analyse

Hoed u als een minister greppels en putten graaft

Het idee van Philippe Muyters om een nieuw, supersnel glasvezelnetwerk aan te leggen moet niet bij voorbaat weggelachen worden. ©BELGA

Met de uitvoering van het ene grote infrastructuurwerk is nog niet begonnen en de Vlaamse regering maakt al plannen voor het volgende: de aanleg van een supersnel glasvezelnetwerk. Een dwaas idee? Of toch niet?

Vlaams minister voor Economie en Innovatie Philippe Muyters (N-VA) wil de spade in de grond steken. Om een nieuw glasvezelnetwerk aan te leggen dat supersnel internet in de kantoren van de Vlaamse bedrijven en in de huiskamers van de Vlaamse gezinnen kan brengen. De twee grote telecombedrijven in ons land, Proximus en Telenet, haasten zich naar zijn oordeel niet genoeg om hun klanten heb beste van het beste te bieden en om te investeren in de toekomst. En die toekomst zijn data - alles kan worden omgezet in data - en dataverkeer. Kijken Proximus en Telenet niet vooruit, dan doet Muyters dat wel. Regeren is vooruitzien, toch? Met zijn initiatief wil Muyters ook opnieuw wat meer concurrentie brengen op de telecom- en internetmarkt. Die verdelen Proximus en Telenet nu onder elkaar. Dat duopolie houdt de prijzen te hoog. Muyters wil hen uitdagen met een nieuw - Vlaams - overheidsbedrijf.

Het is een enigszins rare demarche. Proximus is voor meer dan de helft in handen van de overheid. De federale weliswaar, niet de Vlaamse. Maar de Waalse en Brusselse bedrijven en gezinnen zijn ook gebaat met een snellere internetverbinding. Telenet, die andere grote speler, is iets meer dan twintig jaar geleden opgericht door... de Vlaamse overheid. Maar intussen geprivatiseerd. De overheid had en heeft dus de instrumenten om bepaalde wensen te realiseren op de telecommarkt. Maar ze heeft die uit handen gegeven of ze gebruikt die niet. En de oplossing is dan nóg een overheidsbedrijf?

Waakhond

Dat de overheid klaagt over het gebrek aan concurrentie op de telecommarkt is ook eigenaardig. Want op die manier geeft ze toe dat ze steken heeft laten vallen. Het is haar taak erover te waken dat er voldoende concurrentie bestaat op de telecommarkt. Ze heeft twee instanties opgericht om daarop toe te zien: de telecomwaakhond BIPT en de Belgische Mededingingsautoriteit.

Als er nu op de telecommarkt een duopolie bestaat, is dat omdat de overheid dat heeft toegelaten.

Als er nu op de telecommarkt een duopolie bestaat, is dat omdat de overheid dat heeft toegelaten. Vlaanderen kan aanvoeren dat de federale overheid tekortschiet. Maar dezelfde politieke partijen maken én federaal én in Vlaanderen de dienst uit. Het is dus een zwak excuus. Het speelt natuurlijk wel mee dat de (federale) overheid nog altijd de meerderheidsaandeelhouder is van Proximus. Hoe meer concurrentie, hoe lager de winsten die het bedrijf kan boeken en hoe minder dividenden voor de overheid. Die kampt in dit dossier dus met nogal wat tegenstrijdige belangen.

Kosten en baten

Misschien investeren Proximus en Telenet niet voluit in een sneller glasvezelnetwerk omdat ze dat commercieel geen goede zaak vinden. Omdat de winsten die ze daaruit verwachten te halen niet opwegen tegen de kosten die ervoor moeten worden gemaakt. Proximus en Telenet zijn beursgenoteerd. Ze moeten een bedrijfseconomische logica volgen. De overheid is daar niet door gebonden. Ze kan vrede nemen met een lager financieel rendement. Voor haar tellen ook de mogelijke positieve externe effecten, zoals de indirecte stimulans die supersnel internet kan geven aan de Vlaamse economie.

Er valt wat voor te zeggen dat een hoogwaardig glasvezelnetwerk in deze tijden een noodzakelijke openbare infrastructuur is en dat het een taak is van de overheid om daarin te voorzien. Net zoals wegen, waterwegen, spoorwegen, riolering of een drinkwaternet. En voor zover privépartijen op de markt dat niet voor hun rekening nemen, tegen een aanvaardbare prijs. De overheid kan instaan voor de infrastructuur waarvan commerciële bedrijven dan gebruik kunnen maken om, in concurrentie met elkaar, diensten aan te bieden. Het is een model dat kan werken.

Lekken

Maar in dit geval liggen er in de Vlaamse bodem al verschillende kabelnetwerken. Heeft het dan zin dat de overheid er een derde bij legt en zelf een concurrent wordt van privébedrijven? De overheid heeft bovendien geen geweldige reputatie als uitbater van netwerken.

De overheid als infrastructuurbeheerder heeft geen te beste reputatie: in de wegen zitten putten, de waterleiding lekt.

De wegen in Vlaanderen zitten vol barsten en putten, de riolering is verouderd, er zitten grote lekken in de waterleidingen. Zou de Vlaamse overheid niet beter eerst daar wat verbetering brengen in plaats van zich aan een nieuw netwerk te wagen? En de ervaring heeft geleerd dat het altijd oppassen is als de overheid putten en greppels begint te graven.

De aanleg van het supersnelle glasvezelnet kost 3 miljard euro, raamt minister Muyters. Maar voor hij daarvoor de spade in de grond steekt, zou hij die spade beter eerst gebruiken voor dat andere grote infrastructuurproject van de Vlaamse overheid dat al jaren in de steigers staat: de aanleg van de Oosterweelverbinding in Antwerpen. De Vlaamse regering neemt beter niet te veel aarde op haar schop.

Er zijn dus heel wat bedenkingen te plaatsen bij het ideetje van Muyters. Toen de Vlaamse regering in 1994 het plan lanceerde om een eigen telecombedrijf op te richten uit onvrede met de toenmalige staatsmonopolist Belgacom - nu Proximus - stuitte dat ook op heel wat scepsis. Telefoneren via de kabelaansluiting van de tv? Maar kijk waartoe het heeft geleid: naar de oprichting van Telenet, naar concurrentie én extra dynamiek op de telecommarkt in ons land. Gekke ideeën moeten niet bij voorbaat worden weggelachen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud