interview

‘Mijn dochters liepen allemaal netjes in de lijn'

©Dieter Telemans

Als er één beursgenoteerd bedrijf een vrouwenburcht is, dan is het Sioen Industries. Schoonzonen mogen niet in de zaak. Dochter Michèle Sioen loste moeder Jacqueline af aan de top van het textielbedrijf. ‘Mijn leven zou er anders hebben uitgezien hebben als ik broers had gehad.’

Jacqueline Sioen (72) de 'stammoeder' van Sioen Industries, legde vorig jaar haar operationele functies neer bij het beursgenoteerde bedrijf uit Ardooie. Ze richtte het bedrijf samen met haar man Jean-Jacques Sioen op en begon zeven jaar later de confectie-afdeling, vandaag goed voor een derde van de groepsomzet. Jacky en Jacqueline Sioen waren verwoede kunstliefhebbers en verzamelaars, een passie die Jacqueline vandaag verderzet. Over de privé-investeringen van de familie is weinig bekend. Wel kocht het echtpaar kort na de beursgang van Sioen La Marzelle , een wijndomein van 13 hectare van de familie in Saint-Emilion. Michèle Sioen (49) is de oudste van drie dochters. Na haar studies economische wetenschappen ging ze al vrij snel aan de slag bij Sioen op de coatingafdeling van haar vader. Ze werd zijn rechterhand en bouwde na de verwoestende fabrieksbrand samen met hem het bedrijf weer op. Toen vader Sioen in 2005 om gezondheidsredenen een stap achteruit deed, volgde ze hem logischerwijze op. Michèle Sioen is sinds vorig jaar voorzitster van het VBO. Ze heeft drie kinderen.

De Tijd brengt bloed- en aanverwanten bij elkaar voor een persoonlijk en diepgravend gesprek over werken en leven. Waar komen ze vandaan? Welke waarden hebben ze meegekregen? Lijken ze op elkaar? En hoe zwaar weegt een leven in de schijnwerpers op de familiebanden?

Op de hoofdzetel van Sioen in Ardooie is de receptie verlaten. Het brandalarm loeit oorverdovend. We staan bedremmeld met onze vingers in de oren. Onze afspraak met moeder en dochter Sioen is om 11 uur stipt, maar iedereen is geëvacueerd. Aangezien we lang op dit interview met de twee koninginnenbijen van de West-Vlaamse textielgroep hebben aangedrongen, durven we niet weg te gaan. Anderhalf jaar hebben we heen en weer gemaild voor we een afspraak vast kregen met de peetmoeder van Sioen.

‘Wat staan jullie hier te doen?’, vraagt dochter Michèle verbaasd als ze na een minuut of tien terugkeert naar haar werkplek. Als ze hoort dat wij de hele brandoefening met onze vingers in de oren stonden: ‘Oei. Dat is niet de bedoeling. Als er echt brand was geweest, waren jullie in gevaar.’ Ze neemt meteen haar telefoon om het veiligheidsincident te melden. Bij Sioen is een brandoefening bittere ernst. Vierentwintig jaar geleden brandde de fabriek in Ardooie volledig af.

Herinnert u zich die dag nog goed?
Jacqueline Sioen: ‘Ja, dat is niet moeilijk. 14 februari 1991. Halftien ’s ochtends. Iedereen was aan het werk toen een van onze machines van de coatingafdeling vuur vatte. Al een geluk dat er geen doden en gewonden waren. Maar alles was wel kapot.’

De beursgang heeft ons de mogelijkheid gegeven snel te groeien.
Michèle Sioen

Michèle Sioen: ‘Eerst ging enkel de coatingafdeling in rook op. Ik zie me nog kartonnen dozen met administratie naar buiten dragen. Maar de brandweer stelde ons gerust: ‘Stop maar, we hebben de brand onder controle.’ ’s Avonds draaide de wind en zijn de kantoren toch afgebrand. Het was een venijnig vuur: het woekerde zachtjes voort via het stof in de afzuiginstallatie.’

We zouden het even goed gedaan hebben zonder de beurs.
Jacqueline Sioen

Wisten jullie meteen: dit is een ramp?
Jacqueline: ‘Ja. Je ziet je levenswerk in rook opgaan. Maar je doet voort. Als je een tegenslag krijgt, heeft het geen zin in je bed te kruipen en te bleiten. Gelukkig waren we correct verzekerd en konden we verder.’

Klopt het dat uw man wilde stoppen?
Jacqueline: ‘Nee. We waren vijftigers, te jong om te stoppen.’

Michele: ‘Ik herinner me de familievergadering na de brand nog goed. Papa vroeg wat wij ervan vonden. Als wij onze toekomst niet in het bedrijf zagen, weet ik niet of hij het had zien zitten om alles herop te bouwen. Ik werkte zes maanden bij Sioen. Pascale en Danielle nog niet.’

Jacqueline: ‘Zo simpel was het niet. Wij konden niet stoppen. Behalve de fabriek in Ardooie hadden we ook fabrieken in Frankrijk en Tunesië.’

Was het de zwartste dag in de geschiedenis van Sioen?
Jacqueline: ‘Zonder discussie.’

Michèle: ‘De crisis van 2008 was ook heftig. Wij hebben zware klappen gekregen, moesten zwaar saneren. Het klinkt raar, maar die brand was een uitstekende leerschool. Ik heb van dichtbij de opstart van het nieuwe bedrijf meegemaakt. Voor coating hadden we geen productieapparaat meer en moesten we bij concurrenten produceren. Elke machine heb ik weten opbouwen. Dat heeft me in enkele maanden tijd een technische bagage gegeven waarover ik anders jaren zou hebben gedaan. Ook voor het bedrijf had de brand uiteindelijk positieve gevolgen. Na de heropbouw hadden we de modernste coatingfabriek van alle concurrenten. We werden meteen marktleider in schuifzeilen en afdekzeilen voor vrachtwagens en containers.’

©Dieter Telemans

Moeder en dochter Sioen wonen in Knokke, zijn perfect gemanicuurd en dragen dure kleren. Maar societyfiguren zijn ze allerminst, daar werken ze te hard voor. Ze koesteren discretie, net als hun vader, Jean-Jacques, die in 2009 onverwacht overleed. ‘Jacky’ beschouwde praten met journalisten als een professionele noodzaak. Zijn vrouw Jacqelyne ziet er de noodzaak niet van in. ‘Wat is het nut?’, beantwoordde ze onze eerste interviewaanvraag. Daarna ging het van ‘ik zal erover nadenken’ over ‘niemand is geïnteresseerd’ naar ‘nu ik weg ben, heeft het geen zin meer’. Uiteindelijk heeft Michèle haar overtuigd. Zij is een praatvaar, zeker in vergelijking met haar moeder. Maar het valt op dat ze enkel graag over zaken praat. Haar jovialiteit gaat gepaard met afstandelijkheid, die in gelijke dosissen komt.

Hoe belangrijk was mama Sioen voor het bedrijf?
Michèle: ‘ONTZETTEND!’

Jacqueline: ‘In 1960 waren we met z’n tweeën. Mijn man stond aan de machine, ik deed de paperassen. We zijn begonnen van niets. Zeven jaar later ben ik gestart met de confectieafdeling. Mijn man en ik groeiden uit elkaar, in de goede zin van het woord. Ieder deed zijn eigen ding. Als iedereen zich op hetzelfde concentreert, gaat het niet vooruit.’

Michèle: ‘De divisie technische beschermkledij is vandaag goed voor bijna een derde van de groepsomzet. We produceren signalisatiekledij, vlamvertragende kledij, politiepakken, jachtkleding. Er zijn fabrieken in Indonesië, Roemenië en Tunesië. In Indonesië hebben we meer dan 2.000 werknemers die grote volumes technische beschermkledij maken.’

Hoe bevalt het stoppen u?
Jacqueline: ‘Niemand dacht dat het mij zou lukken het bedrijf te lossen. Maar ik heb er geen moeite mee. Ik heb mijn exit vijf jaar voorbereid. Als je een bedrijf mee opstart, ben je vanaf dag één al bezig met delegeren en afgeven. Ik heb mijn afdeling in handen gegeven van een bekwame CEO. ’

Mijn man zag zijn drie dochters heel graag, maar hij hoopte elke keer op een zoon.
Jacqueline Sioen

Klopt het wat uw moeder zegt?
Michèle: (lacht) ‘Ja, hoor, ze kan lossen. Maar ze doet ook nog zeer veel voor het bedrijf. Ze komt naar elk directiecomité. En onlangs zijn we samen nog naar een textielbeurs in Duitsland geweest.’

Waarom denk je dat wij jongensnamen hebben?
Michèle Sioen

Jacqueline: ‘Ik heb hier nog altijd mijn eigen kantoor, helemaal nieuw en naar mijn smaak ingericht. Van daaruit regel ik ook mijn wijnzaken. (ze is eigenaar van Chateau La Marzelle in Saint Emillion, red.) Er is een grote last van mijn schouders gevallen nu ik geen operationele rol meer heb. Ik hoef hier niet meer elke dag te zijn. Ik kan al eens om negen uur of halftien binnenwandelen. Het werd ook tijd om te stoppen. Werken tot mijn tachtigste wilde ik niet.’

Michèle: ‘Ik hoop dat je hier wel rondloopt op je tachtigste.’

Zijn er dingen waar u spijt van heeft?
Jacqueline: ‘A priori niet. Wat bedoel je?’

Dingen die u anders zou doen?
Jacqueline: ‘Het was mijn man die beslist heeft om naar de beurs te gaan. Ik zou dat nooit hebben gedaan.’

Waarom niet?
Jacqueline: ‘Je verliest toch een stuk van je autonomie. Mijn man wilde naar de beurs voor de kinderen. Als een van je kinderen uit het bedrijf zou willen stappen, gaat dat makkelijker als je op de beurs staat.’

©Dieter Telemans

Michèle: ‘Mama is altijd tegen de beurs geweest. Ik niet. Een beursgang geeft je de mogelijkheid om snel te groeien. Met geld dat we op de beurs hebben opgehaald, hebben we de fabriek gebouwd in Moeskroen. De beursgang heeft ons ook een grotere naambekendheid gegeven. Het dwingt je je bedrijf verder te professionaliseren. Je hebt een directiecomité, een raad van bestuur.’

Jacqueline: ‘Dat hadden we vroeger ook, alleen heette het adviesraad. We zouden het even goed gedaan hebben zonder de beurs. Op eigen kracht. Dat is mijn overtuiging. Op de beurs moet je altijd perfect zijn. Als je resultaten iets minder zijn, staat het in koeien van letters in de gazet. Akkefietjes die anders binnen de vier muren van het bedrijf zouden blijven, worden breed uitgesmeerd. Het maakt je bedrijfsvoering meer shortsighted. In een industriële omgeving heeft iedereen zijn miserie. Op zo’n moment moet je voort kunnen werken. Enfin, ik ben daar altijd rechtlijnig geweest. Het is een discussie die ik destijds al voerde met mijn man.‘

Als Sioen niet op de beurs had gestaan, was er nooit sprake geweest van de affaire-Roltrans.
Jacqueline: (geërgerd) ‘Zeg, over dat dink gaan we het toch niet meer hebben? In de geschiedenis van het bedrijf was dat nog minder dan een voetnoot.’

Leg eens uit.
Michèle: ‘Roltrans was een klant in financiële moeilijkheden. Niemand wilde helpen, ook de banken niet. Mijn vader heeft met goede bedoelingen een participatie genomen, maar dat werd niet volgens de regels van de boekhoudkundige kunst afgehandeld. Achteraf wel, en dat is goed. Maar het had niet mogen gebeuren.’

Moeder en dochter praten niet graag over de affaire Roltrans, die de piekfijne reputatie van Jacky Sioen verkreukte. In 2005 trad vader Sioen terug als ceo – hij was intussen de zeventig voorbij en had hartproblemen. Michèle volgde hem op. Mama Sioen heeft hallucinant lange knalpaarse nagels, waarmee ze tokkelt op haar designtafel. Als haar iets niet zint, tokkelt ze harder. Dochter Sioen doet hetzelfde op haar smartphone. De dochter lacht vaker dan haar moeder, een ongeduldiger type.

©Dieter Telemans

Lijkt u eigenlijk op elkaar?
Jacqueline: ‘Fysiek wel. Maar haar karakter heeft ze van haar vader. Of toch grote stukken. Het is nooit één op één. Onze dochters zijn alledrie een beetje een mengeling van de twee. Behalve Danielle misschien, zij is een beetje anders.’

Michèle: ‘Danielle is de enige van de drie die niet meer in het bedrijf werkt. Ze is met een eigen zaak begonnen (Macc Jewels, red.) en maakt juwelen. (toont haar rechterpols) Mooi, hè. Ze maakt prachtige dingen. Pas op, ze is wel betrokken, hoor. Net als mammie komt ze naar elk directiecomité en naar alle raden van bestuur. Danielle verzorgt de communicatie met analisten. Ik vind het een enorm voordeel als er iemand aan tafel zit die er minder met haar neus opzit. Daardoor krijg je een frissere blik.’

Wat is het grote voordeel van werken met familie?
Michèle: ‘Bij mijn mama en mijn zussen weet ik dat ze geen verborgen agenda hebben. Wacht, dat klinkt negatief. Wat ik wil zeggen, is dat het vertrouwen totaal is. We streven alle vier hetzelfde na. Alle belangrijke beslissingen kunnen we met vier nemen. Ik ben als CEO nooit alleen.’

Vormt u een hechte familie?
Michèle: ‘O ja. Ik bel twee, drie keer per week naar mijn zussen en mijn moeder. Meestal vanuit de auto. Uren hang ik met hen aan de telefoon. We praten over de business, maar ook over de kinderen.’

Wordt er op een familiefeest van de Sioens veel over werk gebabbeld?
Jacqueline: ‘Nee. We houden dat strikt gescheiden. Tijdens een lunch onder ons gebeurt het al eens dat het gesprek afdwaalt. Maar nooit als er kleinkinderen of schoonzonen bij zijn.’

Klopt het dat schoonzonen niet in de zaak mogen?
Jacqueline: ‘Ja, mijn man heeft die regel ingesteld en hij bestaat nog steeds. De reden is simpel: als die huwelijken stuklopen - wat in deze tijden niet ondenkbaar is - is de miserie niet te overzien. Het is zo al moeilijk genoeg om een zaak over te dragen aan je kinderen.’

Klopt het dat u een harde tante bent?
Jacqueline: ‘Mijn man was de vriendelijke, ik de strenge. Ik heb geen problemen met mijn imago. Elk bedrijf heeft iemand nodig die zegt waar het op staat. Er zijn er veel die mij achteraf, na hun pensioen of zo, komen zeggen zijn dat ze dat net goed vonden. De meeste mensen hebben discipline nodig. Ik was rechtlijnig. Iedereen wist wat ze aan mij hadden. Ik ben nu 72 en ik kan nog altijd iedereen in de ogen kijken.’

Wordt u snel kwaad?
Jacqueline: ‘Ik kan het lang inhouden, dan loopt het over en zeg ik mijn gedacht. ‘

Was ze als moeder even streng?
Michèle: (lacht) ‘Dat gaat.’

Jacqueline: ‘Omdat mijn dochters allemaal netjes in de lijn liepen.’

Michèle: ‘We zouden niet anders gedurfd hebben.’

Wat bedoelt u met in de lijn lopen?
Jacqueline: ‘Er is nooit een moment geweest dat ik met mijn kinderen geen weg kon. Mijn man en ik werkten zeer hard, we kwamen allebei uit een ondernemersnest. We hebben ons kinderen al jong op internaat gestuurd, eerst in het Frans en daarna in het Nederlands. In de week werkten we, in het weekend was er meer tijd om ons met de kinderen bezig te houden.’

‘Een week is niets. Toen ik op internaat zat, duurde het zes tot acht weken voor ik mijn ouders terugzag.’

Michèle: ‘Wij hebben een fijne jeugd gehad, op internaat en thuis. Tot mijn twaalfde woonden wij in een huis naast de fabriek. In het weekend reden wij dan rond met de clarkskes.’

Lag het in de lijn dat de dochters in de zaak zouden komen?
Jacqueline: ‘Ja, maar we hebben hen nooit gedwongen. Als er één dokter of architect had willen worden, was dat natuurlijk ook goed geweest. Ik geef wel toe, we hebben onze kinderen wat in een richting gestuurd. We hebben ze van jongs af aan talen geleerd, op school volgden ze alle drie economische richtingen.’

Heeft u ooit getwijfeld of u wel in de zaak wilde komen?
Michèle: ‘Eigenlijk niet. Ik zat op mijn 18de al in de adviesraad. Na mijn studies ben ik eerst elders gaan werken, bij een Brussels bedrijf dat videospelletjes maakte. In ons familiebedrijf geldt de regel dat iedereen eerst elders ervaring opdoet. Toen ik bij Sioen begon, ben ik bij mijn papa in de coatingafdeling gaan werken.’

Was het meteen duidelijk dat u CEO zou worden?
Michèle: ‘Ik weet dat niet.’

Jacqueline: ‘Toen Michèle in de firma kwam, hadden we drie afdelingen. Michèle ging in de coatingafdeling aan de slag, als rechterhand van haar vader. Danielle is bij mij komen werken. Pascale, de jongste, begon in de chemicaliënafdeling. Elk had zijn eigen afdeling. Elk respecteert het territorium van de ander.’

Dat is geen antwoord op de vraag.
Jacqueline: ‘Misschien niet. Toen hij zeventig was en hartproblemen kreeg, heeft mijn man wat recul genomen. Michèle stond het dichtst bij hem. Zij was klaar.’

Vonden uw zussen dat oké?
Jacqueline: ‘Ze was de oudste, zat het langst in het bedrijf en was de rechter-hand van de CEO.’

Michèle: ‘Het is natuurlijk gegaan. Er zijn nooit veel discussies over geweest.’

Misschien was het anders gelopen als er een zoon was geweest?
Jacqueline: ‘Mijn man zag zijn dochters heel graag, maar hij hoopte elke keer op een zoon. Tot op de dag van de bevalling.’

Michèle: (lacht) ‘Waarom denk je dat wij jongensnamen hebben? Mijn vader zag zijn dochters doodgraag. Maar ik heb wellicht geluk dat ik geen broer had. Mijn leven zou er waarschijnlijk anders hebben uitgezien.’

Het ziet er naar uit dat Sioen binnen tien jaar geen vrouwenburcht meer is.
Michèle: ‘Er zijn acht kinderen: vier jongens en vier meisjes. Misschien kiezen alle jongens wel een andere weg. (lacht) We zien wel. We hebben nog wat tijd, maar we hebben wel al een charter. Daarin staat onder andere dat al wie in het bedrijf wil komen een universitair diploma moet hebben, talen moet kennen, naar het buitenland moet gaan.’

Hebt u schrik van de volgende generatie? De derde generatie is gevaarlijk.
Michèle: ‘Ze zijn gedisciplineerd opgevoed. Dat scheelt.’ (lacht)

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud