interview

De jonge Saverys-telg die zijn eigen rederij uitbouwde

Basile Aloy: ‘Mijn gigantische voordeel is mijn achternaam. Ik kon wat incognito leven. Met de naam Saverys is dat moeilijk.’ ©SISKA VANDECASTEELE

Basile Aloy was voorbestemd om zijn moeder op te volgen als ‘wijnboer’ van het prestigieuze Toscaanse wijndomein Avignonesi. Maar hij koos voor de scheepvaart, de roots van de familie Saverys. We praten met hem over shipping, wijn, rijkdom en milieu.

Basile Aloy (33) lacht als we hem confronteren met wat zijn moeder, Virginie Saverys, ons tien jaar geleden vertelde toen we haar bezochten op haar wijndomein in Montepulciano in Toscane. ‘Mijn zoon heeft zin om over enkele jaren naar hier te komen. Ik zou graag hebben dat hij het overneemt.’

Aloy lijkt - ook uiterlijk - op zijn moeder. Rechtuit, ter zake en tegelijk persoonlijk en openhartig. Geen kapsones, parler-vrai. Voeten in de klei, niet verwend. Eigenschappen waar nogal wat Saveryssen een patent op hebben. Hij heeft het interview met zijn ‘mama’ - die even gedag komt zeggen - herlezen, zegt hij. Zelf stond hij niet te springen voor een gesprek. ‘Ik moet erover nadenken’, was zijn reactie toen we hem polsten over zijn nieuwe bulkrederij EBE. ‘Een interview heeft een impact - op mij en mijn familie’. Aloy heeft schrik te worden weggezet als iemand met een zilveren lepel in de mond. Een ‘fils à maman’.

Profiel Basile Aloy (EBE)

  • 33 jaar.
  • Geboren in Edegem.
  • Zoon van Virginie Saverys, telg van Antwerpse rederijfamilie. Richtte in 2016 de rederij EBE op. EBE telt zes bulkschepen.
  • Omzet (2019): 22,9 miljoen euro.
  • Bedrijfswinst (2019): 7,6 miljoen euro.
  • Nettowinst (2019): 6,9 miljoen euro.
  • Eigen vermogen (2019): 56,1 miljoen euro.
  • Schulden (2019): 67,5 miljoen euro.

Het valt onmogelijk te ontkennen dat hij rijk geboren is. Aloy geeft dat ootmoedig toe. ‘Dat ik geprivilegieerd ben, is duidelijk. Dat besefte ik maar al te goed toen ik in 2014 in de scheepvaart stapte’. De naam Saverys is in de internationale ‘shipping’ een naam als een klok. De families Saverys-Van Damme richtten ooit Boelwerf op en nadien de rederijen Bocimar en Exmar. Daarna kochten ze die andere rederij, CMB, van de Generale en splitsten ze hun scheepvaartactiviteiten op in drie afzonderlijke beursgenoteerde rederijen: Euronav, Exmar en CMB. De families behoren tot de rijkste van ons land.

CMB wordt nu geleid door de drie zonen van Marc Saverys, die het in 2015 van de beurs haalde. Exmar door broer Nicolas, die drie dochters in zijn raad van bestuur heeft. Bij Euronav - dat de Saveryssen uitbouwden tot een van de grootste onafhankelijke olietankerrederijen ter wereld - zit de familie niet langer aan het operationele stuur.

Zus Virginie was van bij de opstart betrokken bij alle CMB-operaties en draaide jarenlang mee aan de top. In 2009 verliet ze haar comfortzone en kocht ze het gerenommeerde wijndomein Avignonesi en enkele olijfgaarden in hartje Toscane. Ze investeerde miljoenen euro’s en bouwde het om tot een volledig biologisch en biodynamisch wijnbedrijf van 200 hectare. Onlangs diende ze een aanvraag in voor een B Corps-certificaat. Een beloning voor impactbedrijven die niet streven naar winstmaximalisatie maar opereren met respect voor mens en omgeving.

Toen ze cashte bij de verkoop van haar 16 procent CMB-aandelen aan haar broer Marc, richtte ze in 2016 in alle stilte met haar partner Max en haar zoon Basile een nieuwe rederij op: EBE. Genoemd naar de godin die nectar serveert aan de goden op de Olympus. Een knipoog naar de wijn.

Toscane en Bordeaux

Basile leek voorbestemd om zijn moeder op te volgen als ‘viticoltore’ van haar Toscaanse wijndomein. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. ‘Ik heb geen geweldig parcours afgelegd’, zegt Aloy aarzelend. ‘Ik heb vier jaar universiteit gedaan - eerst rechten, dan geschiedenis - maar de motivatie was er niet en ik ben gestopt. Zonder diploma. Dan ben ik bij mijn moeder als arbeider gaan werken in de wijn. Ze had zoiets van: nu is het goed geweest, jongen. Daar ben ik haar nog altijd heel dankbaar voor. Ik liep op dat moment een beetje verloren.’

Om de stiel te leren trok Aloy vervolgens naar Bordeaux, naar het domein van de bevriende familie Thienpont om te ‘oogsten’. Bij Jacques Thienpont en zijn vrouw Fiona Morrison - de bekende Schotse master of wine - liep hij stage. Tegelijk studeerde hij wijnbouw en oenologie. Daarna keerde hij terug naar Avignonesi in een meer leidinggevende rol. ‘Mijn moeder was toen met haar wijndomein in volle expansie. Ze had een domein en een wijnkelder overgekocht en alles moest worden geïntegreerd. Dat was boeiend.’

Als arbeider in Frankrijk moest ik heel vroeg aan de slag, in regen en wind druivelaars snoeien. Ik heb er geleerd dat je moet werken om ergens te geraken.
Basile Aloy
Topman EBE

Die twee jaar als arbeider in Frankrijk hebben hem geen kwaad gedaan, zegt hij. ‘Ik leerde wat van belang is. Dat je respect moet hebben voor de mensen rondom je. Ik ben daar met mijn voeten op de grond beland. Ik moest ’s morgens heel vroeg aan de slag, in regen en wind druivelaars snoeien, in de wijnkelder werken. Ik heb daar geleerd dat je niet alles cadeau krijgt en dat je moet werken om ergens te geraken.’

Dat hij niet slaagde in zijn studies - ‘mijn eigen schuld, ik had niets gedaan’ - was een opdoffer. ‘Het leidde tot een enorm laag zelfbeeld. Je wil niet weten hoeveel mensen in mijn familie met succes de studie rechten hebben gevolgd. Veel! (grinnikt) Ik ben toen even door de woestijn gegaan. Daarom was het goed dat ik vier jaar in het buitenland zat. Een beetje alleen, zoeken. Instructies volgen en nadenken over wat je wil doen met je leven’.

Na twee jaar Frankrijk en twee jaar Italië besefte Aloy dat hij niet zijn hele leven in de wijn wilde werken. Hij wilde ook terug naar zijn heimat. ‘Ik woon graag in België. Ik vind het een fantastisch land. Met een gigantisch sociaal systeem dat mensen ondersteunt, dat kansen biedt om een opleiding te volgen, om te groeien, dat de zwakken helpt en dat veilig is.’ Hij lacht. ‘Al is veiligheid voor een man van begin de 30 en 2 meter lang zoals ik natuurlijk relatief. Als 25-jarige zag ik ook snel dat het platteland in Italië niet zo spannend is.’

Toen zijn stiefvader Max - die lang bij CMB werkte - opperde om iets in de scheepvaart te doen - ‘daar liggen toch de roots van je familie’ - ging Aloy onbetaalde stage lopen bij een scheepsmakelaarskantoor in Zwitserland. Daarna ging hij vijf weken varen op een schip van een bevriende reder. ‘Als observator. Niet om te werken, want ik kon niets. Ik leerde hoe een schip functioneert, day-to-day, in de machinekamer, op de brug. Ik heb daar enorm veel respect gekweekt voor de scheepsbemanning en haar harde werk.’

Het Zwitserse kantoor vroeg hem te blijven. ‘Ik charterde schepen. Het was ‘tough’ en macho. Uiteindelijk was ik een makelaar met een eigen resultatenrekening. Ik zat op drie kwartier van de bergen om te skiën. Heel tof. Maar toen ik op 28-jarige leeftijd van mijn moeder de kans kreeg een eigen rederij te leiden en uit te bouwen, heb ik die met beide handen gegrepen.’

In 2016 trok Aloy met zijn moeder en stiefvader naar Japan - ‘daar bouwen ze de beste bulkschepen’ -, waar de Saverys-familie al 30 jaar zaken doet. Ze kochten een schip van 61.000 ton waarvan ze wisten dat het net voldoende zou draaien om de operationele kosten te dragen als het op de markt kwam. ‘Goedkoop, blijkt nu. Al was dat toen niet evident, want de markt was dramatisch. Het was een berekend risico.’

Onze klanten vinden het niet erg dat we klein zijn. Het voordeel is dat ze me op 1 januari mogen bellen als er een vrachtprobleem is. We hebben een goede reputatie.

Daarna is EBE vrij agressief gegroeid. Het telt nu zes grote drogebulkschepen met een capaciteit van 61.000 tot 181.000 ton en lengtes van 200 tot 300 meter. De meeste hebben kranen aan boord. Aloy: ‘Flexibel, om overal te laden en te lossen.’ Hij heeft niet de ambitie een nieuw CMB uit de grond te stampen. De rederij van zijn neven is in dezelfde sector actief, maar baat bijna 100 schepen uit. ‘We willen klein blijven. In tegenstelling tot CMB, dat erg actief is op de spotmarkt, werken wij met verhuurcontracten van zes maanden, een jaar. Onze klanten vinden het niet erg dat we klein zijn. Het voordeel is dat ze me op 1 januari mogen bellen als er een vrachtprobleem is. We hebben een goede reputatie. ‘Part of the Saverys family’, dat helpt. Het is een kleine, gesloten markt. Kapitaalintensief en gelinkt aan relaties. Onze focus is niet groeien in omzet of in vloot, maar in winstgevendheid. Het gaat niet over ego.’

De klanten van EBE zijn de Rio Tinto’s en Dreyfussen van deze wereld. Ze vervoeren onder meer graan, staal, koperconcentraat, zout, aluminiumoxide en soda ash. Het bemannen van de schepen, het technisch management en het opvolgen van de regelgeving besteedt Aloy uit aan specialisten als Exmar en Anglo Eastern. ‘Wij zijn te klein. Wat wij doen, is schepen kopen, klanten zoeken en contracten regelen en opvolgen. ‘Staff light’ maar ‘asset heavy’. Met drie mensen, maar wel met 120 mensen aan boord. We maken elk jaar winst.’

Schepen traden, een handelsmerk van de familie, is ook bij EBE deel van het businessmodel. ‘We zitten in een gevaarlijke markt. Heel cyclisch. Het is cruciaal schepen te kopen en te verkopen op het goede moment. We hebben onlangs een ouder schip verkocht en een nieuwer gekocht. We hebben moderne schepen nodig.’

Met zijn nieuwe schepen wil Aloy een belangrijke rol spelen in de vergroening van de scheepvaart. ‘Dat is een topfocus. Onze vloot is gemiddeld drie à vier jaar oud. We stoten veel minder uit dan schepen van tien jaar. Maar de sector komt in een fase waarin zware investeringen nodig zijn om de milieudoelstellingen te halen. Mijn neef Alexander en zijn team zetten bij CMB sterk in op waterstof. Het probleem is dat als ik morgen een schip bestel dat op ammoniak vaart, het 35 procent meer kost. Dat krijgen we niet vertaald in de vrachtprijzen. Tenzij de hele keten investeert in minder CO₂-uitstoot. Dat kan alleen als de International Maritime Organisation of de regeringen pushen voor een algemene koolstoftaks of strengere klimaatregels.’

Die push is dringend nodig vindt Aloy, ‘want er is geen tijd meer’. ‘We moeten meer doen om groene economie te stimuleren. Als reder volg ik verplicht een hoop kleine milieuregels, maar die genereren nog geen omslag. Ik word niet verplicht volledig schone motoren te installeren. De overheid mag best harder zijn. Als ze zou eisen dat iedere reder over vier jaar 40 procent meer belasting betaalt op fossiele brandstoffen, zal je de shipping wel in gang zien schieten.’

De beslissing van de Nederlandse rechtbank die Shell verplicht zijn milieu-inspanningen te versnellen, noemt hij moedig. ‘Maar voor een rechtbank is het eenvoudiger dan voor een overheid. Het is wel een uniek moment voor de overheid om regels door te duwen die de hele industrie impacteren om een gelijk speelveld te creëren. Nu wordt slechts een bedrijf getroffen.’

Familiedruk

Of hij als lid van de Saverys-familie de druk voelt om niet te mislukken? (denkt na) ‘In het begin wel. Maar op een gegeven moment laat je het los. Mijn familie heeft jonge mensen altijd kansen gegeven. Mijn grootvader Philippe deed het met zijn kinderen, oom Marc met zijn drie zonen en ik heb van hetzelfde voordeel mogen genieten. Maar we zijn familie en een familiebedrijf. Ik ga geen grote investeringen in mijn eentje doen. Ik kan rekenen op 40 jaar scheepvaartervaring. Er is natuurlijk druk. Maar je voelt dat je ondersteund wordt. Je wordt er niet door platgedrukt.’

Aloy ziet zijn familie geregeld. ‘We zien elkaar graag. (lacht) Mijn gigantische voordeel is mijn achternaam. Zeker als je opgroeit. Ik kon wat incognito leven en ben dankbaar dat ik rustig kon groeien. Met de naam Saverys is dat moeilijk. Who the fuck is Basile Aloy? Ik wens dat ook mijn kinderen toe, als ik er ooit heb.’

Zijn moeder had gehoopt dat hij in Italië zou blijven. ‘Ik doe nu iets anders voor de familie en ik denk dat ze daar happy mee is. Ze beseft dat haar kinderen graag in België zijn. Mijn zus baat in Antwerpen de wijnbar Avini uit. Je kan je kinderen niet dwingen, denk ik. Je kan alleen hopen en wensen hebben.’

Velen vinden het bizar om meerwaarde op kapitaal te belasten. Maar we vinden het wel normaal dat we 50 procent van ons loon afstaan.

‘De groene revolutie financieren - wereldwijd, in alle sectoren - gaat enorm veel geld kosten’, zegt Basile Aloy. ‘Maar eigenlijk hebben we er geen plan voor. Hoe gaan we dat doen? De lonen nog meer belasten? Velen vinden het bizar om meerwaarde op kapitaal te belasten. Maar we vinden het hier wel normaal dat we 50 procent van ons loon afstaan.’

Aloy pleit voor de invoering van een soort meerwaardebelasting. ‘Mijn familie gaat dat misschien niet graag horen, maar moet er niet ergens een belasting komen op meerwaarde? Op aandelen bijvoorbeeld? Ik denk dat we dat gesprek wel eens mogen voeren. Gaat iedereen dan naar het buitenland vluchten? Niet als je zulke belastingen intelligent invoert, goed communiceert en achterpoorten sluit.’
‘We moeten meer teruggeven’, vindt hij. ‘Uiteindelijk is alles wat we vandaag doen te danken aan de maatschappij die ons de infrastructuur en de tools geeft.’

‘Meer belastingen’

Hoe hij dat zelf wil doen? (afgemeten) ‘Meer belastingen betalen! Ik heb er zelf geen antwoord op, maar is het normaal dat iemand die heel zijn leven goed heeft verdiend, zijn bedrijf heeft verkocht en de opbrengst en meerwaarde belegt om te rentenieren, nog amper belastingen of socialezekerheidsbijdragen betaalt? Is het nodig dat iedereen kapitaal kan blijven oppotten? Op een zeker moment heb je genoeg. Je kan het niet allemaal uitgeven.’

Is het niet makkelijk praten voor iemand die ‘met zijn neus in de boter is gevallen’, vragen we. Aloy: ‘Ik kan niet verloochenen wie ik ben en waar ik vandaan kom. Maar wat moet ik doen? Wat heb je liever: dat iemand van de socialistische partij het zegt - dan zegt iedereen ‘tof’ - of dat het komt van iemand die er zelf in zit? Je kan me altijd bekritiseren. Maar als ik zie dat mensen jachten laten bouwen van honderden miljoenen euro, vraag ik me af: klopt dat nog? De superrijken van nu zijn ongelooflijk veel rijker dan de rijken uit de jaren 70 of 80. Toen kon men zich geen twee jets, drie jachten en vijf buitenverblijven permitteren. Vandaag is dat schering en inslag. De markt van de privéjets en de superjachten boomt als nooit tevoren.’

Agressievere politiek

De rijken zijn te rijk geworden? ‘Ik denk het wel. Velen krijgen hun geld gewoon niet op. Er is een vorm van redistributie nodig. Ik weet niet hoe die eruit moet zien, maar ik denk wel dat er iets gedaan moet worden. In Japan kijken ze neer op mensen die te veel verdienen. Je vindt daar weinig CEO’s die 25 miljoen dollar per jaar verdienen.’

Aloy vindt dat de overheden meer moeten doen om de almaar groter wordende kloof tussen arm en rijk aan te pakken. ‘Die kloof is gigantisch geworden. In Europa valt het nog mee, maar in de VS en China is dat een enorm probleem. Gates en Musk hebben enorme rijkdommen vergaard. Chapeau. Maar het is toch raar dat een klein deel van de bevolking zo veel rijkdom in handen heeft. De lijst van de rijkste Belgen groeit elk jaar en vertegenwoordigt gigantische kapitalen.’

Aloy erkent dat veel jonge mensen nog altijd veel geld willen verdienen. ‘Maar willen we dat elk bedrijf elk jaar met 5 procent groeit? We moeten groei nastreven, zeker als starter, maar als we met onze wijn of onze rederij elk jaar geld verdienen, is dat toch genoeg? Politici moeten mensen tegen de schenen schoppen. We zullen ons gedrag moeten aanpassen. Dat zal alleen lukken als politici agressiever optreden. De overheden moeten weer een leidersrol opnemen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud