Johan Thijs (KBC): 'Als we te veel kapitaal hebben, keren we dat uit'

Johan Thijs, CEO van KBC. ©Tim Dirven

Als een van de stevigste financiële instellingen in Europa zoekt KBC actief naar overnames, maar is het ook bereid overtollig kapitaal naar de aandeelhouders te laten vloeien. Dat stelt CEO Johan Thijs.

Tijdens onze tiende CEO Talks met de lezers van De Tijd had Johan Thijs, de topman van de bank- en verzekeringsinstelling KBC, geruststellende woorden voor zowel beleggers als personeel. Grote ontslagrondes staan ondanks de druk op het kantorennet niet op het programma.

'Veel mogelijkheden qua dividend' | Johan Thijs (KBC) | CEO Talk

KBC legde de voorbije jaren een sterk parcours af. Waar moet de groei de komende jaren vandaan komen?

Johan Thijs: ‘De groei van KBC stoelt op twee pijlers. Eerst en vooral op de organische groei in de zes kernlanden waar we actief zijn: België, Tsjechië, Hongarije, Bulgarije, Slovakije en Ierland. Vooral in Centraal-Europa zijn er voor het bank-verzekeringsmodel nog veel mogelijkheden. Daarnaast kijken we actief naar overnamemogelijkheden in die landen. Dat kunnen bakstenen kanalen zijn, maar ook bedrijven actief in de digitale omgeving, zolang ze maar meerwaarde creëren voor de groep. We namen zopas nog een Tsjechische fintechspeler over die er 40 procent van alle betaalpoorten van onlineshops verzorgt. Overnames moeten zowel strategisch als geografisch passen. Dus geen zakenbankactiviteiten. En nee, ook geen Deutsche Bank voor ons.' (lacht)

Is KBC kapitaalkrachtig genoeg om die overnames te financieren?

Thijs: ‘We zijn een van de kapitaalkrachtigste banken van Europa. Bovendien genereren we ieder jaar ruim 2 procentpunten extra kapitaal (de kernkapitaalratio CET1, voor enige uitkering, red.). Daarmee kunnen we onze balans verder aansterken, of geld naar de aandeelhouders laten vloeien.’

50%
Dividend
KBC keert minstens 50 procent van zijn winst als dividend uit.

Het dividendrendement van KBC bedraagt zo’n 5,3 procent. Wat is uw dividendpolitiek?

Thijs: ‘We keren minstens 50 procent van onze winst uit. In dat cijfer zit ook de coupon die we moeten betalen voor bepaalde kernkapitaalinstrumenten. Vanaf een bepaald niveau definiëren we kapitaal als surpluskapitaal. Als we die centen niet kunnen investeren in onze bank- en verzekeringsactiviteiten, geven we ze terug aan onze aandeelhouders. Dat kan via verschillende opties: het verhogen van onze pay-outratio (het percentage van de nettowinst dat als dividend wordt uitgekeerd), een superdividend, of de inkoop van eigen aandelen. Dat hebben we in het verleden ook al gedaan.’

Strafrente

De lage rente drukt de winstgevendheid van de banken. De banken moeten zelfs strafrente betalen als ze geld bij de Europese Centrale Bank (ECB) parkeren. Hoe gaat KBC daarmee om?

Thijs: ‘KBC is een zeer gediversifieerde instelling, en dat is een groot voordeel. Minder dan 60 procent van onze inkomsten is afkomstig van renteafhankelijke producten, wat veel minder is dan de meeste sectorgenoten. De rest komt van vermogensbeheer en verzekeren. Maar we zijn niet immuun. Het spreekt voor zich dat de lage rente in de eurozone op onze rentemarge weegt. Gelukkig zijn we ook actief in landen buiten de eurozone. KBC heeft veel meer mogelijkheden dan een gemiddelde traditionele belegger om te diversifiëren. Ik geef een voorbeeld: we kunnen onze surplusliquiditeiten in euro's omzetten in Tsjechische kronen en ze bij de Tsjechische nationale bank plaatsen. Surplusliquiditeiten in euro kosten ons 40 basispunten (0,4%), terwijl de Tsjechische kronen bij de Tsjechische nationale bank 175 basispunten (1,75%) opbrengen.’

Ik vind dat het rentebeleid van de ECB op een andere leest kan en moet geschoeid worden.
Johan Thijs
CEO KBC

Wat vindt u van het beleid van de ECB?

Thijs: 'Het onconventionele rentebeleid van de ECB heeft zeker zijn nut heeft bewezen. Maar de langetermijneffecten kennen we totaal nog niet. Ik vind dat het rentebeleid op een andere leest kan en moet geschoeid worden. Er zit voldoende liquiditeit in de markt om de economie te ondersteunen.’

Kantoren

Concurrenten als BNP Paribas en ING kondigden een golf kantoorsluitingen aan. Staat dat ook bij KBC te gebeuren?

Thijs: ‘We volgen de keuze van onze klanten. We hebben een model waar we dienstverlening aanbieden via vier kanalen: het traditionele kantoor, ons callservicecenter KBC Live, onze apps en het internet. We merken dat klanten massaal overschakelen naar die laatste drie. In België is vorig jaar één KBC-klant op de twee gedurende zes maanden niet in een kantoor geweest. Het spreekt voor zich dat we geen kantoren openhouden waar geen volk komt. Vorig jaar hebben we er 70 gesloten of omgevormd naar een automatenkantoor. Dat betekent niet noodzakelijk dat we personeel ontslaan. We vangen de personeelsimpact op met interne verschuivingen, vooral dan naar ons servicecenter, en via natuurlijk verloop. En vorig jaar wierven we nog 500 mensen in België aan.’

U hebt al gezegd dat de winst op woonkredieten in België te laag ligt. Toch was KBC ook een tijdje een prijsbreker. Hoe komt dat?

Thijs: ‘Op zich is dat geen tegenspraak, maar een samenloop van omstandigheden. Onze politiek bestaat erin gezonde marges na te streven. Op een bepaald moment hebben wij ingespeeld op het feit dat ons marktaandeel te ver beneden ons natuurlijk marktaandeel gezakt was. Dat hebben we dan verdedigd. Maar KBC is zelf nooit een prijsbreker.’

De fiscale stimulus van het spaarboekje is een politieke keuze. Persoonlijk zou ik liever een betere spreiding over verschillende beleggingsproducten verkiezen.
johan thijs
ceo kbc

Een spaarboekje brengt minder op dan de inflatie. Toch zit er 270 miljard euro in geparkeerd. Vindt u dat de overheid ook andere beleggingen deels fiscaal moet vrijstellen zoals het spaarboekje?

Thijs: ‘Het woord ‘parkeren’ is wat ongelukkig gekozen. Met dat geld doen de banken wel degelijk iets: 96 procent van het spaargeld vloeit naar kredieten aan bedrijven, gezinnen en de overheid. De fiscale stimulus van het spaarboekje is een politieke keuze. Persoonlijk zou ik eerder een betere spreiding verkiezen over verschillende beleggingsproducten.’

We zijn ruim tien jaar na de grote financiële crisis. Kan zo’n crisis weer gebeuren?

Thijs: ‘De meeste financiële instellingen in Europa hebben hun kapitaalpositie en risicoprofiel fors verbeterd. De Belgische banken hebben op dat vlak bijzonder sterk gepresteerd. Maar dat is niet noodzakelijk het geval voor alle banken in alle landen. Aangezien crisissen cyclisch zijn, mogen we een nieuwe financiële crisis nooit uitsluiten. We moeten altijd anticiperen om ze te weerstaan als ze opduikt.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect