portret

De man van 1 miljard

Roel Verrycken

Op z’n 16de begon Jonas Dhaenens in zijn slaapkamer websites te hosten. Twintig jaar later is zijn Combell een Europees powerhouse van 1 miljard euro. Portret van een ondernemer zonder pauzeknop.

Er was een deal op til in Denemarken, tot Jonas Dhaenens (36) er lucht van kreeg. Toen in 2016 twee van de grootste hostingbedrijven op de Deense markt wilden fuseren tot een absolute marktleider, waaide dat nieuws net op tijd tot in Gent. De combinatie van de twee zou betekenen dat voor Dhaenens, de CEO en oprichter van de Belgische IT-groep Combell, de deur op slot ging voor een expansie naar Denemarken, en bij uitbreiding naar Scandinavië. Dat zijn aantrekkelijke markten waar hij al langer op aasde.

In een impuls sprong Dhaenens met zijn kompaan Frederik Poelman en een investeerder op een vliegtuig naar Kopenhagen. Diezelfde avond nog ging hij op restaurant met de CEO van Dandomain, die eigenlijk al een akkoord op zak had om zich, weliswaar met frisse tegenzin, te laten overnemen door zijn grotere concurrent Zitcom. Maar dan speelde Dhaenens op de man af al zijn charme en overtuigingskracht uit. Het werkte. De volgende ochtend, bij het ontbijt, volgde een bod. Met een goed gevoel stapten ze weer op het vliegtuig, en niet veel later volgde de bevestiging: als derde hond was Dhaenens er met het Deense doelwit vandoor, en had hij in één klap een stevige voet tussen de Scandinavische deur.

Bio

Jonas Dhaenens werd geboren in 1982 in Gent in een gezin van zelfstandigen. Hij begint op vroege leeftijd met ondernemen.

Bij de doorbraak van het internet eind jaren 90, op zijn 16de, richt hij Combell op. Hij breekt zijn studies af om zich volop op zijn bedrijf te storten.

Naast Combell investeert hij in talloze jonge groeibedrijven en vastgoedprojecten en zetelt hij in verschillende raden van bestuur.

Combell

Combell, opgericht door Jonas Dhaenens in 1999, fuseerde deze week samen met de Nederlandse sectorgenoot TransIP tot Team.blue.

De combinatiegroep is een Europese topper in van het hosten van websites: het voorziet domeinnamen, servercapaciteit en mailboxen.

Het fusiebedrijf telt 1,2 miljoen klanten, draait 170 miljoen euro omzet en is actief in vijf landen: België, Nederland, Zwitserland, Denemarken en Zweden.

Wat het verhaal helemaal vintage Dhaenens maakt: nog geen jaar later nam hij ook Zitcom over, het bedrijf dat hij nota bene net had afgetroefd. En zo kwam, zag en overwon Dhaenens dankzij wat volgens velen het grootste talent is van de rasondernemer: als geen ander een kans kunnen ruiken en er vervolgens rechtdoor en onvermoeibaar op afgaan. ‘Hij is extreem ondernemend’, zegt zijn rechterhand Poelman.

De Deense deals waren schakels in een lange keten van de overnamemachine Combell. Die mondde deze week uit in een mijlpaal die maar heel weinig Belgische technologiebedrijven bereiken: na de samensmelting met de Nederlandse sectorgenoot TransIP tot Team.blue is de creatie van Dhaenens meer dan 1 miljard euro waard. In zijn industrie - domeinnamen, opslagruimte en postbussen op het internet, kortom het ‘hosten’ van websites - is de nieuwe combinatie het nummer drie in Europa. Dhaenens leidt voortaan een bedrijf met een omzet van 170 miljoen euro en 1,2 miljoen klanten, dat in vijf landen actief is.

Fax

Combell zag 20 jaar geleden het levenslicht in de slaapkamer van Dhaenens in Gent. Als techminded 16-jarige scholier kreeg hij wat geld van zijn vader om een website voor diens verzekeringskantoor te maken. Het waren de prille dagen van het internet, en een .be-extensie registreren was een kafkaiaanse taak waar zelfs een faxmachine aan te pas kwam. Als dat nu eens klantvriendelijker kon? Voor de site van zijn vader vond hij serverruimte bij een Brits bedrijf, de overschot deelde hij op en verkocht hij aan zelfstandigen in de buurt die wel interesse hadden in de nieuwe manier om klanten te bereiken. Combell was geboren, en was winstgevend vanaf dag één.

Hoe Dhaenens van naschoolse bezigheid tot miljardenbedrijf is geraakt? Dankzij een verschroeiende, ongebreidelde ambitie, zeggen mensen die hem goed kennen. Uit gesprekken met mensen uit zijn inner circle - zakenrelaties, collega’s, vrienden en familie - komt een beeld van een volbloed selfmade man met een extreme drang om van niets iets te maken. ‘Jonas wil weten tot welk niveau hij kan gaan, hoever hij kan groeien. Hij wil in de Champions League spelen. Voor de kick, maar ook om iets op te bouwen’, zegt een goede kennis. ‘Maar een tafelspringer is hij niet. Altijd minzaam, altijd voor iedereen aanspreekbaar, ook onder grote druk.’

Hij is een commercieel brein met een onhoudbare werklust, klinkt het haast unisono. Voor Dhaenens moeten de dingen nuttig en functioneel zijn. Zijn visie op geld is tekenend: het is er niet om te hebben, maar om te gebruiken en, vooral, te laten renderen. Dhaenens kan er niet tegen als geld niets staat te doen op een rekening. Jeroen De Wit, de oprichter en CEO van het techbedrijf Teamleader en al lang bevriend met Dhaenens: ‘Het lijkt alsof Jonas al heel zijn leven met een groot bedrijf in zijn hoofd zit. Volgens mij heeft hij altijd al een masterplan gehad, en werkt hij van mijlpaal naar mijlpaal.’

‘Begonnen, maar nooit geëindigd. Geen tijd.’ Zo beschrijft Jonas Dhaenens zijn carrière in het hoger onderwijs op LinkedIn.

Naast Combell laadt de vader van drie zijn agenda overvol met andere projecten en investeringen. Hij zit onder meer in vastgoed en in meerdere jonge start-ups. Zijn telefoon kleeft aan zijn oor, altijd is er ergens wel een deal aan de gang, en als een acrobaat houdt hij constant meerdere borden tegelijk draaiende. De knop gaat nooit helemaal uit. ‘Het is heel moeilijk om harder te werken dan Jonas. Hij stopt nooit. Het is sterker dan hemzelf. En dan botst hij al eens op zijn eigen fysieke beperkingen’, luidt het.

Dhaenens groeide op in een nest van zelfstandigen en ondernemers. Hard werken was de norm, niksen in de zetel was er niet bij. Hij heeft nooit anders geweten of gezien. Zijn moeder runt een biowinkel in het centrum van Gent, waar Dhaenens als tiener al werkdagen van twaalf uur aan de kassa klopte. Zijn vader leidt een verzekeringskantoor van DVV aan de Steendam en is verdeler van ergonomische matrassen. Elke zaterdag ging de jonge Jonas mee naar de bank om de inkomsten van de nv te storten en facturen te betalen. Dhaenens leerde jong dat niet alles wat binnenkomt om te houden is.

‘Hij moest altijd alles weten, en ik legde zo veel mogelijk uit’, zegt vader Luc Dhaenens. ‘Op zijn tiende hadden we onze eerste computer, hij was gefascineerd door de commando’s in MS-DOS. Hij blonk snel uit in Excel. Op zijn 13de maakte hij daarmee een systeem voor de variabele verloning van mijn medewerkers. Dat was misschien niet gemaakt volgens het boekje, maar het werkte. Als we een gezelschapsspel speelden, was het altijd Hotel of Monopoly. Hij moest weten hoe bedrijven werkten. Ik dacht nog: dat komt wel goed als mijn zaak later overgenomen moet worden.’

Maar Dhaenens moest zijn eigen bedrijf hebben. Iets schaalbaars, als het even kon, want anders kon hij ook gewoon consultant worden. Hij vond het financiële model van verzekeringspolissen wel interessant, met zijn betalingen vooraf en zijn recurrente inkomsten. Toen het internet in de huiskamers begon binnen te treden en hij die eerste websites ineenstak, besefte hij dat hetzelfde toepasbaar is op hosting. ‘Als hij thuiskwam van school checkte hij meteen de binnengelopen bestellingen en begon hij facturen uit te schrijven’, zegt vader Dhaenens. ‘En ’s nachts speelde hij voor helpdeskmedewerker. Hij moest altijd bereikbaar zijn voor klanten.’

In het derde jaar boekhouden-informatica belandt hij als bij toeval naast Frederik Poelman in de klas. De twee delen opvallende interesses: politiek, bedrijven, IT. Het klikt meteen. In de klas fantaseren ze over een goede naam voor een bedrijf, iets à la Alcatel-Bell, Belgacom of Dell. Dhaenens schrijft ‘Combell’ op een papiertje. Met twee l’en, want dat klinkt internationaler.

Salesafdeling

Poelman is op dat moment ook al bezig met een handel in hardware en verkoopt onder meer computers aan de school. Als Dhaenens het werk niet meer alleen de baas kan, vraagt hij Poelman om bij te springen. Combell slorpt al snel al hun tijd op. Poelman wordt de eerste werknemer, en later ook aandeelhouder. Vandaag is hij directeur voor de Belgische en Nederlandse markt. De verdeling was altijd duidelijk: Dhaenens is het commerciële brein, Poelman neemt het technische en operationele voor zijn rekening.

‘Ons eerste kantoor was de slaapkamer van Jonas, daarna ging het naar de verdieping boven de biowinkel, tussen de matrassen’, blikt Poelman terug. De zolder werd gerenoveerd, en daar pasten drie bureaus: een voor de administratie, een voor de sales en een voor de support. Genoeg om groots en internationaal te denken. ‘Zo namen we ook de telefoon op. ‘Combell, goedemiddag, met de salesafdeling.’ Terwijl we met twee of drie naast elkaar zaten.’

Als in 2000 de Belgische markt voor domeinnamen geliberaliseerd wordt, zitten Dhaenens en Poelman klaar om hun slag te slaan. Ze registreren zo veel mogelijk .be-extensies om ze vervolgens te kunnen doorverkopen. Het commerciële instinct van Dhaenens slaat toe: hij is zo gewiekst om ook ‘domeinnaam.be’ te registreren.

©jonas lampens

Het bedrijf boomt nu voor het eerst, en voor school is geen tijd meer. Dhaenens was aan studies handelswetenschappen aan de Hogeschool Gent begonnen, maar stopt na enkele maanden. Ook Poelman houdt er snel mee op. Een minimaal risico, oordelen ze allebei, want teruggaan kan altijd. ‘Voor ons was dat geen probleem’, zegt vader Luc. ‘Hij heeft zich 200 procent op zijn uitdaging gesmeten.’ Vandaag staat op zijn LinkedIn-profiel bij hoger onderwijs: ‘Begonnen maar nooit geëindigd. Geen tijd.’

Dhaenens mag dan wel een ‘buy and build’-technologiebedrijf leiden, een hardcore techneut is hij niet. Als tiener bouwde hij ooit met een basiskennis html een best populaire website over The Simpsons, maar een programmeur of echte computernerd werd hij nooit. Als het nog kleine team van Combell op een nacht van datacenter moet verhuizen vanwege de snelle groei, slaagt hij erin om een server kapot te maken. ‘We hebben uren en dagen gezocht naar het probleem’, zegt Poelman. ‘Blijkt dat Jonas een kabel te hard in een server had geduwd. Het moest vooruitgaan.’

Berekende risico’s

Des te sterker is Dhaenens op financieel vlak. De omzet groeit in 2001, na twee jaar, al naar 200.000 euro. Nog eens een jaar later is dat 500.000 euro, en in 2008 bijna 6 miljoen. De organische groei wordt aangevuld met overnames op de heel gefragmenteerde Belgische markt en later in de buurlanden. Dhaenens financiert die met schulden en toont zijn bereidheid om flinke risico’s te nemen. Volgens ingewijden zijn die weliswaar altijd berekend. ‘Hij gaat graag tot de rand, maar nooit erover. Hij zal niets doen dat het bedrijf structureel in gevaar brengt.’ De omzet klimt verder: na 15 jaar draait Combell 20 miljoen euro met 145 mensen.

In 2014 kriebelt het om écht op het gaspedaal te duwen. Het kost enkele maanden om hem te overtuigen om te verwateren, maar de investeringsgroep Waterland verleidt Dhaenens om samen een turbo onder de expansie te zetten. Het tempo is halsbrekend. In vier jaar volgen 35 overnames, het bedrijf gaat maal tien.

Met private equity aan boord staat het bedrijf stevig en geloofwaardig, en niemand die nog vraagt of Combell de overnames wel kan betalen. Eind vorig jaar wordt Waterland afgelost door HG Capital. Al die tijd moet Dhaenens zelf weerstaan aan de lokroep van de vette cheque. Maar naar de sirenenzangen om zijn bedrijf te verkopen luistert hij niet.

Er is wel een keerzijde. Nog voor zijn 30ste werkt Dhaenens zich het ziekenhuis in. Na tien dagen is er een diagnose: een zware longontsteking. Dhaenens verliest 15 kilo. Poelman: ‘Ik zeg hem regelmatig dat hij iets meer moet slapen. Hij laat zich al meer omringen, maar hij kan het niet loslaten. Werken voelt niet als een plicht. Ik denk niet dat het over twintig jaar anders zal zijn.’ Vorig jaar was er een nieuwe waarschuwing, toen hij flauwviel op restaurant tijdens gesprekken over alweer een deal. Vader Luc: ‘Ik ben hem toen gaan halen en zei hem: pas toch op, jongen.’

Toen hij vorig jaar op restaurant flauwgevallen is, ben ik hem gaan ophalen en heb ik hem gezegd: ‘Pas toch op, jongen.’
Luc Dhaenens
Vader

Veel marge voor een rijk privéleven heeft Dhaenens niet. Hij tempert in de vijf dagen op veertien dat zijn kinderen bij hem zijn, dat wel. Maar aan hobby’s om zijn hoofd leeg te maken heeft hij geen behoefte. Hij gaat wel eens uitwaaien op Curaçao, waar hij een buitenverblijf en een stuk of wat vastgoedinvesteringen heeft.

Dan smijt hij zich nog liever op zijn vele andere investeringen. Sinds een jaar of tien steekt Dhaenens actief zijn geld, tijd en ervaring in jonge groeibedrijfjes zoals Teamleader, Winwinner, Cardify en Xpenditure. ‘Ik ontmoette Jonas voor het eerst toen we startkapitaal zochten. We hebben anderhalf uur gepraat over ons idee op restaurant tot hij zei: ik doe het’, zegt Boris Bogaert, de oprichter van Xpenditure, een specialist in digitale onkostennota’s. ‘Hij koppelt visie aan buikgevoel. Als je alleen maar analytisch denkt, ga je nooit ondernemen.’

In zijn omgeving is iedereen ervan overtuigd dat de sprong van Combell naar een Europees powerhouse en naar 1 miljard euro waarde geen ultiem doel is voor Dhaenens, maar een tussenstop. ‘We hebben bijna alleen maar over de toekomst gepraat, niet over wat we al bereikt hebben’, zegt Jeroen Hüpscher, de CEO van TransIP, de partner van Combell in Team.blue.

Of, zoals Dhaenens een paar maanden geleden na een grote deal op Facebook postte: ‘Dank aan alle hardwerkende collega’s om de droom tot nu te verwezenlijken. Maar zoals iedereen weet hebben we nog te veel ambitie. Even uitrusten dit weekend en maandag is er weer een werkdag!’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect