John Martin: ‘Een hotel is een glimlach met een machinerie erachter'

©Kristof Vadino

John Martin, de Brits-Belgische hotelbaas en telg van de bekende Schweppes-familie, zou het liefst even doorspoelen naar betere tijden. ‘Good things will come.’ Ontbijt met De Tijd.

John Martin moet in de hoek zitten. Dat is niet anders als ik hem tref aan zijn vaste tafel aan het raam in het restaurant van Chateau du Lac, zijn hotel aan het meer van Genval, waar de taalgrens dwars doorheen loopt. De 70-jarige hotelier wil de zaal kunnen zien. Hij kan er niet tegen als plots een kelner achter zijn rug opduikt met de vraag of alles goed gaat terwijl hij net een hap in de mond heeft. En hij houdt graag in het oog of alles goed loopt. ‘Vast een professionele afwijking’, zegt hij grijnzend in zijn rode donsjas die hij het hele ontbijt aanhoudt.

Ontbijt met De Tijd

Chateau du Lac in Genval, 10 uur. Met John Martin praten we over de pijn van de onvermijdelijke pandemie, de romantiek van het hotelbestaan en voetballen in een splinternieuwe balzaal met RobbieWilliams.

Het Chateau is het moederhotel van Martin’s Hotels, de grootste familiale keten van luxehotels in België, met 14 exclusieve locaties netjes verdeeld over de landsdelen. Het hotel ademt de roemrijke familiegeschiedenis. Ooit was hier de Schweppes-fabriek van Martins grootvader - ook John Martin, een Schot die in 1909 naar Antwerpen uitweek om whisky en limonade uit het Verenigd Koninkrijk te importeren. Die kocht in 1934 het kasteel met zijn torenspits omdat hij in het zuivere water van het meer de ideale grondstof vond. In 1981 verhuisde de productie en zochten en vonden zijn kleinzonen een nieuwe bestemming. John zou een hotelbranche uitbouwen, zijn jongere broer Anthony nam de leiding over John Martin’s Brewery.

Martin wenkt een kelner en laat een korf broodjes en minikoffiekoeken aanrukken, samen met een schotel met zalm, kaas en charcuterie, omgeven door komkommer- en citroenschijfjes. Hij begint met een chocoladebroodje en bestelt een koffie met instructies: of het kopje alstublieft eerst even met heet water kan worden opgewarmd. ‘Anders is de koffie afgekoeld tegen dat hij hier is. Het is iets psychologisch. Ik wil graag eerst voelen dat mijn koffie heet is, om hem dan te laten afkoelen en op te drinken.’

Zodra we weer mogen kussen en handen schudden, zullen we dat doen. Het sociale leven zal een grotere boost krijgen.

Er is helaas geen ontkomen aan als je met een hotelbaas praat. Ook over dit gesprek, in een restaurant met amper gasten, hangt de donkere schaduw van de pandemie. Het toerisme waar zijn bedrijf op draait, zowel de plezier- als de zakenreizen, is weggevaagd in dit annus horribilis. Martin verstopt het aanvankelijk onder zijn goede luim, maar hoe meer hij erover praat, hoe somberder hij ervan wordt. Vorig jaar draaide Martin’s Hotels 50 miljoen euro omzet uit iets meer dan 1.000 kamers. Voor 2020 wil Martin zich niet eens wagen aan een schatting. ‘Het is hard. Als je een zaak runt, ben je altijd in survival mode. Nu is het eerder een coma.’

Sociale rol

Na de eerste golf in de lente smeet Martin’s de deuren van zijn hotels wagenwijd open met kamers voor de spotprijs van 69 euro per nacht, minder dan de helft van die in normale tijden. De stunt werkte, maar financieel was het een pleister op een houten been. ‘We hadden wanhopig cash nodig. En we wilden mensen een kans geven eens even weg van huis te gaan. We vervullen ook een sociale rol, we zijn er om mensen uit hun huis te krijgen. Afgelopen zomer waren we in de weekends voor bijna 100 procent bezet. Veel jonge koppeltjes ook. Dat maakt voor onze jaarrekening weinig goed, maar het was heel belangrijk voor ons personeel’, zegt Martin, in zijn Engels met een subtiele Franse tongval.

Vandaag, aan het begin van wat een lange en donkere herfst en winter beloven te worden, kan Martin’s zowat 20 à 30 procent van zijn kamers vullen. ‘Het nieuws over het virus schrikt mensen af, en dat is heel begrijpelijk. In Bilzen, naast het kasteel van Alden Biesen, draaien we nog goed. Eigenlijk zelfs beter dan vorig jaar, vooral dankzij de fietsliefhebbers. Maar in Brugge, normaal onze topper, is het heel, heel kalm. Terwijl nu de best denkbare tijd is om Brugge te bezoeken! Het is er nog nooit zo rustig geweest, zonder buitenlandse toeristen.’

Martin neemt een broodje en smeert er de inhoud van een pakje La Vache Qui Rit op. Hij smeekt de overheid om meer hulp om de ‘sociale infrastructuur’ overeind te houden. ‘Men praat veel over de impact op de horeca. Maar vooral over RE en CA, en men vergeet een beetje waar HO voor staat. De hotelbusiness is in Europa goed voor ongeveer 6 miljoen jobs. Voorlopig is de steun peanuts. Er zijn miljarden beschikbaar via de Europese Unie, maar niemand heeft ze al gezien. Dat moet gebruikt worden om jobs te redden en de sector recht te houden, zodat we na de pandemie weer vanaf dag een volop kunnen draaien.’ Zelf plant Martin een kapitaalverhoging om het bedrijf tot minstens eind volgend jaar drijvende te houden. De financiële druk is groot, want op het Chateau du Lac na huurt Martin’s al zijn exclusieve panden. ‘De eigenaars moeten een handje helpen. We moeten er samen door, tot de zomer. Then good things will come.’

24/7 happy face

Het liefst wil hij fastforwarden. In 2023 staat de opening van het 15de hotel van de keten gepland, in de oude legerkazerne Panquin in Tervuren. De bouwvergunning werd in volle coronazomer goedgekeurd. ‘Dat geeft aan: de wereld vergaat niet. Onze business crasht niet, maar is even bevroren. Het is goed om vooruit te kijken. De werken gaan door.’ Hij pauzeert. ‘Al liggen ze even stil vanwege enkele coronagevallen.’

No way dat mensen hun goesting verliezen om sociaal en close te zijn, denkt Martin, die leeft van de samenkomst van mensen. ‘Dit heeft geen impact op ons sociaal gedrag op de lange termijn. Zodra we weer mogen kussen en handen schudden, zullen we dat doen. Mensen keren terug naar wat ze het comfortabelst vinden. Het sociale leven zal een grotere boost krijgen. En mensen zullen denken: we kunnen er maar beter van genieten, voor dit ons nog eens overkomt.’

Martin is een soort voorbeeld-Europeaan. Hij werd geboren in Wilrijk, verhuisde op jonge leeftijd naar Parijs en zat op internaat in Noord-Engeland. Sinds kort heeft hij boven op zijn Brits paspoort een Belgisch exemplaar, wegens de brexit. ‘Ik voel me meer Belg dan Brit.’ Als tiener op de kostschool bedacht hij op een koude nacht dat een hotel uitbaten hem wel zou liggen. ‘Ik hield ervan sociale dingen te organiseren. Andere kinderen zeggen dat ze later eerste minister willen worden. Ik hotelier. Al had ik er toen geen idee van dat dat er ooit van zou komen.’

©Kristof Vadino

Hij is ondanks alles de romantiek van zijn vak zeker niet verloren. ‘Mensen komen omdat ze verzorgd willen worden. De hele wereld loopt over de vloer. Ze wandelen in en uit je leven. Een hotel is een openbare plek waar mensen toch anoniem kunnen zijn. We moeten verzekeren dat ze gelukkig zijn. Maar het stopt nooit. Het is 24/7 je happy face opzetten. Een hotel is een façade van een glimlach met een enorme machinerie erachter.’

Dan komen de anekdotes. Die keer dat de Franse nationale voetbalploeg hier logeerde tijdens het Europees kampioenschap in 2000. ‘Zidane en Henry en zo. Per match die ze wonnen, mochten de spelersvrouwen twee nachten blijven. Hun verblijf was de perfecte marketing voor Franse toeristen.’ Of toen de nieuwe balzaal van 1.000 m² net was afgewerkt en de Britse zanger Robbie Williams te gast was en er met zijn hele entourage in ging voetballen. Of toen koning Albert speciaal voor hem het gouden gastenboek liet tekenen door de voormalige Japanse keizer Akihito en zijn vrouw. ‘Op dezelfde pagina! Zeer uitzonderlijk!’ Een babbel met Henry Kissinger ook, of een biertje aan de toog met de koning van Denemarken.

Onze borden worden afgeruimd. We zetten ons masker op en verhuizen naar de pluchen zetels van het salon, aan de andere kant van de receptie. Martin wijst naar de oude Schweppes-reclame op de muur en haalt familieherinneringen op. Toen dit nog een frisdrankfabriek was, werd op de eerste verdieping suiker gesmolten. Beneden werd kinine, het typische bittere ingrediënt van tonic, toegevoegd. Er staat nog een oude CO₂-machine tentoongesteld die de frisdrank zijn prik gaf.

Zijn grootvader begon met de import van Schweppes Indian Tonic en Globe, een populaire limonade, om ze kort nadien zelf te bottelen in ons land. Daar kwamen al snel bekende bieren bij: Guinness, Gordon, Bass Pale Ale en Becks. Tijdens de Tweede Wereldoorlog keerde hij terug naar Londen om Bulldog Pale Ale te maken, dat bij ons op de markt kwam als Martin’s Pale Ale.

Schweppes heeft zijn imago verwoest door naar grote en plastieken flessen te gaan.

Kleinzoon Martin stapte zelf jong in de business, onderaan op de ladder. Hij deed onder andere nachtshiften in de brouwerij in Dublin en leverde met de vrachtwagen bakken bier en frisdrank aan cafés in de Londense wijk Soho. Daarna werd hij exportbaas voor Schweppes in Afrikaanse landen. Het waren gouden tijden. Het drankje had nog status omdat het enkel in kleine, glazen flesjes te krijgen was, blikt Martin terug. ‘Schweppes heeft zijn imago verwoest door naar grote en plastieken flessen te gaan.’ Dan doet de jongere, hippe concurrent Fever Tree het veel beter, vindt hij.

Na 20 jaar flesjes verkopen kwam begin jaren 80 die jongensdroom weer opsteken. Het familiekasteel in Genval kwam vrij en Martin en zijn vrouw turnden het om in een hotel. Het werd een handelsmerk: vandaag zitten alle hotels van Martin’s in gebouwen met een verhaal: een oude kerk in Mechelen, een oud klooster in Leuven, een oude fabriek in Waterloo. ‘Dat is ons merk. We willen dat mensen het idee hebben dat het bij ons anders is dan in het vorige hotel waar ze logeerden.’

Zal een vierde generatie Martin de boel blijven runnen? Zijn dochter, actief in de reclamewereld, zit in het bestuur van Martin’s Hotels. Net als zijn zoon, die bovendien hoteldesigner is en ook John Martin heet, maar voorlopig de traditie van de naam niet kan voortzetten omdat hij drie dochters heeft. ‘Het zal zeker een Martin zijn. Maar er is nog niets beslist. Laat ons zeggen dat ze er klaar voor zijn als het nodig is. Maar ze weten ook dat het een tough life is.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud