‘Geen limieten aan democratie? Soms twijfel ik daaraan'

Christian Dumolin: ‘Callcenters worden contactcenters. Dat, en het feit dat ze een sociaal-maatschappelijke relevantie hebben, vind ik boeiend.’ ©Kristof Vadino

Nauwelijks heeft hij zijn bedrijvenimperium Koramic uitgebreid met nog twee overnames, of hij broedt alweer op meer. Serieondernemer Christian Dumolin (71) weet niet van ophouden. ‘Het gaat te weinig vooruit in dit land.’

‘Ik vind het geestig om altijd weer iets anders te doen. Het enige waarin ik niet varieer, is in mijn vrouw.’ Christian Dumolin zegt het al grappend, maar het verklaart de drukke agenda die hij schijnbaar onvermoeibaar afwerkt. Van een meeting over een investering met Russen, naar de bespreking van een Amerikaanse joint venture en een participatie in een medisch bedrijf in Israël. De West-Vlaamse ondernemer is 71 jaar, maar leeft en werkt alsof hij 35 is, de leeftijd waarop hij de dakpannenfabriek van zijn vader - het ‘Kortrijks Dakpannenkantoor’ - overnam. ‘Ik ben geen rustige mens, ik zal dat ook nooit worden.’

Ik ben aan de basis een industrieel. Een fabriek ken ik en voel ik beter aan. Met callcenters had ik eigenlijk geen affiniteit.
Christian Dumolin
Serieondernemer

Hoewel hij vandaag, bijna 40 jaar later, vooral zijn investeringsvennootschap Koramic Investment Group beheert - ‘noem het alstublieft geen holding’ - ziet hij zichzelf nog steeds als ondernemer. ‘Managers, ik heb ze nodig, maar het is een andere biotoop.’

Dumolin laat zich nog steeds drijven door buikgevoel. In zijn planning, in hoe hij onderhandelt, hoe hij zijn mensen aanstuurt, maar ook in hoe hij de overnames in een razend tempo aan elkaar rijgt. Vorige week nog voegde hij weer twee nieuwelingen toe aan zijn bedrijfsimperium: de divisie Ceramics werd versterkt door de Franse tegelproducent Cerabati, de divisie callcenters nam er met Call-IT een tiende telg bij.

Welke criteria hanteert u bij die overnames?
Christian Dumolin: ‘Officieel is elke overname het resultaat van een rationeel proces. (lacht) Maar natuurlijk zit er altijd een pak emotie bij. Ik kan niet iets doen waar ik misschien wel winst mee maak, maar waar ik geen goed gevoel bij heb. Het moet ook klikken met de mensen in het bedrijf. Ze moet een ondernemersspirit hebben, bergen willen verzetten. De wereld moet vooruitgaan.’

Waarom ging u in 2010 plots investeren in callcenters?
Dumolin: ‘Daar ben ik toevallig in gerold. Met ons private-equityfonds Trustcapital hadden we een minderheidsparticipatie in IPG. Toen bleek het daar niet goed draaide, hebben we het volledig in handen genomen. Aanvankelijk was ik niet enthousiast over die sector. Ik vond die maar saai. Maar als je je erin verdiept, wordt het boeiend. Callcenters zijn contactcenters geworden. Mensen worden niet langer alleen bediend via de telefoon, maar ook via e-mail, chats en sociale media.’

‘Maar ook dat een callcenter een maatschappelijke relevantie heeft, vind ik de moeite. We stellen veel mensen tewerk van wie sommigen het niet gemakkelijk hebben op de arbeidsmarkt: laaggeschoolde jongeren, mensen van allochtone afkomst.’

Waarom koopt u telkens callcenters bij?
Dumolin: ‘Om de vaste kosten te dekken. Bij zo’n contactcenter komt steeds meer IT kijken. Dat kost wel wat. Vergeet niet dat de marge maar tussen 5 en 10 procent ligt. Dan heb je schaalgrootte nodig. We willen ook verder internationaal gaan. Vandaag zijn we marktleider in België en zijn we aanwezig in Nederland en Marokko. We willen ook kijken wat we kunnen doen in Frankrijk en Duitsland.’

Van baksteenkoning tot callcenterkeizer

Na zijn studies economie begint Christian Dumolin als bediende in een tankstation. Zijn eerste ondernemersstappen doet hij als aan- en verkoper van tweedehandsauto’s.

In 1980 - hij is dan 35 - zet hij de familiale dakpannenproducent Koramic voort. Later sticht hij daarin de baksteenbakkerij Terca.

In 1996 brengt hij Terca onder bij het Oostenrijkse Wienerberger, waardoor hij aandeelhouder wordt van die bouwmaterialengroep.

In 2003 moet hij de participatie in Wienerberger lossen doordat een verplichte uitkoop van de Oostenrijkse aandeelhouders financieel te zwaar is. Het bedrijf wordt volledig naar de beurs gebracht.

Eind jaren 90 verliest Dumolin 40 miljoen euro aan investeringen in technologiebedrijven waaronder Lernout & Hauspie.

De aankoop van het callcenterbedrijf IPG in 2010 is het startschot voor de uitbouw van een nieuwe divisie, met intussen tien overnames.

Het bedrijvenimperium Koramic Investment Group is nu opgebouwd rond drie divisies: vastgoed, het investeringsfonds Trustcapital Partners en Koramic Industries, waartoe een resem kunststof- en metaalverwerkers, chemiebedrijven, callcenters en grafische communicatiebedrijven behoren.

De groep draait een omzet van 600 miljoen euro en een ebitdamarge van 9 procent. Er werken 6.000 mensen.

Is het verleidelijk om te delokaliseren om hoge loonkosten te vermijden?
Dumolin: ‘Nee, want het blijft een lokale business. Grote bedrijven hebben het liefst dat hun contactcenter bemand wordt met mensen van de streek. Dat schept een band. Zeker in Vlaanderen, een lappendeken aan accenten en dialecten, mag je dat niet onderschatten. Een Vlaming wordt niet graag bediend door een Nederlander.’

Hoe ziet u de toekomst van de sector met onder meer de opkomst van chatbots en virtuele intelligentie?
Dumolin: ‘Met ons bedrijf Ringring zijn we daarin actief. Daar gaat het meer naartoe. Maar mensen blijven nodig. Robots kunnen de eenvoudige taken overnemen, mensen moeten zich specialiseren in de complexere opdrachten.’

‘Ik ben nieuwsgierig naar nieuwe technologieën. Ik had nooit gedacht dat ik op mijn 70ste de krant zou lezen op een iPad. Vanavond ga ik skypen met de CEO van een Amerikaans chemiebedrijf. Vroeger betaalde je een fortuin om vijf minuten te telefoneren naar de VS, vandaag zit je uren op Skype, gratis!’

(Merkt onze lacherige reactie, red.) ‘Je moet je altijd bewust zijn van wat je uitgeeft. In West-Vlaanderen noemen we dat ‘bendig’: geen gekke dingen doen met je geld. Dat is iets anders dan gierig. Een ‘bendigaard’ gaat ook goed eten met zijn vrienden, maar hij kiest op restaurant niet de duurste fles wijn.’

Is het typerend dat ‘bendig’ een West-Vlaams woord is?
Dumolin: ‘Hoe komt het dat West-Vlaanderen zoveel kmo’s telt? Door de vrouwen. Al die bedrijven zijn ontstaan uit de landbouw. En daar beheerden de vrouwen het geld. Zij beseften dat de landbouw goede en slechte seizoenen kent. Dat je moet sparen. En dat je het geld dus op een ‘bendige’ manier moet beheren. Die boerenmentaliteit zit er nog steeds diep in. Veel West-Vlaamse bedrijven zijn daar groot door geworden.’

‘Ik ben ook steeds zo’n kmo’er gebleven. Ik heb ooit geweigerd om mee dingen naar de titel ‘Manager van het Jaar’, want ik ben geen manager. Ook al heb ik er veel respect voor en heb ik ze echt nodig aan het hoofd van mijn bedrijven.’

U hebt een amalgaam van bedrijven in kunststoffen, aluminium- en koperkabel, chemicaliën voor de bouw, keramische tegels, visuele communicatie en callcenters. Waar wilt u daarmee naartoe?
Dumolin: ‘Ik wil blijven groeien, maar enkel in de sectoren waarin we al zitten. We gaan geen nieuwe sectoren opzoeken. Willen we toch investeren in andere sectoren, zonder er de controle over te hebben, dan doen we dat via ons private-equityfonds.’

U neemt bedrijven over aan de lopende band, zo lijkt het.
Dumolin: ‘Als je in de diverse sectoren de strategie hebt om te groeien moet je niet bij de pakken blijven zitten. We staan ook op de radar bij veel dealmakers en ondernemers die willen verkopen, waardoor we vaak gecontacteerd worden. Daar zitten soms ook kansen in die je niet kan laten liggen.’

Kunt u die overnames in al die sectoren financieel nog volgen?
Dumolin: ‘Indien nodig zoeken we partners, of misschien trekken we naar de beurs. In de VS hebben we net een joint venture gesloten voor de productie van injectieharsen voor waterdichting in de bouw. Dat product liep zo goed via de import dat we een eigen lokale productie wilden opzetten.’

‘We hebben het trouwens wel getroffen met het aantreden van Donald Trump. Hij wil Amerikaanse producten meer pushen en tegelijk meer investeren in infrastructuur, onze markt. Hij had het mij nochtans niet op voorhand ingefluisterd.’ (schaterlacht)

U vindt Trump wel oké?
Dumolin: ‘Zijn stijl ligt me niet. Maar dat hij de lokale Amerikaanse dynamiek wil aanzwengelen, vind ik niet slecht. Los daarvan valt het op dat in de wereld nieuwe dictaturen ontstaan: Rusland, Turkije, en de VS ook een beetje. Het is niet slecht dat iemand beslissingen durft door te duwen. Kijk naar België vandaag, dat is huilen met de pet op, zoals in het dossier van de geluidsnormen voor de luchthaven van Zaventem. Ik ben niet voor een dictatuur, maar iemand zou toch eens een beslissing moeten nemen zonder dat die meteen weer aangevochten wordt. Ooit, in mijn politiek-revolutionaire jaren, was ik ervan overtuigd dat er geen limieten zijn aan democratie. Vandaag twijfel ik daaraan... (stilte) Verdorie, het gaat te weinig vooruit in dit land.’

Door de mandatencrisis bij intercommunales is de indruk ontstaan dat elke politicus een zakkenvuller is. Dat klopt niet. Ik vind die hele heisa overdreven.
Christian Dumolin
Serieondernemer

Bent u tevreden over de regering-Michel?
Dumolin: ‘Ze doet wel goede dingen. Maar haar werk wordt voortdurend ontsierd door schandalen en ruzies. Nu weer het dossier van de intercommunales. Ik vind het erg dat de mensen daardoor geen respect meer hebben voor politici. Toen ik jong was, spraken we nachtenlang over politiek. Dat doet de jeugd niet meer. Veel negatief nieuws misvormt de perceptie. Door die mandatencrisis is de indruk ontstaan dat elke politicus daar maar zit om zijn zakken te vullen. Dat klopt niet. Ik vind de heisa overdreven. Ook wat de Gentse burgermeester Daniël Termont is overkomen in de Optima-affaire vind ik onterecht.’

‘Mensen aanvaarden ook moeilijk dat anderen meer verdienen. Nochtans heb je gekke mensen nodig die risico’s durven te nemen. Daar mag financieel wat tegenover staan. Zeker als ze dat blijven doen. Ik heb nu ook een zeker vermogen. Ik zou naar Zwitserland kunnen verhuizen en daar gaan golfen of met mijn vrouw de boetieks afschuimen. Maar dat interesseert mij niet. Marc Coucke, Guido Vandermarliere of Filip Balcaen bijvoorbeeld zitten nog steeds in Vlaanderen. Die blijven hier ondernemen. We moeten dat koesteren.’

Toch hoor je vaak dat het ondernemersklimaat in België de afgelopen tien jaar sterk is verbeterd.
Dumolin: ‘In Vlaanderen alleszins wel. Toen ik begon, had je veel gevestigde bedrijven waarin de hele familie zat. De tijd van de fils à papa die voor zijn 18de verjaardag een dure sportwagen kreeg, is voorbij.’

‘De voorbije twintig jaar zag je meer bedrijven die door één persoon zijn opgericht en groot gemaakt. Met eigen brains en hard labeur - niets geërfd. Ik heb veel respect voor mijn zoon Bruno, die nu, op zijn 32ste, een eigen bedrijf heeft. Hij heeft samen met een vriend een visrokerij overgenomen. Hulp onder de vorm van een lening heeft hij afgeslagen. Hij wil bewijzen dat hij het alleen kan. Elke morgen zit hij om 5 uur op zijn bedrijf. Dat vind ik mooi. Intussen heeft hij al bijna een tweede bedrijf. Ook bij jonge mensen die in loondienst werken, zie ik meer ondernemersspirit.’

Een rode draad door uw ondernemerscarrière is dat u steeds geïnvesteerd hebt in fysieke materie - bakstenen, chemie, zink - en minder in technologie. Heeft dat te maken met de kater die u overhield aan de dotcom-crisis eind jaren 90?
Dumolin: ‘Dat heeft me wat geld gekost, ja. Maar het staat er los van. Ik ben aan de basis een industrieel. Een fabriek ken ik en voel ik beter aan. De contactcenters bijvoorbeeld, daar had ik geen affiniteit mee. Dat we daar toch in investeerden, heeft te maken met de economie die transformeert: meer brains, minder machines. Software, merken en andere immateriële zaken worden steeds belangrijker.’

U doet het nog steeds met veel passie, terwijl u toch al 71 jaar bent.
Dumolin: ‘Ik zeg dat liever in het Frans: ‘soixante et onze’ - die ‘soixante’ klinkt beter. (lacht) Ik ben nog gezond, ik ben omringd door jonge mensen. Waarom zou ik nu plots moeten stoppen? Tegelijk, als ik morgen tegen een boom rij, blijft alles draaien. Er zijn mensen genoeg in de groep. Ik ben er niet permanent mee bezig.’

Houdt u al in het achterhoofd dat uw zoon of dochter misschien ooit in uw bedrijf actief wordt?
Dumolin: ‘Nee, mijn eerste verantwoordelijkheid is dat ze zich goed kunnen ontwikkelen, los van mijn bedrijven. Ze moeten ethisch en gepassioneerd leven. Daarom heb ik ervoor gezorgd dat iemand anders over mijn bedrijven waakt als ik er niet meer ben. Ik wil wel dat ze over 10 of 15 jaar die zorg over de groep kunnen overnemen. Ook al hoeven ze daarom niet operationeel actief zijn. De jeugd van kapitaalkrachtige mensen is tegenwoordig veel verantwoordelijker: ze wil leven en werken alsof haar ouders dat geld niet hebben.’

U hebt in uw actieve leven van jongsaf continu gewerkt. Nooit spijt van gehad?
Dumolin: ‘Ik noem dat niet ‘werken’. Met mijn bedrijven bezig zijn is mijn passie. Ik sta om 5 uur op. Ik heb het geluk dat ik weinig slaap nodig heb. Ik lees eerst de kranten op mijn tablet. Om 6 uur begin ik mijn mails te lezen. Dat gaat zo door tot 10 uur ’s avonds. Daarna lees ik nog een uur en dan ga ik slapen.’

‘Maar ik doe nog wel iets daarbuiten. Ik race graag met mijn classic cars. Binnen drie weken ga ik een rally rijden in Azië. Grote rally’s rijd ik met mijn vrouw. Dan trekken we bijvoorbeeld een maand door Zuid-Amerika.’

Is er een groot project dat u nog zou willen doen?
Dumolin: ‘Als ik gewoon verder kan doen wat ik doe, ben ik gelukkig. Het grootste probleem aan ouder worden is weten dat je sommige dingen nooit meer zal doen. Ik had graag nog bepaalde boeken gelezen. Ik kom tijd tekort. (glimlacht) Ik wil met mijn bedrijven bezig zijn.’

Christian Dumolin over

Een meerwaardebelasting

‘Ik heb niets tegen een meerwaardebelasting als die de speculatieve handel treft. De beurs is een belangrijke financieringsbron, maar als je een aandeel op de beurs koopt om het binnen een week met winst te verkopen, mag dat best belast worden. Je hebt dan niets bijgebracht aan de maatschappij. Geld moet ten dienste staan van de gemeenschap. Maar zoals het er nu uitziet, wordt iemand die een bedrijf uitbouwt, verkoopt en vervolgens zijn vermogen weer investeert, fiscaal afgestraft. Dat vind ik niet correct.’

De vennootschapsbelasting

‘Het tarief van de vennootschapsbelasting naar beneden halen zou een goed signaal zijn naar het buitenland. Door de brexit zien nogal wat financiële bedrijven uit Londen Brussel als een uitwijkmogelijkheid. We moeten die kans grijpen door een stabiel politiek-economisch klimaat te creëren. Zelfs als de hervorming budgetneutraal is, zou het een enorme sprong voorwaarts zijn. We moeten van die fiscale koterij af. De overheid moet er ook over waken dat ze niet omzeild kan worden met allerlei constructies, zoals bij de notionele intrestaftrek cascades van vennootschappen zijn ontstaan. Daardoor betalen sommige grote bedrijven nauwelijks nog belastingen in ons land.’

De vakbonden

‘Ik heb respect voor de vakbonden. Ze zijn alleen niet mee geëvolueerd met hun tijd. In tegenstelling tot in veel andere landen woedt in België nog steeds de klassenstrijd van 50 jaar geleden. In Oostenrijk en Duitsland kennen ze intussen de Mitbestimmung (de vakbonden zitten mee in de raad van bestuur van een bedrijf, red.). Ze vereenzelvigen het belang van de medewerkers meer met het belang van het bedrijf. Welzijn hangt immers af van welvaart, en dat laatste bereik je maar met succesvolle ondernemingen. Daar moet iedereen aan meewerken.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud