interview

‘Elon Musk wil naar Mars, ik blijf liever met mijn voeten op de grond'

©Karoly Effenberger

Filip Balcaen, een van de weinige miljardairs van Vlaanderen, heeft dankzij zijn zitje in de tapijtgigant Mohawk, een Fortune 500-bedrijf, een uniek zicht op de wereldeconomie. Een gesprek over het klimaat, de gele hesjes, de zoetstof stevia en Elon Musk. ‘Een ondernemer creëert jobs, en die verbeteren de wereld.’

Strakke lijnen in luxueus marmer. Abstracte kunst aan de wand. De Gentse hoofdzetel van Baltisse, het familiale investeringsfonds van captain of industry Filip Balcaen (59), oogt als een architecturale parel. ‘Het is dan ook geen typisch zakelijk kantoor’, zegt hij. ‘Het is het huis van een family office, en dat mag wel wat meer stijl en persoonlijkheid uitstralen.’

Sinds de discrete West-Vlaming in vrij korte tijd twee keer langs de kassa passeerde - in 2004 bij de verkoop van het tapijtbedrijf Balta aan het investeringsfonds Doughty Hanson voor 600 miljoen euro en in 2015 bij de overname van de vinylgroep IVC door de Amerikaanse vloerbekledingsgroep Mohawk voor 1 miljard euro - ontpopte hij zich tot een ambitieuze en eigenzinnige investeerder die niet onder de kerktoren bleef hangen.

Hij belegde zijn vermogen niet alleen in winkelvastgoed, kantoren en rusthuizen, maar pompte ook miljoenen in Origis Energy, een ontwikkelaar van zonneparken in Europa en de VS, in Stevia One, een Peruaanse producent van het zoetmiddel stevia, en in beursgenoteerde bedrijven. Zo stapte Balcaen in 2016 met de investeringsgroep Waterland en een aantal ondernemers, onder wie Marc Coucke, in de Belgisch-Nederlandse farmatoeleverancier Fagron. En met zijn belang van 2,5 procent in Mohawk is hij de tweede grootste private aandeelhouder van de Amerikaanse tapijtgigant, na de familie van voorzitter en CEO Jeffrey Lorberbaum.

‘Jeff en ik zijn vrienden’, zegt Balcaen over zijn relatie met de 63-jarige Mohawk-oprichter. Dat hij als enige Belg mee het Fortune 500-bedrijf mag leiden - dankzij zijn zitje in de board - noemde hij ooit een ‘troostprijs’. Maar het blijkt een onmiskenbare troefkaart. Samen met drie andere Belgen - Paul De Cock (CEO van de divisie Noord-Amerika), Bernard Thiers (divisie Rest of the World) en Jan Vergote, die alle vinylactiviteiten overkoepelt - stippelt hij er mee de koers van een wereldwijde miljardenindustrie uit.

Aan welke investeringsdossiers beleeft u het meeste plezier?

Filip Balcaen: ‘Wat denkt u? Dat is bijna een retorische vraag. De industriële, natuurlijk. Met Baltisse zijn we actief in vastgoed en in private equity (niet-beursgenoteerde bedrijven, red.). In dat laatste vind ik de industriële dossiers het leukst. De operationele kant ervan is iets dat me nog altijd het meest aanspreekt.’

Hoewel u nu meer afstand moet houden?

Het is goed en mooi om te zeggen dat de wereld compleet groen moet zijn. Maar de voorstellen die op tafel komen, moeten betaalbaar en haalbaar voor de samenleving zijn.
Filip Balcaen, Vlaamse investeerder en industrieel

Balcaen: ‘Ja, met ouder worden moet je het de anderen laten doen, hè.’ 

Is dat moeilijk voor u?

Balcaen: ‘Ik geniet ervan als ik nog eens in het operationele kan duiken. Zoals een verkoopteam uitdagen over de markt. Onlangs gebeurde dat bij een bedrijf van Pentahold (het fonds waarin hij samen met ondernemers zoals Philippe Vlerick (KBC, UCO) en Theo Roussis (Ravago, KBC) investeert, red.). Daar was een probleem, waarvoor niet meteen een oplossing was, met veel twijfel in de raad van bestuur. Ik ben in de auto gestapt en met de ontwikkelaars en verkopers gaan praten. Zelf het veld ingaan en face to face samenzitten, maakt het gemakkelijker om de juiste vragen te stellen en eerlijke antwoorden te krijgen. Natuurlijk is daar een stukje subjectiviteit mee gemoeid: je moet het kaf van het koren kunnen scheiden. Maar we zijn oud en wijs genoeg om dat te doorzien, denk ik .’(lacht)

Met de zonnepanelenspecialist Origis heeft u een Waregems bedrijf in portefeuille dat vanuit het niets is uitgegroeid tot een grote speler in de VS. Geeft dat een kick?

Balcaen: ‘Ja, met Origis hebben we er al meer dan 100 zonne-energiefarms gebouwd, goed voor een capaciteit van ruim 600 megawatt, en dat in een snel evoluerende en complexe markt. We kopen de zonnepanelen vooral in het Verre Oosten, sluiten die aan, zoeken een afnemer op lange termijn en zodra alles operationeel is, verkopen we. Een soort projectontwikkeling, dus.’

Origis raakt aan het thema van het moment: hernieuwbare energie.

Balcaen: ‘Voor mij is dat niets nieuw. Met het vinylbedrijf IVC heb ik al vijf jaar geleden drie windmolens geplaatst, goed voor een derde van de jaarlijkse energieconsumptie van onze fabrieken. Het achterliggende idee was duurzame tegels te produceren die volledig recycleerbaar zijn. Het project rijpte in de jaren 2011-2012, en draait vandaag op volle toeren. Het is essentieel dat we milieubewuster worden. Dat creëert trouwens ook zakelijke opportuniteiten.’

Gaat u vaak met uw kinderen in discussie over het klimaat?

Balcaen: ‘Mijn twee zonen rijden allebei met hybride wagens. Het zijn moderne jongeren die milieubewuster zijn dan ik, en zeker veel meer dan mijn vader en grootvader. Toen was men gewoon niet met het milieu bezig. Dat is nu gelukkig wel het geval. Tegen milieubewustzijn zeg ik ‘ja’, maar zonder het economisch aspect uit het oog te verliezen. En dat is vaak het probleem met de jongere generatie. Het is goed en mooi om te zeggen dat de wereld compleet groen moet zijn, maar de voorstellen die op tafel komen, moeten ook betaalbaar en haalbaar voor de samenleving zijn. En daar wordt onvoldoende bij stilgestaan, vind ik.’

Hoe staat u tegenover de frictie tussen de klimaatbetogers en de gele hesjes? Hun belangen lijken lijnrecht tegen elkaar te staan.

Balcaen: ‘Het ene vind ik positief en het andere verontrust me enorm. Hoewel, die jonge gasten die elke donderdag spijbelen om op straat te komen, dat begrijp ik niet. Dat ze dat zaterdag doen, hè.’

Maar dan maken ze minder hun punt, zeggen ze.

Balcaen: ‘Awel, dat ze dan zaterdag naar school gaan voor de weekdag die ze gemist hebben. Want er wordt veel misbruik van gemaakt. We zijn niet van gisteren. Maar goed, op zich wil de jeugd met dat protest een positief signaal geven, en dat vind ik belangrijk. Die gele hesjes kan ik minder vatten. Dat is een groep mensen die zich misnoegd voelt in onze maatschappij, hoewel volgens de meeste economen de koopkracht in Europa de jongste jaren is gestegen.’

Het aantal mensen onder de armoedegrens blijkt niet te zijn gedaald.

©Karoly Effenberger

Balcaen: ‘Ik ga die cijfers niet betwisten, maar ik denk dat er andere oplossingen bestaan om armoede weg te werken. Zoals mensen heroriënteren en opleiden, zelfs verplichten om bepaalde trainingen en herscholingen te volgen. Zoals ze in Noord-Europa doen. Dat brengt me bij een van mijn grootste frustraties in België: een derde van de mensen die zouden moeten werken, werkt niet. We scoren op dat vlak het slechtst van alle ons omringende landen. In Zweden is dat amper 17 procent. Hoe komt dat? Daar hebben ze minder begaafde of minder opgeleide mensen door herscholing van de straat gehaald. Daarop zou de focus moeten liggen in Europa.’

Hoe gaat het met uw investering in de zoetstofproducent Stevia One in Peru? Die slorpte meer geld op dan verwacht.

Balcaen: ‘De fabriek draait sinds het najaar. Het vergde heel wat tijd om het productieproces up and running te krijgen. Een aantal klanten was daarover ontgoocheld. Maar nu draait alles zoals het hoort, en gaan we met het product de markt op. 2019 wordt het jaar van de doorbraak.’

Zijn er al contracten?

Balcaen: ‘Er lopen tientallen gesprekken met spelers in de frisdrankenindustrie, waaronder enkele grote namen die experimenteren met de zoetstof. We zijn er vandaag nog niet aan toe om een zero calorie softdrink op basis van stevia te maken. Maar dat blijft onze ultieme doelstelling.’

U ging met Stevia One door, hoewel de investeerders van het eerste uur, de Antwerpse redersfamilie Saverys, uit het project zijn gestapt. Waarom?

Balcaen: ‘Ik gooi niet gemakkelijk de handdoek in de ring. En wellicht had de familie Saverys andere prioriteiten. Vergeet niet, dit is een vrij experimentele oefening. Er werken circa 120 mensen in de fabriek. Als je de steviatelers erbij telt, dan spreken we over ruim 600 medewerkers. We hebben de plantages in eigen beheer, vooral in Peru, en breiden nu uit over heel Zuid-Amerika. Dat is vrij omvangrijk. Maar obesitas is wereldwijd een van de grootste problemen voor de volksgezondheid. Stevia is een goede manier om dat probleem te tackelen. Dus er is een markt voor.’

Zoals u vinyl ooit zag als de vloerbedekking van de toekomst?

Balcaen: ‘Ja, en met dezelfde geografische reikwijdte. In die zin dat het vanuit het niets is opgestart en dat we daarmee Europees marktleider zijn geworden. Ik ben weliswaar als kleine aandeelhouder in Stevia One gestapt, maar bezit nu de meerderheid van de aandelen.’

Uw concurrenten zijn niet van de minste, zoals de Amerikaanse voedings- en landbouwreus Cargill.

Ik heb tot tweemaal toe geprobeerd Balta terug te kopen. Maar dat is telkens mislukt door een te hoge vraagprijs.

Balcaen: ‘Nee, dat zijn geen kleintjes. Die inspireren ons.’ (lacht) 

Bent u ook van plan in de luchtvaart actief te worden? We zagen onlangs de oprichting van Baltair verschijnen in het Staatsblad.

Balcaen: (aarzelt) ‘Baltair is een maatschappijtje waarin een privévliegtuig is ondergebracht waarmee ik me verplaats om tijd te winnen. Ik zou het erg waarderen als jullie daar niet te veel aandacht aan besteden… Een privévliegtuig voor zakelijk gebruik, dat is een zekere luxe die je jezelf permitteert.’

Vreest u dat zoiets afgunst opwekt?

Balcaen: ‘Veel vermogende ondernemers hebben het lastig met publieke zichtbaarheid. Verhalen over een privévliegtuig helpen niet veel. Ik heb duizenden banen gecreëerd, misschien zelfs 10.000, maar je kan dat evengoed in volle discretie doen. Mensen hoeven niet te weten wie de ondernemer is, die jobs vertellen genoeg. Ik heb er ook geen behoefte aan dat de hele wereld zegt: ‘Die Balcaen, dat is een fantastische kerel’. Als mijn vrouw dat vindt, dan is dat al voldoende.’ (lacht)

Hebt u spijt dat u bij de overname van het West-Vlaamse milieutechnologiebedrijf Desotec werd afgetroefd door EQT, het investeringsfonds van de Zweedse familie Wallenberg?

Balcaen: ‘Heel veel. Ik geloofde echt in dat bedrijf en vooral in de mensen daar. Dat is toch altijd het belangrijkst. Je kan in een moeilijke sector mooie resultaten neerzetten alleen al maar door een sterk team te vormen. Kijk naar Balta destijds. Ik was echt ontgoocheld en verrast dat een professioneel team als dat van EQT zoveel geld heeft geboden. Het was een waanzinnige prijs, veel meer dan de 250 miljoen euro die in de kranten werd genoemd.’

Waarom vindt u dat zo’n mooi bedrijf?

Balcaen: ‘Desotec zuivert afvalwater, gassen en lucht op basis van actieve koolstof, een heel poreus materiaal. Dat is een groeimarkt. Bovendien maakt zuivering deel uit van de ‘opex’, de werkingskosten van een bedrijf. Ze wordt niet gezien als een kapitaalbesteding (capex). Dat wil zeggen dat klanten minder aandacht schenken aan de kostprijs ervan. Er is dus pricing power, de factuur kan makkelijk worden verhoogd. Zo’n bedrijf kan je duur verkopen. En dat heeft EQT gezien. Maar ik troost me met de gedachte dat ik ook in EQT heb geïnvesteerd en zo een klein stukje van Desotec bezit.’ (lacht)

Co-investing lijkt steeds meer de norm te worden onder investeringsfondsen.

Balcaen: ‘Absoluut. De goede opportuniteiten zitten vaak in de grote bedrijven, die te groot zijn voor Baltisse. Dan is het mooi dat je dat samen met een andere speler kan doen.’

Bij Belgische holdings als Sofina of Verlinvest zie je banden ontstaan met buitenlandse giganten, zoals het durfkapitaalfonds Sequioa. Is dat niet een totaal andere liga?

Balcaen: ‘We hebben nochtans wel contact met de partijen die u daar noemt. Voor EQT kan het bijvoorbeeld een meerwaarde zijn als het bij een Belgisch dossier kan samenwerken met een speler als Baltisse, omdat wij de lokale arbeidsmarkt, de overheden en de klanten kennen.’

Gelooft u nog in de sector van de vloerbekleding als groeimarkt?

Balcaen: ‘Vloerbekleding is een heel stabiele sector. Niet zo conjunctuurgevoelig. Het grootste deel ervan is een vervangingsmarkt. In crisisperiodes gaan mensen meer cocoonen en zijn ze eerder bezig met de inrichting van hun huisje en tuintje. Een nieuwe auto ga je dan niet kopen. Nieuwbouw en vervanging houden elkaar zo in evenwicht. Tapijt verliest over heel de wereld terrein, harde vloeren winnen aan populariteit. En binnen de harde vloeren boomt vooral vinyl.’

Is dat nu net niet het pijnpunt bij Balta: het heeft alleen tapijt en is te weinig gediversifieerd?

Balcaen: ‘Ja, en dat doet pijn. Ik heb tot tweemaal toe geprobeerd het bedrijf terug te kopen, maar dat is telkens mislukt door een te hoge prijszetting van de verkopende partij. De eerste keer in 2009 met de Britse private-equityspeler Doughty Hanson, de tweede keer in 2017 met het Texaanse Lone Star, net voor Balta naar de beurs trok. Het is aan 13 euro publiek gegaan, een waanzinnige prijs. Dat is achteraf gebleken. Het noteert nu aan 3 euro per aandeel.’

Wat is de oplossing voor het grootste tapijtbedrijf van Europa?

Obesitas is een van de grootste problemen voor de volksgezondheid. Ons product stevia is een goede manier om dat probleem te tackelen.

Balcaen: ‘Het kan nog een stukje verder draaien. Het maakt nog winst. Balta heeft twee divisies die niet zo slecht boeren: de karpetten en de tapijttegels voor kantoren en hotels. Maar het gaat gebukt onder een slechte markt voor kamerbreed tapijt en vooral onder een torenhoge schuldenberg, waardoor er weinig overblijft om te investeren. En het aandeel is nog steeds niet echt goedkoop, vrees ik.’ 

Gelooft u in een industrie, waarbij robotisering en digitalisering een nieuwe kwantumsprong veroorzaken?

Balcaen: ‘Digitalisering is vooruitgang: ze zal de productieprocessen slimmer, minder arbeidsintensief en betrouwbaarder maken. Maar dat zal eerder een proces van permanente verbetering zijn dan een kwantumsprong.’

Sommigen zien de Tesla-fabriek als het model voor de toekomst: grote oppervlakte, slimme productieketens, efficiënte logistiek en centralistisch aangestuurd.

Balcaen: ‘Ik geloof eerder in kleinere, decentrale productie-eenheden die verspreid liggen, maar die wel geconnecteerd zijn via een digitale backoffice. En vlakbij de lokale markten. In de woestijn een megafabriek neerpoten, begrijp ik niet. Dat neemt niet weg dat ik Elon Musk een fantastisch en erg creatief man vind. Hij wil de wereld veranderen, sterker nog: hij wil naar Mars. Ik blijf liever met de voeten op de grond. Te grote disruptie houdt ook veel risico’s in. Musk inspireert, maar als we allemaal zulke ondernemers zouden zijn, zouden de banken grote problemen met hun kredieten hebben.’

De wereld verbeteren, hoort dat bij het ondernemerschap?

Balcaen: ‘Een ondernemer creëert jobs, en die verbeteren de wereld. En natuurlijk moeten we dat doen op een duurzame en ecologische manier. Maar elektrische auto’s ontwikkelen zonder al te veel zekerheid dat ik daar ooit geld mee ga verdienen, dat is voor mij een brug te ver. De rekening moet kloppen, inclusief het rendement.’

Bent u nog een verwoed wedstrijdzeiler?

Balcaen: ‘Ik zeil nog wedstrijden, pakweg drie keer per jaar. De laatste was twee weken geleden, in de Caraïben. Er is daar goede wind en mooi weer, dat is plezant. Maar ik doe het minder dan vroeger. Je moet een balans vinden tussen prestatie en genot, tussen werk en ontspanning.’

U zou ook een geoefende motard zijn.

Balcaen: ‘Sporadisch, een keer per jaar, ga ik nog eens rijden met vrienden. Ik heb een BMW GS. Maar ook elektrische motoren spreken me aan. Can’t wait. Het acceleratievermogen lijkt me plezant, maar de batterij gaat nog niet lang genoeg mee. Ik ben geen caférijder. Ik geniet van de sportieve uitdaging van het cruisen zelf, in heel Europa, en graag in de bergen.’

Worden dergelijke hobby’s niet moeilijker met de leeftijd?

Balcaen: ‘Nee, nee. Ik blijf sportief. Ik zwem elke ochtend 700 meter. Als er water in de buurt is, natuurlijk, maar ik zoek hotels met een zwembad. Mensen bekijken me dan wat raar als ik vooraf het zwembad afstap om te weten hoeveel lengtes ik moet zwemmen. Maar daar trek ik me niets van aan.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect