Advertentie
reportage

Mohamed Takhim (Ecophos): "‘De sky is niet de limit, maar het begin"

©Dieter Telemans

Negentien was Mohamed Takhim toen hij in zijn thuislabo een revolutionaire technologie ontwikkelde die de schaarste aan fosfaten - essentieel voor de moderne landbouw en veeteelt, en dus de voedselvoorziening - wegwerkt. Twintig jaar later verovert de Belg met Marokkaanse roots de wereld met Ecophos.

Eerlijk, we hebben al modernere, indrukwekkendere laboratoria gezien. De werkplek van de 38-jarige Mohamed Takhim in het lichtjes gedateerde Jean Monnet-bedrijvencentrum in Louvain-la-Neuve ziet er niet echt up-to-date uit. Nochtans is dit het hoofdkwartier van een van de geniaalste onderzoekers-ondernemers van ons land. Samen met een handvol medewerkers werkt hij hier aan chemische technologie die ons de komende decennia mogelijk kan behoeden voor wereldwijde voedselschaarste.

Dat zit zo. Mensen, dieren en planten die groeien, hebben fosfaten nodig. Naast water en zuurstof zijn dat zowat de belangrijkste bouwstenen van het leven op aarde. Mensen zonder fosfaten in hun lichaam breken binnen de kortste keren hun botten. Hetzelfde geldt voor dieren. En zonder fosfaten geen kunstmest, en dus geen landbouw. De wereldwijde oogsten van grote volumegewassen als mais, soja of graan, maar ook van tomaten, wortelen of aardappelen zouden maar een fractie bedragen van wat ze vandaag opbrengen. Of zoals Takhim het stelt: ‘Als we morgen geen kunstmest meer hebben, kunnen we hooguit nog 2 miljard mensen voeden. De opbrengst van graan en mais zou terugvallen tot een vijfde.’

En laat nu net de wereldwijde fosfatenvoorraad drastisch aan het slinken zijn. Volgens studies zitten we binnen 50 tot 70 jaar door onze fosfaten heen, op een moment dat we 10 miljard monden te voeden hebben. Die toenemende schaarste blijkt uit de prijs van fosfaaterts: in 2007 bedroeg die 30 dollar per ton, vorig jaar piekte hij op 400 dollar. Vandaag ligt de prijs op 100 à 150 dollar. Bovendien zit Marokko om een of andere bizarre kronkel van de natuur - geologen breken er zich al jaren het hoofd over - op 75 procent van de wereldvoorraad aan fosfaatertsen. Een bijna-monopolie dus.

Takhim groeide op in Marokko, in Khouribga, de fosfaathoofdstad van de wereld. ‘Een mooie, verzorgde stad met scholen, bibliotheken en sportvoorzieningen, betaald met de fosfaatopbrengsten’, zegt hij. ‘Als kind speelde ik met mijn vriendjes dagelijks op de fosfaatbergen. Mijn vader werkte voor een grote fosfaatontginner en ik herinner me dat ik vol enthousiasme op bezoek ging op zijn werk.’

Of het daardoor kwam dat Takhim ook geïntrigeerd raakte door chemie, weet hij niet. Vast staat dat de kleine Mohamed op zijn dertiende al naar hartenlust experimenteerde in zijn mini-labo thuis. Tot hij op zijn achttiende een revolutionaire ontdekking deed: hij slaagde erin fosfaten te onttrekken uit onzuivere ertsen. ‘Ik vond een oplossing voor twee problemen waar de traditionele fosfaatindustrie mee kampt: onzuiverheden in het erts die het onmogelijk maken fosfaten er op een rendabele manier uit te halen, en lage concentraties fosfaat in het erts. En ik kon plots die stoffen zelfs halen uit afvalslib van waterzuiveringsstations. Fosfaten komen immers via de voeding in de uitwerpselen terecht, en dus in het rioolwater.’

©Dieter Telemans

Takhim besefte dat hij met zijn uitvinding, die milieuvriendelijker en 30 procent goedkoper is dan de traditionele methode, potentieel goud in handen had. Hij nam er een patent op. Alleen had hij er geen flauw benul van hoe hij zijn vondst zou commercialiseren. ‘Van de gouverneur van Khouribga kreeg ik een bureau ter beschikking en een auto met chauffeur - ik had nog geen rijbewijs.’ (lacht) Hij kwam op het idee zijn vondst op buitenlandse beurzen te gaan voorstellen. Op zijn lijstje: Genève, Parijs, en als eerste Eureka, het uitvinderssalon in Brussel. ‘Om er te geraken heb ik alle Marokkaanse banken afgelopen. Ik kon 2.000 euro lenen, en Royal Air Maroc gaf me drie retourtickets gratis.’

De eerste reis van zijn leven buiten Marokko was meteen prijs. De 19-jarige Takhim won op de uitvindersbeurs de gouden medaille en kon rekenen op enorme belangstelling van investeerders als Luc Geuten (Mitiska), Gimv, de familie Colruyt en Capricorn, het investeringsfonds rond de Leuvense prof Jos Peeters. ‘Ze kwamen met de eerste centen over de brug. Mijn baby Ecophos kon geboren worden. Parijs en Genève kwamen er niet meer aan te pas en ik besloot mijn hoofdkwartier in Louvain-la-Neuve te vestigen. Het was een opwindende periode.’

Opwinding

‘Als we morgen geen kunstmest meer hebben, kunnen we hooguit nog 2 miljard mensen voeden.

Vandaag, bijna twintig jaar later, is die opwinding er nog steeds. Wanneer we hem de hand schudden heeft hij net de Ecophos-technologie verkocht aan het Egyptische bedrijf Evergrow, een contract van 44 miljoen euro. Samen gaan ze een fabriek bouwen die jaarlijks 150.000 ton fosfaten produceert. Daarnaast werkt Ecophos aan de uitvoering van grote contracten in Namibië, Kazachstan en Rusland.

Zelf heeft hij twee fabrieken, in Bulgarije en Rotterdam, en een derde in aanbouw in Duinkerke, een investering van 70 miljoen euro. De eerste bouwde hij met het geld van de investeerders van het eerste uur. 35 miljoen euro kroop de eerste tien jaar in het finetunen van het procedé. De tweede fabriek kocht hij eind 2013 over van Tessenderlo Group. Met een verdrievoudiging van de capaciteit betekende het een kwantumsprong. Wat voor Tessenderlo niet langer een kernactiviteit was, katapulteerde Ecophos naar de top vijf van fosfatenproducenten ter wereld.

Innovatief? Op zijn achttiende - hij moest nog aan zijn studies scheikundig ingenieur beginnen - ontwikkelde Mohamed Takhim een procedé om fosfaten te onttrekken aan minderwaardige ertsen. De winning van steeds schaarser wordende fosfaten kon tot dan enkel uit zuivere ertsen.

Revolutionair? Fosfaten zijn essentiële bouwstenen van het leven op aarde. Ze zijn minder bekend, maar net zo belangrijk als zuurstof en water. Marokko heeft 75 procent van de voorraden in zijn ondergrond zitten.

Strategisch? De strategie van Ecophos loopt op twee benen: de verkoop van de technologie en engineering levert een lage omzet, maar hoge winstmarges op. Met die winsten koopt of bouwt het om de twee jaar een eigen fabriek, waarin de grote omzetten worden gedraaid, zij het dan met een lagere marge.

Volwassen? De voorbije vijf jaar groeide Ecophos in een hels tempo van 60 procent per jaar. Behalve twee eigen fabrieken in Bulgarije en Rotterdam en een derde in aanbouw in Duinkerke, heeft Ecophos tientallen contracten met fosfaatproducenten wereldwijd. Binnen vijf jaar wil Ecophos een half miljard euro omzet draaien.

In de drie fabrieken produceert Ecophos jaarlijks 500.000 ton fosfaten. In 2010 bedroeg de omzet 9,5 miljoen euro. Vorig jaar was die al opgelopen tot 120 miljoen, met een operationele kasstroom (ebitda) van 10,5 miljoen. Dit jaar moet de omzet uitkomen op 150 miljoen euro.

Het verhaal klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Takhim deed een revolutionaire uitvinding toen hij nog aan zijn studie chemisch ingenieur in Parijs moest beginnen. En hij had al een bedrijf toen hij nog met zijn MBA-opleidingen in Lille moest starten. Op de vraag of hij een genie is, lacht Takhim minzaam. ‘Het was goed om de kennis die ik al had te toetsen aan proffen en te structureren. Hetzelfde voor mijn managementopleiding: ik heb in het begin veel fouten gemaakt. De belangrijkste? Niet de juiste mensen rondom mij verzameld. Ik heb veel tijd en geld verloren door foute CEO’s in de beginjaren.’

Maar Mohamed Takhim is nog niet ‘uitgedroomd’. Hij heeft ambitieuze plannen, die hij omschrijft met zijn ‘5x5’-strategie. ‘Binnen vijf jaar willen we vijf fabrieken hebben in vijf landen, met vijf verschillende producten, en een omzet van 500 miljoen euro. Dat komt overeen met een productie van 1 miljoen ton.’

©Dieter Telemans

Hoe wil hij dat financieren? Takhim kocht in 2007 alle aandelen van de Vlaamse investeerders terug en vond in de Emiraten een stille vennoot die een belang van 22 procent nam. Hij is voorlopig niet van plan vers extern kapitaal te zoeken. ‘Mijn strategie is eenvoudig’, vertelt hij. ‘Met onze eigen fabrieken draaien we de grote omzetten, met een recurrente, maar vrij lage marge van 10 à 20 procent. Maar om die kapitaalintensieve bezigheid te financieren - de productiecapaciteit voor 1 miljoen ton kost ongeveer een half miljard euro - verkopen we onze technologie en engineering aan derden, op plaatsen waar we zelf niet kunnen of willen aanwezig zijn. Dat levert een beperkte, eenmalige omzet op met hoge marges. En die winst gaat naar de uitbreiding van het eigen productiepark. Om de twee jaar wil ik een nieuwe vestiging. Na Duinkerke volgt er nog een in India en een in Marokko.’

‘Zodra we het kmo-stadium ontgroeid zijn, kan het echte werk beginnen’, stelt hij. ‘De verovering van de kunstmestmarkt. Waar fosfaten voor veevoeders goed zijn voor 8 miljoen ton per jaar, staat de landbouw voor 150 miljoen ton per jaar. Diversificatie naar andere grondstoffen, zoals zeldzame aardelementen, magnesium of fluor, is ook mogelijk. De sky is niet de limit, maar het begin. Een derde van onze ebitda gaat naar onderzoek en ontwikkeling, dat is extreem belangrijk. Dat we ons hoofdkwartier in België houden, heeft te maken met het goede aanbod aan hoogopgeleiden, maar ook met het fiscale gunstregime van patentinkomsten. Daar heeft België een voorsprong op andere landen. Maar ik woon hier natuurlijk ook graag.’

Heeft Takhim ooit last gehad van discriminatie? ‘Nee. Gevestigde ondernemers hebben me meteen in de armen gesloten. In de zakenwereld is het niet van belang vanwaar je komt, maar wat je bijbrengt.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud