reportage

Truffels uit de Stille Oceaan

©Kristof Vadino

DEME heeft een zuigrobot klaar om mineralenrijke mangaanknollen op de bodem in de Stille Oceaan op te rapen. Als dat lukt, boort de Belgische baggeraar een goudmijn aan.

‘In april 2019 gaat onze robot het water in’, zegt Kris Van Nijen, de topman van GSR, het bedrijf dat zich in DEME bezighoudt met diepzeemijnbouw. ‘In mei willen we San Diego binnenlopen met de boodschap dat onze missie geslaagd is. Het blijft super spannend. Er bestaat altijd een risico dat iets niet werkt. De diepzee kent geen genade.’

We staan bij het engineeringbedrijf De Meyer in Temse dat in zijn atelier de laatste hand legt aan de Patania II, een 12 meter lange, 4 meter brede, 4,5 m hoge en 25 ton wegende ‘stofzuiger’ op rupsbanden, volgestouwd met elektronica. Alle materialen - speciaal plastic en superlicht staal - en de beschermingskasten rond het elektronicagedeelte, de camera’s en sensoren zijn ontworpen om te weerstaan aan een druk van 500 bar. De druk op de zeebodem 4,5 km diep is te vergelijken met de druk van een olifant op een postzegel.

Het artikel gaat verder onder de video.

Truffels uit de Stille Oceaan

Stille Oceaan

De zuigrobot Patania II - de naam verwijst naar snelste rups op aarde - vertrekt begin volgend jaar naar de Clarion Clipperton Zone, een gebied in de Stille Oceaan zo groot als de VS, ergens tussen Hawai en Mexico.

Daar gaat het in wereldprimeur mangaanknollen ‘rapen’ op de zeebodem. Die knollen liggen los op de bodem, wegen een kilo per stuk en bestaan voor 1,3 procent uit nikkel, 1,2 procent uit koper, 27 procent uit mangaan en 0,25 procent uit kobalt. Het zijn waardevolle metalen - sommigen noemen de knollen daarom de truffels van de zee, ook omdat ze lijken op de eetbare paddestoelen uit de Périgord - die worden gebruikt in de elektronica en de industrie.

In een vrij klein gebied op de zeebodem ligt meer nikkel, kobalt en mangaan dan in de rest van de wereld.

Door de bevolkingsgroei en de toenemende consumptie dreigen die materialen binnenkort uitgeput te geraken. De baggeraar DEME vatte daarom drie jaar geleden het plan op om mineralen op de zeebodem te ontginnen en een exploitant van diepzeemijnen te worden. Het kocht het Oostendse G-tec Sea Mineral Resources dat van de International Seabed Authority een concessie van 15 jaar had gekregen voor het zoeken van mineralen in een gebied twee keer zo groot als België.

GSR testte vorig jaar de kleine robot Patania I, een prototype van 5 m2. Die deed drie weken testen op de zeebodem, waarbij een balans moest worden gevonden tussen snelheid, prestatie en respect voor het milieu. De robot, die via een 5 km lange kabel en joystick van op een schip werd bediend, mocht bijvoorbeeld niet te veel troebelheid in het water veroorzaken omdat dat een negatieve impact op het milieu kan hebben.

‘De testen zijn gelukt’, zegt Van Nijen, ‘We moesten 0,5 m/seconde halen om productief te zijn. Niemand in de wereld deed het ons na op die diepte. We hebben de robot in 23 dagen wel negen keer moeten laten duiken vooraleer alles in orde was. Op een moment was er een waterlek, een potloodpunt groot.’

Bezorgdheden

Met de Patania II doet GSR een grote tweede stap. De robot gaat knollen opzuigen en voor verder onderzoek naar het oppervlak brengen. Op basis van de testen van de Patania I stelde GSR een ‘voorlopig’ milieu-effectenrapport (MER) van 300 pagina’s op. ‘Daarin beschrijven we ons onderzoek naar de indirecte impact van de door het graven veroorzaakte sedimentpluimen op de organismen op de zeebodem, welke fauna op de knollen leeft, hoe groot de troebelheid na ons werk is...’

Mariene wetenschappers kijken met argusogen naar testrobot

‘Wetenschappers uit de hele wereld volgen de tests van DEME met grote interesse’, zegt Sarah Vanden Eede, oceaanspecialiste bij het natuurfonds WWF. ‘Tests zijn de enige manier om vast te stellen of diepzeemijnbouw ecologisch een goed idee is of het slechtste idee ooit. We zullen voor eens en voor altijd te weten komen wat de impact is van machines die de zeebodem opereren. Voor de rest is ons standpunt duidelijk. De diepzee is een fragiel ecosysteem. Alles wat je er doet, kan grote gevolgen hebben. Daarom streven we naar een wereld waar diepzeemijnbouw niet nodig is.’

Vanden Eede gelooft veel meer in recyclage en circulaire economie. ‘Europa heeft zijn lidstaten onlangs gevraagd hun steun aan diepzeemijnbouw stop te zetten en te focussen op duurzame productie. Veel studies baseren de toekomstige behoefte aan metalen op de situatie nu. Maar we zitten nog niet volop in de circulaire economie. Over tien jaar is de behoefte aan metalen waarschijnlijk totaal anders en zullen we vaststellen dat diepzeemijnbouw niet nodig is’.

Vanden Eede heeft ook vragen bij het MER-rapport dat DEME openbaar maakte. ‘In de conclusie zegt het bedrijf dat de impact van zijn robot op het milieu niet zo groot zal zijn. Maar als je het volledige document leest, zie je veel leemtes en moet je vaststellen dat aanzienlijke effecten niet uitgesloten kunnen worden. DEME zegt ook niet wat het gaan doen als de tests tegenvallen. Gaat het stoppen? Zijn robot aanpassen? Of gewoon verder graven?’

Professor mariene biologie Ann Vanreusel is blij dat er een onafhankelijk door Europe gesteund onderzoeksconsortium in een tweede schip meekijkt naar de tests van DEME. ‘Het bedrijf hoeft dat niet te doen.’ Zelf is ze met de haar onderzoeksgroep van de UGent aanwezig op beide schepen.

Volgens Vanreusel zijn er nog heel veel vragen over diepzeemijnbouw. ‘De bezorgdheid van de ngo’s en de internationale gemeenschap is grotendeels terecht. Het vergt nog veel tijd om inzicht te krijgen in de ecosysteem van het gebied. Het wordt heel belangrijk te zien hoe ver de sedimentpluimen die door het graven op de zeebodem ontstaan, zullen dragen. Blijven ze lokaal? Of verspreiden ze zich honderden kilometers verder in beschermde zones, waar ze de fauna gaan beïnvloeden? Laten we hopen dat er genoeg beschermende criteria komen om het management van ontginners bij te sturen als dat nodig is. Als alle bedrijven met een licentie tegelijk ontginnen, is de impact op de zeebodem mogelijk heel groot. Wat de test betreft: het is nu of nooit.Anders rijst de vraag over de impact van diepzeeontginning op kortetermijn opnieuw.’

 

Om op de bezorgdheden van milieuorganisaties - wat DEME doet is totaal nieuw, niemand kent de ecologische impact - te anticiperen, besloot de Antwerpse groep het rapport wereldwijd te delen, zodat iedereen kan reageren. Van Nijen: ‘En een onafhankelijk onderzoeksschip met 50 wetenschappers komt naast ons schip liggen om te controleren of we het milieu respecteren. Dat is uniek.’

Van Nijen overlegt ook met de International Union for Conservation of Nature, de ngo waar onder meer Greenpeace en het WWF lid van zijn. ‘Die gesprekken zijn heel constructief. We worden de eerste industrie in de wereld waarvan een MER en een wetgeving in samenspraak wordt ontwikkeld, nog voor de industrie bestaat.’

‘Natuurlijk hebben we een impact’, zegt Van Nijen. ‘Elke industrie heeft nadelen. Maar we willen die tot het minimum beperken. Als we niet kunnen bewijzen dat onze ecologische voetafdruk kleiner is dan die van de ontginning op het land, moeten we er niet aan beginnen’.

Rampen

Van Nijen zegt de bezorgdheid van de milieuorganisaties te begrijpen. ‘Ze lijken vooral bang voor de diepzeemijnbouw van andere landen die in hun eigen wateren testen doen. Ze willen een strenge wetgeving. Wij leggen de lat hoog. Dat maakt het moeilijker voor de concurrentie.’

GSR installeerde 500 meter onder de waterspiegel een systeem van boeien met sensoren om de impact op het milieu te meten. Van Nijen: ‘We zullen nooit dezelfde rampen veroorzaken als de olie- en gasindustrie. We schuiven enkel met zand.’

Diepzeemijnbouw is volgens Van Nijen nodig als we voldoende grondstoffen voor onze auto’s, elektronica en batterijen willen hebben. ‘De mijnbouw op land botst op haar grenzen’ Van Nijen verwijst naar een recente KU Leuven-studie. Daarin staat dat nikkel in 2025 zijn piekproductie bereikt, kobalt in 2026, koper in 2034, molybdeen in 2045 en mangaan in 2050. Recyclage is een deel van de oplossing, maar kan die de jaarlijkse bevolkingsgroei met 3 procent nooit opvangen.

DEME investeerde al 60 miljoen in zijn diepzeeproject. Als de Patania II de tests doorstaat, gaat GSR een grote knollenrobot bouwen, de Patania III. Die zal 25 miljoen kosten, 15 meer dan zijn voorganger. Van Nijen hoopt in 2026 met de commerciële ontginning te starten. Tegen dan bouwt DEME ook een speciaal schip om de knollen op te vangen en over te laden op bulkschepen, die ze naar verwerkingsinstallaties aan land brengen, een tocht van vijf dagen.

Als DEME in zijn opdracht slaagt, boort het een goudmijn aan. Van Nijen: ‘Per vierkante meter ligt 15 kg knollen op onze concessie. De dichtheid is enorm. In alle knollen in de Clipperton Zone - 80 keer onze concessie - zit meer nikkel, mangaan en kobalt dan in de rest van de wereld.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud