interview

‘Niet simpel om tegen een 55-jarige te zeggen: ‘Jij moet je omscholen''

Conny Vandendriessche bouwde een uitzendbedrijf uit tot een wereldspeler. Frederik Anseel leidt in Londen managers op. Allebei maken ze zich zorgen over de toekomst van de werkende Vlaming. ©jonas lampens

Terug naar Poupehan met onderneemster Conny Vandendriessche en organisatiepsycholoog Frederik Anseel.

Conny Vandendriessche bouwde een uitzendbedrijf uit tot een wereldspeler. Frederik Anseel leidt in Londen managers op. De onderneemster heeft een wollig kantje, de organisatiepsycholoog een feilloze bullshitradar. Allebei maken ze zich zorgen over de toekomst van de werkende Vlaming.

Terug naar Poupehan

Om België uit de crisis van de jaren tachtig te helpen organiseerde toenmalig premier Martens geheime besprekingen in het Ardense dorpje Poupehan In het vakantiehuis van zijn ka binetschef Fons Verplaetse, de latere gouverneur van de Nationale Bank, onderhandelde hij in het grootste geheim met de top van de vakbond en de bankwereld over structurele maatregelen om de buikriem aan te halen.

Nu ons land opnieuw voor grote economische en technologische uitdagingen staat, organiseert De Tijd een nieuw treffen in Poupehan. Vier weken lang trekken we naar de Ardennen om met bedrijfsleiders, politici en economen maatregelen te bedenken die ons land klaar moeten stomen voor de toekomst.

Vandaag: onderneemster Conny Vandendriessche en organisatiepsycholoog Frederik Anseel

Volgende week: ex-minister van Financiën Johan Van Overtveldt en ex-voorzitter van de Eurogroep Jeroen Dijsselbloem

Het is aan een wankel tafeltje in het enige café van Poupehan dat Frederik Anseel (40) en Conny Vandendriessche (54) kennismaken. Ze kennen elkaar alleen van naam en reputatie. Buiten regent het, binnen gloeit de kachel en komt de bordercollie van de cafébaas de bezoekers monsteren.

Er staat picon op de kaart, de bitterzoete mengeling van witte wijn, triple sec en bitterlikeur die in het zuiden van West-Vlaanderen veel wordt gedronken. Ze bestellen er allebei een. Anseel is afkomstig van Kortrijk, Vandendriessche van Roeselare. ‘De picon is voor een West-Vlaams café wat stoofvlees is voor een Belgisch restaurant: de lakmoesproef’, zegt AnseeL Ze nippen. ‘Te veel witte wijn’, oordeelt Vandendriessche. ‘Het is geen prijswinnaar’, stemt Anseel in.

Anseel is organisatiepsycholoog en professor aan de businessschool van het Londense King’s College, een van de meest prestigieuze Britse universiteiten. Hij is de iemand van het onderzoek en de feiten, een man met een feilloze bullshitradar. Wekelijks schrijft hij een scherpe column in De Tijd.

Vandendriessche is onderneemster. In 1995 richtte ze met Philip Cracco het uitzendbureau Accent op, dat ze uitbouwden tot een grote speler. In 2014 stapte Cracco op. Vandaag is het overkoepelende The House of HR goed voor 1,5 miljard euro omzet. Als dat bedrijf - volgens plan later dit jaar - wordt verkocht, wordt Vandendriessche een van de rijkste vrouwen van het land. Ze is iemand van de praktijk, van de handen uit de mouwen.

Conny Vandendriessche bouwde een uitzendbedrijf uit tot een wereldspeler. Frederik Anseel leidt in Londen managers op. Allebei maken ze zich zorgen over de toekomst van de werkende Vlaming. ©jonas lampens

Vandendriessche vertelt dat ze net terug is van vakantie in haar huis in de Spaanse badplaats Marbella, een bekende golfbestemming. Zelf speelt ze niet. ‘Ik ben vooral dol op de zon. Maar in deze tijd van het jaar zitten de vluchten vol Vlaamse ondernemers die gaan golfen. Dan wordt het bijna werken.’ Ze heeft moeite om het werk helemaal los te laten, zegt ze . ‘In 2014, toen ik het operationele heb gelost, had ik me voorgenomen naar Compostella te wandelen. Elke week zou ik iemand uitnodigen om mee te stappen. Ik had al een lijstje met twintig mensen. Maar mijn sabbatical heeft uiteindelijk slechts drie maanden geduurd. Het lijstje ligt er nog.’

Anseel: ‘Voor sommige mensen is het woord sabbatical echt niet uitgevonden.’

Vandendriessche: ‘Ik ben opgevoed in een wereld waar niet werken een schuldgevoel oproept.’

Anseel: ‘Welkom in West-Vlaanderen! Maar het maatschappelijk debat begint de andere kant op te gaan. Hard werken is bijna een taboe geworden. Ik combineer nu drie voltijdse job, en durf bijna niet meer te zeggen hoeveel ik werk.’

‘Ik erger me enorm aan het pleidooi voor de invoering van de dertigurenweek. Men gaat er nogal licht over dat er ook ambitieuze mensen zijn, die al die uren werken om ook daadwerkelijk iets gedaan te krijgen. Alsof een kortere werkweek de garantie is op een zinvol bestaan. Als iedereen dertig uur per week werkt, heb je geen burn-outs meer maar wel veel depressies. Omdat je dan wordt geconfronteerd met jezelf, en voor de meeste mensen is dat hoogst problematisch.’

Vandendriessche: ‘Zo veel werken we trouwens niet, hoor. En van werken ga je niet dood.’

Anseel: ‘Ik heb mijn Chinese studenten eens geconfronteerd met onze burn-outcijfers. Hun reactie was: ‘Tja, dat zijn zwakke mensen.’ Begrippen als work life balance of burn-out maken op hen totaal geen indruk. We mogen toch niet vergeten dat dit geprivilegieerde discussies zijn.’

Legt u dat maar eens uit aan de 136.000 mensen die thuiszitten met psychische problemen. Er is toch iets aan de hand?
Anseel: ‘Een burn-out is zeer complex. Het is een misvatting dat te veel werken de belangrijkste reden is. Dat klinkt gewoon goed. Veel mensen benaderen hun werk onrealistisch. Ze investeren enorm in hun job, hopen dat er veel terugkomt en zijn ontgoocheld als dat niet gebeurt. Een gewone job is niet aantrekkelijk meer, je moet het op Instagram kunnen zetten. Er is de verwachting dat je iets unieks doet en dat je bovendien de beste van de wereld bent. Dat kan niet.’

Terug naar Poupehan met Conny Vandendriessche en Frederik Anseel.

Vandendriessche: ‘Van de 1.073 mensen bij Accent Jobs hebben er vandaag drie een burn-out. We werken met kleine equipes met een hechte onderlinge band. Wij creëren het kader, zij mogen het heel vrij invullen.’

Anseel: ‘Wat Accent altijd goed heeft gedaan, is het voeren van een consistent beleid: je selecteert prestatiegedreven profielen, legt hun ambitieuze doelen op en beloont ze als ze die halen. Iedereen heeft het gevoel vooruit te gaan, dat wordt gevierd, je voelt je goed. Het is soms zwaar, het is spannend. Maar als het lukt, is het feest. Dan zal je niet snel een burn-out krijgen.’

Veel bedrijven bieden in de strijd tegen burn-out cursussen yoga en mindfulness aan. Werkt dat?
Anseel: ‘Het heeft iets pervers. Bedrijven besparen en zetten hun mensen onder druk, maar sturen ze wel naar de mindfulness. Dat is dweilen met de kraan open. Je moet de kraan dichtdoen.’

Vandendriessche: ‘We hebben het geprobeerd, mindfulness. Maar de gemiddelde leeftijd bij ons is 26. Die hebben niets met mindfulness. Ze vielen in slaap.’

Nu vallen zieke werknemers snel terug op de ziekteverzekering. Kunnen we de duur van ziekteperiodes inkorten als de werkgever langer zelf moet blijven betalen voor een zieke werknemer?
Anseel: ‘Elke werkgever weet dat elke uitvallende werknemer een ramp is. We hoeven er echt niet nog eens de zweep op te leggen. Het is de vraag die ik vandaag het meest krijg: wat kunnen we doen om uitval te voorkomen?’

Vandendriessche: ‘Ik hoor bedrijfsleiders soms vertellen dat ze iemand met tien jaar dienst een minuutje in hun kantoor hebben geroepen om hem te bedanken. Daar zijn ze dan heel trots op. Terwijl tijd maken om echt te luisteren het grootste cadeau is dat je kan geven.’

Als iedereen dertig uur per week werkt, heb je geen burn-outs meer maar wel veel depressies.
Frederik Anseel
Organisatiepsycholoog

Anseel: ‘De manager die uit de lucht valt als er iemand thuis zit, dat vind ik absurd. Je moet het voelen aankomen. Al die trucjes, alle cursussen, gooi ze aan de kant. Leiderschap is niets meer dan goed luisteren.’

Speelt de constante bereikbaarheid een rol? Er zijn bedrijven die experimenteren met een verbod op uitgaande e-mails na de werkuren. Minister van Werk Kris Peeters toonde zich onlangs nog gewonnen voor zo’n voorstel.
Vandendriessche: ‘Je moet af en toe disconnecteren. Maar daar wordt ook al aan gewerkt.’

Anseel: ‘Ik vind in elk geval dat de overheid zich daar niet mee moet bemoeien. Het zijn altijd diegenen die zelf constant online zijn die regels willen opleggen. Hoe paternalistisch kan je zijn? Als je nu een mail naar Kris Peeters stuurt, zal hij waarschijnlijk antwoorden.’

Vandendriessche: ‘Zal ik hem eens bellen? Ik ben zeker dat hij opneemt.’ (Ze haalt haar telefoon uit haar handtas, aarzelt even en beslist dan een whatsapp te sturen in plaats van te bellen. Maar Peeters geeft niet thuis.)

De mist hangt in dunne slierten over het dal van de Semois. Met het vallen van de nacht is de temperatuur richting het vriespunt gedaald. We verlaten het café en nestelen ons in de behaaglijke warmte van het salon van de chalet.

‘Een croton’, roept Vandendriessche uit als ze in een hoek een ouderwetse kamerplant spot. Als dochter van een plantenhandelaar weet ze er alles van. ‘Die planten werden vooral naar Frankrijk geëxporteerd. Elke zondag moest het hele gezin ‘rekkeren’, de planten opbinden met elastiek. En dan op karren laden om op de vrachtwagen te zetten. I hated it.’

Conny Vandendriessche (54) studeerde verpleegkunde en toerisme. Ze begon als receptioniste op de camping Vakantiegenoegens. In 1995 richtte ze samen met Philip Cracco het interim kantoor Accent Jobs op. In 2014 verliet Cracco het bedrijf. Accent Jobs ging op in The House of HR, een Europese groep met 1,5 miljard euro omzet en 158 miljoen euro brutobedrijfswinst. Met haar investeringsfonds We are Jane stimuleert Vandendriessche vrouwelijk ondernemerschap. Ze is ook de oprichter van Stella P., een organisatie die voor bedrijven externe bestuurders zoekt, met de nadruk op vrouwelijk talent. 

Frederik Anseel (40) studeerde aan de Universiteit Gent en werkte als professor organisatiepsychologie aan de ESSEC businessschool in Parijs en de Bocconi-universiteit in Milaan. Vandaag is hij professor en vicedecaan aan de businessschool van King’s College in Londen. Hij is mede-oprichter van The Vigor Unit, een adviesbureau voor bedrijven.

Ze wilde graag het familiebedrijf overnemen. Haar vader drukte die ambitie meteen de kop in. ‘De grootste drijfveer in mijn carrière was mijn vader die zei dat ik het niet kon.’

Kan iemand goed zijn in een job die hij niet graag doet?
Vandendriessche: ‘Ik denk van niet.’

Anseel: ‘Ik geloof van wel. 99 procent van de mensen in The City doet zijn job niet graag. Iedereen heeft het daar constant over het moment dat ze eruit gaan stappen. Ze zijn goed, ze verdienen veel, maar ze zijn niet gelukkig.’

‘Ik heb ooit met een topkeeper gesproken, die me vertelde dat hij zijn job nooit graag heeft gedaan. Elke match overgeven van de nervositeit, want als keeper sta je helemaal alleen. Iets goed kunnen én graag doen, dat valt zelden perfect samen.’

Vandendriessche: ‘Wij werken toch hard aan die passie. Elk jaar gaan we op teambuilding om de mentale skills aan te scherpen. Samen rond het kampvuur zitten, persoonlijkheidsstructuren ontdekken, tarotkaarten lezen.’

Schrik je zo geen werknemers af die daar niet voor openstaan?
Vandendriessche: ‘We hebben mensen gehad die zeiden: ‘Ik pas hier niet, jullie zijn te enthousiast.’’

Anseel: ‘Daar kan ik kan me iets bij voorstellen.’

Vandendriessche: ‘Ik heb vier jaar in Nederland een cursus gevolgd om de zeven karakterstructuren te leren. Je kan dat zien aan hun gedrag en lichaamstaal.’

Anseel: (bijt op zijn tong)

Vandendriessche: ‘Geloof je me niet, Frederik?’

Anseel: ‘Het is heel moeilijk om uit non-verbaal gedrag iets over een persoonlijkheid af te lezen. Ik geloof er niet in. Non-verbaal gedrag wordt vooral bepaald door de situatie, en niet door de persoonlijkheid. Het is niet omdat je je armen kruist dat je gesloten bent.’

Vandendriessche: ‘Je zit hier nochtans al de hele avond met je armen gekruist.’ (lacht)

Anseel: ‘Omdat die stoel zo diep is en de leuning slecht zit!’

Bij het diner, een hertenstoofpotje, is er nog altijd geen reactie van Kris Peeters. Anseel en Vandendriessche ontdekken een gemeenschappelijke liefde voor wijn, wild en de Italiaanse keuken. Ze wisselen tips en adressen uit.

©Jonas Lampens

Met het volgende onderwerp - de moeite die bedrijven hebben om vacatures in te vullen, en de grote groep mensen die maar niet aan het werk geraakt - keert de ernst terug. ‘Wij krijgen in onze kantoren meer dan 50 procent van de jobs niet ingevuld. Het wordt dramatisch’, zegt Vandendriessche. ‘Door de hervorming van de opleiding verpleegkunde studeert er dit jaar niemand af. Terwijl de sector nu al schreeuwt om nieuwe mensen.’

Zullen we mensen uit het buitenland moeten halen? Of onze arbeidsmarkt reorganiseren?
Vandendriessche: ‘Beide. Nu al hebben verpleegkundigen mensen naast zich die helpen bij het ronddragen van maaltijden of het vervoeren van bedden. Je kan dat niet veel verder optimaliseren.’

‘Van de 500 miljoen euro omzet van Accent Jobs komt er 100 miljoen van buitenlanders, vooral ingenieurs uit Spanje en Portugal. We investeren enorm: in huisvesting, taal, begeleiding op de vloer. Maar we moeten ook de werkgevers vragen buitenlandse krachten niet te lossen. Door administratieve rompslomp of het gevoel hier niet thuis te zijn, haken veel buitenlanders ook snel af.’

Moet de werkloosheidsuitkering sneller omlaag?
Vandendriessche: ‘Ja. Voor een alleenstaande vrouw is het verschil tussen werken en een uitkering zo klein dat ze er eigenlijk bij inschiet als ze een job aanneemt. Als je de uitkering beperkt in de tijd, dwing je mensen na te denken over hun toekomst. Wie graag kookt, zal dan misschien op het idee komen dat verder te ontwikkelen.’

Is het zo gemakkelijk?
Anseel: ‘Dat denk ik niet. Mensen die tien jaar niet hebben gewerkt, krijg je moeilijk in het arbeidscircuit. Je mag nog zoveel de duimschroeven aandraaien, er bestaat nu eenmaal een verloren groep.’

Vandendriessche: ‘Klopt. Maar je moet er wel over waken dat je geen nieuwe verloren groepen creëert.’

Anseel: ‘Dan krijg je een groep die uit de werkloosheid het ziekteverlof instroomt. Het is belangrijker om aan de slag te gaan met de groep die wel wil werken. En ervoor te zorgen dat bedrijven mensen sneller kunnen ontslaan. Dan zullen ze ook gemakkelijker aanwerven. Bij elke opleving van de conjunctuur zie je dat bedrijven lang aarzelen om extra mensen in dienst te nemen.’

Vandendriessche: (lacht) ‘Dan nemen ze uitzendkrachten, wat goed is voor ons.’

Anseel: ‘Door mensen na hun ontslag een jaar lang een volwaardig salaris uit te betalen, neem je het taboe rond ontslag weg. Zo krijg je een veel flexibelere arbeidsmarkt, van komen en gaan. Na een jaar moet die uitkering snel naar beneden. Ik pleit wel voor mededogen tegenover mensen die een tegenslag hebben gehad. Je hebt niet alles zelf in de hand. Het zijn niet allemaal luiaards die je met de zweep in gang kan krijgen.’

Het Poupehan-plan van Conny Vandendriessche

1. Zet 50 procent ondernemers in de raden van bestuur van het onderwijs. Zo kunnen we opleiding en werk echt op elkaar laten aansluiten. En verplicht praktijkervaring in elke opleiding. Vandaag kan je vijf jaar studeren zonder de werkvloer te hebben gezien.

2. Maak bruto netto voor 50-plussers. De hoge lonen van oudere werknemers zijn hun grootste hinderpaal om weer aan de slag te kunnen.

3. Verlaag de belastingen voor wie zich omschoolt. Dan kunnen werkgevers volledige salarissen blijven betalen, en voorkom je het dumpen van oudere werknemers die niet meer mee kunnen omdat ze vaardigheden missen.

4. Schaf voor elke nieuwe wet een oude af. Versimpel. Begin bij de arbeidswetgeving: zorg dat mensen soepeler uitkering en loon kunnen combineren, bijvoorbeeld voor weduwen met een overlevingspensioen of mensen met een handicap.

Is het verschil tussen de laagste lonen en een uitkering niet te klein?
Anseel: ‘De stimulus om te werken is absoluut te laag. In Londen zijn restaurants de hele dag door open omdat de eerste 11.850 pond die je verdient, onbelast is. Tot 45.000 pond betaal je maar 20 procent belastingen. Dat betekent dat voor bediening, koks en hotelpersoneel het brutoloon min of meer het nettoloon is. Zo creëer je veel meer jobs, en het moedigt aan te gaan werken. De staat verdient toch niet veel aan de belasting op de minimumlonen.

Vandendriessche: ‘Ik pleit voor een gelijkaardig systeem voor oudere werknemers. De tewerkstellingsperiode is in België veel korter dan in andere landen. Ik ken managers die na hun ontslag elders geen werk meer vinden omdat niemand bereid is die lonen te betalen. Zelf willen ze gerust iets anders doen. We moeten meer op prestaties kunnen verlonen, niet op leeftijd. 55-plussers die het rustiger aan willen doen, moeten we minder kunnen betalen.’

Kunnen die 50-plussers nog mee?
Vandendriessche: ‘We krijgen maar 6 procent van de 55-plussers aan het werk.’

Anseel: ‘Bijscholing blijft problematisch. Kijk naar wat bij Proximus gebeurt.’

Heeft Proximus het probleem te lang laten aanslepen?
Anseel: ‘Ja, net zoals een bank als ING dat heeft gedaan. Dit is een voorspelbaar probleem. Er zullen nog afvloeiingen volgen, tenzij we onze werknemers massaal gaan omscholen. Al deze bedrijven hebben jarenlang nagelaten mensen aan te zetten om te veranderen, terwijl ze goed wisten hoe nodig dat was. Dat getuigt van een gebrek aan leiderschap, een gebrek aan moed om het gesprek aan te gaan.’

Vandendriessche: ‘Als bij de bank nog iemand werkt die de kluis opent en sluit, dan wéét je dat dat eindig is. Maar het is niet simpel om tegen iemand van 55 te zeggen: ‘Jij moet je omscholen.’’

Anseel: ‘Of tegen iemand van 45: ‘Jij zit op een doodlopend spoor.’ Het is niet gemakkelijk, maar dat is leiderschap: moeilijke boodschappen brengen en eerlijk zijn. CEO’s komen en gaan in een cyclus van pakweg vijf jaar, en laten de moeilijke gesprekken liever over aan hun opvolger.’

Vandendriessche: ‘Het is de verantwoordelijkheid van de werkgevers én de overheid. Belast werknemers bijvoorbeeld minder terwijl ze omscholen, zodat we iemand volledig kunnen blijven uitbetalen.’

Voor een vrouw toezegt om in een raad van bestuur te zetelen, heeft ze het bedrijf grondig bestudeerd.
Conny Vandendriessche
Onderneemster

‘Het is ook de verantwoordelijkheid van de werknemers’, zei Proximustopvrouw Dominique Leroy. Zij zouden te vaak bijscholingen weigeren.
Anseel: ‘In haar communicatie had ze dat anders kunnen aanpakken. We weten allemaal wat ze bedoelt. Maar ik betwijfel of ze met zo’n boodschap bereikt wat ze wil bereiken.’

Vandendriessche: ‘De vakbonden spelen ook een rol in het verzet tegen verandering. Ze zouden die rol anders kunnen invullen. Ze moeten meer meedenken over de toekomst van het bedrijf, zoals in Zweden en in Duitsland. Daar zitten ze in de raad van bestuur.’

Waar kan een bankbediende van 55 nog terecht?
Vandendriessche: ‘In de zorg, in de horeca, aan de receptie. In Duitsland is het helemaal niet ongewoon om bediend te worden door iemand van 55.’

In Nederland bereiden ze nu al werknemers voor om tot hun zeventig te werken, omdat de pensioenleeftijd er gekoppeld is aan de levensverwachting. In België lijkt dat politiek onhaalbaar.
Anseel: ‘Dat getuigt vooral van lafheid bij de politieke klasse, want iedereen weet dat het nodig zal zijn. Niet alleen worden mensen veel ouder, er zijn ook veel minder jongeren als basis om die last te dragen. Het politiek leiderschap is enorm zwak. Onze politici zijn volgers, geen leiders.’

Vandendriessche: ‘Premier Michel draagt het bedrijfsleven duidelijk een warm hart toe. Al had ik gehoopt dat hij verder was kunnen gaan. Nu is het vooral afwachten. Wat wordt het? Weer meer belastingen?’

Anseel: (op dreef) ‘De tijd dringt. In China en India ontstaat in razend tempo een middenklasse. Daar beleven ze nu onze jaren zestig: enorme welvaartsgroei met dank aan de grotere productiviteit. Het is mijn angst, én mijn prognose, dat we dat niet meer kunnen bijbenen. Dan dreigt het avondland. Uit de hele wereld komen ze dan onze regio bezoeken alsof het Bokrijk is. We gaan heel hard werken, de lonen gaan laag zijn en de mensen arm.’

‘Ik hoor Philippe Muyters zeggen: ‘We investeren 30 miljoen euro in artificiële intelligentie.’ Dat is om te lachen. Het MIT (Massachusetts Institute of Technology, red.) investeert in zijn eentje 1 miljard. Wij zullen de wereld niet heruitvinden, die strijd kunnen wij niet winnen. Maar als we slim zijn en goed kopiëren, kunnen we er de juiste doorbraken uitpikken. De Chinezen zijn er groot mee geworden, waarom zouden wij dat niet doen? We sturen onze beste studenten naar daar, en ze brengen kennis mee terug. De second mover is altijd beter dan de first mover.

©Jonas Lampens

Na het dessert worden boeken uitgewisseld. Anseel krijgt er een dat hij al heeft gelezen: de biografie van Michelle Obama, de vorige Amerikaanse presidentsvrouw. Voor Vandendriessche heeft hij ‘Bad Blood’ meegebracht, over hoe de start-up van het in Sillicon Valley als wonderkind onthaalde Elisabeth Holmes investeerders een rad voor ogen draaide. Onder anderen de mediatycoon Rupert Murdoch verloor 125 miljoen dollar aan haar zogenaamd revolutionaire bloedtest.

Anseel: ‘Conny, zie het als een wenk om als investeerder op je hoede te zijn. En weet dat vrouwen even bedrieglijk kunnen zijn als mannen. Er wordt soms gezegd dat we met ‘Lehman Sisters’ geen financiële crisis hadden gezien. Ik geloof dat niet.

Vandendriessche: ‘Dat weet ik zo nog niet.’

Hoe komt het dat mannen nog altijd gemakkelijker kapitaal ophalen dan vrouwen?
Vandendriessche: ‘Omdat die wereld wordt gedomineerd door mannen. Vrouwen spreken ook een andere taal: we aarzelen meer, zijn voorzichtiger. Wij gebruiken meer woorden als ‘misschien’. Dat hoort een durfkapitalist niet graag.’

Anseel: ‘Het begint al bij de vraagstelling. Aan mannen wordt gevraagd: ‘Waar wil je staan over vijf jaar?’ Vrouwen krijgen vragen als: ‘Wat als het niet lukt? En als je daarop antwoordt, zeggen investeerders tegen elkaar: ‘Ze begint nu al over plan B, daar gaan we toch geen geld in stoppen?’

Met We are Jane, een investeringsfonds voor vrouwelijke ondernemers, hebt u 43 miljoen euro opgehaald.
Vandendriessche: ‘Iets meer dan 42 miljoen.’

Anseel: (lacht) ‘Zie je wel. Mannen zouden zeker 43 zeggen. Of een kleine 50 miljoen. Of bijna 100 miljoen, zelfs.’

En heeft We are Jane al investeringen gedaan?
Vandendriessche: ‘We bekijken een vijftiental dossiers, maar hebben nog niets beslist. De druk is hoog om meteen raak te schieten.’

Ook in de raden van bestuur zijn vrouwen nog altijd ondervertegenwoordigd. Wanneer werd u voor het eerst gevraagd?
Vandendriessche: ‘In 2011. Voor Televic, een technisch bedrijf met allemaal ingenieurs.’

Hebt u meteen ja gezegd?
Vandendriessche: ‘O, nee. Ik heb meer informatie gevraagd.’

Het Poupehan-plan van Frederik Anseel

1. Voer een slim migratiebeleid. Haal technische en hooggeschoolde profielen naar België. Versoepel de diploma- en taaleisen.

2. Leg een metronetwerk aan tussen Brussel, Antwerpen en Gent. Dat kost miljarden, maar het getuigt van visie. Over twintig jaar zal de mobiliteit er fors op verbeterd zijn.

3. Voer een algemeen examen in waarvan de uitslag bepaalt wat scholieren mogen studeren in het hoger onderwijs. Vandaag volgen te veel studenten ongeïnteresseerd nagenoeg gratis opleidingen.

4. Laat werknemers individueel onderhandelen over hun loon. De eerste zeven jaar is er groei in skills en expertise door anciënniteit. Na zeven jaar ervaring komt daar weinig bij. Dan zou je de vrijheid moeten hebben te betalen volgens bijdrage of waarde op de arbeidsmarkt.

Anseel: ‘Een vrouw zegt eerst: ‘Ik weet niet of ik dat wel ga kunnen.’’

Vandendriessche: (lacht) ‘Of ze vraagt: ‘Moet ik niet eerst een cursus volgen?’

Anseel: ‘Weet je wat een man vraagt? Die vraagt: ‘Hoeveel betaalt dat?’’

Vandendriessche: ‘Ik hoor soms dat bedrijven vrezen voor onbekwame vrouwen in de raad van bestuur. Dan zeg ik: ‘No fucking way.’ Voor een vrouw ja zegt, weet ze goed waaraan ze begint. Ze heeft het bedrijf van binnen en van buiten bestudeerd.’

Anseel: ‘En dan begint de miserie, want ze kennen er veel meer van dan al die mannen aan tafel. Je kent toch het gezegde dat mannen en vrouwen pas gelijk zijn als er ook incompetente vrouwen aan de top komen.’

Accent stond niet meteen bekend om zijn vrouwvriendelijke cultuur.
Vandendriessche: ‘Ik ben blij dat die periode achter ons ligt. Het was ook mijn enige punt van discussie met Philip (Cracco, de medeoprichter van Accent, red.). Ik vond dat hij meer respect moest tonen voor dames. Je tolereert dat probleem een tijdje, maar op den duur ben je het beu. Pas toen hij een stap opzij zette, kreeg ik genoeg energie om het bedrijf verder te doen groeien. Ik ben opgelucht, want het was een verdomd lastige periode.’

Na een vrij korte nacht - er is lang nagepraat en gedronken - zitten Vandendriessche en Anseel stipt om 8.30 uur aan het ontbijt. Anseel heeft heerlijk geslapen, zegt hij. ‘De stilte hier is ongelooflijk. Dan pas besef je hoe lawaaierig Londen is. Dag én nacht.’ Ook Vandendriessche is uitgerust. Ze vertelt dat ze altijd een blad op het nachtkastje heeft liggen, om ingevingen te noteren. ‘Mijn man zegt altijd dat niemand zo goed in het donker kan schrijven als ik.’ Vannacht heeft ze haar pen niet nodig gehad.

Het ontbijt is genomen. Vandendriessche wordt opgewacht door haar chauffeur, die haar naar Lichtervelde zal rijden. Anseel neemt in Brussel de trein terug naar Londen. Maar eerst wil hij Vandendriessche nog één vraag stellen. ‘Jij hebt een indrukwekkend parcours afgelegd. Je bent een topondernemer, een vrouw met veel geld. Ik zou graag willen weten hoe dat jou heeft veranderd.’

©Jonas Lampens

‘Mijn jeugdvrienden vinden dat ik niet ben veranderd. Maar ik voel dat ik niet meer dezelfde ben’, zegt Vandendriessche. ‘Ja, ik spreek nog altijd even gemakkelijk tegen de wc-dame als tegen koning Filip. Maar mijn besef over geld is veranderd. Ik doe geen boodschappen meer, dus moet ik opletten dat ik nog stilsta bij de waarde van 1 of 5 euro. Voor heel wat mensen maakt zo’n bedrag een verschil. Af en toe sta ik op zondagochtend in de winkel van mijn broer om boeketjes te maken, en dan twijfelen sommige mensen over een extra bloemetje van 98 cent. Dat brengt mij weer met de voeten op de grond.’

En dan heeft Anseel nog een vraag: ‘Je bent nu ook een vrouw met invloed. Hoe zet je die in?’ Vandendriessche aarzelt: ‘Ik gebruik die nog te weinig, denk ik.’ Anseel lacht. ‘Moest je een man zijn...’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content