Advertentie

Op café leer je iemand écht kennen, en andere lessen van de Google-top

©Bloomberg

Google-baas Eric Schmidt schreef een boek over hoe zijn bedrijf werkt. Niet over de technologie, maar over hoe het bestuurd wordt. ‘Mensen interviewen is het allerbelangrijkste.’

Google bestaat nog maar 16 jaar, maar werd in die tijd wel een van de meest begeerde werkgevers ter wereld, met een basisbusiness (zoeken op het internet) die zo veel opbrengt (dankzij de verkoop van advertenties) dat het zich kon storten op allerlei andere activiteiten, van logische (het digitaal in kaart brengen van de hele planeet) tot ronduit avontuurlijke (zelfrijdende auto’s). Het resultaat is een beursgenoteerde informatiegigant van meer dan 50.000 mensen en meer dan 380 miljard dollar marktwaarde. ‘Hoe werkt Google eigenlijk?’ is bijgevolg geen abnormale vraag. Dat treft, want Eric Schmidt en Jonathan Rosenberg, respectievelijk de uitvoerende voorzitter van Google en een ex-topmanager, schreven een boek over hun bedrijf met precies die titel.

Het is het tweede boek met Schmidts naam op de cover in evenveel jaar. De ex-CEO (hij gaf die rol in 2011 terug aan costichter Larry Page) gunde de lezer vorig jaar in ‘The New Digital Age’ nog een boeiende blik op hoe onze digitale toekomst er uitziet. Nu geeft hij inzage in de manier waarop Google door zijn onconventionele managementstijl groot is geworden.

Het hoeft niet te verbazen dat ‘How Google Works’ uitpuilt van de ongetwijfeld goedbedoelde Google-speak, compleet in lijn met de slogan van de oppermachtige onderneming: ‘Don’t be evil’. Geloof je eigen slogans! Stel je het onvoorstelbare voor! Installeer een ja-cultuur! Tegelijk omzeilen de auteurs handig enkele hete hangijzers van het bedrijf, zoals de vele vragen over het massaal verzamelen van persoonlijke gegevens en privacy. Maar het boek bevat ook enkele opmerkelijke praktische lessen.

De belangrijkste vaardigheid voor elke manager, aldus Schmidt en Rosenberg, is sollicitatiegesprekken afnemen. (Een tip: ‘Bereid je goed voor, begin met een zoektocht op Google.’) Bij Google wordt de beslissing om iemand aan te werven genomen door een comité van collega’s, en niet door een manager die allicht binnen twee jaar toch gepromoveerd zal zijn. Dat comité heeft één doel voor ogen: wat best is voor het bedrijf. Zo vermijd je ook vriendjespolitiek.

De auteurs geven mee dat het bij Google de gewoonte is om een deel van de sollicitatie op café of restaurant af te werken, want zo leer je echt iemand kennen. En dé lakmoesproef is de luchthaventest - de LAX test, genoemd naar de luchthaven van Los Angeles. Zou je met iemand zes uur willen vast zitten op een luchthaven, en ben je ervan overtuigd dat je tijdens een lang gesprek in die periode iets van die persoon kan leren? Dan zit het goed.

Welke eigenschap is onontbeerlijk voor iemand die in Googleplex in Mountain View wil komen werken? Passie, luidt het voorspelbare antwoord. ‘Passie is cruciaal, net als intelligentie en een nieuwsgierig instinct. Een andere kwaliteit is karakter. We bedoelen niet enkel iemand die anderen goed behandelt en betrouwbaar is, maar ook iemand met de nodige bagage en veel engagement voor de wereld. Een interessant iemand.’

Iemand die geknipt is voor Google beschikt volgens Schmidt en Rosenberg over de nodige dosis ‘Googleyness’. Dat hoort een combinatie te zijn van ambitie, gedrevenheid, teamgeest, communicatievaardigheden, creativiteit, integriteit en nog een aantal andere ideale eigenschappen. Let wel, je hoeft die ‘smart creative’ niet leuk te vinden. Een bedrijf kan ook gebaat zijn met tegengestelde karakters. Te veel homogeniteit is een recept voor mislukking. ‘Sommige van onze beste collega’s zijn mensen met wie we zeker geen pint zouden willen drinken.’

De centrale ideeën waarop Google gebouwd, blijkt uit het boek, zijn typisch Silicon Valley. Denk heel ambitieus. Vrees niet om te falen, hoe sneller hoe liever zelfs. En neem beslissingen op basis van data en niet van emoties. ‘We beginnen elke vergadering met data. We proberen niemand te overtuigen door te zeggen: ‘Ik denk dat ...’ Maar door te zeggen: ‘Ik zal u tonen dat ...’ Dat stelt iedereen uit alle gelederen van het bedrijf, die zoals bekend 20 procent van hun tijd vrij mogen besteden, in staat om het verschil te maken. En vooral: wees constant bereid te veranderen. ‘Want ergens in een garage is een smart creative wellicht aan een bedrijf aan het sleutelen dat Google ooit irrelevant zal maken.’

How Google Works - Eric Schmidt & Jonathan Rosenberg, Grand Central Publishing, 286 pagina’s.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud