel nefast is voor de innovatie, omdat bedrijven geen prikkel meer hebben om nog vaccins te ontwikkelen.

Ellen ’t Hoen:  'NeeDat argument houdt geen steek voor de coronavaccins. Net omdat overheden wereldwijd voor een groot stuk het risico hebben weggenomen door miljarden aan publieke middelen in de ontwikkeling en de productie van coronavaccins te investeren. Onderzoek van de kENUP Foundation toonde aan dat wereldwijd zo’n 90 miljard euro overheidsgeld is geïnvesteerd in de ontwikkeling en aanvoer van coronavaccins en andere therapeutische middelen.'

Een ander argument tegen de patentopheffing is dat er amper onbenutte productiecapaciteit zou zijn. Volgens de topman van Moderna geldt dat zeker voor de mRNA-vaccins.

’t Hoen: 'Ik ben het daar niet mee eens. Teva, een groot Israëlisch farmabedrijf, verkondigde al dat het vergeefs de hand heeft uitgestoken om coronavaccins te produceren. Het kondigde onlangs aan dat het zijn zoektocht naar partners staakt. Biofarmabedrijven in Canada, Bangladesh, Zuid-Korea en Pakistan getuigden eerder al over gelijkaardige ervaringen.'

'Farmabedrijven als Moderna genoten publieke steun en verdienen veel aan hun vaccins. Dan is het niet te veel gevraagd dat ze een deel van hun capaciteit, zoals productieknowhow en geschoold personeel, ter beschikking stellen van anderen. Nu is de WGO zelf gestart met het opzetten van mRNA-techtransferhubs, om expertise te leveren in ontwikkelingslanden.'

Critici van het vrijgeven van de patenten opperen ook dat niet iedereen de vereiste productiekwaliteit kan garanderen.

’t Hoen: 'Uiteraard is kwaliteit cruciaal, maar dat argument is een drogreden die losstaat van de discussie over de bescherming van het intellectuele eigendom. Ook grote farmabedrijven, zoals AstraZeneca en Johnson & Johnson, ervaren kwaliteitsproblemen op hun productiesites.'

'De WGO runt bovendien een zogenaamd prekwalificatieprogramma, waar producenten hun producten ter beoordeling voorleggen, net om er zeker van te zijn dat coronavaccins van de vereiste kwaliteit zijn. De WGO gaat zelf ook productiesites inspecteren. Producenten die zo’n beoordeling niet doorstaan, komen niet in aanmerking voor programma’s als Unicef en Covax, het internationaal solidariteitsmechanisme dat coronavaccins aankoopt voor armere landen.'

Als in de Wereldhandelsorganisatie toch een consensus wordt bereikt over een tijdelijke opheffing van de coronapatenten, is dat dan een primeur?

’t Hoen: ‘Ja, dat gebeurde nooit eerder. Je had 20 jaar geleden wel een gelijkaardig debat over de ongelijke toegang tot AIDS-medicatie in ontwikkelingslanden. Daar stierven toen nog dagelijks duizenden mensen aan de ziekte, omdat de dure medicatie enkel toegankelijk was in het Westen. Via de Doha-verklaring van 2001 over intellectueel eigendomsrecht gaf de Wereldhandelsorganisatie de stimulans om zogenaamde dwanglicenties in te zetten, waardoor landen goedkope generieke middelen uit India konden invoeren en soms ook, zoals Kenia, Indonesië en Brazilië, op eigen bodem AIDS-medicatie konden produceren.'

Waarom vaardigden landen nog geen dwanglicenties af om op eigen bodem coronavaccins te produceren?

’t Hoen: 'Rusland deed dat al voor het antivirale middel remdesivir, de coronabehandeling van het Amerikaanse Gilead (bij ons bekend als de partner van biotechbedrijf Galapagos, red.). Via een dwanglicentie wordt dat middel nu in Rusland geproduceerd. Maar dat gaat om een relatief eenvoudige chemische molecule. Voor coronavaccins heeft het opleggen van zo’n dwanglicentie minder zin.'

Waarom niet?

’t Hoen: 'Omdat het maken van vaccins complexer is en je niet genoeg hebt aan het vrijgegeven van het octrooi. Daarom is het zo belangrijk dat de farmabedrijven, als er een tijdelijke opschorting van de patenten komt, zich ook bereid tonen om de kennis van het productieproces te delen.'

Ellen ’t Hoen

De Nederlandse juriste heeft ruim 30 jaar ervaring in medisch intellectueel eigendom en is een veelgevraagde stem in binnen- en buitenlandse media.

Ze adviseert de Wereldgezondheidsorganisatie en is directeur van Medicines Law & Policy, een internationale onderzoeksgroep die werkt voor de Verenigde Naties, regeringen en niet-gouvernementele organisaties.

Tussen 1999 en 2009 was ’t Hoen bij Artsen Zonder Grenzen beleidsdirecteur voor de campagne rond de toegang tot essentiële medicijnen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud