Eerste sojabonen in Vlaamse velden

Op proefvelden experimenteren onderzoekers met verschillende sojarassen. ©rv

De sojaplant rukt op naar het noorden. Ook bij ons speuren onderzoekers naar manieren om de subtropische boon te doen aarden. ‘We willen van soja de nieuwe mais maken.’

De Europese vleesindustrie is enorm afhankelijk van de drie grote sojaproducerende landen Amerika, Brazilië en Argentinië, samen goed voor meer dan 80 procent van de wereldproductie. Europa probeert de afhankelijkheid van die - vooral genetisch gemanipuleerde (GGO) - sojabonen te verminderen door met subsidies de eigen productie te stimuleren. In de Franse Elzas-streek en in het Duitse Beieren zijn er al sojaplantages, en ook in Vlaanderen en Nederland wordt sinds kort geëxperimenteerd.

©MEDIAFIN

De belangrijkste uitdaging is de tropische plant te doen standhouden in het koude West-Europese klimaat. ‘Het doel van ons onderzoek is soja te doen uitgroeien tot de nieuwe mais’, zegt doctoraalstudent Sofie Goormachtigh, die aan het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) in Merelbeke naar de optimale sojagewassen zoekt. ‘Op onze velden experimenteren we met het zaaitijdstip, de juiste rassen, de optimale zaaiafstand, bemesting, onkruidbestrijding en de juiste bodembacteriën om de sojaopbrengst te maximaliseren. Vorig jaar hebben we voor het eerst geoogst en de veldproeven zijn veelbelovend.’

In 2013 kende het innovatieagentschap IWT 890.000 euro subsidie toe aan het onderzoeksproject. Daarnaast komt 10 procent van privéparticipanten. Het IWT-project loopt af in het najaar van 2017. ‘Tegen dan willen we het antwoord op twee vragen’, zegt ILVO-onderzoeker Joke Pannecoucke. ‘Lukt het om in Vlaanderen soja te telen en kan dat op een economisch rendabele manier? De opbrengst ligt nu rond 2,5 ton per hectare en moet door rasveredeling toenemen naar 4,5 à 5 ton om winstgevend te zijn.’

Voor de zwijnen

Soja wordt verwerkt in diervoeder, zowel de boon, maar vooral het sojaschroot, het restproduct na het uitpersen van de sojaolie. De olie wordt verwerkt in voedingsproducten, terwijl het sojaschroot in de eiwitbehoefte van varkens, runderen en pluimvee moet voorzien. Ongeveer 90 procent van de wereldproductie belandt in de voederbak. Daarnaast verwerken bedrijven de sojabonen in producten voor menselijke consumptie.

Bij ons is Alpro de bekendste, met onder andere sojaboter, -melk en -yoghurt. ‘Alpro, dat mee investeert in het sojaonderzoek, verbruikt jaarlijks tienduizenden tonnen sojabonen. De helft daarvan komt vandaag al uit Europa’, zegt Ann De Jaeger, woordvoerster van Alpro. ‘Dit jaar zullen we in het Vlaamse testproject 10 ton oogsten en in de toekomst hopen we een paar 1.000 ton Vlaamse soja te kunnen verwerken.’

Ook de supermarktgroep Colruyt en de diervoederketen Aveve nemen deel aan het proefproject en slachten binnen een maand de eerste varkens die zijn grootgebracht met lokale soja. ‘Lokale producten zijn een groeimarkt’, zegt Yvan Dejaegher, de directeur-generaal van Bemefa, de beroepsvereniging van diervoederfabrikanten. ‘Door de problematiek van ontbossing werken we sinds 2008 met een plan om onze invoer van soja te verduurzamen. De Belgische invoer van sojaschroot is sindsdien gedaald van 1 miljoen ton naar 700.000 ton in 2013.’ Volgens hem is die daling vooral het gevolg van de verschuiving naar gesubsidieerd koolzaadschroot, een restproduct van de productie van biobrandstof.

Vijftig jaar geleden groeide op Vlaamse bodem ook geen mais. Door rasselectie lukte dat wel. We proberen nu hetzelfde met soja.
Johan Van Waes
Directeur Planten ILVO

Niemand in de sector verwacht dat het kleine Vlaanderen volledig onafhankelijk kan worden voor zijn sojabehoefte. Daarom kijkt Europa ook naar de eiwitrijke gewassen klaver, luzerne en lupinen om de afhankelijkheid van soja te verminderen.

‘Vijftig jaar geleden stond er ook geen mais op Vlaamse bodem’, zegt Johan Van Waes, de directeur planten bij het ILVO. ‘Net als soja is mais een subtropisch gewas dat niet tegen vorst kan. Vanaf de jaren 60 is met de veredeling van vroeg afrijpende rassen de maisteelt in Vlaanderen snel doorgebroken. We proberen nu hetzelfde te bereiken met niet-genetisch gemanipuleerde soja, zodat we minder afhankelijk worden van de wereldmarkt.’

Eerste Vlaamse sojaboer

Terwijl enkele andere landbouwers aan het wachten waren op een goedkeuring voor de nodige onkruidverdelgers was Kristof Veramme (38) uit Mesen vorig jaar de eerste en enige die het aandurfde soja te zaaien in Vlaanderen. ‘Ik ben dan maar zonder bestrijdingsmiddelen beginnen te telen’, zegt hij trots.

Kristof Veramme, de eerste Vlaamse sojaboer. ©Innovatiesteunpunt

‘Tegen de verwachting in leverde dat een mooie oogst op. In mei heb ik 2 hectare gezaaid en in oktober kon ik 2 à 2,5 ton per hectare oogsten, geen slechte opbrengst. Soja is nu al even rendabel als mais of tarwe, en het grote voordeel is dat de plant nauwelijks bemesting nodig heeft.’ Ondertussen zijn twee onkruidverdelgers goedgekeurd en nog andere zullen volgen, waardoor het rendement van de sojateelt nog kan toenemen en ook andere boeren soja zullen telen.

Naast zijn job bij een veevoeder- en zaaigraanbedrijf werkt Veramme als zelfstandig landbouwer in bijberoep met zo’n 40 hectare aan akkers. Hij leerde de sojaplant in 2011 kennen tijdens een zakenreis in Kameroen. Het duurde een paar jaar voor hij hier de juiste zaaizaden vond om aan de slag te kunnen. Uiteindelijk vond Veramme het sojazaad bij het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) dat in Merelbeke met verschillende sojavariëteiten experimenteert.

Mijn eerste opbrengst was 2,5 ton per hectare. In een paar jaar kan dat groeien naar 8 ton.
Kristof Veramme
Landbouwer

Zijn voortrekkersrol leverde de West-Vlaamse landbouwer de innovatieprijs van de Boerenbond op. ‘België zal nooit zelfvoorzienend zijn voor soja in diervoeding, daarvoor ligt de vraag te hoog en is de landbouwgrond te schaars. Maar we kunnen hier wel naar een productie van enkele tientallen tonnen gaan.’

Ook dit jaar weer zal Veramme 2 hectare soja zaaien. ‘Met de goede Vlaamse bodem kunnen we snel een opbrengst halen van 3,5 ton per hectare. Na enkele testjaren met andere zaadvarianten en veredelingen zullen we in Europa een opbrengst van 7 à 8 ton per hectare bereiken. Per hectare is dat een hoger rendement dan de grote Zuid-Amerikaanse plantages. Nu kon ik pas op 15 mei zaaien, wanneer er geen risico op vorst meer is, maar met andere variëteiten zouden we dat een maand kunnen vervroegen. Zo kunnen de sojabonen langer rijpen en wordt de kwaliteit beter.’

De bonen worden in het graanbedrijf Borlix in Zeebrugge verwerkt tot veevoeder. ‘Ik ga wel nog even wachten om te verkopen’, zegt Veramme. ‘Het wereldaanbod is nog te groot. Ik wacht nog even op een prijsstijging.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect