Vlaamse groeikmo's zien beperkte terugval door coronacrisis

De Gentse detergentenproducent Christeyns zag de omzet uit de horeca volledig wegvallen, maar kon die terugval deels compenseren met de grotere vraag naar handgels. © Wim Kempenaers

Uit een wekelijkse rondvraag van de Vlerick Business School bij 260 Vlaamse, snelgroeiende bedrijven blijkt dat die - vaak familiale - ondernemers dit jaar nog opvallend positief hopen af te sluiten. 70 procent verwacht nog minstens de helft van de voor de crisis voorziene winst te halen.

Van de Velde, Accent Jobs, Soudal, Willemen, Vyncke, Christeyns. Het zijn maar enkele van de 260 leden van het Impulscentrum Groeimanagement voor Middelgrote Ondernemingen (IGMO), een initiatief van de Vlerick Business School en het consultancybedrijf EY. Het gaat om een netwerk van mature, snelgroeiende bedrijven die stevig verankerd zitten bij Vlaamse ondernemersfamilies.

71%
Winst
71 procent van de IGMO-ondernemers verwacht dat hun winst nog minstens de helft zal bedragen van wat voor de crisis gebudgetteerd werd.

Elke week polst IGMO bij die ondernemers naar hun inschatting van de impact van de coronacrisis op hun business, die zich uitspreidt over diverse sectoren, van IT en productie, retail en entertainment tot bouw en industrie. Gemiddeld draaien ze een omzet van 107 miljoen euro, een brutobedrijfswinst van 8,95 miljoen euro en stellen ze 265 mensen te werk.

De resultaten van de bevraging zijn opvallend. Zo zagen de bedrijfsleiders de economische impact van de pandemie op hun bedrijf de laatste weken van april stelselmatig afnemen. Waar in de tweede week van april nog 74 procent van de ondervraagde ondernemers de corona-impact zwaar tot heel zwaar inschatten, is dat in de laatste week van april teruggevallen tot 49 procent.

Webinar

De bedrijfsleiders worden er dus geruster in naarmate de coronamaatregelen worden versoepeld. Volgens Yannick Dillen, docent aan de Vlerick Business School, waren de bedrijfsleiders gerustgesteld eens ze hun cashpositie hadden veiliggesteld, onder meer dankzij de tijdelijke werkloosheid. ‘Tegelijk voelen ze dat de vraag weer aantrekt’, bleek uit een webinar dat vorige week plaatsvond.

Twee maanden geleden was handgel een nicheproduct dat we in één fabriek maakten. Nu hebben we zes andere fabrieken omgebouwd om desinfectiestoffen te maken.
Alain Bostoen
CEO Christeyns

De bedrijfsleiders zijn vooral in hun verwachtingen naar het hele jaar opvallend optimistisch. In de eerste weken van de lockdown groeide het aandeel van de bedrijfsleiders dat over heel 2020 hun omzet met meer dan 20 procent zagen terugvallen van 28 naar 44 procent. Maar dat keerde in de drie laatste weken van april naar slechts 15 procent. Bijna de helft verwacht dat de omzet over heel het jaar met hoogstens 15 procent zal terugvallen.  

Handgels

Een gelijkaardig optimisme geldt voor de winstverwachtingen. Slechts 13 procent vreest dat zijn ‘gebudgetteerde winst’ wordt omgebogen in een verlies. De rest verwacht winst te maken. 71 procent verwacht dat die nog minstens de helft zal bedragen van wat gebudgetteerd werd.

Ook Alain Bostoen van de detergentenproducent Christeyns heeft de voorbije weken de omzet met 20 procent zien terugvallen. 'De horecawasserijen vormen een groot deel van onze omzet, en die ligt nu volledig plat. Daar hebben we nu geen inkomsten meer uit. Gelukkig maakten we ook handgels. Twee maanden geleden was dat een nicheproduct dat we in één fabriek maakten. Nu hebben we zes andere fabrieken omgebouwd om desinfectiestoffen te maken. Daardoor kunnen we het omzetverlies over heel 2020 beperken tot 10 procent. Onze winst zal waarschijnlijk halveren, maar we laten ons niet doen.' 

De verklaring voor dat positieve sentiment is te vinden in de aard van de bedrijven, denkt de Vlerick-docent. ‘Veel van deze bedrijven hebben met de jaren heel wat reserves opgebouwd. Ons netwerk stemt niet overeen met het doorsnee Vlaamse bedrijf waar de werkgeversorganisaties voor spreken en waar wel zware klappen kunnen vallen. Bij ons gaat het om snelgroeiende, mature, middelgrote kmo’s die hun financiële balans in evenwicht hebben.’

Vaste kosten

Ook Marc Cosaert, partner bij EY, stelt dat de IGMO-leden tot het kruim van het Vlaamse bedrijfsleven behoren. Vaak zijn het familiebedrijven (85% van het netwerk) die een aversie hebben voor hoge schulden en vaak eigenaar zijn van hun bedrijfsvastgoed. Dat maakt dat ze een pak minder vaste kosten, zoals huur en intresten, hebben dan andere bedrijven. ‘Daardoor lijken vele onder hen uit te gaan van een V-vormig herstel’, voegt Dillen eraan toe. ‘Eén slecht kwartaal maakt hun hele jaar niet slecht.’

Maar Cosaert waarschuwt ook. Uit een studie van EY over de weerbaarheid van dit soort bedrijven blijkt dat sommige de crisis niet voldoende als een kans zien om hun strategie grondig te herbekijken. ‘Het zal niet  business as usual zijn.’

Als de winsten toch overeind blijven, stelt zich de vraag of die bedrijven niet onterecht een beroep hebben kunnen doen op de steunmaatregelen van de overheid, zoals de tijdelijke werkloosheid. ‘Er zullen zeker bedrijven zijn die de steun niet echt nodig hadden’, geeft Dillen toe. ‘Maar het zijn wel die bedrijven die de economische motor zullen herstarten. En veel van die ondernemersfamilies keren hun winsten meestal niet als dividend aan zich uit, maar herinvesteren die in hun bedrijf.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud