Den Haag genoot voorkennis bij PostNL-Bpost

Op 7 december 2016 hield de top van PostNL een persconferentie om de weigering van het overnamebod van Bpost toe te lichten. ©EPA

De Nederlandse regering was als eerste op de hoogte van de belangrijke stappen in de overnamesaga tussen PostNL en Bpost. Dat blijkt uit overheidsdocumenten die Het Financieele Dagblad kon uitkijken.

Op woensdagochtend 7 december wijst het Nederlandse postbedrijf PostNL het ‘verbeterde en finale’ overnamebod van zijn Belgische concurrent Bpost af. Maar het Nederlandse ministerie van Economische Zaken verneemt eerder dan de buitenwereld dat PostNL de Belgen na een maandenlange vrijage definitief de deur wijst.

Het ministerie krijgt op 7 december om 7.24 uur een ‘STRIKT VERTROUWELIJK’ bericht van PostNL. ‘Hierbij nog even sub rosa (geheim en vertrouwelijk, red.) het persbericht en de brief aan de aandeelhouders’, mailt een medewerker van het postbedrijf. Achttien minuten later voegt hij daar nog aan toe dat het ministerie het persbericht dat online verschijnt, moet volgen. ‘Ik hoor net dat er toch nog wat kleine wijzigingen aan pb (persbericht, red.) zijn.’

Pas om 8 uur weten de aandeelhouders en de pers dat PostNL ook het laatste bod van Bpost afwijst. De tijd tussen de e-mail en de publicatie is volgens een woordvoerder van PostNL te wijten aan een technisch probleem bij het postbedrijf. Economische Zaken is op de hoogte gebracht ‘voor het geval het vragen zou krijgen’.

Tweede overnamepoging

Maar de kennisvoorsprong op 7 december is geen alleenstaand geval, blijkt uit documenten die de Nederlandse zakenkrant Het Financieele Dagblad op basis van de wet openbaarheid van bestuur kon inkijken. E-mails die door het ministerie zijn vrijgegeven, laten zien dat PostNL ook bij de tweede overnamepoging in het najaar van 2016 Economische Zaken goed op de hoogte hield. Ambtenaren wisten al op 10 november dat PostNL de volgende ochtend voor de opening van de Amsterdamse beurs met een reactie zou komen.

De brief die minister Henk Kamp vervolgens naar de Tweede Kamer wou sturen, lag klaar. Het ministerie benadrukte in een reactie dat het ging om een conceptbrief, met daarin ‘alle mogelijke scenario’s’. De volgende ochtend wees PostNL Bpost de deur. Met die informatie is de Kamerbrief volgens het ministerie aangevuld.

Romeo-interventie

Twee maanden voordat de fusiegesprekken tussen PostNL en Bpost uitlekten, werd in Nederland ook al op het hoogste politieke niveau overlegd over een ‘interventie’ bij het Belgische postbedrijf. Premier Mark Rutte, Kamp en de sociaaldemocratische vicepremier Lodewijk Asscher bespraken op vrijdag 1 april 2016 een document met de titel ‘Romeo-interventie’. ‘Romeo’ was tijdens de overnamegesprekken de codenaam voor Bpost, het Nederlandse postbedrijf was ‘Julia’ gedoopt. De fusiebesprekingen tussen PostNL en Bpost bevonden zich toen nog in een pril stadium.

De exacte inhoud van het document ‘Romeo-interventie’ hield het ministerie geheim. Volgens een woordvoerder van Economische Zaken ‘heeft het kabinet nagedacht of er een aanleiding was om uit te zoeken welke mogelijkheden er zijn om in te grijpen’. Hij zei dat er besloten werd niet in te grijpen en ‘dat beslissingen over de toekomst van PostNL in handen liggen van zijn aandeelhouders, commissarissen en bestuurders’.

Belangrijke stakeholder

Volgens het ministerie van Economische Zaken heeft PostNL het ministerie op de hoogte gehouden van de overnameperikelen omdat het wettelijk verantwoordelijk is voor de uitvoering van de universele postdienst, waardoor het brieven moet bedelen in alle hoeken van het land. Het postbedrijf beaamt dat, maar ontkent dat er sprake is van al te warme banden met de overheid. ‘PostNL heeft uiteraard een goede relatie met Economische Zaken als een van de belangrijke stakeholders’, klinkt het.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content