‘Toen we droomden van 100 miljoen omzet lagen we kreupel van het lachen'

©Kristof Vadino

Wat begon als een gesprek in een pizzeria tussen twee managers op zoek naar een nieuwe uitdaging is nu een industriële groep van 1.500 werknemers en 200 miljoen euro jaaromzet. ‘Wij geloven nog in de maakindustrie in Europa’, zegt Bart Gruyaert van Altifort.

In het Noord-Franse Ham, een hol van Pluto met 7.000 zielen, rijden tractoren af en aan. In het centrum van de agrarische gemeente met 22 procent werkloosheid, te midden van failliete handelszaken en grafzerkproducenten, ligt één groot bedrijf. ‘Picardie Valves Industries’ prijkt er boven de ingang.

Aan de inkombalie meldt Bart Gruyaert zich aan. Als bezoeker. ‘Ik heb geen vast bureau, ik ben constant onderweg naar onze bedrijven, klanten en potentiële overnames’, zegt de CEO en mede-eigenaar.

Altifort, de goep van Gruyaert en zijn Franse zakenpartner Stanislas Vigier, kocht begin vorig jaar de fabrikant van industriële kranen en kleppen. Die worden gebruikt van chemische fabrieken tot nucleaire duikboten voor de Australische marine. Het bedrijf begon ooit als een toeleveringsatelier voor de lokale suikerfabrieken en groeide onder de vleugels van groepen als Alstom en Tyco uit tot een referentiespeler in zijn niche.

Gruyaert kocht de fabriek toen eigenaar Pentair eind 2016 de fabriek wou sluiten om zijn beurskoers op te krikken. Twee weken eerder had Pentair de fabriek nog bekroond als zijn meest winstgevende Europese site, zegt de West-Vlaming. ‘In tegenstelling tot wat toen vaak gebeurde, werd de fabriek niet in brand gestoken, maar werd er een oplossing gezocht. Lokale politici dwongen Pentair om een overnemer te zoeken’.

Altifort haalde het na een afvallingsrace met 70 kandidaten aan de start. ‘Het was onze eerste grote overname: 20 miljoen euro omzet en een honderdtal werknemers’, zegt Gruyaert. Voordien had hij met Vigier een Parijse steenkapperij en meubelmakerij overgenomen.

De turnaround ging snel. ‘Dubai, Singapore, Brazilië,...’, leest Gruyaert op de etiketten van de kisten die klaarstaan voor verzending. ‘De fabriek had altijd een winstmarge van rond 20 procent gedraaid. Die is nog steeds even hoog en dankzij meer export halen we nu de hoogste omzetcijfers ooit.’

Kanonnen

Vrij snel na de overname kreeg het duo van een grote industriële groep een overnamebod dat vele malen hoger lag dan de aankoopprijs. Maar ze bleven onder de naam Altifort verder gaan met het overnemen van oude industriële activiteiten waar multinationals geen brood meer in zien. Van een betonfabriek waar Altifort 3D-elementen wil printen tot een specialist in onderhoud van nucleaire installaties.

‘Eind vorig jaar zaten we aan 55 miljoen euro omzet en 400 werknemers. Ondertussen deden we nog enkele overnames en zitten we aan 1.500 werknemers en 200 miljoen euro omzet op jaarbasis’, rekent Gruyaert. En dan zitten er nog overnames in de pijplijn én voor het eerst een nieuwbouwproject. ‘We hebben hierachter 7 hectare grond gekocht’, zegt Gruyaert terwijl hij naar een heuvelflank wijst. ‘Daar komt een nieuwe fabriek, want deze ligt in moerasgebied en zakt stilaan weg.’

Gruyaert poseert voor onze fotograaf trots met een loodzware klep in het atelier waar decennia oude werktuigen, maar ook hypermoderne machines worden geïnstalleerd. Hij gelooft nog in de Europese maakindustrie. ‘We streven geen puur maakmodel na. We gaan niet voor de massa, maar voor erg kritische toepassingen. Er is zware concurrentie uit China, maar daar leveren wij ook. Zo is er een waterbedrijf uit Sjanghai dat 200.000 kranen lokaal inkoopt, maar voor de twee grootste en meest cruciale wel voor onze kwaliteit en service kiest.’

De rode draad bij Altifort is het doen herleven van afgeschreven bedrijven door nieuwe markten aan te boren. ‘We kijken veel verder dan de oorspronkelijke activiteiten. Van de Franse staalgigant Vallourec kochten we een tanende fabriek voor boorpijpen in de olie- en gassector. Nu maken we er kanonnen. Eigenlijk zijn dat gelijkaardige producten: lange stalen voorwerpen waar zeer veel precisie voor nodig is.’

Vaak moet je tien dingen proberen voordat je een nieuw product hebt.
Bart Gruyaert
Mede-Eigenaar Altifort

Een ander filiaal van Vallourec maakte de tussenstukken om boorpijpen aan elkaar te zetten. Daar wil Altifort nu omhulsels voor obussen produceren. Gruyaert: ‘Als je luistert naar de markt, vind je nieuwe toepassingen. De militaire uitgaven stijgen wereldwijd, maar veel kennis en capaciteit is verdwenen in Frankrijk en België. We hebben drie fabrikanten van obussen gebeld en van alle drie orders binnengehaald. Dan weet je dat je goed bezig bent. Natuurlijk lukt niet alles. Vaak moet je tien dingen proberen voordat je een nieuw product hebt.’

Dumarey en Tapie

Gruyaert belandde in 2012 in Picardië om er twee toeleveringsbedrijven te leiden die ondernemer Guido Dumarey had overgenomen. Maar door de implosie van Caterpillar Gosselies liep niet alles zoals gepland. Dumarey vroeg Gruyaert toen om mee te komen naar Straatsburg, waar hij net een reusachtige versnellingsbakkenfabriek had overgenomen. Maar Gruyaert, die eerder vele internationale opdrachten uitvoerde voor Philips, ArcelorMittal en Ahlers weigerde om opnieuw te verhuizen, zeker nu hij een pasgeboren kind had.

Groep deed ook overname in België
Groep deed ook overname in België

In ons land is Altifort een nobele onbekende, al deed het hier vorig jaar een eerste overname, een fabriek van industriële slijpschijven van 3M in Nijvel. Die deal was eigenlijk een aanhangsel van een Frans project rond de ontmanteling van nucleair materiaal. ‘Bestraald staal is zo hard dat slijpschijven na amper een minuut versleten zijn. Met de hulp van Franse onderzoekers hebben we technieken ontwikkeld om slijpschijven langer te doen meegaan. Dankzij die fabriek kunnen we ze nu ook produceren’. De overname past perfect binnen de nichestrategie van Altifort, vindt Gruyaert, ‘Machines voor de nucleaire afbraak zullen geen 500 andere bedrijven maken.’

Gruyaert moest in de Parijse regio zelf een doorstart maken. Een zeer moeilijke periode, maar ook het begin van de scheepsbouwingenieur als ondernemer. Toeval of niet, maar zijn parcours vertoont parallellen met dat van Dumarey. Die probeert ook industriële bedrijven in moeilijkheden nieuw leven in te blazen. Net als bij Dumarey ligt het accent bij Gruyaert op Frankrijk. Het is een wrede speling van het lot dat Gruyaerts kleppenfabriek net in de ‘rue du Marais 2’ ligt. Gruyaert kan die woordspeling niet appreciëren. ‘Ik ben geen tweede Dumarey. Ik heb dingen geleerd van Guido en van andere mensen voor wie ik gewerkt heb. Goede en slechte. En daaruit bouw ik mijn eigen model.’

Een vergelijking waar Gruyaert vaak moet tegen vechten in Frankrijk is die met Bernard Tapie. ‘Tapie is hier de karikatuur van een zakenman die failliete bedrijven opkoopt voor een prikje, subsidies opstrijkt en het dan laat begaan. Dat is niet ons model. Wij hebben een industriële langetermijnvisie. We investeren alle winst in nieuwe activiteiten.’

Door de snelle groei botst Altifort echter op zijn limieten en dringt zich voor het eerst een financiële partner op, geeft Gruyaert toe. ‘Private-equitygroepen hebben we al vaak gezien, maar die schrikken ons af. Onze strategie staat haaks op modellen die snel rendement willen. Misschien moeten we dan eerder richting een familiebedrijf gaan dat op lange termijn denkt.’

Hoe ver wil Gruyaert nog gaan? ‘Toen we ons eerste bedrijf van 800.000 euro omzet hadden, droomden we in een pizzeria van 100 miljoen euro omzet in 2020. En 1 miljard in 2025. We lagen kreupel van het lachen. Maar die 100 miljoen euro hebben we nu al gehaald’, zegt Gruyaert.

Nieuwe overnamemogelijkheden dienen zich en masse aan. ‘We krijgen dagelijks dossiers aangeboden, ook door de overheid. Ik zit regelmatig in Bercy. We zitten in een segment waar niet zo veel concurrentie meer is. De meeste geïnteresseerden haken snel af.’ Dat is ook het geval bij de Franse staalfabriek Ascoval, tussen Valenciennes en de Belgische grens, goed voor 300 miljoen euro omzet, waar Altifort naar kijkt. ‘Het is een fabriek die staallegeringen maakt voor kritische toepassingen in de olie-, gas-, nucleaire en defensiesector. Het is belangrijk om die in leven te houden, anders moet Frankrijk dat staal uit andere landen halen’, zegt Gruyaert.

Altifort
Altifort

> Industriële groep actief in staal en composieten.

> Eigendom van de oprichters Bart Gruyaert en Stanislas Vigier.

> In 2017 werd 1 miljoen euro nettowinst geboekt op 55 miljoen euro omzet. De pro-formaomzet loopt dit jaar op tot 200 miljoen euro

> 400 man personeel eind 2017, 1.500 eind 2018

> Na 15 overnames heeft de groep 10 fabrieken en 15 servicecentra in Frankrijk, Duitsland, België en een ondersteunend filiaal in Oekraïne.

Gruyaert heeft, net als Dumarey, zijn weg goed gevonden in Frankrijk, waar veel andere Belgische ondernemers niet in slaagden. ‘De sociale context speelt hier een enorme rol. Ik moet daar de helft van mijn tijd insteken. De vakbondsvertegenwoordigers maken veel lawaai, al zijn ze niet altijd representatief. Bij de overname hier wou de helft mij zelfs geen hand geven. Nu krijg ik van iedereen een hand, al zijn er misschien nog enkelen die willen dat we niet slagen.’

Frankrijk is net nu aantrekkelijk omdat de economie door een transformatie gaat, vindt Gruyaert. ‘Ten tijde van president François Mitterrand werd de maakindustrie afgeschreven, Frankrijk wou leven van toerisme en diensten. Macron is de eerste president die zegt dat de maakindustrie een belangrijke poot is voor Frankrijk. Ik heb de indruk dat het sentiment aan het keren is, maar het zal nooit zo worden zoals in Duitsland, waar de maakindustrie op handen wordt gedragen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content