Gefrustreerde Emiraten leggen bom onder OPEC-oliekartel

©REUTERS

De dwarse houding van de Verenigde Arabische Emiraten binnen de OPEC over het verlengen van productiebeperkingen doet twijfel rijzen over het voortbestaan van het oliekartel.

Iedereen dacht dat het een routineuze beslissing zou worden, maar dat was buiten de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) gerekend. Het olieclubje OPEC+, dat naast de OPEC-lidstaten ook olieproducerende landen als Rusland telt, zag zich na een contentieuze vergadering maandag genoodzaakt enkele dagen tijd te kopen.

De hoop is dat de 23 landen vandaag alsnog tot een akkoord komen over de verlenging van de productiebeperkingen. Zo niet dreigt een forse correctie voor de olieprijs, die niet klaar is voor extra aanbod op een moment dat de wereldeconomie nog volop worstelt met het coronavirus.

Net om de coronacrisis het hoofd te bieden besliste OPEC+ in april tot een productieknip met bijna 10 miljoen vaten per dag, goed voor 10 procent van de wereldwijde olieproductie. De productiebeperking is intussen teruggebracht tot 7,7 miljoen vaten, maar voor een verdere versoepeling met 2 miljoen vaten is het nog te vroeg volgens OPEC-leider Saoedi-Arabië. De Saoedi’s stellen voor de huidige beperking met nog eens drie maanden te verlengen vanaf 1 januari.

Maar de Emiraten liggen dwars. Dat doet alarmbellen afgaan, omdat de VAE altijd een trouwe bondgenoot van de Saoedi’s waren in de OPEC. De VAE eisen dat landen die de voorbije maanden meer produceerden dan hun toegestane quota dat surplus wegwerken door nu minder te produceren. Onder meer Rusland, Irak, Nigeria en Kazachstan lopen in het vizier. Omdat het vrijwel ondenkbaar is dat die eis ingewilligd wordt, maken de VAE een akkoord de facto onmogelijk.

Frustratie

Met hun eis geven de VAE uiting aan een diepe frustratie over de quota. Toen de Emiraten in juli en augustus meer produceerden dan toegestaan, kregen ze een uitbrander van de Saoedi’s. De VAE - die typisch de quota naleven - schroefden gedwee de kraan dicht, maar zien met lede ogen aan hoe andere zondaars blijven wegkomen met surplusproductie. Bovendien investeerden de Emiraten fors in nieuwe olieproductie en jeukt het om die capaciteit aan het werk te zetten.

Thijs Van de Graaf, UGent-professor gespecialiseerd in energiebeleid, koppelt dat aan een nieuwe, assertieve houding van de Emiraten. ‘De kroonprins van Abu Dhabi, Mohammed bin Zayed, koestert torenhoge ambities. Hij wil de Emiraten meer een eigen koers laten varen. Daar hoort een assertief buitenlands beleid bij, zoals het normaliseren van de diplomatieke relaties met Israël illustreert. Tegelijk groeit het besef dat als gevolg van de energietransitie niet alle olie opgepompt zal kunnen worden. Omdat dat de waarde van de oliereserves ondermijnt, is er een prikkel om snel zo veel mogelijk op te pompen.’

Tegelijk zenden de VAE een signaal naar Saoedi-Arabië en Rusland, die sinds het ontstaan van OPEC+ in 2016 onderling de lijnen uitzetten. ‘Andere OPEC-landen willen duidelijk maken dat ze ook een stem hebben’, geeft Hans van Cleef, energie-econoom van ABN AMRO, als verklaring voor de oprisping van de Emiraten.

Volatiliteit

De verwachting is dat OPEC+ deze week alsnog een akkoord bereikt over verdere productiebeperkingen. ‘Geen enkel land is gebaat bij een productiestijging, omdat het de olieprijs zou doen dalen’, meent Van de Graaf. Maar hij ziet de spanningen in de OPEC niet meteen verdwijnen en sluit niet uit dat het kartel op termijn uiteenvalt. ‘De olielanden hebben twee opties. De eerste is samenwerken om de prijs te ondersteunen, maar dat is niet gemakkelijk met landen die zich niets aantrekken van quota. De tweede is het stopzetten van de samenwerking, waarbij elk land zo veel mogelijk olie op de markt brengt. In zo’n vrije oliemarkt mogen we ons schrap zetten voor meer volatiliteit’, zegt Van de Graaf.

In een vrije oliemarkt zonder kartel mogen we ons schrap zetten voor meer volatiliteit.
Thijs Van de Graaf
Professor UGent

Volgens Van Cleef is er pas na het eerste kwartaal van 2021 ruimte om de olieproductie weer langzaam op te drijven. De komende twee jaar ziet hij de olieprijs plafonneren op 60 à 65 dollar per vat. Voor een volledig herstel van de olievraag is het wachten tot 2025, signaleert Van de Graaf, die wijst op de enorme klap waarvan de luchtvaart moet herstellen en mogelijk permanente gedragsveranderingen zoals de toename van thuiswerk.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud