analyse

‘Een revisor is geen fraudebestrijder'

EY Duitsland, al vele jaren de huisrevisor van het techbedrijf Wirecard, mag zich stilaan opmaken voor een stevig robbertje vechten in de rechtbank. ©BELGAIMAGE

Het regent financiële doemberichten over de modegroep FNG, internationaal valt het betaaltechnologiebedrijf Wirecard van zijn sokkel omdat 1,9 miljard euro is ‘zoekgeraakt’. Telkens weer-klinkt de vraag: hoe kan het zo fout gaan zonder dat de bedrijfsrevisor dat merkt?

Enron, Parmalat, Worldcom, Lernout & Hauspie, Imtech, Bernie Madoff, Jerôme Kerviel (Société Général), het zijn legendarische fraudezaken uit de recente economische geschiedenis. Vandaag loopt het Duitse Wirecard het risico in die galerij van frauduleuze faillissementen te worden opgenomen nu gebleken is dat 1,9 miljard euro die in de boeken staat ‘onvindbaar’ is. Ook de Belgische kledinggroep FNG wordt door de beurswaakhond FSMA onder vuur genomen omdat het ondoorzichtige constructies opzette en schimmige deals sloot in Azië, Luxemburg en Zwitserland.

De vraag die telkens weer opduikt: hoe is het mogelijk dat malversaties tot zelfs fraude zo lang onder de radar blijven van de bedrijfsrevisor? Een poging tot een antwoord in vijf delen.

1. Wat is een revisor en hoe gaat hij te werk?

Het maatschappelijk belang van een revisor is groot. Elke belegger, maar ook elke werknemer, leverancier en kredietverstrekker, moet erop kunnen rekenen dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de financiële situatie van de onderneming.

‘Een revisor is een financieel poortwachter, die aan het einde van een lange ketting zit’, legt Tom Meuleman, de voorzitter van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren, uit. Hij moet onderzoeken of de jaarrekening een betrouwbaar beeld geeft van de onderliggende gezondheid van een bedrijf. Daartoe heeft hij of zij zich te houden aan heel wat regels die duidelijk maken hoe de controle moet verlopen, en kan hij elk papieren of digitaal document opvragen dat gelinkt is aan het bedrijf.’

Vrijdag meldde Financial Times dat EY gedurende drie jaar zou hebben nagelaten om cruciale informatie op te vragen over een rekening bij een Singaporese bank waarop volgens Wirecard 1 miljard euro zou staan.


‘Maar een revisor is niet verplicht om elke factuur, elke boeking of elk stukje inventaris na te kijken. Hij baseert zich in de eerste plaats op heel wat interne controlemechanismen waarin elk bedrijf zelf moet voorzien. Een voorbeeld daarvan is een bank die haar medewerkers, zeker op sleutelposten, tijdens de vakantie bewust geen toegang geeft tot de IT-systemen. Fraude is iets dat je actief moet onderhouden en dat wordt dan onmogelijk. Doordat een bestaand patroon plots verandert en gelinkt is aan de afwezigheid van een medewerker, krijg je een indicatie dat die mogelijk aan het sjoemelen is.’

‘Voor een revisor van start gaat, gaat hij na hoe degelijk die mechanismen in het bedrijf zijn uitgebouwd. Hoe robuuster dat systeem van interne checks en balances, hoe minder diep de revisor zelf moet graven. Twijfelt hij over cijfers, dan zal hij ‘steekproeven’ nemen van specifieke databases en documenten.’ In het geval van een waardering van een voorraad kan dat gaan tot het fysieke natellen van een deel ervan in het magazijn.

2. Garandeert een revisor dat de boekhouding fraudevrij is?

‘Een revisor is geen fraudebestrijder’, klinkt het bij alle experten die we raadpleegden. Hij kan ook niet in de weken tot maanden die een audit duurt dezelfde controles uitvoeren als de auditafdeling van een groot beursgenoteerd bedrijf dat tientallen voltijdse medewerkers in dienst heeft.

Erik De Lembre, de éminence grise van het Belgische boekhoudrecht, vergeleek de boeken van een bedrijf ooit met een gigantische hooiberg, waarin een revisor enkel steekproeven kan doen. ‘Hij moet een hooimijt systematisch met een spies doorprikken’, zei hij. ‘Maar de kans dat hij dat ene strootje treft waarop de fraude zit, is klein. De buitenwereld blijft ten onrechte verwachten dat de bedrijfsrevisor fraude altijd ontdekt, terwijl een normale auditprocedure het bestaan van fraude niet uitsluit. Daarvoor is echt forensisch onderzoek nodig, een monnikenwerk waarbij de controleur elk strootje verlegt en bekijkt. Maar dat is onmogelijk en onbetaalbaar.’

Een revisor is gebonden aan het beroepsgeheim, behalve als hij signalen krijgt dat het voortbestaan van het bedrijf in gevaar komt of als hij mogelijk de rekening van een genoteerd bedrijf niet kan goedkeuren, zoals bij fraude. ‘Als de bedrijfsleiding hem niet kan overtuigen met gepaste maatregelen om het bedrijf te behoeden voor een faillissement, kan hij de voorzitter van de rechtbank van koophandel inlichten’, zegt Meuleman. Volgens Wim Verbelen, senior manager van het revisoren- en consultingbureau BDO is het materialiteitsprincipe van belang: een revisor hoeft niet zwaar te tillen aan kleine onnauwkeurigheden. De ‘verloren’ 1,9 miljard euro van Wirecard - een kwart van de balans - is heel andere koek dan enkele paperclips die fout geboekt zijn.

3. Waarom ziet een revisor niet wat journalisten wel zien?

Het was de Amerikaanse zakenkrant The Wall Street Journal die in 2001 het Vlaamse spraaktechnologiebedijf Lernout & Hauspie in opspraak bracht. In de zaak-Wirecard is het de krant Financial Times die al in januari van vorig jaar melding maakte van verdachte transacties bij het Duitse bedrijf. Vrijdag meldde die krant nog dat EY gedurende drie jaar zou hebben nagelaten om cruciale informatie op te vragen over een rekening bij een Singaporese bank waarop volgens Wirecard 1 miljard euro zou staan. Volgens FT zou het om ‘een routineprocedure’ gaan ‘die de fraude bij het bedrijf naar boven had kunnen brengen’.

Kunnen revisoren dan niet wat journalisten wel kunnen? ‘De revisor is veel meer gebonden aan vaste procedures’, zegt Frans Heitling, de hoofdredacteur van het Nederlandse vakblad Accountancy Van Morgen. ‘Een journalist kan op basis van betrouwbare bronnen onregelmatigheden melden. Een revisor moet zeker zijn en dat ook kunnen bewijzen. Bij EY lezen ze heus wel de Financial Times, maar zij moeten het ook hard kunnen maken, op basis van de onderliggende cijfers. Cijfers die de FT waarschijnlijk niet eens heeft. Bovendien: wat is eigen aan fraude? Dat je probeert geld te jatten zonder dat iemand het gezien heeft. Die iemand, dat is vaak ook de revisor, die je als fraudeur dus bewust probeert te misleiden.’

4. Wanneer is een revisor verantwoordelijk voor fouten? 

In de zaak L&H werd het kantoor KPMG vrijgesteld van vervolging, maar de revisor zelf, die werkte voor KPMG, werd veroordeeld tot een boete van 2,5 miljoen euro. De rechter oordeelde dat hij ‘onopzettelijke fouten’ had gemaakt. ‘Onnauwkeurigheid is maar een mogelijke oorzaak’, zegt Heitling. ‘Het kan ook gaan om een bepaalde cultuur van wining en dining. Tot regelrechte corruptie. In het boek Conspiracy of Fools over het beruchte Eron-schandaal legt de auteur Kurt Eichenwald haarfijn uit hoe fraude vaak begint bij één persoon, maar op het einde een cultuur wordt die iedereen corrumpeert, soms ook de revisor.’

Een revisor moet een hooimijt – de boeken – systematisch met een spies doorprikken. De kans dat hij dat ene strootje treft waarop de fraude zit, is klein.


Jesse Eisinger, de journalist van The Wall Street Journal die in 2000 de kritische artikels over L&H bracht, zei in 2007 in een interview met ‘Terzake’ over de rol van de revisor: ‘Die bedrijven kregen zoveel geld binnen van bedrijven als L&H dat ze hun werk als waakhond niet meer naar behoren doen. Als je te veel vragen stelt, gaat de concurrentie met de business lopen.’

Dat kon begin jaren 2000 omdat er een belangenverstrengeling bestond tussen de audit- en de consultingopdrachten. De voorbije twintig jaar is onder invloed van diverse schandalen de scheiding ingevoerd tussen beide takken van de financiële dienstverleners. ‘Wie de boeken van een bedrijf doorlicht, mag aan dat bedrijf niet ook nog eens advies verlenen’, legt Verbelen uit. ‘Maar die striktheid gaat in golven. Na Enron had je de hele strenge Sarbanes-Oxley-wet in de VS. Later kwam daar een lightversie van. Na de financiële crisis van 2008-2009 werd het weer strenger, gevolgd door versoepelingen. Misschien wordt er na Wirecard opnieuw meer orthodoxie ingevoerd.’

5. Wat staat er op het spel?

Grote auditkantoren zijn als de dood voor fraude bij hun klanten, omdat ze kunnen worden meegesleurd in zo’n schandaal. Het ophefmakendste voorbeeld is de ondergang van het consultancy- en revisorenkantoor Arthur Andersen, waardoor de ‘Big Five’ een ‘Big Four’ werd (EY, KPMG, Deloitte en PwC). Het bedrijf viel om in de nasleep van het Enron-schandaal.

‘De meeste grote revisorenkantoren zijn zich bewust van de enorme schade die fraudezaken kunnen teweegbrengen’, zegt Frans Heitling. ‘Daardoor is hun interne kwaliteitscontrole de voorbije tien jaar sterk verhoogd, en is de kwaliteit van de audits sterk verbeterd. De hele beroepsgroep is er met grote sprongen op vooruitgegaan.’

Vaak keren beleggers die zich door een failliet bedrijf bedrogen voelen, zich tegen het bedrijf dat de boeken moest controleren, al is het maar omdat die laatste meestal de enige partij is waar nog een schadevergoeding te rapen valt. Dat was zo bij L&H, en het lijkt erop dat EY Duitsland, al vele jaren de huisrevisor van Wirecard, zich stilaan mag opmaken voor een stevig robbertje vechten in de rechtbank. Zo ging de beleggersfederatie European Investors, waaronder ook de Nederlandse Vereniging van Effectenbeleggers (VEB) valt, donderdag vol in de aanval. Ze eist een schadevergoeding van EY omdat de plichten tegenover beleggers niet zouden zijn nagekomen. Ook het Japanse techfonds Softbank, een grote aandeelhouder van Wirecard, plant volgens het Duitse magazine Der Spiegel een rechtszaak tegen EY. In een reactie liet EY weten dat het ‘niet op de hoogte is van een dergelijke klacht en geen commentaar kan geven op een mogelijk onderzoek.’


Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud