De harde cijfers achter ebola-obligaties

Ziekenhuisbedden aan het Ebola-transitcentrum in Beni, Congo ©AFP

Beleggers in ‘pandemie-obligaties’ van de Wereldbank hopen dat de ebolauitbraak in Congo de grens niet oversteekt. Anders verliezen ze hun inleg. Of hoe financiële markten nu rendement zoeken als verzekeraar van rampen.

Het lijkt onkies. Terwijl Congo een van de ergste ebola-uitbraken ooit kent - met ruim 500 bevestigde doden - blijft een grote pot geld om zulke virusuitbraken te bestrijden onaangeroerd. Dat geld komt van beleggers die in 2017 intekenden op de allereerste pandemie-obligatie van de Wereldbank, een instelling die ontwikkelingslanden helpt.

De Wereldbank haalde toen 320 miljoen dollar op via twee aparte driejarige obligaties met coupons van 6,5 procent en 11,1 procent boven op een interbankenrente die vandaag zo’n 2,7 procent bedraagt. Via derivaten werd nog eens 105 miljoen dollar verzameld. Het geld dient voor de snelle bestrijding van zes virussen, waarbij de obligatie met de hoogste coupon onder meer ebola dekt. Bij een catastrofale uitbraak verliezen de beleggers hun coupon - die betaald wordt uit het ontwikkelingsbudget van Duitsland en Japan - en mogelijk hun ingelegde kapitaal.

Pandemie

Hoe catastrofaal een uitbraak moet zijn, is precies vastgelegd. Drie criteria bepalen of de obligatiespaarpot gekraakt mag worden: het aantal doden, de snelheid waarmee het virus zich verspreidt, en de overschrijding van landsgrenzen. De drempel van 250 doden is al overschreden. Maar om van een pandemie te spreken moet meer dan één land getroffen zijn. Dat is nog niet het geval, zodat de obligaties onaangeroerd blijven.

De Wereldbank stelde intussen wel al 140 miljoen dollar noodhulp ter beschikking via andere kanalen, waarvan 32 miljoen dollar via het ‘cash window’ van de Pandemic Emergency Financing Facility (PEF), het financieringsvehikel waaronder ook de obligaties vallen. Het geld van dat cash window komt van donorlanden en dient om snel op een uitbraak te kunnen reageren zolang de obligaties niet getriggerd zijn. Het belang van snelle financiering was een cruciale les van de ebola-uitbraak in 2013-2014, die onnodig uitdijde.

Kritiek

Dat de obligaties buiten schot blijven terwijl een grote ebola-uitbraak woekert, bezorgt de Wereldbank pr-kopbrekens. De bank omarmde pandemie-obligaties als welkome financiële innovatie. Critici uit de ngo-wereld grijpen Congo nu aan als bewijs dat financiële markten en ontwikkelingssamenwerking moeilijk te rijmen zijn. Los van een gevoelsmatige afkeer van het linken van beleggerswinst met menselijk lijden, luidt de kritiek dat deze zoveelste stap in de ‘financialisering’ van onze maatschappij andermaal neerkomt op het privatiseren van winsten en het socialiseren van verliezen en risico’s.

De Wereldbank ziet dat anders. Het geld van de obligaties bezorgt haar vuurkracht voor een doortastende interventie. Op voorwaarde dat aan de criteria voldaan is natuurlijk, ook al komt dat erg zakelijk en juridisch over. Maar zo werken die producten nu eenmaal, klinkt het.

‘Het zoeken naar de juiste parameters als trigger voor de obligaties is een evenwichtsoefening’, zegt Michael Bennett, hoofd kapitaalmarktfinanciering bij de Wereldbank. ‘Neem een catastrofe-obligatie die aardbevingen vanaf een bepaalde Richter-schaal dekt. Als je een te lage schaal kiest, verhoogt de frequentie van de gedekte aardbevingen zodanig dat het risico te groot en dus onverzekerbaar wordt. Een erg hoge trigger is dan weer goedkoop om te verzekeren, maar weinig zinvol.’ De keuze van objectief meetbare triggers op basis van risicomodellen voor virussen blijft alvast een leerproces.

Schaalvergroting

De Wereldbank was niet aan haar proefstuk toe. Al in 2007 onderzocht ze hoe ze allerhande risico’s die de financierende lidstaten lopen - van droogtes en orkanen tot gezondheidsrisico’s in de landen die de Wereldbank helpt - op voorhand kon indekken. Zo kwam ze uit bij de financiële markt, als aanvulling op risico-indekking via klassieke herverzekeraars.

De praktijk zit stevig in de lift: van de 4,2 miljard dollar aan risico-indekking die de Wereldbank al deed, gebeurde de helft in de jongste 18 maanden en 65 procent via de kapitaalmarkt. Het grote voordeel volgens Bennett is dat de vijver van potentiële verzekeraars veel groter wordt: naast een kransje grote verzekeraars komt een grote groep beleggers in het spel.

Er is dan ook sprake van een bredere trend om financiële markten in te schakelen als verzekeraar, intussen goed voor een markt van tientallen miljarden dollars. Daarbij spelen drie katalysatoren, stelt professor-emeritus Paul Embrechts, een specialist in risicobeheer die de opkomst van zulke producten begin jaren 90 van dichtbij meemaakte.

‘De ontstaansreden - enorme financiële markten met geld op zoek naar beleggingswinsten in alle uithoeken van de wereld - is nog altijd relevant. Het huidige lagerenteklimaat voedt de zoektocht naar rendement, wat aantrekkelijk oogt voor deze obligaties.’

Hun aantrekkingskracht schuilt mee in de diversificatie die de producten bieden. De kans op een aardbeving in Mexico of een ebola-uitbraak is niet direct gelinkt aan de evolutie van andere activa in de beleggingsportefeuille. ‘Dat is een belangrijk verkoopargument, al moet je daar voorzichtig mee omgaan’, zegt Embrechts. ‘Tot slot voelen grote beleggers als pensioenfondsen vandaag meer druk om op een maatschappelijk verantwoorde manier te investeren.’ Een nobele obligatie van de Wereldbank past daarin.

Krenten

Servaas Storm, economisch onderzoeker aan de Technische Universiteit Delft, vindt er weinig nobel aan. ‘De obligatiebeleggers pikken de krenten uit de pap door al te makkelijk rendement te verdienen voor te weinig risico. Het echte onderliggende risico - wanneer het zwaar fout loopt - kunnen ze niet dragen en wordt dan afgewenteld op de maatschappij. Bovendien duwen internationale instellingen als het IMF ontwikkelingslanden naar zulke marktoplossingen, ten koste van collectieve hulpmechanismen.’

Embrechts nuanceert. ‘Als extra instrument voor de bestrijding van problemen kunnen deze obligaties zeker interessant zijn. Maar als overheden zouden concluderen dat de markt alles kan oplossen en zij zich kunnen terugtrekken, loopt het verkeerd.’ Bennett maakt eenzelfde punt. ‘De verzekering via de obligatie is niet ons enige instrument. De obligatie is gericht op een specifiek probleem. Er is daarnaast onder meer het cash window.’ Dat laatste zet beleggers in een eerste fase wel comfortabel uit de wind. Bij de pandemie-obligatie gaat het om ‘25 tot 50’ beleggers, van pensioen- tot hedgefondsen.

We kijken naar de mogelijkheid om hongersnoden of aspecten van de vluchtelingencrisis te verzekeren.
Michael Bennett
hoofd kapitaalmarktfinanciering bij de Wereldbank

De Wereldbank wil het niet bij pandemie-obligaties laten. ‘Zowel voor catastrofeverzekeringen voor individuele landen als voor risico’s die grensoverschrijdend zijn, is er nog veel onontgonnen terrein’, stelt Bennett. ‘In die laatste categorie kijken we naar de mogelijkheid om hongersnoden of aspecten van de vluchtelingencrisis te verzekeren. Anderen kijken naar het verzekeren van cyberrisico’s.’

De toepassingen lijken eindeloos. Zo bestaan er vaccinatie- en ‘humanitaire impact’-obligaties. Die laatste zijn uitgegeven door het Rode Kruis voor de bouw van prothese- en rolstoelcentra in Afrika. Beleggers krijgen een return als die centra efficiënter opereren dan vergelijkbare centra. Een bonus, maar voor goede werken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content