interview

Chantal De Vrieze: ‘Waar raden van bestuur nood aan hebben? Jonge mensen!'

©Saskia Vanderstichele

Met mandaten bij Colruyt, Picanol en EVS stoomt Chantal De Vrieze de top 20 van machtigste bestuurders binnen. ‘Het is tijd voor dertigers in onze raden van bestuur, die ons kunnen uitdagen.’

‘Kom maar mee, het is hierlangs.’ De assistente van Chantal De Vrieze leidt ons via een wirwar van bureaus naar het kantoor van haar baas bij Altran, een consultancykantoor voor engineering en O&O. Aan die bureaus? Mannen, mannen en nog eens mannen.

De Vrieze glimlacht fijntjes. ‘Ik ben niet anders gewoon, ik heb altijd in een mannenwereld gewerkt. Nooit het gevoel gehad dat ik me daardoor anders moest gedragen, of dat het me iets in de weg heeft gelegd. Op het einde van de dag gaat het over competenties, niet over geslacht.’

Bio Chantal De Vrieze

Chantal De Vrieze (57) studeerde rechten aan de universiteit van Gent. Na haar studies ging ze aan de slag bij Agfa-Gevaert. Nadien stapte ze over naar Bank van Breda, waar ze verantwoordelijk werd voor de leasingactiviteiten.

Vijf jaar later stapte ze over naar een van haar klanten, de ICT-groep Econocom. Daar schopte ze het tot CEO van de Benelux-activiteiten. Sinds enkele jaren leidt ze de Belgische dochter van de Franse groep Altran, die consultancy in engineering doet.

De Vrieze heeft bestuursmandaten bij Colruyt, EVS, Picanol en AXA België.

De Vrieze kon in de loop der jaren aardig wat steekproeven doen. Na haar rechtenstudie belandde ze bij Agfa, waar ze meebouwde aan de digital-printingactiviteiten van de Mortselse groep. Van daar ging het naar de finance, bij Bank van Breda, waar ze de leiding kreeg over de leasingactiviteiten, om na enkele jaren over te stappen naar de ICT-groep Econocom en ze het tot CEO van de Benelux schopte. Sinds enkele jaren stuurt De Vrieze bij Altran een groep van ruim 850 ingenieurs aan.

Die brede achtergrond met uitgesproken digitale toets stelt haar in staat een andere notoire mannenwereld te verkennen: de bestuurskamers van beursgenoteerd Brussel. De afgelopen twee jaar kreeg De Vrieze een zitje in de raad van bestuur van de supermarktketen Colruyt, de technologiegroep EVS en de weefgetouwenbouwer Picanol, goed voor een 17de plaats in de top 20 van machtigste bestuurders van Euronext Brussel. Daarnaast zit ze in de raden van bestuur van AXA Belgium, het Verbond van Belgische Ondernemingen en Guberna, het kenniscentrum voor bestuurders. Het maakt van haar een van de ‘power women’ van het Belgische bedrijfsleven.

27 procent van de bestuurszitjes is vandaag ingenomen door vrouwen. Een positieve evolutie, vindt De Vrieze. Maar tegelijk wordt ze een beetje moe van de focus op geslacht. ‘Het is goed dat de wet van 2011 dat mee heeft ondersteund. Maar mijn basishouding blijft dat het voor vrouwen vooral denigrerend is quota op te leggen. Als bestuurder gelden voor mij twee criteria: competentie en complementariteit. Dat laatste houdt in dat je raad van bestuur het best breed is samengesteld, met mensen van allerlei achtergronden. Op dat laatste punt hebben we nog een weg te gaan, maar je kan dat op betere manieren aanpakken dan door het te verplichten.

Hoe kunnen we raden van bestuur diverser maken?

Chantal De Vrieze: ‘Vandaag studeren aan onze universiteiten meer vrouwen dan mannen af. Vrouwelijk competenties genoeg dus. Maar veel vrouwen zetten hun carrière op een bepaald moment op een lager pitje voor hun gezin. Dat minder vrouwen het tot in raden van bestuur schoppen, ligt volgens mij meer aan dat traditionele rollenpatroon dan aan een onwil van bedrijven. Zo’n bestuursfunctie is nu eenmaal een verantwoordelijkheid, er kruipt veel tijd in, die bovenop je job komt. Avonden en weekends, dat zijn de momenten waarop je je voorbereidingen doet. Dat georganiseerd krijgen is niet eenvoudig, en we kunnen alleen maar vaststellen dat vrouwen blijkbaar minder bereid zijn om die opoffering te doen.’

‘Eerder dan te verplichten, creëer je volgens mij beter de omstandigheden waarbij in een gezin beide partners evenwaardig carrière kunnen maken. Hoe? Dat zit in kleine dingen. In België is het bijvoorbeeld aartsmoeilijk om als gezin iemand aan te werven om je bij te staan in je huishouden. Ik spreek uit ervaring. Ik heb het voor elkaar gekregen dat er altijd iemand thuis was om mijn kinderen van school te halen. Maar dat vraagt een enorme investering. Zoiets fiscaal ondersteunen, is volgens mij veel efficiënter om vrouwen in raden van bestuur te krijgen dan regulering.’

U vindt quota opleggen denigrerend. Hebt u zichzelf ooit afgevraagd of u gevraagd werd omdat u een vrouw bent?

©Saskia Vanderstichele

De Vrieze: ‘Nee. Een raad van bestuur is een belangrijk orgaan, dat belangrijke beslissingen moet nemen om het succes van een bedrijf op lange termijn te ondersteunen. Daar gaan ze niet eender wie zetten, er wordt over nagedacht. Dat ik nu op korte tijd door enkele raden van bestuur ben gevraagd, komt waarschijnlijk eerder doordat ik mijn netwerk goed heb verzorgd en een bepaalde leeftijd heb bereikt. De meeste bestuurders zijn ouder dan 50, en ervaring wordt in raden van bestuur hoog ingeschat. Dat mag anders voor mij.’

Hoe bedoelt u?

De Vrieze: ‘Ik had het daarnet over complementariteit. Dat zit niet alleen in zaken als achtergrond of geslacht, maar ook in leeftijd. Er is een schrijnend gebrek aan jonge mensen in onze raden van bestuur. Mensen van 30 à 35 jaar. Ik noem dat graag ‘board challengers’. Het zou ideaal zijn dat in elke raad van bestuur een competente jonge mens zit die beslissingen ter discussie durft te stellen. Die leeftijdscategorie omvat de consumenten van vandaag én morgen, heeft doorgaans een goede voeling met wat leeft op een werkvloer en in de maatschappij, en staat meer open voor technologische vernieuwing dan de meeste vijftigers. Zulke mensen zijn er genoeg, we moeten ze gewoon die rol durven te geven. Ook daar moet competentie tellen, niet leeftijd. Ik heb er ook een hekel aan dat mensen meer verdienen omdat ze oud zijn. Je moet beloond worden voor je waarde.’

U hebt een verleden in ICT, en bij Altran implementeren uw ingenieurs de nieuwste technologieën in bedrijven in allerlei sectoren. Is digitalisering het raakvlak tussen uw mandaten?

De Vrieze: ‘Absoluut, dat is de rode draad die overal doorloopt. Of het nu bij een bank als AXA is, die grote veranderingen doormaakt, of Colruyt, dat moet vaststellen dat in de VS Amazon zijn intrede doet in de business van supermarkten. Zelfs al ben je marktleider, zoals Colruyt, je moet waakzaam zijn over hoe de wereld verandert en hoe dat een impact heeft op je businessmodel, als je niet ingehaald wil worden.’

Hoe staan we er qua digitalisering in België voor?

De Vrieze: ‘Er wordt heel wat gedaan en ondernomen. Maar kijk eens naar waar de VS en Azië staan. De GAFA’s (Google, Amazon, Facebook, Apple, red.) en BATX’en (Baidu, Alibaba, Tencent, Xiaomi, red.) van deze wereld zijn hoe langer hoe dominanter. En wat stellen wij daar in Europa tegenover? Ultrastrenge datawetgeving. Dat vind ik... bangelijk.’

Geen fan van GDPR, de Europese beschermingsregels?

De Vrieze: ‘Natuurlijk is databescherming belangrijk. Maar zijn we niet te veel doorgeslagen? GDPR heeft een enorme impact op alle bedrijven. We hadden hier onlangs een werknemer wiens computer uit de auto was gestolen. De administratieve rompslomp die daarmee gepaard ging, dat was overweldigend. Het is een horde die ze zichzelf in de VS of China niet opleggen, maar in Europa laten we zo’n kans niet liggen. Dit kost álle bedrijven tijd, geld en moeite. De enige onderneming waarvan ik de voorbije weken geen GDPR-mail heb gekregen, is denk ik mijn kapper. En die zal ongetwijfeld nog komen.’ (lacht)

Overregulering is dus een aandachtspunt. Wat nog?

De Vrieze: ‘We moeten dringend iets doen aan onze opleidingen. Ons onderwijs is nog niet aangepast aan de veranderende wereld. Ik weet dat al vaak op die nagel is geklopt, maar er gebeurt niets. Daar beweging in krijgen, is blijkbaar bijzonder moeilijk. Terwijl het enorm belangrijk is voor de toekomst.’

‘Ik pleit trouwens voor een herevaluatie van het onderwijzend personeel. We beseffen nog veel te weinig wat voor sleutelfiguren leerkrachten zijn voor onze maatschappij. Dat belang mag volop in de verf gezet worden, qua imago, verloning, noem maar op.’

Wordt onderwijs niet net minder belangrijk in een wereld waarin we verondersteld worden permanent bij te leren?

De Vrieze: ‘Nee, in die realiteit moet onderwijs gewoon anders georganiseerd worden. En het vraagt een mentaliteitswijziging van ons allemaal. We moeten bereid zijn permanent bij te leren. Die mentaliteit moeten we jonge mensen van bij de start meegeven.’

‘We moeten jonge mensen ook durven aan te moedigen beter na te denken over hun studiekeuze. Het klinkt super dat iedereen voor zijn droomjob moet kunnen gaan, maar tegelijk kampen we in bepaalde beroepsgroepen met een enorme krapte. We moeten het onderwijs en de arbeidsmarkt beter op elkaar afstemmen. Hoe doe je dat? Je kan veel dingen doen. Meer communiceren over knelpuntberoepen, bedrijfsleiders geregeld op scholen laten spreken over welke profielen ze zoeken, noem maar op. Te veel jongeren beseffen niet waar nood aan is als ze aan hun studies beginnen.’

Ondervindt u die krapte op de arbeidsmarkt ook bij Altran?

Bedrijven verplichten om vrouwen in hun bestuur op te nemen vind ik nogal denigrerend.
Chantal De Vrieze

De Vrieze: ‘Het is heel moeilijk om ingenieurs te vinden, ja. Zet het maar groot in uw krant: wij werven aan. (lacht) De oorzaak van die krapte ligt overigens niet voornamelijk bij jongeren. Als je ziet hoe weinig 55-plussers hier nog aan de slag zijn, dat kunnen we ons sociaal gezien gewoonweg niet meer permitteren. Mensen zijn gezonder, ze leven langer, maar kunnen en moeten dan ook langer werken. We moeten in onze processen verwerkt krijgen hoe we ze aan de slag houden. Ik ben er een voorstander van mensen op latere leeftijd in een ander tempo te laten werken. Geef ze de keuze om wat minder te werken, voor een lager loon. Zo hou je hun job draaglijk, hou je hun expertise aan boord, en wegen ze niet te zwaar op de kosten. Maar dat is nu heel moeilijk omdat onze arbeidsmarkt te rigide is georganiseerd. En als je daaraan wil raken, stoot je op... (wikt haar woorden) syndicale moeilijkheden.’

Dat ze sociale rechten proberen te beschermen kan je vakbonden toch niet kwalijk nemen?

De Vrieze: ‘Ik pleit niet tegen regulering. En syndicaal werk heeft ons in het verleden enorm veel bijgebracht. Maar teren op dat verleden om sommige broodnodige veranderingen onbespreekbaar te maken, daar kan ik niet goed bij. Een beetje meer voeling met de moderne maatschappij zou niet misstaan.’

‘Het rare is dat veel werknemers vragende partij zijn voor meer flexibiliteit. Onze consultants maken er geen probleem van om soms in het weekend te werken, als bijvoorbeeld dingen getest moeten worden of als plots een probleem opduikt. Ze verdienen meer, ze voelen zich betrokken, en kunnen omgekeerd ook rekenen op enige flexibiliteit van de werkgever. En toch is dat wettelijk gezien enorm moeilijk te organiseren, omdat er qua regulering krampachtig wordt vastgehouden aan een oud systeem.’

‘Er kan perfect een soepeler systeem worden bedacht waar iedereen wel bij vaart. Het alternatief is dat bedrijven zich niet langer hier willen vestigen, maar elders. Dan krijgen we wel hun producten hier, maar niet hun werkgelegenheid. Daar is iedereen slechter bij af.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content