Belgen bouwen nieuw Europees blusvliegtuig

Deze Seagle is kandidaat om in Europa als blusvliegtuig te worden ingezet.

Een Belgisch team werkt aan een opvolger voor de bekende, maar verouderde Canadair-blusvliegtuigen van Bombardier. De Seagle probeert de aandacht te trekken van de Zuid-Europese overheden.

Ze zijn al meer dan 50 jaar oud, maar nog altijd operationeel en herkenbaar aan hun rood-gele kleur. De Canadairs, de brandweerwagens van de lucht, zijn bijna even iconisch als de C-130 vrachtvliegtuigen, de vrachtwagens van de lucht. In de hele wereld worden ze ingezet om grote branden te bestrijden, met tanks die tot 6.000 liter bluswater kunnen vervoeren.

De essentie

  • De Canadair-blusvliegtuigen bereiken het einde van hun levensduur en worden niet meer geproduceerd.
  • De Europese Unie is van plan een vloot van twaalf snelle interventietoestellen in de Middellandse-Zeelanden in te zetten.
  • Het Belgische bedrijf Roadfour werkt aan het Seagle-project, een blusvliegtuig dat bijna volledig van Europese makkelijk zal zijn.

De eerste Canadairs werden in de jaren zestig ontworpen. Heel veel is er sindsdien niet meer aan veranderd. De recentste versie, met krachtiger turbopropmotoren om meer water te kunnen vervoeren, dateert al van begin jaren negentig. Het vliegtuig werd met opzet eenvoudig en robuust gemaakt, om de schokken van het water scheppen te weerstaan. De romp en het onderstel van veel blusvliegtuigen hebben het al zwaar te verduren gehad. Om nog te zwijgen van de piloten, die hevig door elkaar worden geschud bij het uitvoeren van het delicate opschepmanoeuvre.

De Canadese groep Bombardier, die Canadair in de jaren tachtig had overgenomen, stopte in 2015 met de productie en verkocht het merk in 2016 aan het bedrijf Viking. Die beperkte zich tot het onderhoud van de nog in gebruik zijnde toestellen en tot enkele technische verbeteringen aan de vroegere modellen. De fabrikant beloofde een nieuw en moderner blusvliegtuig, maar is nog niet verder geraakt dan de tekentafel.

Belgisch alternatief

Een klassiek blusvliegtuig van Canadair. ©AFP

Van de 250 door Canadair gebouwde vliegtuigen zijn nog 170 in gebruik. De laatste werden eind jaren negentig aan Kroatië geleverd. Maar de behoefte aan nieuwe ‘waterbommenwerpers’ blijft bestaan, ook al is het dan een kleine nichemarkt.

Die vaststelling zette een team Belgische ingenieurs ertoe aan een oplossing te zoeken. ‘De Canadairs zijn aan het eind van hun leven. Het zou Viking vijf tot tien jaar kosten om een productielijn weer op te starten. De Canadairs behoren ook tot de duurste vliegtuigen per vlieguur’, zegt Gaëtan Du Four. Hij is de CEO van Roadfour, het bedrijf achter de Seagle, zoals het Belgische alternatief voor de Canadair heet.

Het idee ontstond vier jaar geleden en is vandaag een concreet project dat de aandacht trekt van politieke besluitvormers in Europese landen die veel met bosbranden te kampen hebben. ‘De Seagle moet alle gebreken van de Canadair oplossen en vooral een zo Europees mogelijke oplossing bieden’, zegt Du Four.

Draagvleugels

Om het gevaar van schokken en de impact op de romp, het landingsgestel en de piloot te verminderen, maakt de Seagle gebruik van draagvleugels die hun nut al bewezen hebben in maritieme toepassingen. Vier grote gebogen aanhangsels onder de romp garanderen dat het vliegtuig over het water kan glijden, in plaats van erop te steunen en de schokken van de golven te moeten absorberen. Het vliegtuig wordt ontworpen om schokken tot 3,5 G (3,5 keer de zwaartekracht) op te vangen. Lijnvliegtuigen zijn doorgaans bestand tegen 2 G.

12.500
liter
De Seagle kan dubbel zoveel water vervoeren als de Canadair.

Ook werd het vermogen van de motoren verdubbeld (van 2.500 naar 5.000 pk), waardoor de capaciteit verdubbelt tot 12.500 liter bluswater per missie. Het landingsgestel zal volledig intrekbaar zijn, wat de onderhoudskosten moet verminderen. Het heeft immers erg te lijden onder de corrosie door zeewater.

De piloten worden verwend met moderne digitale avionica en een bubbelvormige cockpit zoals in gevechtsvliegtuigen. Een nieuwe generatie motoren moet ten slotte ook het brandstofverbruik van het vliegtuig aanzienlijk verminderen. ‘Pratt & Whitney bestudeert voor ons een waterbestendige versie van één van zijn turbopropmotoren. Dat is het enige element van het ontwerp dat niet Europees zal zijn’, zegt Frédéric Dumortier, VP Engineering bij Roadfour.

Zuinig

De Europese herkomst van de Seagle is een commerciële troef op een moment dat Frankrijk en Spanje overwegen hun Canadair-vloten te vernieuwen. Via het RescEU-programma financiert Europa ook voor 90 procent de aankoop van een vloot van twaalf vliegtuigen. De lidstaten mogen die dan gebruiken, op voorwaarde dat ze beschikbaar blijven voor dringende opdrachten in andere lidstaten. ‘Momenteel zijn veel landen heel zuinig op hun eigen vloot en ontbreekt het soms aan middelen om grote branden goed te bestrijden’, zegt Jean-François Gailly, de technisch directeur van Roadfour.

Momenteel zijn veel landen heel zuinig op hun eigen vloot en ontbreekt het soms aan middelen om grote branden goed te bestrijden.
Jean-François Gailly
Technisch directeur Roadfour

Roadfour treedt op als integrator en architect van het vliegtuigproject. Het bedrijf heeft contacten met een dozijn Europese fabrikanten van apparatuur, waaronder de Belgische bedrijven Cenaero en Sabca. Het heeft ook een financieringsaanvraag ingediend bij een innovatiefonds van de Europese Unie, via een consortium van Franse, Nederlandse, Spaanse en Kroatische luchtvaartbedrijven. En met wat diplomatieke steun kon Roadfour zijn project al voorleggen aan de Spaanse en Kroatische regering. Du Four hoopt de productie binnen de zes jaar na de eerste bestelling op gang te kunnen trekken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud