reportage

'Ooit stijgen hier vliegende auto's op'

©Tim Dirven

Tussen de Limburgse fruitbomen is vrijdag Droneport geopend, een innovatiecampus voor de drone-industrie. Amazon en een tiental andere bedrijven zijn al klant.

De parking van Droneport stond twee dagen geleden nog vol busjes en vrachtwagens van aannemersbedrijven. Zeventig arbeiders legden tot de laatste minuut voor de officiële opening de laatste hand aan wat vanaf januari het hart moeten worden van de Europese drone-industrie.

Te midden van de uitgestrekte Limburgse fruitstreek, op de voormalige luchtmachtbasis van Brustem, pootte de Limburgse investeringsmaatschappij LRM in samenwerking met de provincie Limburg en de stad Sint-Truiden een strak gebouw neer, dat de centrale campus moet worden voor het innovatie-, opleidings-, test- en incubatiecentrum van de drone-industrie.

Het splinternieuwe gebouw van Droneport in Brustem kostte 10 miljoen euro. ©Tim Dirven

We stappen met Mark Vanlook, een voormalige ondernemer die het Droneport-project van bij het prille begin trekt, rond op de nieuwe site, laverend tussen kabels, pas geschilderde panelen en bureaumeubelen die nog maar half in elkaar staan. Vanuit de controletoren toont hij ons het indrukwekkende zicht op de omgeving: een mix van industriezone, boomgaarden, weiden en militair domein. Met daar dwars doorheen de langste landingsbaan van België. Elk uur stijgt op de 3 kilometer asfalt nog een van de 50 sportvliegtuigjes op die hier nog gestationeerd zijn, de helft daarvan voor opleidingsdoeleinden van onder meer de touroperator TUI.

Controletoren

‘Dat hier nog echt luchtverkeer met bemande vliegtuigen is, maakt deze site uniek in Europa voor de ontwikkeling van en het experimenteren met drones’, vertelt Vanlook, die behalve de directeur van Droneport ook directeur is van de dronesectorfederatie EUKA. ‘Natuurlijk zijn er nog plekken in Europa waar drones worden getest en ontwikkeld (zie inzet, red.). Maar hier hebben we het beste van alle werelden: een campus waar zich een ecosysteem kan ontwikkelen tussen bedrijven en kennisinstellingen, veel ruimte, een hoog en ver vliegbereik boven het vasteland, inclusief een stad, en een landingsbaan die we probleemloos een week kunnen stilleggen.'

We hebben de ambitie het dronemekka van Europa te worden.
Mark Vanlook
CEO Droneport

Dat laatste is belangrijk om drones in levensechte situaties te testen. Het tarmac stilleggen of het reguliere vliegverkeer laten interageren met drones kan alleen maar met kleiner, vooral recreatief vliegverkeer, en dan nog heel gecontroleerd. In de controletoren zullen voortdurend twee mensen van Skeyes (de nieuwe naam van Belgocontrol, red.) zitten.’

‘We hebben hier vier ‘virtuele’ luchtkoepels, met een uitzonderlijke hoogte van 650 meter', vervolgt Vanlook. 'De grootste strekt zich uit over een gebied van 7 op 12 kilometer, inclusief industriezone en de stad Sint-Truiden. De kleinste koepel van 100 hectare dient om risicovolle vluchten uit te voeren, bijvoorbeeld met prototypes of voor dronepiloten in opleiding. In de grootste koepel zijn vluchten mogelijk met drones die buiten visuele controle en automatisch kunnen vliegen.’

Races

Vanlook wijst op een verroeste militaire loods in de verte. ‘Die wordt binnenkort omgebouwd tot een indoor test- en trainingsruimte, waar we ook droneraces kunnen houden. En hier vlak naast het campusgebouw komt een grote loods waar grotere drones gestald kunnen worden.’ We dalen van de controletoren af naar een groot terras, dat zal dienst doen als een soort demonstratietribune. ‘Elke nieuwe technologie heeft een uitstalraam nodig, waar je bedrijven en het grote publiek kan tonen waartoe ze in staat is. Hierachter op het dak zullen drones trouwens kunnen binnenvliegen in soort kooi, waar ze hun batterijen kunnen wisselen.’

Mark Vanlook, de CEO van Droneport, op het ruime terras met bar dat een tribune voor dronedemonstraties wordt. Achter hem de controletoren. ©Tim Dirven

In september werd bekend dat Amazon hier gaat experimenteren met de levering van pakjes. ‘Het probleem is niet het oppikken, dragen en leveren van die pakjes’, schetst Vanlook. ‘Wel het in de hand houden van de massa vliegbewegingen. Vandaag hangen wereldwijd op elk moment zowat 22.000 vliegtuigen in de lucht, 10 procent van het totale aantal vliegtuigen. Maar er zijn al 4 miljoen drones. Beeld je eens in hoe complex het wordt als in Parijs straks 1 miljoen mensen nog maar één keer per jaar een pizza aan huis laten leveren met een drone. Daar zit de complexiteit, en die kan hier getest worden.’

Die complexiteit kan je als bedrijf niet meer alleen de baas, hoe groot je ook bent, stelt Vanlook. ‘Vandaar het belang van een ecosysteem op deze campus: scholen, bedrijven - groot en klein - moeten van elkaar leren.

Amazon

Een van die samenwerkingen is het consortium Safir, waartoe ook het Amerikaanse e-commercebedrijf Amazon behoort, dat hier tests gaat doen met pakjeslevering via drones. Met een twaalftal andere bedrijven - onder meer het telecombedrijf Proximus, de vliegtuigbouwer Sabca, de softwareontwikkelaar Unifly, de haven van Antwerpen, Skeyes en de hoogspanningsnetbeheerder Elia - gaat dat de bakens uitzetten voor de nieuwe Europese geharmoniseerde wetgeving voor drones.

Elk land zijn dronevallei

Droneport is niet het enige centrum in Europa waar met drones wordt geëxperimenteerd. Overal schieten dronecentra uit de grond. De belangrijkste op een rij. 

  • In Nederland woedt een felle strijd tussen vier plekken die graag een luchtvaarthub willen worden. De belangrijkste is Groningen Airport Eelde, die in maart van volgend jaar van start gaat. Maar dat is ook een commerciële, regionale luchthaven, die niet zomaar stilgelegd kan worden. Er mogen geen drones op de landingsbaan. Drones met vaste vleugels - de grotere exemplaren - kunnen er niet getest worden.
  • Op Hans Christian Andersen Airport in het noorden van Denemarken is al een tijdje UAS Test Centre operationeel. Qua infrastructuur is die hub het best vergelijkbaar met Droneport in Brustem: een ruim en hoog vlieggebied, een bruikbare landingsbaan en een gebouw met een echte bedrijvencampus. Alleen is de perifere, noordelijke ligging in Europa een nadeel.
  • Op West Wales Airport in het Verenigd Koninkrijk ligt een militaire dronecentrum. Doordat die militair is, is de hoogte van testvluchten onbeperkt. Maar deze zone is dus niet bruikbaar voor commerciële toepassingen. Bovendien ligt het grootste deel van de zone boven de zee, enkel bruikbaar voor vroege risicovolle experimenten.
  • Ook Cesa Drones, de hub in het Franse Bordeaux, ligt grotendeels boven de zee. Maar de site zelf is ook redelijk verspreid langs de kustlijn. Van een campusgevoel of ecosysteem is hier niet veel te merken.
  • In een andere uithoek van ons land, in Koksijde en Oostende, worden al jaren plannen gesmeed voor een Flanders Drone Valley. West-Vlaanderen had als eerste regio in Vlaanderen een opleidingscentrum dat brevetten mag uitreiken voor dronepiloot. De droneport wil gebruikmaken van zijn ligging aan zee en in het landelijke West-Vlaanderen om zich te specialiseren in drones voor precisielandbouw, het onderhoud van windparken, de bevoorrading van schepen en de controle van het water, bijvoorbeeld op lozingen.

Die moet het vanaf midden 2019 mogelijk maken in heel Europa droneactiviteiten te ontplooien: ambulancediensten, akkerbesproeing, pakjeslevering, inspectie van hoogspanningsmasten, de detectie van olielozingen in de haven, de bewaking van industrieterreinen, enzovoort. ‘Zoiets beheren kan maar door alle scenario’s waarin het fout kan gaan goed uit te tekenen en te testen. Niet alleen de drones zelf moet je testen en homologeren, ook al die scenario’s.’

Op de twee verdiepingen onder het terras wordt nog druk gewerkt aan de kantoren, vergaderruimtes, conferentieruimte en koffiehoeken waar grote en kleine bedrijven zich kunnen vestigen. Hier bevindt zich ook een opleidingssimulator. Een groot deel van de eerste verdieping is ingericht als incubator voor start-ups. Er is plaats voor 220 werknemers. Nog voor de opening was al bijna de helft van de kantooroppervlakte verhuurd en waren 25 contracten getekend, waarvan een 15-tal met bedrijven. De rest met scholen en kenniscentra. 'Waar de mensen van Amazon zullen zitten, mag ik niet zeggen.’

Droneport Sint-Truiden

Kooi

Vanlook leidt ons naar het gelijkvloers, waar een stijlvol ingerichte brasserie uitzicht geeft op de Cage, een kooi van 9 meter op 30 meter hoog die volledig is afgesloten door een kabelnet. Hier kunnen kleinere drones en protoypes gedemonstreerd en getest worden. De testkooi grenst aan een tiental ateliers, waar ingenieurs en technici kunnen sleutelen aan hun toestellen. Er zal ook een bedrijf huizen dat gespecialiseerd is in leasing en verhuur van toebehoren voor drones, zoals camera’s.

‘De brasserie is ook een welkomstruimte voor al wie een blik wil op de toekomst van drones’, zegt Vanlook. ‘Deze campus heeft ook een educatieve functie. Een tiental scholen is al ingeschreven voor een dagje uit. In februari organiseren we een familydag, in maart een businessdag.'

Tegen eind volgend jaar zou de campus al een bezetting van 80 procent hebben. Terwijl ons businessplan in een volledige bezetting tegen eind 2022 voorzag. De kans bestaat dus dat we binnen enkele jaren alweer uitbreiden, net zoals de Corda-campus in Hasselt (de techincubator en -campus op de oude Philips-terreinen, red.) intussen twee gebouwen aan het bijbouwen is.’

Mekka

‘We hebben de ambitie om het dronemekka van Europa te worden. We hebben er alle faciliteiten voor. Internationale delegaties kunnen hier zelfs met het vliegtuig landen. Ik sluit niet uit dat hier binnen enkele jaren ook een hotel staat.’

Of Vanlook geen risico op overinvestering vreest? Wat als de hele drone-industrie op punt staat? ‘Er zal altijd nieuwe technologie bijkomen. De luchtvaartindustrie komt nog maar net piepen in de drone-industrie, die overigens ontstaan is vanuit de IT-sector. Boeing en Airbus werken nu al aan vliegende auto’s, de kruising van een vliegtuig, een zelfrijdende auto en een drone. Het zal wel nog twintig jaar duren voor we van ons huis naar het werk vliegen met een zelfsturend vliegtuigje. Maar een corridor boven de autostrades, van de ene dronehaven naar de andere, als antwoord op de files, daarvan zie ik de eerste stapjes al binnen vijf à tien jaar. Ooit zullen hier vliegende auto’s opstijgen.’

Droneport
  • Brustem, tot 1996 een militaire luchthaven, werd in 2010 gekocht door de Limburgse investeringsmaatschappij LRM (50% van de aandelen), samen met de stad Sint-Truiden (27%). Daar kwamen later de provinciale ontwikkelingsmaatschappij (POM Limburg, 15%) en JK Invest (twee Genkse ondernemers, 8%) als aandeelhouders bij.
  • Er werd bijna 16 miljoen euro kapitaal opgehaald, waarvan 10 miljoen gespendeerd werd aan het centrale gebouw en 2 miljoen naar een nog te bouwen loods voor grotere drones en kleine vliegtuigen gaat. De rest gaat naar infrastructuur van de site.
  • Limburg Regional Airport maakt nog steeds deel uit van Droneport, een reguliere luchthaven voor recreatie- en opleidingsvluchten (van onder meer de touroperator TUI).
  • Mark Vanlook is sinds dit jaar de CEO van Droneport. Hij was tot voor kort voorzitter van EUKA, de Europese organisatie die de drone-industrie wil ondersteunen, en trok het hele project.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n