‘Ik heb nooit iemand bedrogen'

©BELGA

‘Het is tijd dat ik spreek.’ De uitspraak van de rechtbank van Utrecht woensdag is voor Jean-Paul Votron, de ex-topman van Fortis, de spreekwoordelijke druppel. Hij voelt zich onheus behandeld. Over wat bij Fortis gebeurde toen hij er aan het roer stond, is de Brusselaar formeel: ‘Ik heb nooit iemand bedrogen, ik heb nooit gelogen.’

Sinds zijn gedwongen vertrek bij Fortis in de zomer van 2008 hulde Votron, die ruim drie jaar aan het hoofd stond van de financiëledienstengroep, zich in stilzwijgen. Zonder een Nederlandse rechter zou hij dat nog steeds doen. Maar diens uitspraak eerder deze week was er te veel aan. De rechter oordeelde dat Votron en ex-financieel directeur Gilbert Mittler in mei-juni 2008 beleggers hebben misleid door de kapitaalpositie van Fortis te rooskleurig voor te stellen.

‘Ik ben verrast en ontgoocheld’, zegt Votron in het eerste interview sinds zijn vertrek bij de bank-verzekeraar. ‘Na ruim 3,5 jaar te hebben gezwegen wil ik een andere waarheid naar buiten brengen dan degene die al sinds mijn vertrek bij Fortis circuleert. Deze zaak moet op een objectieve manier bekeken worden. Het is tijd dat ik spreek.’

In afwachting van een beslissing over een eventueel beroep - Votron beraadt zich daarover met zijn advocaten - staat hij ons telefonisch te woord vanuit Zwitserland. De couleur locale blijkt uit het geluid van een koekoeksklok, die hij snel stillegt om het interview voort te zetten. Geëmotioneerd, ietwat nerveus, af en toe met een wat trillende stem, staat hij ons te woord. ‘Ik heb nooit iemand bedrogen, ik ben altijd eerlijk geweest en ik heb nooit gelogen. Alles wat ik gedaan heb, heb ik gedaan in het belang van de aandeelhouders en het bedrijf.’

U kunt niet leven met de uitspraak van de rechtbank van Utrecht.

Jean-Paul Votron: ‘Ik bekritiseer de rechter niet, maar wel de manier waarop de zaak is benaderd. De rechten van de verdediging zijn niet gerespecteerd.’

Hoe bedoelt u?

Votron: ‘De rechter heeft zich voor zijn uitspraak onder meer gebaseerd op het rapport dat door experts werd opgesteld in opdracht van de Ondernemingskamer in Amsterdam. Volgens mij hebben die experts geen legitimiteit. Ze zijn geen rechter en dus heeft de informatie die ze aanbrachten geen juridische waarde.’

Jean-Paul Votron

61 jaar.

Licentiaat in de economische en financiële wetenschappen, bijkomend diploma internationale businessstrategieën.

1975-1991: Unilever. Onder meer verantwoordelijk voor internationale verkoop, marketing en algemeen beleid.

1991-1997: Citibank. Onder meer directeur marketingstrategie voor Europa, directeur consumentendivisie in België, directeur marketing en business development in Europa en de VS, directeur verzekeringen in de VS en gedelegeerd bestuurder van Retail FSB branches, een kantorennetwerk in de VS.

1997-2002: ABN AMRO. Verantwoordelijk voor internationaal consumentenbankieren en e-commerce.

2002-2005: Citigroup. Lid van het managementcomité, topman bankkantoren in West-Europa, Centraal-Europa, Rusland, het Midden-Oosten en Afrika.

Begin 2005: Fortis. Directie-voorzitter en lid van de raad van bestuur.

11 juli 2008: vertrek bij Fortis.

‘Ik kant me tegen de inhoud van het rapport om drie redenen: het is opgesteld door mensen die geen ervaring hebben als onderzoekers; de manier waarop het onderzoek is gevoerd, was intimiderend en subjectief; ze wilden ‘iets’ vinden, hadden een precies doel voor ogen en hebben zich gebaseerd op een verhaal waarvan de uitkomst al bekend was om hun eigen verhaal te vertellen. In het Engels staat dat bekend als een ‘outcome bias’.

‘De rechten van de verdediging zijn niet gerespecteerd. Wie door de experts werd ondervraagd, kon bijvoorbeeld opmerkingen formuleren over de eerste versie van het rapport. Ik stelde onder meer voor dat ze ook de bestuurders zouden horen die niet uit de Benelux afkomstig waren. Dat werd geweigerd wegens een kostenkwestie. Ze hebben geen rekening gehouden met mijn opmerkingen, noch met die van anderen trouwens. Het rapport is tendentieus. Woorden en zinnen zijn uit hun context gerukt. Het creëert eigenlijk een nieuwe realiteit. Ik vind dat erg.’

De uitspraak focust op de periode mei-juni 2008. Fortis en uzelf hebben toen verklaard dat de solvabiliteit van de groep oké was, dat er geen kapitaalverhoging noch een verandering van het dividendbeleid zou zijn. Eind juni werd het kapitaal verhoogd en het dividendbeleid gewijzigd…

Votron: ‘De solvabiliteit wás toen beter dan de ratio’s die werden opgelegd door de toezichthouders. Kijk, in juni 2008 hebben de raad van bestuur en de CEO, ikzelf dus, samen beslist dat het goed zou zijn het kapitaal te verhogen en het dividendbeleid te herzien. Gezien de toen geldende pessimistische economische vooruitzichten was dat volgens ons in het belang van de aandeelhouders.’

Maar begin juni 2008 verklaarde u nog op een ontbijtcauserie van ABN AMRO dat Fortis geen solvabiliteitsproblemen had.

Votron: ‘Dat was een ontbijt met klanten van ABN AMRO. Er werd mij toen gevraagd hoe sterk de solvabiliteit van Fortis was. ‘Goed’, antwoordde ik. In juni 2008 lag onze kernkapitaalratio (Core Tier 1) boven de wettelijk vereiste niveaus. Maar ik zei toen ook dat we alle noodzakelijke maatregelen bestudeerden om de solvabiliteit op peil te houden in het kader van de integratie van ABN AMRO.’

Deminor ziet de uitspraak in Utrecht als een eerste stap. Volgens het juridisch kantoor misleidden Fortis en zijn management de beleggers ook in 2007 over de blootstelling aan herverpakte obligaties (CDO’s) en aan de Amerikaanse woonkredieten van lage kwaliteit (subprime).

Votron: ‘Dit is weer een geval van ‘outcome bias’. In 2007 wist niemand hoe de markt van de CDO’s ging evolueren, noch hoe hun waarde ging schommelen. In de zomer van 2007 meldde het ratingagentschap Fitch nog dat de subprimehypotheken (woonkredieten van lage kwaliteit die in fondsen werden herverpakt en verhandeld tussen financiële instellingen, red.) geen materiële impact zouden hebben op Fortis. Dat papier vertegenwoordigde maar een klein deel van onze balans en 95 procent ervan had bovendien een AA- of AAA-rating. We hadden geen enkele reden om te denken dat de ratingagentschappen zich zouden verkijken.’

‘Wij hebben altijd te goeder trouw over dat onderwerp gecommuniceerd en de CDO-waarderingen progressief aangepast wanneer nodig. We waren bovendien bij de eersten om maatregelen te nemen met betrekking tot CDO’s in België.’

Midden juli 2008 werd u de laan uitgestuurd bij Fortis. U kunt dat vertrek nog altijd moeilijk verkroppen.

Votron: ‘Na de communicatie van de maatregelen op 26 juni ben ik afgeschilderd als de ‘bad guy’. Dat is zo ver gegaan dat de raad van bestuur - opgehitst door beleggersorganisaties en de pers - van oordeel was dat het beter zou zijn dat ik opstapte. Maar enkele maanden voordien had 98 procent van de aandeelhouders op de algemene vergadering ingestemd met de verlenging van mijn mandaat, zodat ik de crisis zou kunnen aanpakken en de integratie van ABN AMRO tot een goed einde zou kunnen brengen. Ik heb in juli 2008 ook een plan op tafel gelegd om de crisis te lijf te gaan, maar het heeft niet mogen zijn.’

‘Wat de mensen ook vergeten, is dat alle banken pas maanden na Fortis overgegaan zijn tot gelijkaardige maatregelen: kapitaalverhogingen, de afschaffing van het dividend, enzovoort. Sommige spelers moesten zelfs aankloppen bij de overheden.’

Waarmee bent u zoal bezig sinds uw vertrek bij Fortis?

Votron: ‘Ik heb eerst wat tijd genomen om na te denken over de economische crisis. Ik geef nu colleges aan de universiteit van Cambridge: een college over de risico’s verbonden aan de ‘stakeholders’ van bedrijven (beleggers, personeel, klanten, enzovoort, red.) en een ander over leiderschap in tijden van crisis. Ik probeer managers inzichten bij te brengen over het beheer van crisissen... Zoals ik het graag gedaan zou hebben na 11 juli 2008. Ik zou er graag nog bij geweest zijn om de aandeelhouders van Fortis te verdedigen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect