INTERVIEW ‘Ik wantrouw het establishment'

©Dieter Telemans

Winterwandeling | In de donkerste maanden van het jaar trekken we met enkele gesprekspartners naar buiten voor een stevige winterwandeling. We praten over leven en werk, over afkomst en visie. Deze week wandelen we de Bolderberg op met Françoise Chombar, de topvrouw van de chipfabrikant Melexis. ‘Dit is een van de mooiste plekjes van Limburg.’

Dit interview met Françoise Chombar verscheen op 22 februari in De Tijd, in het kader van de reeks 'winterwandelingen'

 

 

 

 

 

Met haar kleine gestalte, groene winterjack, grote Gucci-zonnebril en brede glimlach heeft Françoise Chombar (51) iets ontwapenends, als ze ons die middag op de plaats van afspraak staat op te wachten. We zijn in Limburg. In Bolderberg, een natuur gebied in het gelijknamige dorpje vlak bij het racecircuit van Zolder en de E314.

100 hectare Limburgs postkaartengeluk tussen het beton en het asfalt. Chombar woont vlakbij en komt hier af en toe wandelen. Ook de Melexis-vestiging van Tessenderlo, waar ze haar kantoor heeft,  is hier niet gek ver vandaan.

De West-Vlaamse - ze kwam 25 jaar geleden in Limburg wonen, toen de voorloper van Melexis er zijn tenten opsloeg - oogt ontspannen, ondanks haar drukke agenda. Melexis doet het bijzonder goed. De fabrikant van chips voor auto’s - in elke auto zitten gemiddeld zes stuks spitstechnologie van Melexis - boekte vorig jaar 250 miljoen euro omzet, ruim 10 procent meer dan in 2012. Wereldwijd zijn slechts vier fabrikanten van ‘auto mobiele sensorcomponenten’ groter. De beurswaarde kwam onlangs boven 1 miljard euro piepen, bijna een verdub beling in nog geen jaar tijd.

Tijdens ons gesprek zal ze niet één keer haar gsm bovenhalen. Ze laat zich niet opjutten door het beurscircus. ‘Eerlijk, ik check onze beurskoers zelfs niet elke dag. Verbaast u dat? Een koers is iets virtueels. Morgen kan ons 1 miljard euro beurswaarde bij wijze van spreken nog 500 miljoen zijn.

Als ik dat van te dichtbij volg, zou ik alleen maar zuur worden. Niet de aandeelhouders drijven mij vooruit, wel onze klanten en onze werknemers. Zij zijn belangrijker. Als zij gelukkig zijn, dan denk ik dat onze aandeelhouders dat ook zijn. En als dat niet zo is, kunnen ze hun aandelen verkopen.’

Wie Chombar een beetje kent, weetdat dit geen persoonlijk promopraatje is. Collega’s omschrijven haar als iemanddie perfect aanvoelt hoe ze klanten moet benaderen en er tegelijk over waakt datze het contact met de vloer niet verliest.‘Iedereen in het bedrijf weet dat ze makkelijk aanspreekbaar is’, luidt het. Het financiële volgt ze op de voet, maar het is minder haar ding. Roadshows langs analisten en potentiële investeerders laat ze overaan haar financieel directeur en investor-relationsmanager.

MELEXIS: DE GENESIS


‘Zo is het altijd geweest’, legt Chombar uit, terwijl ze er stevig de pas in zet op een aardeweg afgezoomd met naaldbomen. Ze maakt een ommetje langs het verleden. ‘Roland Duchâtelet, Rudi De Winter (vandaag haar echtgenoot, red.) en ik werkten alle drie bij Elmos, een Duitse start-up die chips fabriceerde. Roland - die 15 jaar ouder is dan Rudi en ik - was er verkoopdirecteur, ik werkte voor hem, en Rudi was ingenieur. We konden het erg goed met elkaar vinden. En op een dag zei Roland: ‘Dit moeten we toch ook zelf kunnen.’’

Niet veel later trokken de drie de grens over. Naar Limburg, waar ze in de latejaren tachtig Melexis boven de doopvont hielden. ‘We vulden elkaar toen al erg goed aan. Roland was de homo economicus, Rudi de homo technicus, ik de homo faber, de werkende mens.’ Ze lacht. ‘Ik ben graag bezig met het product en met de mensen voor wie je het maakt. Zo ging het bij Elmos, waar ik eerst assistent was van Roland en waar ik later op de productieplanning en de klantendienst opstartte.En zo is het ook bij Melexis gegaan.’

Wat heeft een vertaler-tolk in de chipindustrie te zoeken? Chombar wuift de vraag weg. ‘Talen boeien me. Nog altijd.In de jaren tachtig studeerde je gewoon iets waarin je geïnteresseerd was, en nadien zocht je werk. Meestal belandde je waar er op dat moment werk was. Bij mij was dat de chipindustrie. Ik was blij met wat me toen in de schoot geworpen werd. Meer nog: ik vond het fantastisch. Ik heb altijd graag in die business gewerkt. Omdat er van niets iets wordt gemaakt. Die waardecreatie boeit mij.’

‘Ik ben altijd doordrongen geweestvan het idee dat een mens iets moet doen met zijn talenten. Dat hij moet geven. Hij is het product van zijn genen en zijn afkomst, maar nog veel meer van zijn eigen keuzes. Dat geeft een enorme vrijheid, maar evenveel verantwoordelijkheid. Ik denk dat die visie verklaart waarom ik me altijd gesmeten heb, als ik ergens voor ging.’ De West-Vlaamse mentaliteit? ‘Ik denk dat ik dat wel wat van thuis heb meegekregen. Pa was heel zijn leven technisch tekenaar in de steenbakkerij van Ploegsteert. Ma was secretaresse van een verkoper van textielmachines. We praatten veel, thuis aan de keukentafel. Ook over vrijheid en verantwoordelijkheid, ja.’


We hebben er een pittig klimmetje door het bos op zitten. Vanop de flankvan de Bolderberg geeft Chombar onsals een volleerde gids tekst en uitleg bij het monumentale kasteel van Terlaemen dat we in de verte zien. ‘Dit is een van de mooiste plekjes van Limburg. Ik ben een inwijkeling, maar ik hou van Limburg. Van plekjes als dit, maar vooral ook vande openheid van de mensen. Ik heb in Duitsland gewoond, je kan niet geloven hoe afstandelijk de mensen daar waren. Hier woonden we één dag en de buurman stond al op de stoep: ‘Ik ben Frans, kom eens wat drinken.’ Fantastisch.’

We wandelen verder. Naar De Kluis, een gerenoveerd huisje met aangebouwdekapel waar ooit een kluizenaar woonde, boven op de Bolderberg. ‘Ik stap hier wel eens binnen’, zegt Chombar. ‘Voor de rust. Maar schrijf dat alstublieft op: ik ben absoluut niet gelovig. Antiklerikaal zelfs. Ik heb een ingebakken wantrouwen tegen elke vorm van establishment. Wat ik daarmee bedoel? Ik heb iets tegen gevestigde waarden zoals de katholieke kerk die een systeem overeind houden dat mensen fnuikt in hun vrijheid. Ik geloof dat er in de katholieke kerk evenveel goede mensen rondlopen als erbuiten, maar in haar geheel werkt ze beperkend.’

Opnieuw dwalen haar gedachten af naar haar jeugd. ‘Iedere mens heeft een waarde. Die boodschap heb ik meegekregen. Waarom zou de ene meer waard zijn dan de andere? Melexis is van bij het begin doordrongen van die filosofie. Alles is bij ons veranderd, maar die waarden zijn gebleven. Ik deel ze met Roland en Rudi. Een voorbeeld? Het klinkt soft, maar roepen is bij ons not done. Omdat we vinden dat je bij een conflict eerst moet proberen te begrijpen wat het probleem is en wat jouw aandeel erin is. Als beide partijen met die ingesteldheid vertrekken, kom je tot een oplossing.’

‘We hebben al mensen aan de deur gezet die met die filosofie niet overweg konden. Mensen die we erop hadden gewezen dat het niet oké is om mensen en plein public te schofferen of uit te kafferen. Mensen die maar niet leerden dat je de bal moet spelen, en niet de man. Voor ons zijn die waarden zo belangrijk. Niet alleen omdat we denken dat ze de juiste zijn, maar ook omdat ze werken in een bedrijf. Iemand die beledigd is, trekt zich terug. Die gaat niets voor jou doen. Dat heeft impact op het team, de klanten en uiteindelijk op het resultaat. Maar het blijft moeilijk: beslissen wanneer je iemands gedrag niet meer kan tolereren.’


‘Ik denk dat sommigen mij een slavendrijver vinden.’

Dat ze zelf niet zonder zonde is, bekent ze, terwijl we langs de andere kant vande Bolderberg weer afdalen. ‘Voor mij is het ook een oefening geweest om altijd kalm te blijven. Ik leg de lat erg hoog voor mijn werknemers. Het is nooit goed genoeg. Ik denk dat sommigen mij een slavendrijver vinden. Soms loopt iets verkeerd en ben je zo teleurgesteld dat je vergeet dat je de schuld niet direct bij de andere kan leggen. Toen ik jonger was, had ik daar veel meer last mee dan nu. Ik denk dat ik de jongste tien tot 15 jaar een stuk rustiger geworden ben.’

‘Hoe dat komt? De leeftijd, denk ik. In het begin van mijn carrière werd ik bij momenten echt geleefd. Ik combineerde Melexis met drie kleine kinderen. Dan is het niet duidelijk wat de zin van je bestaan is. Dan heb je niet echt rust. Nu zie ik die zin heel duidelijk: het beste van mezelfgeven en ertoe bijdragen dat andere mensen het beste van zichzelf kunnen geven. Ik heb heel veel geleerd uit ‘Trotzdem Ja zum Leben sagen’ van Viktor Frankl, een psycholoog die de Holocaust heeft overleefd. Het leek alsof dat boek bevestigde wat ik altijd al had gevoeld.’

‘Frankl schrijft dat het er eigenlijk niet toe doet wat een mens van het leven verwacht. Hij moet zelf kiezen wat hij met het leven aanvangt. Opnieuw: vrijheid en verantwoordelijkheid. Frankl heeft me doen beseffen dat het onzinnig is om succes en geluk na te streven. Ik geloof nu dat dat het gevolg is van keuzes die je zelf maakt en die verantwoord zijn. En dat het leven op basis daarvan zin krijgt. Je moet georiënteerd zijn op het resultaat, maar tegelijk op de mens. Je moet die twee proberen te verzoenen. Dat is een constante oefening, ook bij Melexis.’

‘Ik durf tijdens vergaderingen de domme vragen te stellen.’

Chombar is al elf jaar CEO van Melexis, atypisch lang in de wereld van beursgenoteerde bedrijven. Haar leiderschapis een succesverhaal, getuige dat kwart miljard omzet. Melexis groeit ook sneller dan zijn concurrenten, en wint de jongste jaren stelselmatig marktaandeel. ‘Een hele tijd geleden zijn we Elmos voorbijgestoken naar beurswaarde’, glimlacht ze. Niet met de beurs bezig, maar dat weet ze dan wel. ‘Pas op, het is nooit een race geweest. Geen doel op zich. We proberen gewoon goede dingen te doen.’

Hoe merkwaardig vindt ze het dat een bedrijf dat op technologische spitsvondigheden drijft zijn concurrenten de loef afsteekt met een vertaler-tolk aan de top? ‘Ik ben maar de CEO’, kaatst ze terug. Managementspeak, maar ze lijkt het te menen. ‘Het is geen valse bescheidenheid. Ik probeer er als CEO voor te zorgen dat het bij dit bedrijf niet om de CEO draait. Ik let er altijd heel hard op of de ploeg juist zit. Of mensen elkaar toelaten om het beste van zichzelf te kunnen geven.’

‘Die dynamiek op de bedrijfsvloer is ontzettend belangrijk, omdat onze klanten iets bijzonders van ons verwachten. Enerzijds rekenen ze erop dat we voorspelbaar zijn: elke bestelling moet tiptop in orde zijn en stipt op tijd worden geleverd. Anderzijds moeten we ook creatief zijn: elke maand lanceren we gemiddeld één product dat innovatief is of een innovatief kantje heeft. Melexis drijft op een mix van routine en creativiteit. Om zo’n systeem draaiende te houden moet je hard letten op welke mensen je met elkaar laat samenwerken.’

Als ze dan toch één persoonlijke bijdrage aan dat verhaal moet noemen: ‘Ik durf de domme vragen te stellen. Ik durf tijdens vergaderingen over een van onze producten vragen waarom een defect er zo uitziet, en niet anders. En waarom het zich net daar voordoet. Zo iemand heb je nodig. Ik denk dat het op zo’n moment helpt dat ik geen ingenieur ben, ja. Ik heb al doende veel geleerd over technologie, maar ik zal nooit een chip kunnen designen. En dat hoeft ook niet.’

‘Er is geen einddoel. Wat telt,is dat je op weg blijft.’

We zijn weer aan ons vertrekpunt. Chombar stelt voor om te lunchen in een brasserie vlakbij. Bij een Grimbergen vertelt ze over haar plannen met Melexis. Over hoe boeiend het is om ‘in de toekomst te kijken’. Over de technologie voor de zelfrijdende auto die nu al in ontwikkelingis, maar pas over zeven of acht jaar ingeburgerd zal raken. ‘Dat zal met stapjes gaan. Eerst zal je auto beginnen remmen in jouw plaats, als je naar je smartphone aan het kijken bent in plaats van naar een obstakel op de weg bijvoorbeeld. Maar stelselmatig wordt de rol van de chauffeur helemaal uitgehold.’

Ze praat ook over de omzet, die snel van 250 naar 300 miljoen euro moet. En over hoe Melexis zijn vijfde plaats inde wereldranking nog kan verbeteren. Heeft ze nooit het gevoel dat het genoeg is? ‘Het is nooit genoeg’, zegt ze ernstig. ‘We moeten blijven groeien, winst blijven maken. Niet om de winst op zich, maar omdat we vol plannen zitten. Als je die wil uitvoeren, heb je geld nodig om te investeren. Wie stopt met groeien, moet beginnen nadenken over wat hij wel en niet meer wil doen. Er is geen einddoel. Wat telt, is dat je op weg blijft.’

Hoe groter Melexis wordt, hoe meer persaandacht Chombar zal krijgen. Dat realiseert ze zich. Ze voelt het nu al. ‘Heel bizar. Voor mij lijkt het niet alsof er iets veranderd is.’ Een tafelspringer zal ze nooit worden. Maar één keer klopte ze op tafel. Vorig jaar bij de inhuldiging van de opgefriste site in Ieper. Dat het gedaan moest zijn met op ondernemers te vitten. ‘Omdat het me echt te veel was. Ondernemers creëren welvaart en daar mag best wat respect voor zijn.’

‘Trouwens, het is niet omdat je op de beurs staat dat winst het hoogste goed is. Aandeelhouders en analisten zetten jeonder druk, maar als CEO ben je niet verplicht die druk door te geven. We zouden meer winst kunnen maken als we bepaalde zaken anders hadden gedaan. Zo hadden we onze site in Ieper goedkoper kunnen bouwen. Nu zijn er koelplafonds, omdat werknemers anders te veel last hebben van de airco. En alle kantoormeubilair is vernieuwd. Eigenlijk gaat het om respect. Ik geloof dat dat zichzelf terugbetaalt. Wie door zijn werkgever wordt gerespecteerd, is geëngageerder. Dat engagement straalt af op het werk en op de klanten.’

Ergert ze zich dan niet aan de automatische loonindexering, een stokpaardje van zoveel ondernemers? ‘Natuurlijk wel. Het geeft me minder ruimte om mensen die het verdienen beter te verlonen. Maar ik erger me evengoed aan de groeiende kloof tussen rijk en arm. Nog zoiets wat ik zelf niet kan verhelpen. Als bedrijf kan je daar wel iets mee doen. Natuurlijk kan je niet iedereen evenveel betalen. Maar je kan wel mensen erkenning geven voor wat ze doen. Het gaat niet enkel over geld. Ook over: beleg geen vergadering om18 uur als je weet dat iemand kleine kinderen heeft.’

‘Eigenlijk doe ik pas mijn mond open als ik denk dat ik iets in beweging kan zetten’, besluit ze. ‘Het heeft geen zin om tegen windmolens te vechten. Ik kan me ergeren aan geklaag. Natuurlijk kan het altijd beter, maar ik heb de indruk dat sommigen niet beseffen hoe goed we het hier hebben. Tenslotte is op elkaar schieten totaal onproductief.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud