reportage

Managers met tattoos: 'Ik weet wanneer ik ze toon en wanneer niet'

James Van Casteren. ©Diego Franssens

Wat ooit marginaal was, is nu hip. Of zelfs al een beetje mainstream. Met de zomer worden weer alle tattoos zichtbaar. Maar wat als je manager of bedrijfsleider bent? Mogen je tattoos dan ook worden gezien of is er toch nog schroom?

‘Twintig jaar geleden was dit niet mogelijk geweest'

Op zijn kuit staat een tribal. ‘Jammer genoeg’, glimlacht Uri Lauwers (39), zaakvoerder van de logistiekedienstverlener Hazgo. Het was een jeugdzonde. ‘Er zat weinig betekenis achter, het was zo’n typische tattoo uit de foute nineties. Eigenlijk wilde ik alleen zeggen: ik ben anders.’

Twintig jaar later is hij anders. Want kijk, nu trekt hij voor de foto zijn hemd uit en halen zelfs zijn vaste medewerksters hun smartphone uit hun tas. Zo hebben ze hun baas nog niet gezien.

De witregel hierboven is die van de stilte. Van een kort moment van sprakeloosheid. Van louter kijken.

Tellen is onmogelijk. Want waar begin je met een vol getatoeëerde rug waarop alles een geheel is geworden en via de armen naar voren loopt? Tom Heymans, de vennoot met wie Lauwers in 2009 Hazgo oprichtte, had ons al een fotootje van die rug geappt en erbij geschreven: ‘Uri zal er met plezier over vertellen.’

De getatoeëerde rug van Uri Lauwers. ©Diego Franssens

Hazgo zit in Machelen en staat voor ‘Hazardous Goods’. Het bedrijf specialiseert zich in logistieke dienstverlening - ‘verpakken en verzenden’ - bij het transport van gevaarlijke producten. Dat kan verf zijn, brandstof, aroma’s voor Coca-Cola, lithium voor laptops en gsm’s, chemische bestanddelen voor de farma-industrie. Ze waren wereldwijd de eersten die het ebolavirus bij de uitbraak in Liberia naar Zuid-Afrika vervoerden voor onderzoek in opdracht van de Wereldgezondheidsorganisatie. In Machelen werken twintig mensen, in Frankrijk nog twee op een kantoor en drie in Zuid-Afrika.

Dat hij Uri heet, komt omdat zijn moeder fan was van Uri Geller, de Israëlische mentalist die bekend werd omdat hij lepels kan plooien zonder ze aan te raken. Maar lepels vind je niet op zijn lijf. Wel die tribal en nadien een hele wereld: Chinese tekens die ‘eeuwig geluk’ zeggen, de Latijnse spreuk ‘Ut amem et foveam’, een pijl, een rode lotus, een uil, de namen en de geboortedata van zijn kinderen, een boeddha, een feniks, een draak, een ‘sugar skull’, iets in het Sanskriet.

Een hele wereld? Zijn hele leven. ‘Mijn tweede tattoo waren die Chinese tekens in mijn nek. Ik vond het een coole plek, en de boord van mijn hemd kon ze nog bedekken als dat nodig was’, zegt Uri, 39 nu, kaal en met hippe baard. Lachend: ‘Het is geen nummer 46, geen Chinees gerecht. Ze betekenen ‘eeuwig geluk’, waar ik sinds mijn jeugd constant naar op zoek ben.’

‘Mijn vader stierf toen ik zes maanden was, mijn stiefvader toen ik elf was, mijn moeder pleegde zelfmoord toen ik 18 was. Na de dood van mijn stiefvader leerde mama een Engelsman kennen die onder meer het concept van de karaoke naar België bracht. Als ket van 13 stond ik mee op podia, hij had contracten met de Sheraton-keten, mijn moeders droom om in Miami te wonen werd waar, maar we zaten ook in Afrika. Een maand in Djibouti, dan weer drie maanden in Benin. Tot die Engelsman ons in de steek liet en met al het geld ging lopen. Ik moest gaan werken om mijn moeder en mij te onderhouden.’

Soms doet het pijn. Zeker aan je elleboog, op je scheenbeen en je ruggengraat.Toen ze die draak op mijn rug zetten, heb ik een traantje gelaten.
Uri Lauwers

Dat deel van zijn leven bepaalde Lauwers’ toekomst en zijn lichaam. Op die eerste tribal na staat niets op zijn lijf zonder betekenis. Natuurlijk de namen van zijn twee kinderen en hun geboortedatum. Daarbij dat Latijn: ‘Ut amem et foveam.’ ‘Ik sprak al Latijn voor Bart De Wever. Het betekent: ‘Dat ik zal liefhebben en koesteren.’ Het staat er om me er elke dag aan te herinneren hoe ik tegenover mijn kinderen moet staan. Anders dan ik in mijn eigen jeugd heb meegemaakt. Ik wil niet dezelfde fouten maken.’

Die pijl? ‘Altijd vooruitkijken, niet te veel naar het verleden.’ Die rode lotus? ‘Staat voor liefde en compassie.’ De uil is wijsheid. En de ‘Seven Lucky Gods’ beschermen zijn kinderen. De draak staat voor kracht. We vergeten er nog enkele.

‘Soms doet het pijn’, glimlacht Lauwers. ‘Zeker aan je elleboog, op je scheenbeen en je ruggengraat. Toen ze die draak zetten, heb ik een traantje gelaten.’

Of het gezond is? ‘Daar sta ik wel bij stil. (lacht) Dat doe ik eigenlijk dagelijks, als manager van een bedrijf dat met gevaarlijke producten bezig is. Maar ik denk dat de inkt veel verbeterd is tegenover vroeger? Ik heb in elk geval nog nooit gehoord dat iemand doodging aan te veel tattoos.’

Een rekensommetje leert dat al die tattoos hem makkelijk een kleine auto hebben gekost. De arm: negen sessies tegen 450 per sessie. De rug: vijf sessies van telkens 450 euro. ‘En ik heb er daar nog een stuk of vier te gaan, want de draak moet zijn staart nog tot op mijn benen krijgen. (glimlacht) Maar ik aarzel wat. De poep schijnt héél veel pijn te doen.’

Ik ken niet meteen klanten die ook zo getatoeëerd rondlopen, maar ik merk geen invloed op ons bedrijf. Als ik twintig jaar geleden zo had rondgelopen, dan was het een ander verhaal geweest.
Uri Lauwers

Ook deze stoere man is dus een beetje bang. Maar de stoere man is dus ook zakenman. En hoe zit dat dan? ‘Bij een eerste klantenbezoek heb ik altijd een gesloten hemd en een vest aan. Niemand ziet dan ook maar één tattoo. Er staat er geen in mijn nek, al zeker geen bedrijfslogo zoals op de hemdjes van Jean-Marie Pfaff. Maar ook niets op mijn handen. In ons bedrijf zijn nog mensen met tattoos, zeker arbeiders. Maar ik zou nooit iemand in dienst nemen met een tattoo op zijn handen. Omdat ik vind dat er in zaken grenzen zijn. Maar verder heb ik nog nooit een negatieve reactie gehad. En al zeker geen klanten verloren door mijn tattoos.’

De tijden zijn veranderd. Hazgo is een gezond bedrijf, Uri en zijn vennoot sponsoren ex-renner Tom Boonen in de Fun Cup, ze hebben businessseats bij Anderlecht. ‘Als je daar klanten meeneemt en het is warm, stroop je je mouwen op. En dan zien ze die tattoos. De vipruimte is tegenwoordig natuurlijk van iedereen, de nieuwe voorzitter (Marc Coucke, red.) is zelf geen oubollige president.’

‘Ik herinner me eigenlijk alleen positieve reacties op mijn ‘schilderwerken’. Sowieso zijn dit nieuwe tijden. Ik ken niet meteen klanten die ook zo getatoeëerd rondlopen, maar ik merk geen invloed op ons bedrijf. Als ik twintig jaar geleden zo had rondgelopen, dan was het een ander verhaal geweest. Dat was niet mogelijk geweest. Toen was het veel minder aanvaard. Maar in Zuid-Afrika zijn ze zelfs nog enthousiaster. Daar is het warmer en loop je sneller met blote armen rond. En je wordt er snel op aangesproken, door mensen die naar de betekenis vragen. Dat doe ik trouwens zelf ook.’

Hazardous Goods: Lauwers’ lijf werd stilaan een veruitwendiging van zijn bedrijf. Maar heeft zijn lichaam ook zijn leven veranderd? Hij denkt het wel. ‘Zeker wat op mijn armen staat. Natuurlijk zou ik ook zonder tattoo aan mijn kinderen denken. Ik wil dat ze een stabiele, gelukkige jeugd hebben. Maar ik vind het belangrijk om het verleden niet te vergeten en altijd te streven naar geluk.’

‘Als het heel formeel wordt, trek ik een open kleedje aan’

Toen ze twee jaar geleden ‘luctor et emergo’ - Latijn voor ‘ik worstel en ik kom boven’ - op haar arm liet tatoeëren, had Ran Dirickx (42), algemeen directeur van het dienstenchequebedrijf PIDT, niet door dat die spreuk vandaag alles over haar zou zeggen.

De algemeen directeur van het dienstenchequebedrijf PIDT in Herselt hertrouwde vorig jaar, met haar eerste jeugdliefje. De zon leek volop te schijnen. Totze in september wakker werd en het leek alsof er wolken in de badkamer hingen.De oogarts dacht aan glaucoom. In december werd ze in Gasthuisberg geopereerd. In februari kreeg ze de melding: ‘Kom half juni nog eens terug.’

Ran Dirickx. ©Diego Franssens

Maar omdat ze geen goed gevoel had bij haar herstel, liet ze in maart een biopsie nemen in het ziekenhuis van Jette. Zo ontdekte een neurochirurg in Antwerpen een tumor op het bindweefsel van haar hersenen en haar oogzenuw. ‘Als ze in Leuven een biopsie hadden genomen, hadden ze vroeger kunnen ingrijpen.’

De behandeling is volop bezig, maar links is Dirickx intussen volledig blind en rechts is het een kwestie van weken. Dat is wrang. Een mens zou er kwaad, opstandig, moedeloos, bitter en neerslachtig van worden. Maar zij niet. ‘Ik ben niet langer dan een nanoseconde depressief geweest. Ik vind dat tijdverspilling. Ik wil ook blijven werken, al was het maar als voorbeeld voor mijn kinderen. Ik wil niet in anderen hun plaats redeneren, iedereen verwerkt dit zoals hij wil. Maar ik doe het zo.’

‘Ik besef ook dat ik geluk heb. Ik kan me een Apple Watch veroorloven die mijn mails voorleest. Siri leidt me tot aan de krantenwinkel in het dorp. Ik kan mijn werk thuis doen. Ik kan iemand vragen me te brengen en te halen. Niet iedereen kan dat. Dus wat klaag ik? Bovendien zijn er hulpmiddelen van de VDAB: een digitale leesloep, vergrotingssoftware en een budget van 5.000 euro. De VDAB is een overheidsinstelling die ervoor zorgt dat mensen met een beperking aan het werk kunnen blijven. (lacht) Is dat niet mooi, een werkgéver die de VDAB bestoeft?’

Waar we zitten, huisde ooit Bar Xaviera. Nu draait het bureau van PIDT er, en dat leidt zij. Met op haar voeten de twee eerste letters van de namen van haar kinderen, maar die kan ze verstoppen. Op haar rechterarm ‘luctor et emergo’. ‘In een denktank ontmoette ik Jacques Claes, filosoof en socioloog. Hoe hij die woorden uitsprak, dat greep me zo aan dat ik ze twee maanden later op mijn arm liet zetten. Daar schrok hij wel van, hij was 87 al, maar ik bewonder hem zeer. Als hij doodgaat, wil ik zijn hersenen op sterk water laten zetten.’

Op haar rechterarm in Griekse letters ‘παρρησία’. ‘Dat liet ik in Bali zetten, het betekent ‘vrijmoedigheid’. Ik hecht daar veel belang aan. En het was ook mijn motto toen ik werd ingewijd als vrijmetselaar. Je kan alleen vrij zijn als je vrij kan spreken en denken. Anders maak je je leven zoveel complexer. Ik pas die levensles ook toe met personeel, collega’s en bestuur. (wijst naar het salon waarin we zitten) Als ik met personeelsleden praat, doe ik dat hier. Niet aan een bureautafel. Ik wil vrijmoedig zijn zonder te kwetsen. Als ik dat zou willen, zette ik hier wel een tennisstoel met eronder een IKEA-tafeltje.’

Eigenlijk vinden ze het vreemder dat ik een vrouw ben dan dat ik tattoos heb. Als ze op de inschrijvingslijst de naam ‘Ran’ zien, gaan ze ervan uit dat ik een man ben.
Ran Dirickx

Al dertien jaar leidt Dirickx dit bedrijf met vijf bedienden en 265 huishoudhulpen. Ongetwijfeld zijn daar veel mensen met een tattoo bij. Dat de directeur er heeft, is bijzonder. ‘De eerste liet ik zetten op mijn 32ste. Op mijn rug: het wifi-symbool. Ik wilde altijd ‘connected’ zijn. (lacht) Als ik op Tomorrowland rondloop, vraagt iedereen natuurlijk de code. Maar het gaat me toch om ‘connected’ te zijn met de mensen om me heen.’

Is het aanvaard, bijvoorbeeld als ze met bedrijfsleiders gaat netwerken? ‘Daar trek ik me niets van aan. Integendeel. Als ik weet dat het een heel formeel event wordt, trek ik een open kleedje aan. Dan weet je al dat erover zal worden gesproken en valt het formele sneller weg. Eigenlijk vinden ze het vreemder dat ik een vrouw ben dan dat ik tattoos heb. Als ze op de inschrijvingslijst de naam ‘Ran’ zien, gaan ze ervan uit dat ik een man ben.’

‘Luctor et emergo’, dat gaat nooit meer van haar arm. En nooit meer uit haar hoofd. ‘Toen ik de diagnose kreeg, was die tattoo het eerste waar ik aan dacht. Kort nadat ik ze had laten zetten, maakte ik een einde aan mijn vorige relatie. Toen mijn diagnose van kanker kwam, was ik net vijf maanden hertrouwd. Mijn man opende een fles champagne. ‘Nu we weten wat je hebt, kunnen we er tenminste tegen vechten’, zei hij.’

‘Mijn god met sluimerende ogen zegt me: opgepast’

Toen hij zijn eigen tattoozaak in Aarschot opende, kreeg hij een bos bloemen van Vlaams minister Jo Vandeurzen. Dat is geen toeval. James Van Casteren (46) is op zaterdag ‘tattoo artist’ in bijberoep, nadat hij van maandag tot vrijdag administrateur-generaal bij de Vlaamse overheid is.

46 is hij, staat aan het hoofd van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, valt dus onder de bevoegdheid van de CD&V-minister, en leidt vanuit de nog nieuwe Zenith-toren bij Brussel-Noord ruim 330 mensen. Het uitzicht is knap. De inrichting modern. ‘De Collega’s’ een verre herinnering. En de topambtenaar heeft dus twee armen vol tattoos. Alleen zie je dat niet met zijn hemd dicht. ‘Ik zal er zelfs aan denken de knoopjes van mijn mouwen dicht te doen als ik ga vergaderen’, zegt hij.

Ik zal er zelfs aan denken de knoopjes van mijn mouwen dicht te doen als ik ga vergaderen.
James Van Casteren

Met schaamte heeft dat niets te maken. ‘Au fond doen tattoos er niet toe. Maar ze mogen mensen niet afschrikken. Als je caissière bij H&M bent, móét je vol tattoos staan. Dat is de policy, denk ik. In mijn functie ligt dat anders. Op zich moet iedereen het voor zichzelf uitmaken. Maar mensen zijn geen rationele wezens. En zeker in mijn sector wil ik voorzichtig zijn. Ouders met gehandicapte kinderen zitten vaak in de miserie, ik wil die mensen in een klantencontact niet afschrikken. Dat helpt ze niet vooruit. En als ik met vakbonden en werkgevers over verloning overleg, vaak zware besprekingen, dan onderhandel ik daar voor de minister. En dan wil ik een dresscode aanhouden, want die tattoos kunnen mijn positie verzwakken. Mensen die heel traditioneel denken, zouden ze met iets anders kunnen associëren en dat draagt niet bij tot een akkoord.’

Eigenlijk heeft hij er ‘maar’ twee, al strekken ze zich uit van zijn schouders tot net boven zijn polsen. Van opleiding is Van Casteren architect. Kwam eerst bij Ruimtelijke Ordening terecht, dan bij Woonbeleid, ten slotte bij Personen met een Handicap. ‘Wie architectuur studeert, combineert techniek, management en creativiteit. Maar als manager valt stilaan de creativiteit weg. Ik heb lang getwijfeld of ik dan toch nog architect in bijberoep zou worden, maar dat was moeilijk te combineren met een veeleisende job. Ik tekende altijd graag. Als kind was het mijn droom striptekenaar te worden en in de lagere school tekende ik figuurtjes op mijn arm.’

James Van Casteren. ©Diego Franssens

Hij was 39 toen hij zich bedacht: tekenen op je arm, waarom dan niet tatoeeren? Hij had tv-series als ‘Miami Ink’ en ‘NY Ink’ gezien. ‘Het begon te kriebelen.’ Hij nam verlof en ging in Antwerpen op stage. ‘Eerst op varkenshuid, de tweede week al op een klant.’ Zo werd hij in 2012 zelfstandig in bijberoep. ‘Ik was eerst tattoo artist, pas nadien liet ik zelf mijn eerste tattoo zetten.’

Daar ging veel denkwerk aan vooraf. ‘Als architect ben ik in geometrie geïnteresseerd. Zo kwam ik bij de Polynesische vormentaal. Die tattoos zitten vol symboliek: voorouders, kracht, bescherming, geluk, moed. Veel van die aspecten zijn verwerkt in mijn tattoos. Ze hebben iets abstracts en spiritueels, dat heeft me altijd gefascineerd.’ Het volgende plan is de twee armen verbinden, via een ferme tattoo op de borstkas.

Er staan golven op zijn arm, maar op zijn schouder ook een Tiki, een god met sluimerende ogen, waarmee hij naar gevaar speurt. ‘Soms, bij moeilijke besprekingen, merk ik dat ik er onbewust aan voel. En als ik me dat realiseer, weet ik dat ik moet opletten. Dat is echt onbewust. Maar dan zegt die tattoo me: opgepast! Ik hoor vaker van klanten dat ze geregeld over hun tattoo wrijven.’

Carbon Tattoo is de naam van zijn eigen zaakje. Twee avonden in de week kunnen mensen langsgaan om een en ander te bespreken, alleen op zaterdag is hij de hele dag aan de slag. Dan is de administrateur-generaal alleen baas over zichzelf en over het lichaam van de klant. ‘Sommige mensen hebben de zotste ideeën en dan is het aan mij om hen wat te sturen. Ik vraag welke stijlen ze mooi vinden, wat de tattoo voor hen betekent. Pas dan bespreken we wat ik op hun huid ga zetten. Ik zie mensen komen die in een opwelling een ‘walk-in shop’ zijn binnengestapt en spijt hebben van het resultaat. Bij mij kan dat niet. Mensen moeten nadenken over hun tattoo, en dan doe ik er mijn ding mee.’

Hij pakt zijn iPad en scrollt door z’n eigen site. We zien het kruis van Christus in een zij, twee rozen naast een slipje, een gestileerd anker, een oor met vier streepjes. ‘Die maakte ik voor een basgitarist. In plaats van een klassieke tattoo van een gitaar werden het de vier snaren van een basgitaar.’ Hij toont een duim met twee ongelijke strepen. ‘Die zette ik bij een docent fysica. De twee strepen staan voor de wiskundige verhouding van het getal pi.’

Tattoos bij een universiteitsprofessor, bedrijfsleiders, overheidsmanagers. Hoe reageren mensen? ‘Ik vind vooral de reactie van de kassierster in de Carrefour amusant. Als ik daar in de week na het werk even binnenspring voor een brood, kom ik in kostuum. Maar in het weekend, tussen het tatooëren door, sta ik aan dezelfde kassa in mijn marcelleke. Dan zie ik ze denken: ‘Hier klopt iets niet.’’

‘Nog eens: ik weet wanneer ik ze toon en wanneer niet. Dat is een kwestie van respect. Maar ik voel me goed met mijn tattoos, en ik denk steeds meer mensen. Binnenkort wil mijn moeder van 72 er zelfs één. Heel eenvoudig: een ‘J’, de eerste letter van mijn lang geleden overleden broer John. Dat wilde ze al lang. En dat ga ik dus doen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content