Het supergras dat maar niet wil groeien

©Photo News

Brazilië en Kroatië trappen donderdag het WK voetbal af op een plein van Desso Sports uit Dender monde. De ideale grasmat, vindt de voetbalbond FIFA. En toch blijven de meeste clubs letterlijk aanmodderen. Waarom?

Het lijkt stompzinnig, maar voetbalclubs worstelen anno 2014 nog massaal met de kwaliteit van hun grasmat. En dat terwijl het voetbalspelletje dankzij technologische vooruitgang almaar meer weg heeft van hogere wiskunde, met computerprogramma’s die vertellen welke speler een club het best koopt of algoritmes die aangeven wanneer een atleet gekwetst dreigt te raken.

Maar de ideale grasmat? Daar lijkt rocketscience aan te pas te komen. Denk aan de Ghelamco Arena van AA Gent, die vorig jaar ingehuldigd werd maar al aan zijn zoveelste grasmat toe is. Of aan de Friends Arena in Zweden, waar de Rode Duivels vorige week een oefeninterland voor het WK afwerkten op een kakelvers maar bar slecht grastapijt.

‘Er komt zo veel bij kijken’, zegt Kris De Temmerman van De Ceuster, dat onder meer het gras in de Ghelamco Arena verzorgt. ‘Gras moet kunnen wortelen, de wortels moeten voldoende lucht krijgen, gras moet genoeg maar niet te veel water krijgen, het heeft rechtstreeks zonlicht nodig, het kan maar beter niet bevriezen, al mag je het ook niet kapot stoken.’

Is gras een tegendraadse rotplant? ‘Nee’, zegt Maarten De Boever, als bodemdeskundige betrokken bij onderzoek naar de ideale voetbalgrasmat aan de Universiteit Gent. ‘Het probleem is niet de plant, maar wat er met de plant gebeurt. Voetbal zet gras onder voortdurende stress: stress die niet alleen de plant beschadigt, maar ook de bodem samendrukt waarin hij geworteld zit. En dat heeft dan weer invloed op de belangrijke watertoevoer, en ga zo maar door.’

20 miljoen kunstvezels

Is er dan geen pasklare oplossing? Toch wel, lijkt het op het eerste gezicht. Als straks in de Arena de São Paulo in Brazilië het eerste fluitsignaal op het WK voetbal weerklinkt, dan gebeurt dat op een staaltje Belgische grastechnologie: een hybride grasveld van Desso Sports uit Dendermonde. Desso pompte in november vorig jaar in drie weken tijd met een enorme machine 20 miljoen kunstvezels in het natuurlijke grasveld in het stadion van São Paulo. Elke 2 centimeter steekt kunstvezel in de grond, een spriet die precies 18 centimeter diep gaat en bovengronds bijna niet opvalt tussen het echte gras.

Het resultaat is hybride supergras. Het beste van twee werelden. Echt maar dan nog beter. De technologie is uniek en werd 22 jaar geleden bedacht in de Desso-labo’s in Dendermonde. Met een naam - GrassMaster - die wat aan duffe tuinbouwcentra doet denken, maar wel van ongeëvenaarde kwaliteit, vindt wereldvoetbalbond FIFA. Ook op het WK in Zuid-Afrika was Desso er al bij. De hybride Desso-velden zijn steviger dan de klassieke, omdat de echte graswortels zich ondergronds verstrengelen met de kunststof. Ideaal voor een WK waarbij in korte tijd veel matchen worden gespeeld: in São Paulo worden in net geen maand tijd zes matchen gespeeld, waaronder ook Zuid-Korea - België.

GrassMaster is een succesverhaal van eigen bodem. Maar dan één met een hoek af. Want als de technologie zo uitmuntend is, waarom is ze ruim twee decennia na de uitvinding niet meer ingeburgerd? Eén WK-stadion uitrusten is fantastisch, maar het blijft ‘maar’ één van de twaalf. In België speelt geen enkele topclub zijn competitiewedstrijden op een Desso-veld.

In de Premier League is Desso wel sterk aanwezig - volgend jaar spelen 15 van de 20 clubs in de hoogste divisie in het Verenigd Koninkrijk hun thuiswedstrijden op Desso - maar het grootste deel van voetballand blijft achter. De meeste clubs lijken nog het liefst van al te blijven klooien met volledig natuurlijke grasvelden, ook al worden die om de haverklap stuk getackeld of kapot geregend.

Minder professioneel

Is een GrassMaster te duur? ‘Een GrassMaster-veld kan tot 300.000 euro meer kosten dan een klassiek voetbalveld (waarvan de prijs in België rond 100.000 euro schommelt, red.) maar de terugverdientijd is erg kort’, zegt Yves De Cocker van Desso Sports. ‘In het Wembleystadion, waar we in 2010 een GrassMaster legden, hadden ze hun investering in minder dan negen maanden terugverdiend door uitgespaarde onderhoudskosten. Waarom de Belgische topclubs niet overstag gaan? Omdat ze minder professioneel gerund worden. In topcompetities doen we het wel goed, en de jongste jaren zelfs almaar beter. Binnenkort nemen we het veld van Chelsea en Paris Saint-Germain onder handen, momenteel leggen we dat van Bayern München.’

Maar een gebrek aan professionalisme is maar een deel van het verhaal. Voor het andere luik moeten we ruim veertig jaar terug in de tijd, naar 1970. Monsanto had enkele jaren voordien met Astroturf zowat het kunstgras uitgevonden en Terry Venables, toen speler bij Queens Park Rangers (QPR), had net een boek geschreven: ‘They Used to Play on Grass’. Aangestoken door het vooruitgangsoptimisme van de ‘synthetic sixties’ beschreef hij hoe voetbal in de toekomst enkel nog op kunstgras zou worden gespeeld. In 1981 pionierde QPR - Venables was er toen manager - met kunstgras. Verschillende Engelse clubs volgden, maar ze werden al snel de risee van de voetbalwereld. Ballen stuiterden alle kanten uit, spelers liepen blessures op. In 1988 verbood de Engelse voetbalbond kunstgras voor competitie, de wereldvoetbalbond FIFA en zijn Europese tegenhanger UEFA volgden. Venables had zich vreselijk vergist.

De gevolgen zijn niet min. Kunstgras blijft in het voetbal tot op vandaag vooral beperkt tot oefenvelden en trainingscomplexen, ondanks de pogingen van Belgische bedrijven als Desso (met Nederlandse roots), Lano en Domo om het tij te keren. Die tapijtfabrikanten sprongen, op zoek naar diversificatie, gretig op de kunstgrasmarkt en tilden de kwaliteit naar een almaar hoger niveau. Met een zeker succes. In de jaren 2000 zetten de FIFA en de UEFA de deur voor kunstgras weer open. Maar de grote doorbraak in de competities bleef uit, het kunstgrastrauma zat nog te vers in het geheugen. Zelfs de GrassMaster lieten clubs jarenlang links liggen, omdat het geen echt gras zou zijn. Het grote kunstgrasmisverstand leidde er mee toe dat Desso Sports twee jaar geleden, ondanks een topproduct, bijzonder zwaar moest herstructureren en een deel van zijn productie moest afstoten.

‘De afkeer voor kunstgras zit tussen de oren’, zegt Stijn Rambour, onderzoeker aan de vakgroep textielkunde van de Universiteit Gent. ‘Vandaag is een onderhouden, modern kunstgrasveld veiliger om voetbal op te spelen dan natuurlijk gras. En de FIFA heeft het getest: de spelkwaliteit is dezelfde als op natuurlijk gras.’ Rambour keurt wereldwijd kunstgrasvelden in opdracht van de FIFA. ‘Als velden met natuurgras net zo zouden worden gecontroleerd, dan zouden de meeste worden afgekeurd. Je zit met een generatie die zich het kunstgras herinnert uit de tijd dat het veel minder op punt stond, al is de aanvaarding bij jonge spelers groter. En de Nederlandse Eredivisie schakelt langzaam maar zeker over op kunstgras, wat hoopgevend is. Maar je kan stellen dat de technologie te vroeg op de markt gebracht is en dat de sector daar nog altijd de gevolgen van draagt.’

Gras overkappen

Dirk Piens, de directeur organisatie van AA Gent, beaamt. De club speelt sinds vorig jaar in een nieuw stadion mét een nieuwe grasmat. ‘Ik weet hoe goed kunstgras vandaag is. Als het enkel aan mij had gelegen, hadden we er misschien zelfs op gespeeld. Maar in de sportieve staf en bij de spelers zijn er veel vooroordelen. En ook de supporters willen het niet.’

Dus kwam er een echte grasmat in de Ghelamco-arena, één die ondertussen wegens allerlei mankementen al verschillende keren vervangen is. ‘We moeten blijven opletten. Binnenkort komt hier drie keer 7.000 man op het veld naar de wedstrijden van de Rode Duivels kijken op groot scherm. Dan moeten we het gras overkappen of het gaat kapot. En we moeten nu al met groeilampen werken, omdat een deel van het terrein nooit zonlicht krijgt.’

Of de GrassMaster van Desso geen optie was? Piens: ‘Daar zijn ook nadelen aan. Je kan zo’n grasmat niet lokaal oplappen zoals een natuurlijke. Anderlecht en Lokeren hebben de GrassMaster geprobeerd, maar zijn ervan teruggekomen.’ Yves De Cocker van Desso Sports: ‘Lokeren heeft na de installatie veldverwarming geïnstalleerd, waardoor onze grasmat eruit moest. Anderlecht heeft veldverwarming proberen inslijpen in de GrassMaster, maar dat is mislukt. Dat was niet onze verantwoordelijkheid. Kijk, we hebben nooit beweerd dat alle clubs op kunstgras zouden spelen. Maar onze GrassMaster is geen kunstmat. Het is een natuurlijke grasmat die met kunstvezels versterkt is. Kunnen de misverstanden dan nu ophouden?’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud