Advertentie

Rich, Richer, Richest

Marc Rich kreeg in 2007 een eredoctoraat in de universtiteit Bar-Ilan van Tel Aviv.

De Zwitserse grondstoffenreus Glencore - in 1974 ‘opgericht’ door de Belg Marc Rich - wordt wel eens het grootste bedrijf genoemd ‘waar je nog nooit van gehoord hebt’. Niet verwonderlijk als je hoofdzetel weggestopt zit in het onooglijke Zwitserse dorpje Baar in het fiscale paradijs Zug, als je je onledig houdt met een onsexy business en als je ongeschreven huisregel ‘Pour vivre heureux, vivons cachés’ is. Maar dat zal weldra veranderen.

De grondstoffenhandelaar Glencore maakte deze week bekend dat hij 15 tot 20 procent van zijn aandelen wil verkopen via een beursnotering in Londen en Hongkong. Dat moet tot 12,1 miljard dollar (8,36 miljard euro) in het laatje brengen, wat de groep op 60 miljard dollar waardeert. Glencore, een van de grootste privébedrijven ter wereld, wordt zo gekatapulteerd tot een van de belangrijkste blue chips in de Londense FTSE 100-index.

‘Het geld moet de nodige munitie geven om opportunistische overnames te doen’, zegt de 53-jarige topman en voormalige ‘steenkooltrader’ Ivan Glasenberg. Een andere prioriteit wordt ongetwijfeld het aanzuiveren van de nettoschuld. Die bedraagt 14,8 miljard dollar en geeft Glencore een status op twee trapjes boven rommel.

De beursgang is volgens velen een eerste stap in de opslorping van Xstrata. De Zwitserse mijngigant werd in 2002 als mijnbouwspin-off door Glencore naar de beurs gebracht en is nu 65 miljard dollar waard. Glencore behield wel een belang van 34,5 procent. Volgens Glasenberg zou de fusie ‘een belangrijke waarde creëren maar is ze nu niet aan de orde’. Dat varkentje mag de nieuwe raad van bestuur waarschijnlijk wassen. Glencore benoemde de 71-jarige ex-legionair en zuidpoolreiziger Simon Murray (ex-bestuurder Vodafone) tot voorzitter. Voormalig BP-CEO Tony Hayward, de man van de Deepwater Horizon-catastrofe, wordt onafhankelijk bestuurder.

Grootste ter wereld

Glencore, een acroniem voor global energy commodity resources, is de grootste grond- en delfstoffenhandelaar ter wereld. In zijn sector heeft het zowat dezelfde status als Goldman Sachs in de financiële wereld. De Amerikaanse zakenbank is net als Glencore gerenommeerd om zijn ‘gewiekste traders’.

De jongste jaren is Glencore steeds actiever geworden in mijnbouw. De fysieke activa vertegenwoordigen al de helft van de activiteiten. Omdat trader vaak wordt gezien als een synoniem voor speculant, stelt de groep zich liever voor als producent of marketeer. Nog liever zou ze gepercipieerd willen worden als logistiek of transportbedrijf zoals DHL, maar gezien de aard van het beestje lijkt dat wat utopisch.

Glencore wordt gerund door 2.700 traders, juristen en accountants. De besten uit de grondstoffenklas. Mensen die via computerschermen kopen en verkopen. Briljante, keiharde en volgens ingewijden arrogante en gehaaide lui die enkel uit zijn op de meest winstgevende deals. Dat ze via een heel agressief winstbonussensysteem worden beloond, is daar niet vreemd aan.

Vanuit vijftig kantoren in veertig landen verhandelen ze dagelijks olie, gas, metalen, steenkool en landbouwproducten zoals graan, suiker, gerst, maïs of oliezaden. Ze kopen en verkopen ongeveer 3 procent van de ruwe olie wereldwijd, bezitten meer dan 200 schepen (meer dan de Royal Navy), delven koper, steenkool, nikkel, lood en aluminiumerts, beheren graanexportinstallaties in Rusland en hebben belangen in ruweolievelden in Equatoriaal Guinea. De industriële activiteiten van Glencore strekken zich uit over dertig landen en stellen 55.000 mensen tewerk.

Mijnbouw en trading vloeien naadloos in elkaar over. De traders gaan voor de grondstoffen uit hun mijnen wereldwijd op zoek naar de beste prijs en verzorgen ook het transport naar hun klanten, meestal grote jongens als ArcelorMittal, BP, Total, Exxon, Vale, Rio Tinto, Nyrstar. Daarin verschilt hun business van de traditionele grondstoffentraders bij zakenbanken die vooral handelen op de London Metal Exchange en inzetten op futures.

Glencore slaat ook grondstoffen op om te speculeren op de prijs. In de Antwerpse haven investeert het samen met het Belgische Sea-Invest voor het eerst in de bouw van een gigantische opslagtankterminal voor petroleumproducten. Die investering van 250 miljoen euro zal op termijn 10 miljoen ton trafiek met zich meebrengen. Glencore werkt ook samen met Nyrstar voor de verkoop en de marketing van zink en lood dat de Belgische zinkgroep produceert.

Daarnaast participeert Glencore in tal van beursgenoteerde groepen. Meestal kleppers in hun sector. De groep bezit 34,5 procent in het Zwitserse Xstrata (de grootste exporteur van steenkool voor elektriciteitscentrales), 44 procent in het Amerikaanse Century Aluminium, 70,5 procent in het Australische Minara Resources (een van de grootste nikkelproducenten ter wereld), 8,8 procent in het Russische Rusal (de grootste aluminiumproducent ter wereld), 51,5 procent in Chemoil Energy, 32,2 procent in het Franse Recylex (dat koper en zink recycleert uit batterijen) en 7,8 procent in het Belgische Nyrstar (de grootste zinkgroep ter wereld). Met Katanga Mining, een overblijfsel van Gécamines en voormalig eigendom van de Belgisch-Congolese zakenman George Forrest, verwierf Glencore in 2009 een van de rijkste koper- en kobaltreserves ter wereld.

Onschatbare waarde

Hoeveel Glencore echt waard is, is moeilijk in te schatten. Analisten van het Britse Liberum Capital waardeerden de beursgenoteerde activa onlangs op 18,7 miljard dollar, de niet-beursgenoteerde op 17,6 miljard. De tradingactiviteiten zouden 20,2 miljard waard zijn. Dat brengt het geheel op 56,5 miljard.

De resultaten spreken eveneens tot de verbeelding. Vorig jaar maakte de groep 5,3 miljard dollar bedrijfswinst, 2 miljard meer dan in 2009. Netto verdiende Glencore 3,8 miljard euro. De inkomsten stegen van 106 naar 145 miljard dollar, voor een groot deel uit trading. Ter vergelijking: het grootste voedingsconcern ter wereld, Nestlé, draaide vorig jaar 122 miljard dollar omzet, de grootste bierbrouwer AB InBev 36 miljard dollar.

Glencore is in handen van 485 partners. De twaalf topmanagers, onder wie Glasenberg, zouden naar verluidt een derde van het bedrijf bezitten. De beursgang - een van de grootste van Europa na Deutsche Telekom en Enel - maakt van hen multimiljonairs. Er wordt gevreesd dat ze massaal zullen cashen om daarna Glencore te verlaten. Voor een bedrijf dat teert op de knowhow van zijn mensen is dat funest. Volgens topman Glasenberg is een braindrain evenwel uitgesloten omdat topmedewerkers tot vijf jaar lang hun aandelen niet mogen verkopen.

Glencore zal dankzij zijn beursgang makkelijker aan geld geraken voor (duurdere) overnames, maar er zijn ook nadelen. Als privébedrijf kon het op langere termijn denken en toleranter optreden tegenover volatiele markten en kleine tradingmarges. Maar eens op de beurs zal het veel transparanten moeten zijn en regelmatig moeten communiceren. Het zal zich niet kunnen permitteren, zoals vroeger onder topman Marc Rich, om buiten de lijntjes te kleuren.

Belgische roots

Glencore wil dan ook het liefst zo weinig mogelijk worden geassocieerd met zijn stichter. ‘Hij is hier al 17 jaar weg’, luidt het. ‘We zijn nu al aan de derde generatie werknemers. Op drie mensen na (onder wie CEO Ivan Glasenberg en voorzitter Willy Strothotte, red.) heeft niemand Rich ooit ontmoet.’

Het verhaal van de Belgische olietrader kan bezwaarlijk vleiend worden genoemd voor het bedrijf en leest als een boek van John Le Carré. Marc Rich werd in 1934 in Antwerpen geboren als Marc Reich. Zijn vader was een arme oudijzerhandelaar die net voor de blitzkrieg in 1940 vluchtte naar de Verenigde Staten, waar hij het Amerikaanse staatsburgerschap aanvroeg en zijn naam veranderde in Rich. Een mooi voorbeeld van selffulfilling prophecy, bleek later.

Zoon Rich ging op zijn twintigste in de leer bij het New Yorkse tradingbureau Philipp Brothers, waar hij zich ontpopte tot een natuurtalent dat niet vies was van enig risico. In 1974 hield hij het er voor bekeken en richtte hij in Zwitserland samen met zijn partner Pincus ‘Pinky’ Green en vijf andere Phibro-handelaars Marc Rich & Co op. In een mum van tijd werd het bedrijf een van de belangrijkste aluminium-, olie- en graantraders ter wereld. Ondertussen was Rich ook getrouwd met de dochter van de stinkend rijke Amerikaanse schoenenfabrikant Florsheim.

Rich en Green deden gouden zaken, haalden fenomenale winstmarges en profiteerden volop van het ingewikkelde prijzensysteem waarmee de VS de oliecrisis in de jaren 70 te lijf gingen. Naar verluidt zou hun dat miljoenen aan illegale winsten hebben opgeleverd. Op een bepaald ogenblik waren ze het vierde grootste Zwitserse bedrijf in omzet.

In 1979-1981 omzeilde Rich het olie-embargo tegen Iran. Voor Amerikanen was het onwettig geworden handel te drijven met Iran omdat ayatollah Khomeini tientallen Amerikanen gegijzeld hield. Rich bleef echter vrolijk olie kopen. Zijn argument dat hij een Zwitsers bedrijf runde, werd door het Amerikaanse gerecht niet geapprecieerd en Rich werd voor de rechtbank gedaagd. Niet alleen wegens het doorbreken van het embargo, maar ook wegens het verdoezelen van winst en belastingontduiking. Hij riskeerde 325 jaar cel.

Most wanted

Rich en Green stuurden hun kat naar het proces en Rich vluchtte naar Zwitserland. Hij werd de ‘most wanted’ witteboordencrimineel in de Amerikaanse geschiedenis. In 1984 werd hij bij verstek veroordeeld wegens massale belastingontduiking. Voor Rich & Co werd een minnelijke schikking uitgewerkt.

In 2001 kreeg Rich gratie van de Amerikaanse president Bill Clinton. Die zette op de laatste dag van zijn ambtstermijn, enkele uren voor hij het Witte Huis verliet, zijn handtekening. Dat veroorzaakte grote controverse. Rudy Giuliani, de toenmalige burgemeester van New York, die Rich bij verstek had veroordeeld, was geschandaliseerd. Maar Clinton was blijkbaar fors onder druk gezet. Onder meer de toenmalige Israëlische premier Ehud Barak, de Nobelprijswinnaar Simon Peres, de Israëlische Mossad en de Spaanse koning Juan Carlos hadden zwaar gelobbyd om Rich vrij te pleiten.

Rich zou een van de belangrijkste privésponsors van de Israëlische staat zijn. Ook zijn ex-vrouw, die bij haar scheiding in 1993 een zoenoffer van 500 miljoen dollar kreeg, had bij Clinton aangedrongen de spons te vegen over het verleden van haar man. Toevallig of niet gold ze als een van de gulste schenkers aan de Democratisch Partij.

In 1993 verloor ‘metal man’ Rich 172 miljoen dollar op een contract en verkocht hij onder druk Rich & Co aan het management. Dat veranderde de naam in Glencore. Het bedrijf was toen 1 à 1,5 miljard dollar waard, evenveel als het huidige fortuin van Rich.

De banden met wat velen een van de geniaalste maar tegelijk brutaalste en meest cynische grondstoffenhandelaar aller tijden noemen - hij negeerde embargo’s met Cuba, Zuid-Afrika en Iran en handelde met alle mogelijke dictators - werden zo volledig doorgeknipt.

Maar de geest van Rich waart ongetwijfeld nog in het bedrijf rond. ‘Ik weet niet wat goed of slecht is, maar ik weet verdomd goed wat zaken doen is’, was zijn credo.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud