Blunderend S&P geniet schier eindeloos krediet

©EPA

Een financieel in memoriam voor Frankrijk. Cru gesteld is dat wat S&P donderdagnamiddag de wereld instuurde, toen het de toprating voor Frankrijk verlaagde. Foutje, bleek wat later. Het bedrijf uit de VS haalde er de woede van beleggers en Europese politici mee op de hals. Maar die hebben de ratingbureaus zelf (te) belangrijk gemaakt.

Donderdag, 15.57 uur. Een trader van een bank uit de Londense City ziet tussen de talloze koop- en verkoopadviezen voor aandelen, obligaties en munten plots volgend zinnetje over zijn scherm rollen: ‘Standard & Poor’s Ratings Alert: Downgrade France (Republic of).’ ‘Het is zo ver’, denkt hij bij zichzelf. ‘Frankrijk is zijn toprating kwijt. Dit is een boodschap van het invloedrijkste kredietratingbureau ter wereld. De marktwaarde van de Franse overheidsschulden zal nu snel dalen.’

Met één druk op de knop gooit hij voor honderdduizenden euro’s Franse staatsobligaties in de markt. Te koop tegen elke prijs. Better safe than sorry. De trader is niet alleen. In de Londense Square Mile doen zich in de verschillende torengebouwen in staal en glas schier identieke scenario’s voor. Bijna twee uur lang regent het telefoontjes in de marktenzalen. ‘Sell France’, bevelen klanten aan de andere lijn. In een mum van tijd schiet de rente op Frans overheidspapier met een looptijd van tien jaar tien basispunten omhoog, van 3,37 procent naar 3,47 procent (zie grafiek).

Ter herinnering, de rente stijgt als de koers van een obligatie zakt. Het renteverschil met de Duitse tienjarige Bunds, vandaag de beste barometer voor het wantrouwen dat beleggers koesteren jegens Frankrijk, stijgt tot 170 basispunten, een record. Tot er om 17.50 uur, net voor het sluiten van de Europese obligatiemarkten, een nieuw S&P-bericht volgt. Eentje dat ook voor de pers bedoeld is deze keer. ‘Ten gevolge van een technische fout (...) hebben wij aan sommige van onze klanten gesuggereerd dat de kredietrating van Frankrijk gewijzigd is. Dat is niet zo. Neen, wij zijn de rating van Frankrijk niet aan het herbekijken.’

COMPLOT

Verstomming alom. Een stemming die ook gisteren bleef nazinderen, terwijl de appetijt in Franse overheidsschuld mondjesmaat weer toenam. ‘Is dit een Amerikaans complot om de euro kapot te krijgen?’, vroeg een belegger zich af. ‘Ik kan me geen situatie herinneren waarbij een ratingbureau per abuis een kredietbeslissing uitstuurde’, zei Gary Jenkins, obligatiestrateeg van het Londense beurshuis Evolution Securities. ‘Velen zullen ervan uitgaan dat er geen rook is zonder vuur. Maar eerlijk, ik heb er geen idee van wat hier nu van aan is.’

François Baroin, de Franse minister van Financiën, ontstak donderdag al in een Franse colère en beval de Franse en de Europese financiële waakhonden om een onderzoek te openen naar ‘de oorzaken en gevolgen van de fout van S&P’. Europees commissaris voor de Interne Markt Michel Barnier sprak gisteren van een ‘ernstig incident’. ‘Het bewijst dat marktpartijen discipline moeten uitoefenen en zich verantwoordelijk moeten gedragen.’

En S&P? Daar was gisteren niemand bereikbaar voor verdere commentaar. Telefoontjes, voicemails, e-mails, ze bleven alle onbeantwoord. Andere ratingbureaus dan maar? Die leken niet happig om hun concurrent af te vallen. Dat is niet geheel onbegrijpelijk. De grote drie - S&P, Moody’s en Fitch - gingen in aanloop naar de kredietcrisis collectief in de fout. Eensgezind hielden ze te lang vast aan hun topratings voor financiële producten die achteraf gezien niet meer voorstelden dan rommel met een strikje rond. Nochtans doet S&P recent goed zijn best om zich te onderscheiden als slechtste van de klas. In augustus maakte het bureau al eens een ‘rekenfoutje’ van 2.000 miljard dollar. En dat nog wel bij zijn belangrijkste beslissing ooit: die om de VS voor het eerst in 70 jaar hun AAA-toprating af te nemen. Het gevolg was toen een regelrechte woordenoorlog tussen S&P en politiek Washington.

Of het ratingbureau van plan was om ook Frankrijk op een gelijkaardige bolwassing te trakteren, valt moeilijk hard te maken. ‘Over het algemeen zet een ratingbureau een land eerst op de ‘watchlist’ alvorens aan de rating te raken’, weet Laurent Fransolet, hoofd van de Europese obligatiedesk van Barclays. Andere obligatiespecialisten bevestigen dat, maar voegen eraan toe dat dergelijk drastisch manoeuvre wel mogelijk is als de financiële en economische vooruitzichten van een land te snel achteruitboeren.

S&P laat in het ‘praktische vragen’-hoekje van zijn website dan weer uitschijnen dat er een hoop voorbereidend werk voorafgaat aan de finale beslissing om te morrelen aan de kredietwaardigheid van een land. ‘Een oordeel over kredietwaardigheid is het oordeel van verschillende analisten. Als zij tot een beslissing gekomen zijn, moet de hoofdanalist die voorleggen aan een ratingcomité. Dat comité moet dan de hele analyse nog eens onder de loep nemen, en stemmen over de ratingbeslissing. Pas dan komt de eigenlijke beslissing naar buiten.’ S&P zei donderdag dat er geen onderzoek naar de Franse kredietwaardigheid aan de gang was. Dat kan twee dingen aangeven. Ofwel had S&P al een communiqué over de Franse ratingverlaging klaarstaan en stuurde het dat de wereld in zonder zijn huiswerk te maken. Ofwel doet S&P de waarheid geweld aan, en was het bureau wel degelijk bezig aan een doorlichting van Frankrijk.

De Amerikaanse instelling maakte hoe dan ook een dramatische fout. Maar dan rest nog de vraag waarom die alom verfoeide ratingbureaus ruim twee jaar na de kredietcrisis nog altijd zoveel invloed hebben? Dat heeft Europa in grote mate aan zichzelf te danken. De euroleiders zijn er als de kippen bij om de niet-Europese kredietbeoordelaars af te schilderen als roofdieren die staan te dringen om fort Europa binnen te vallen en neer te halen.

Maar als puntje bij paaltje komt, blijven de Europese politici het handvol instellingen dat bepaalt of een land kredietwaardig is of niet zelf op een voetstuk plaatsen. Bijvoorbeeld door het Europees noodfonds, het EFSF, zo te construeren dat het staat of valt bij de rating van de grootste bijdragers aan het fonds.

Volgt u even mee. Het EFSF kan vandaag vrij goedkoop geld ophalen op de markt, omdat het geruggensteund is door 780 miljard euro garanties van de 17 eurolidstaten. Die garanties overstijgen ruimschoots de eigenlijke vuurkracht van het fonds (440 miljard euro), waardoor het fonds de hoogste kredietwaardigheid geniet bij de drie grote ratingbureaus. Dat plaatje verandert als één van de grote kaskoeien voor het fonds ‘minder kredietwaardig’ wordt. Net daarom veroorzaakt het gestuntel van S&P zo veel deining: Frankrijk is na Duitsland de grootste garantieleverancier voor het noodfonds.

Ook de Europese Centrale Bank (ECB) staart zich koppig blind op de ‘grote drie’. Bij de kredietverlening aan Europese banken laat de ECB zich leiden door de rating die op het onderpand kleeft dat de banken in ruil voor cash moeten aanbieden. En dat terwijl de knappe koppen in Frankfurt toch best zelf kunnen inschatten wie de centen van de ECB verdient. Zolang de euroleiders het lot van hun muntunie blijven verbinden aan het oordeel van een of meer ratingbureaus, zullen de capriolen van S&P en co de markten blijven teisteren. Wij kunnen S&P gerust zijn fouten aanwrijven. Maar het is niet S&P’s fout dat het zo belangrijk is.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud