analyse

Sla je slag in de ruimte

©Getty Images

De ruimte is van iedereen, en dus van niemand. Is dat handig gezien de wildgroei aan satellieten, ruimtepuin en militaire en geopolitieke belangen? Tijd om grenzen te stellen.

‘Op de eerste dag in de ruimte wezen we allemaal naar onze landen. De derde of de vierde dag wezen we allemaal naar onze continenten. Tegen de vijfde dag waren we ons alleen nog bewust van die ene aarde.’

De Saoedische astronaut Sultan bin Salman sprak deze woorden uit op 2 oktober 1985 tijdens de eerste bijeenkomst van de Association of Space Explorers, een internationale club van ruimtevaarders die ten minste één baan om de aarde hebben volbracht. Terwijl de Koude Oorlog op zijn laatste benen liep, verwoordde hij wat iedereen kan constateren die van een afstandje naar de blauwe planeet kan kijken. Je ziet geen landsgrenzen, geen continenten, alleen ‘die ene aarde’.

Andersom bekeken heb je zoals Sultan bin Salman geen spaceshuttle nodig om te constateren dat de ruimte zelf ook geen grenzen kent. Geen grenzen, dat klinkt goed voor ambitieuze wetenschappers die de geheimen van het heelal willen ontsluiten.

Grenzeloos klinkt ook goed voor bedrijven die zowel met elkaar als met overheden wedijveren om greep te krijgen op consumenten en burgers door middel van data, communicatie en observatie. En dat doen ze als nooit tevoren. Iedereen wil een stukje ruimte.

42.000
objecten
In zestig jaar ruimtevaart zijn volgens de Europese ruimtevaarorganisatie ESA zo'n 42.000 objecten in een baan om de aarde gebracht. Ongeveer de helft draait er nog rondjes, en daar zijn maar 2.000 operationele satellieten bij.

Feit is dat het daardoor steeds drukker wordt daarboven. Vorig jaar nog kwam er gemiddeld één satelliet per dag bij, dat stijgt volgens MIT Technology Review tegen 2025 naar drie per dag. En dat is nog een heel voorzichtige schatting.

Tientallen raketlanceerders, zoals Rocket Lab, Relativity en Firefly, bieden bedrijven en overheden de mogelijkheid kunstmanen in een baan rond de aarde te brengen. SpaceX alleen al zal tegen 2027 naar schatting 12.000 kleine satellieten de ruimte in schieten om van daar uit wereldwijd breedbandinternet aan te bieden.

Miljardairs hebben zo hun particuliere plannen. Richard Branson wil met Virgin Galactic binnenkort toeristen naar de ruimte brengen - geschatte ticketprijs: 250.000 dollar. Amazon-oprichter Jeff Bezos richt zich met zijn ruimtevaartbedrijf Blue Origin op maanlandingen, terwijl Elon Musk met SpaceX Mars wil koloniseren. En dan spelen er nog de militaire en geopolitieke aspiraties van een groeiend aantal landen wereldwijd.

Koude Oorlog-logica

De woorden van sultan bin Salman indachtig schreeuwt de toenemende drukte boven ons hoofd om internationale samenwerking, afstemming en heldere regels. Als de ruimte geen grenzen heeft, dan is die ruimte van iedereen en dus van niemand. Maar dat lijkt haaks op de tijdgeest te staan.

Amerikaans president Trump stelde vrijdagavond de 'Space Force' voor

De Amerikaanse president Donald Trump steekt zijn militaire ruimteambities niet onder stoelen of banken. ‘Als het op het verdedigen van de Verenigde Staten aankomt, volstaat het niet een Amerikaanse aanwezigheid in de ruimte te hebben’, verklaarde hij in juni. ‘We moeten Amerikaanse dominantie in de ruimte hebben.’

Daarom ijvert Trump voor de oprichting van een ‘Space Force’ die vanuit de ruimte steun moet geven aan troepen te land, ter zee en in de lucht. Die nieuwe militaire divisie kan er overigens pas komen na de presidentsverkiezingen van 2020.

Wat is er dan nog over van het Ruimteverdrag van 1967, dat de ruimte ‘een provincie van de mensheid’ noemt? Deze grondsteen van het internationaal ruimterecht is destijds ondertekend door ruim honderd landen, waaronder ook de VS, en bepaalt dat zij de ruimte uitsluitend voor vredelievende doeleinden mogen gebruiken.

1.100 miljard
omzet
De zakenbank Morgan Stanley verwacht dat de omzet van de ruimtevaartsector tegen 2040 verdrievoudigt, tot 1.100 miljard dollar, vooral door datagebruik.

Nu klonk dat altijd al idealistischer dan het werkelijk was, vertelt Bleddyn Bowen, die zich aan de universiteit van Leicester met astropolitiek bezighoudt. ‘De ruimte is altijd al een militair speelveld geweest. Als raketten geen spionagesatellieten en nucleaire wapens naar de ruimte kunnen brengen, dan was er in het begin van de Koude Oorlog nooit zoveel in geïnvesteerd. Wie zich nu pas zorgen maakt over de militarisering boven onze hoofden, is daar zestig jaar te laat mee.’

Je moet de totstandkoming van het Ruimteverdrag in de Koude Oorlog-logica plaatsen, zegt Sarah Moens. Zij is als advocaat bij DLA Piper gespecialiseerd in ruimterecht, en maakt deel uit van het bestuur van het European Center for Space Law. Dat ruimteverdrag kwam er twee jaar voordat Neil Armstrong de Amerikaanse vlag zou planten in de ‘Mare Tranquillitatis’ (zee van de rust) op de maan.

Moens: ‘Juist omdat op dat ogenblik niemand kon zeggen welk land als eerste de maan zou bereiken, wilden zowel de VS als de Sovjet-Unie voorkomen dat iemand het hemellichaam kon claimen als bezit. Het is vanuit deze context dat je de grote principes moet begrijpen die toen zijn aanvaard.’

Had de Amerikaanse vicepresident Mike Pence gelijk toen hij in maart dit jaar sprak van een nieuwe ruimtewedloop? En eraan toevoegde dat dit keer ‘nog meer op het spel staat’ dan in de jaren zestig? De grote uitdager nu is volgens Pence niet Rusland, maar China. Dat land maakte eind 2018 als eerste een landing op de donkere kant van de maan, de zijde die altijd van de aarde afgekeerd is. De Volksrepubliek wil nog voor 2025 een eerste experimentele zonne-energiecentrale in een baan om de aarde brengen, die energie ‘doorstraalt’ naar de aarde.

Al sinds Mao Zedong zijn de ambities en verwachtingen van Chinese aanwezigheid in de ruimte hooggespannen in de Volksrepubliek. Vanaf de eerste ‘Lange Marsraket’ in de jaren zeventig tot het eigen permanente ruimtestation dat het land nu wil bouwen. Het komende jaar is het van plan een eigen ruimtesonde naar Mars te sturen.

Wie zich nu pas zorgen maakt over de militarisering boven onze hoofden, is daar zestig jaar te laat mee.
Bleddyn Bowen
specialist astropolitiek

Ondertussen zegt Pence niets over India, terwijl dat land ook grote vorderingen maakt met een eigen ruimtevaartprogramma. Zo probeerde het in de zomer van dit jaar als eerste met een ruimtevoertuig de zuidpool van de maan te verkennen, maar dat eindigde met een crash. De volgende stap, na een bemande ruimtemissie in 2022, is een eigen ruimtestation in 2030.

Het zijn zeker boeiende ontwikkelingen, maar een nieuwe ‘space race’ is het niet, vindt Bowen. ‘Daar was er maar één van, en die ging in de jaren vijftig en zestig tussen de VS en de Sovjet-Unie. Landen zoals India en China investeren al decennialang vanuit militaire, industriële of wetenschappelijke overwegingen in raket- en satelliettechnologieën. Er is niet éénzelfde groot doel dat ze als eerste proberen te behalen.’

Dat was in de jaren zestig dus wel anders. Hoewel de Amerikaanse president John F. Kennedy bij zijn inaugurale rede in 1961 de Sovjet-Unie ertoe had opgeroepen ‘samen de sterren te verkennen’, was dat midden in de Koude Oorlog ondenkbaar. Elk land zou proberen als eerste een man op de maan te zetten. Toen dat de VS in 1969 was gelukt, nam de interesse van de rivalen in de verdere, peperdure verkenning van het heelal snel af.

In de VS verschoof de aandacht naar de verdediging van het ondermaanse. Twee jaar voor de Saoedische astronaut over een aardbol zonder landsgrenzen zou spreken, kwam Ronald Reagan in 1983 met een plan voor een raketschild in de ruimte tegen mogelijk inkomende intercontinentale raketten van de Sovjet-Unie. Het Strategic Defense Initiative - misschien bekender onder de naam Star Wars, naar de populaire filmsaga van George Lucas - kostte bakken met geld, maar leverde uiteindelijk weinig bruikbaar afweergeschut op. Niet lang daarna gingen de Amerikanen en Russen met elkaar in gesprek over ontwapening, en viel het communistische regime.

De Koude Oorlog leverde de beruchte MAD-doctrine, die stelt dat in geval van een nucleaire oorlog ‘mutually assured destruction’ is gegarandeerd. Iedereen verliest uiteindelijk. Die doctrine geldt net zo goed in de ruimte, met die massa’s satellieten die concurrerende landen de ruimte in schieten. De VS, China en India hebben al bewezen satellieten te kunnen ontregelen en vernietigen.

Als dat gebeurt, zullen ook privébedrijven en hun klanten daaronder lijden. Ongeveer een tiende van alle satellieten wordt door zowel bedrijven als overheden gebruikt, leren cijfers van de Union of Concerned Scientists. Het Amerikaanse leger is met zo’n 160 satellieten koploper in de wereld. Ze hebben geen dodelijke lasers, maar zijn gebouwd voor veilige communicatie, verkenning, navigatie en het tijdig waarschuwen voor een nucleaire aanval.

Toch is het Pentagon volgens Bowen enorm afhankelijk van commerciële satellieten voor zijn militaire communicatie. ‘Het zou naïef zijn te verwachten dat commerciële bedrijven die geld verdienen aan de defensie- en oorlogsindustrie gespaard blijven van de gevolgen als het schieten begint.’

Kerkhofbaan

In de woorden van de Amerikaanse vicepresident: er staat veel op het spel. In 2018 bedroeg de ruimte-economie 360 miljard dollar volgens het onderzoeksbureau Bryce Space and Technology. De zakenbank Morgan Stanley verwacht dat de omzet van de ruimtevaartsector tegen 2040 verdrievoudigt tot 1.100 miljard dollar, vooral door datagebruik. Satellieten zijn goed voor driekwart van de ruimte-economie.

In praktische zin is het door alle machtspolitieke, commerciële en financiële belangen steeds meer dringen in de ruimte. Niet alleen met actieve satellieten, maar vooral ook met ruimteafval.

Actieve satellieten - soms niet groter dan enkele melkpakken - cirkelen tussen 160 en 36.000 kilometer rond de aarde, afhankelijk van hun doel. Satellieten buiten bedrijf worden opgebrand in de atmosfeer of in een zogeheten ‘kerkhofbaan’ gebracht. Maar jammer genoeg is niet iedereen even netjes, zegt Pieter Visser, ruimtevaartdeskundige aan de TU Delft. ‘Heel wat partijen laten hun satellieten na het einde van hun levensduur gewoon rondvliegen in hun baan. Het kan duizenden jaren of langer duren voordat ze genoeg gedaald zijn om op te branden in de atmosfeer, als dat al ooit gebeurt.’

3
satellieten
Vorig jaar nog kwam er gemiddeld één satelliet per dag bij, dat stijgt volgens MIT Technology Review tegen 2025 naar drie per dag.

In het verleden is nog veel zorgelozer omgesprongen met wat in de ruimte achterblijft. In zestig jaar ruimtevaart zijn volgens de Europese ruimtevaartorganisatie ESA zo’n 42.000 objecten in een baan om de aarde gebracht. Ongeveer de helft draait daar nog rondjes, en daar zitten maar 2.000 operationele satellieten bij.

En dan is er nog het ‘ruimtepuin’. Bijna de helft komt van twee gebeurtenissen: een antisatelliettest door de Chinese overheid in 2007 en een botsing van een Amerikaanse en een Russische satelliet in 2009.

De grotere brokstukken zijn nog te volgen, waardoor satellieten die meestal kunnen vermijden. Omdat dat brandstof kost, verlaagt dat wel hun levensduur en verhoogt het de kosten aanzienlijk. Met een steeds grotere bedrijvigheid in de ruimte zal steeds meer gemanoeuvreer nodig zijn. De Amerikaanse non-profitorganisatie Aerospace Corporation verwacht dat met de huidige technologie binnen afzienbare tijd meer dan 67.000 botswaarschuwingen per jaar worden gemeld. Dat betekent voor ruimte-exploitanten dat ze dagelijks honderden satellieten moeten herpositioneren.

De ontwikkelingen baren ruimteexperts grote zorgen. Als er niets gebeurt, wordt het alleen maar erger, waarschuwen ze. Om zijn antisatellietsysteem te testen schoot India in maart dit jaar een eigen satelliet neer die in een lage baan rond de aarde draaide. ‘Het opzettelijk creëren van puinvelden is verkeerd’, reageerde Jim Bridenstine, de baas van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. ‘Als we de ruimte vernielen, krijgen we die niet meer terug.’ Tijdens een recente TED-talk waarschuwde zijn collega bij het Britse ruimtevaartagentschap, Alice Bunn, voor kettingbotsingen die alle satellieten onbruikbaar maken. ‘Leven hier op aarde zonder de ruimte is geen optie.’

67.000
botswaarschuwingn
De Amerikaanse non-profitorganisatie Aerospace Corporation verwacht dat met de huidige technologie binnen afzienbare tijd meer dan 67.000 botswaarschuwingn per jaar worden gemeld.

Maar hoe gaan we dat gevaar tegen? ‘Er zijn gedragscodes die het verkeer in de ruimte regelen, maar die zijn niet juridisch bindend’, zegt ruimterechtexpert Sarah Moens. ‘We moeten evolueren naar iets wat wel juridisch bindend is om te vermijden dat er ruimtepuin bij komt.’

Daar is nog een hele weg af te leggen. ‘Het Ruimteverdrag biedt weliswaar een wettelijk kader, maar het bevat vooral principes die zijn gebaseerd op de wereld zoals die er in 1967 uitzag. De technologische ontwikkelingen hebben sindsdien niet stilgestaan, waardoor die wetgeving niet meer is aangepast aan de huidige situatie. Zo was er destijds geen sprake van het probleem van ruimtepuin, omdat niemand daaraan dacht.’

In de ijskast

En dus vertrekt het ruimtedebat meer vanuit principes dan vanuit regels. ‘In principe is het land dat een object in de ruimte lanceert verantwoordelijk voor eventuele schade’, zegt Bleddyn Bowen van de universiteit van Leicester. ‘De bulk van het ruimtepuin komt van de Amerikanen, Russen en Chinezen. Als zij zouden beslissen de grootste stukken te verwijderen, zou dat al een groot verschil maken.’

Ze hebben daarvoor verschillende mogelijkheden. Door bijvoorbeeld de snelheid van de stukjes te vertragen komen ze naar beneden en branden ze op in de atmosfeer. Ook kan het ruimtepuin worden verzameld met een soort van sleepnet. Een dure grap. ‘Tja, het is dan ook hún troep’, zegt Bowen.

Hij verwacht niet dat er snel iets gebeurt, en ziet daarin parallellen met de klimaatverandering. ‘Niemand voelt zich geroepen in actie te komen. De omvang van het probleem mag nu nog beperkt zijn, maar als we niets doen, kan de ruimte binnen tweehonderd jaar onbruikbaar zijn.’

Om te vermijden dat er ruimtepuin bij komt, moeten we evolueren naar verkeersregels die wel juridisch bindend zijn.
Sarah Moens
advocate ruimterecht

Dat is volgens ruimtevaartdeskundige Pieter Visser nog te optimistisch. ‘Met de snelle groei verwacht ik dat het deze eeuw al te riskant en te duur wordt om ruimtevaart te blijven bedrijven. De ideeën voor bemande ruimtevaart kunnen dan misschien wel in de ijskast.’

Landen verplichten hun ruimtepuin op te ruimen zal heel moeilijk zijn, erkent Moens. ‘Al kunnen zij nu wel aansprakelijk worden gesteld voor de schade als hun zwerfvuil, of dat van bedrijven uit hun land, botst met een satelliet. Maar dan ga je er wel van uit dat die brokstukken duidelijk toewijsbaar zijn, wat zeker bij kleine stukjes moeilijk is.’ Ze ziet een duidelijke weg vooruit om de rechtszekerheid in de ruimte te vergroten. ‘Landen kunnen in de schoot van de Verenigde Naties de principes uit het Ruimteverdrag uitwerken tot specifieke verdragen over ruimtepuin, maar bijvoorbeeld ook over de commerciële ontginning van asteroïden.’

Landen op asteroïden met een stel mijnbouwers gebeurt voorlopig alleen nog op Hollywood-filmsets. Toch is delving van edelmetalen zoals goud, lithium, kobalt en platina steeds meer ‘science’ en steeds minder ‘fiction’. Volgens het adviesbedrijf PwC kan de markt voor ruimtegrondstoffen en gerelateerde activiteiten aanzwellen tot 170 miljard euro in 2045.

Visser begrijpt het businessmodel van ruimtemijnbouw ‘eerlijk gezegd’ niet. ‘Er zijn hier op aarde nog heel veel van die grondstoffen op moeilijk ontginbare plaatsen zoals de oceaanbodem. Maar zelfs die zijn ontelbaar veel gemakkelijker te exploiteren dan asteroïden.’

170 miljard
activiteit
Volgens het adviesbedrijf PwC kan de markt voor ruimtegrondstoffen en gerelateerde activiteiten groeien tot 170 miljard euro in 2045.

Voorlopig is het nog te vroeg voor ruimtevluchten naar asteroïden, maar de VS hebben alvast een controversiële ruimtewet aangenomen die commerciële mijnbouw toestaat. Wat Amerikaanse burgers uit de ruimte meenemen, mogen ze houden. De Europese dwergstaat Luxemburg heeft een soortgelijke wetgeving. De landen zouden daarmee het Ruimteverdrag niet schenden, omdat ze geen hemellichamen claimen als eigendom.

‘Maar andere landen kunnen dus evengoed wetten maken met een andere interpretatie’, zegt Visser. ‘Dit zouden we moeten regelen voordat landen zoals China of India in de maan beginnen te boren.’

Tegenover dit soort perikelen staan ook grote kansen die elke aardbewoner aangaan. Afgelopen augustus droegen satellietbeelden van de NASA bij aan wereldwijde bewustwording van de schade die bosbranden toebrengen aan het Amazonewoud. De G7-landen doneerden vervolgens 18 miljoen euro aan de Braziliaanse regering om het vuur te helpen blussen. Een habbekrats.

© Het Financieele Dagblad

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud