interview

‘Internationale Vrouwendag? Daar liggen we niet wakker van'

Julie De Nul (l.)) en Mieke Fordeyn (r., in het wit) ‘Lief dat aan ons wordt gedacht op de internationale Vrouwendag, maar het is niet nodig.’ ©Frank Toussaint

In België hebben we geen Vrouwendag nodig’, zeggen Julie De Nul en Mieke Fordeyn van Jan De Nul. Vrouw of man, het maakt niet uit in ons bedrijf.’ Julie is de troonopvolgster van het concern.

Kan je er niet mee om, Marc, gekscheert Julie De Nul, als we haar bij wijze van flauwe inleiding zeggen dat zij en Mieke Fordeyn het met mij moeten stellen om over de internationale Vrouwendag te praten, en niet met een vrouwelijke collega.

Julie De Nul is als ‘executive officer’ bij de Belgische baggeraar Jan De Nul, samen met haar broer, de gedoodverfde opvolger van haar vader Jan De Nul en oom Dirk De Nul. Ze hebben 7.500 mensen onder hun hoede. Mieke Fordeyn (46) stuurt als directeur van de internationale divisie zowat 3.500 mensen aan.

De twee topvrouwen bij Jan De Nul pareren mijn vragen ‘met stijl’, rechttoe rechtaan, met kwinkslagen en humor, de Jan De Nul-stijl.

Internationale Vrouwendag. Hoe belangrijk is dat voor jullie?

 Julie De Nul: ‘We liggen er niet wakker van.’

Bij de jezuïeten zat ik met 7 meisjes en 700 jongens, dat was stevig.
Julie de Nul
Executive officer

Mieke Fordeyn: ‘In België heb je dat niet nodig, denk ik, om te komen waar je wil komen. In het buitenland wel.’

De Nul: ‘Zet ons hier alstublieft niet neer als geëmancipeerde vrouwen die het gemaakt hebben in een typische mannenwereld. Is er een internationale mannendag? Nee. Maar ik vind het wel een terechte vraag. We hebben die Vrouwendag niet nodig. Het is leuk dat jullie aan ons denken maar het is echt niet nodig. (gelach) Maar voor bepaalde landen is die dag wel nuttig.’

‘Executive officer’ bij Jan De Nul. Julie De Nul (35) zal, samen met haar broer Pieter Jan, haar vader Jan De Nul en oom Dirk De Nul opvolgen aan het hoofd van de Belgische baggeraar Jan De Nul.

Jullie hebben het imago van een mannelijk bedrijf? Klopt dat?

 De Nul: ‘We hebben dat imago en we zijn een overwegend mannelijk bedrijf, maar dat wil niet zeggen dat we vrouwonvriendelijk zijn.’

Fordeyn: ‘Bouwbedrijven waren vroeger sowieso mannenbastions. Ook Jan De Nul. Nu werken er ook vrouwen in typische mannenfuncties. Het duurt een tijdje vooraleer vrouwen zijn doorgegroeid.’

Julie De Nul (l.)) en Mieke Fordeyn (r., in het wit) ‘Lief dat aan ons wordt gedacht op de internationale Vrouwendag, maar het is niet nodig.’ ©Frank Toussaint

De Nul: ‘We hebben veel vrouwen in dienst. Niet als bemanning aan boord van schepen, maar bij het stafpersoneel hebben we 365 vrouwen en 1.119 mannen. Meer dan een op de vier is een vrouw. Ook in het topkader zitten veel vrouwen. Op cruciale posities, niet omdat we vinden dat het een vrouw moet zijn of omdat we met quota werken. Maar omdat het vrouwen zijn die zich positioneerden, heel hard gewerkt hebben en die een leidinggevende rol opgenomen hebben.’

 

U stuurde een tijdje human resources aan. Koos u eerder voor een vrouw dan voor een man?

Vrouw zijn in het Midden-Oosten had ook voordelen.
Mieke Fordeyn
Directeur internationale divisie

De Nul: ‘Totaal niet. Het is het totaalplaatje dat telt. Het is de manier waarop je in het leven staat die bepaalt of je succesvol bent. Of je man of vrouw bent, doet er niet toe.’

Fordeyn: ‘Bij Jan De Nul maakt het helemaal niet uit. We streven niet naar gelijkheid. We moeten goede mensen hebben aan de top. Dat is het enige wat telt.’

Jullie zitten veel in het buitenland. Ook in de Arabische wereld. Speelt dat in jullie nadeel?

Fordeyn: ‘Ik heb zelf negen jaar in het Midden-Oosten gewoond en heb er zelfs meer voordelen dan nadelen gehad. Je moet je wel schikken naar de gebruiken van het land. Daar staat onder meer in de wet dat een vrouw niet mag samenwonen als ze niet getrouwd is. Toen ik in Dubai woonde, moest ik altijd iets aantrekken met lange mouwen en iets tot onder de knie. Je mag je daar niet aan storen.’

De groep uit Aalst is een wereldspeler in haar sector en telt 7.500 werknemers. In 2015 boekte de groep 2,2 miljard euro omzet, 632 miljoen euro operationele cashflow en 264 miljoen euro nettowinst.

Zijn er ook voordelen?

Fordeyn: ‘In het Midden-Oosten zitten veel vrouwen in hoge overheidsposities. Die vinden het tof als ze ook een vrouw aan de andere kant van de tafel zien verschijnen. Ze zijn zo gewoon dat het altijd mannen zijn. Dat is dus een voordeel.’

Is het makkelijk om vrouwen te vinden voor leidinggevende functies?

De Nul: ‘We zoeken niet speciaal naar vrouwen. Maar de ‘head of legal, of insurance of international divison’ zijn allen vrouwen die meegegroeid zijn met het bedrijf en die op een natuurlijke wijze leiding van de groep genomen hebben.’

‘Director international division’. Mieke Fordeyn (46) is verantwoordelijk voor het buitenlandbeleid van de groep.

Fordeyn: ‘We zijn een bedrijf met veel ingenieurs. Ingenieursstudenten zijn nog altijd overwegend mannen. De universiteiten slagen er vooralsnog niet in om het imago van ingenieurs en technische profielen te vervrouwelijken. Ik studeerde ingenieur en zat tussen heel veel mannen.

De Nul: ‘Ik studeerde rechten en zat tussen veel vrouwen. In het college bij de jezuïeten in Aalst zat ik in de eerste lichting vrouwen. Zeven meisjes met 700 jongens. Dat was stevig. Tof. Dat heeft me gevormd tot wie ik ben.’ (lacht)

Kan de overheid iets doen om gendergelijkheid te stimuleren ren of glazen plafonds te helpen doorbreken?

De Nul: ‘We moeten er niet flauw over doen. Veel vrouwen zetten nog altijd hun carrière een stukje op pauze om familiale redenen. Als je in de fleur van je carrière zit, kan dat vervelend zijn.’

Fordeyn: ‘We hadden in Dubai een fulltime nanny. Dat is een hemel. Je moet je nooit zorgen maken over opvang of als er iets gebeurt. Hier in Belgie is dat niet mogelijk - want te duur - en daardoor heel stresserend. Je kan hier wel een au pair nemen, maar enkel voor een jaar. In Dubai had ik vijf jaar dezelfde nanny. Ze was een deel van het gezin.’

Jullie hebben beiden kinderen. Hoe lossen jullie het op?

Fordeyn en De Nul: ‘Oma en opa.’

De Nul: ‘Wist je dat niet? Mijn pa, de CEO, doet het rustiger aan. Hij zorgt voor de kleinkinderen (lacht)…. Het is betaalbaar en efficiënt.’

Julie, u gaat het bedrijf overnemen van uw vader. Gaat u het als vrouw anders aanpakken?

De Nul: ‘Ik ambieer niet een kopie te worden van mijn papa. Dat lijkt me het slechtste idee ooit. Niet omdat hij niet capabel is, maar omdat het een volledig foute insteek zou zijn om te copypasten. Iedereen heeft zijn eigen stijl, maar dat heeft alles te maken met mijn karakter en niet met mijn vrouw zijn. Maar we blijven genetisch belast, hé. Dat weet je toch. We zijn een familiebedrijf, we zijn opgevoed in een bepaalde geest, en die geest zit in het bedrijf.’

Op sociale media zie je veel seksisme. Is het toegenomen?

Fordeyn en De Nul: ‘Nee.’

De Nul: ‘In ons bedrijf merk ik daar niets van. Ik heb nooit een klacht gekregen van een vrouw die zegt dat ze unfair is behandeld door mannen. Misschien ligt dat aan het type vrouwen die we hebben, vrouwen die hun mannetje staan.’

Hebben jullie zelf vrouwen als voorbeeld?

De Nul: ‘Onze moeders en grootmoeders. Dat zijn sterke vrouwen geweest. Je spiegelt je daar aan. Uiteindelijk heeft die ook al met mijn vader geleefd (lacht) en mijn grootmoeder heeft ze op de wereld gezet. (lacht) Nee serieus... we moeten het niet over de Angela Merkels of Thatchers van deze wereld hebben. We moeten dichterbij kijken.’

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content