interview

‘Er neemt nog altijd veel volk op als ik bel'

©Saskia Vanderstichele

Hij is een van de machtigste Belgen in het internationale zakenleven, en doorgaans een van de discreetste. Maar er moet Thomas Leysen wat van het hart. ‘Ik moet een paar dingen zeggen zoals ze zijn.’

Thomas Leysen is voorzitter van KBC, Umicore en van Mediahuis. Topbankier, industrieel, krantenman. Duizenden werknemers, miljarden euro’s omzet, veel bedrijvigheid, behoorlijk wat deals. Mediahuis tekent voor de recentste: met de uitgever van De Standaard en NRC Handelsblad lanceerde Leysen begin mei een bod op de Ierse uitgever INM. Als het bod slaagt - en daar ziet het naar uit - is hij voorzitter van drie Belgische miljardenbedrijven.

Het doet vast wat met een mens, maar wat precies laat Leysen niet makkelijk zien. ‘Ik heb me niet verveeld’, antwoordt hij op de vraag hoe druk het onlangs was. Er was de deal in Ierland, Umicore heeft af te rekenen met onverwacht zware concurrentie in Azië en er waren de algemene vergaderingen. Hoeveel genoegdoening hij haalt uit het traject van Mediahuis, waarvan de omzet in zes jaar meer dan maal drie ging? ‘Ik ben gewoon de voorzitter.’ Hoe hij het allemaal gecombineerd krijgt? ‘Je moet voelen wat belangrijk en wat niet belangrijk is.’

Leysen laat zich lezen in kleine dingen. In zijn onopvallende manchetknopen met het bedrijfslogo van Umicore, dat hij als CEO omturnde van de notoire vervuiler Union Minière naar de groene industriereus en dat hij nog altijd als ‘zijn kind’ beschouwt. In het plezier waarmee hij na het interview vertelt over het boekje dat aan de muur hangt in de KBC-vergaderzaal, waar dit gesprek plaatsvindt. ‘HET WINSTBEJAG.’, luidt de titel, in kapitalen en mét punt. Een bankier zou er vandaag niet meer mee wegkomen, maar in de jaren 50 vatte toenmalig Kredietbank-voorzitter Fernand Collin er de tijdsgeest mee: geloof in de kracht van de markteconomie, groei en vooruitgang.

Bio Thomas Leysen

> Geboren in 1960 als jongste zoon van de vooraanstaande Vlaamse ondernemer André Leysen. Studeerde rechten in Leuven, is gehuwd en heeft vier kinderen.

> Was van 2000 tot 2008 CEO van Umicore. Sinds 2008 voorzitter van de raad van bestuur.

> Sinds 2011 voorzitter van de raad van bestuur van KBC Groep.

> Voorzitter en hoofdaandeelhouder van Mediahuis (De Standaard, Het Nieuwsblad, Gazet van Antwerpen, Belang van Limburg, NRC, De Telegraaf).

> Van 2008 tot 2011 voorzitter van het Verbond van Belgische Ondernemingen.

> Sinds 2014 voorzitter van de Belgische Corporate Governance Commissie.

> Lid van de European Round Table of Industrialists.

> Voorzitter van de Koning Boudewijnstichting.

Datzelfde geloof voel je bij Leysen, als hij het heeft over het groeitraject van ‘zijn’ bedrijven, ook al verloopt dat dan niet altijd rimpelloos. En als hij - oprecht bezorgd - waarschuwt wat de gevolgen kunnen zijn als te veel mensen in Europa tegelijk dat geloof zouden verliezen. Maar, bezweert hij, ‘le pire n’est pas toujours certain’. ‘En op het einde wint het gezond verstand.’

Geldt dat ook voor Umicore, dat de voorbije weken een kwart van zijn beurswaarde verloor?
Thomas Leysen: ‘Er is geen reden tot paniek. Umicore heeft zijn vooruitzichten bijgesteld, de koers is logischerwijze gezakt. Het aandeel staat vandaag rond 30 euro. Toen ik in 2000 als CEO begon, stond het ongeveer op hetzelfde peil, maar sindsdien is het wel in tien gesplitst. Als je op lange termijn kijkt, is er gigantisch veel waarde gecreëerd. Ik heb er ook vertrouwen in dat Umicore zich de komende vier, vijf jaar verder goed ontwikkelt. Omdat we de juiste dingen doen. Wat de beurskoers over drie of zes maanden doet, daar ben ik niet heel erg mee bezig.’

Schort er structureel niet wat aan het groeiverhaal van Umicore? Het is sterk in de batterijenmarkt, maar wat als de concurrentie nog een tandje bijsteekt?
Leysen: ‘De positie van Umicore is intrinsiek sterk. 2018 was het beste jaar ooit in de geschiedenis van het bedrijf. By far. We hebben een benijdenswaardige positie in een heel belangrijke markt. Die willen en zullen we verder uitbouwen. Alleen zal het in 2019 iets minder snel gaan dan gehoopt. De elektrische wagen zal doorzetten, al zal de vraag dit jaar wat minder snel stijgen door het gewijzigde subsidiebeleid in China. Overcapaciteit? Dit jaar misschien, maar de komende vijf jaar niet.’

Sommige van uw concurrenten nemen het niet zo nauw met duurzaamheid, waardoor ze hun producten goedkoper kunnen verkopen. Hoe houdt u die druk af?
Leysen: ‘We gebruiken enkel ethisch gedolven kobalt, en dat geeft ons vandaag een concurrentieel nadeel. We hadden gehoopt dat meer van onze klanten daarvoor een premie zouden betalen. Maar het blijft onze politiek, we stappen er niet van af. Kinderarbeid of erbarmelijke omstandigheden bij onze leveranciers aanvaarden we niet. Ik ben er trouwens van overtuigd dat onze grondstoffenpolitiek op termijn een competitief voordeel wordt. Vandaag wordt een groot deel van de batterijen in China gemaakt, voor Chinese autobouwers. Maar naarmate die industrie naar Europa en de VS verschuift - en die beweging is bezig - zal dat ethische aan belang winnen. Ik kan me moeilijk voorstellen dat als Volkswagen op nog veel grotere schaal elektrische voertuigen begint te produceren in Europa, het daar geen aandacht aan besteedt. Misschien ben ik naïef, maar ik geloof dat echt.’

Met Mediahuis bent u volop in groeimodus met de overname van Independent News & Media (INM). Hoe bent u in Ierland beland?
Leysen: ‘We hebben vorig jaar een hele reeks Europese mediabedrijven grondig doorgelicht. Bedrijven waarvan we dachten dat ze bij ons konden passen en die wij toegevoegde waarde konden bieden. Daar is INM als kandidaat uitgekomen. We hebben hen benaderd, en ze waren bereid te praten. Het management en het bestuur waren snel overtuigd dat we hen iets konden bieden.’

Europa benadert concurrentie te eng. Willen we echt op elke markt vier telefonieaanbieders, of willen we een paar Europese giganten die mee kunnen?

Moest u per se een nieuwe overname doen?
Leysen: ‘Het kon. De vorige overnames waren goed verteerd en de financiële marge was er. Het is een opportuniteit om extra schaalgrootte te creëren. We staan voor belangrijke investeringen in technologie, en dan is schaalgrootte belangrijk, ook over de grenzen heen. Drukpersen zijn een lokaal productieapparaat, digitale knowhow kan je veel makkelijker internationaal uitrollen. Dat zijn we ook van plan bij INM, dat nog niet zo ver staat in zijn digitale transformatie.’

Is de overname niet vooral ingegeven door het gebrek aan groei van uw business in België en Nederland? Door een bedrijf over te nemen met een laag stof erop, zoals INM, en dat vervolgens op te schonen, kunt u nog vooruitgaan.
Leysen: ‘Dat pessimisme over onze sector lijkt me overtrokken. Onze kwaliteitstitels gaan er jaar na jaar op vooruit. De populairdere titels gaan wel wat achteruit, maar we geloven dat we dat kunnen rechttrekken. Bij De Telegraaf tonen we dat aan. Maar je moet alles dan wel goed doen: het juiste talent aan je binden, goed op de kosten letten, digitaal erg goed zijn. Mediahuis kijkt voor de toekomst in twee richtingen. Enerzijds willen we onze nieuwsmerken voort digitaal transformeren en onze geografische voetafdruk verbreden, anderzijds kijken we ook naar puur digitale platformen. We hebben in Nederland Wayne Parker Kent overgenomen, een heel vooruitstrevend digitaal marketingbedrijf, dat we nu aan onze Nederlandse activiteiten koppelen. We gaan in die twee richtingen verder kijken. Ik geloof dat we voldoende schaal hebben om de komende jaren toekomstbestendig te zijn. Maar we sluiten nog meer overnames niet uit, zodra we die van INM verteerd hebben.’

Opvallend detail bij INM: u was zelf al even aandeelhouder met een belang van 1 procent?
Leysen: ‘Iets meer dan een jaar. Ik had dat bedrijf opgemerkt, en had al eens de neus aan het venster gestoken.’

©Saskia Vanderstichele

De belangrijkste aandeelhouders van INM zijn twee kleurrijke Ierse miljardairs, met samen een belang van ruim 40 procent. Uw netwerk in België en Nederland is bekend, maar hoe benadert u twee schatrijke Ieren?
Leysen: (glimlacht) ‘Mijn telefoon werkt. Een hele reeks mensen neemt nog altijd de telefoon op als ik bel. Kijk, bij Mediahuis heb ik weinig inbreng in het dagelijks beleid. Maar als het op overnames aankomt, speel ik mijn rol. Ik heb daar ervaring in, en doe dat ook graag.’

Sinds Corelio in Mediahuis opging, is de omzet gestegen van goed 300 miljoen euro naar meer dan 1 miljard met de Ieren erbij. Had u in de tijd van die 300 miljoen dat traject voor ogen?
Leysen: ‘Het is allemaal wat sneller gegaan dan ik verwacht had. Maar als er opportuniteiten zijn, moet je die grijpen. NRC, TMG, een hele reeks zaken zijn op korte tijd mogelijk geworden. En het is de verdienste van het management van Mediahuis dat die overnames stuk voor stuk een succes zijn geworden zonder de financiële stabiliteit in gevaar te brengen.’

Hoeveel genoegdoening haalt u uit het feit dat u nu ook een groot mediaman bent? Er is al heel veel geschreven over Christian Van Thillo van De Persgroep, daar staat nu Thomas Leysen met Mediahuis naast.
Leysen: ‘Ik zie mij niet als een groot mediaman, ik ben voorzitter van een reeks bedrijven. Ik vind dat allemaal boeiende en relevante bedrijven, ik heb met elk bedrijf een apart verhaal, een aparte geschiedenis. In Umicore heb ik het meeste energie gestoken, daar heb ik het meest mijn stempel op gedrukt. Mediahuis ligt me na aan het hart. Bij KBC speel ik nog een andere rol. Ik vind al die werelden bijzonder stimulerend, en ik hoop dat ik elk bedrijf toegevoegde waarde kan bieden.’

Maak van bestuurders aandeelhouders

Vergoed bestuurders voor een stuk in aandelen. Dan maak je ze mee verantwoordelijk voor de waardecreatie in het bedrijf op langere termijn en zullen ze meer oog hebben voor de belangen van alle stakeholders. Het is een van de opvallende nieuwe aanbevelingen in de Belgische Code voor Deugdelijk Bestuur in beursgenoteerde ondernemingen, die een grondige opfrisbeurt kreeg.

Thomas Leysen zit de commissie voor die de tekst opstelde. ‘Dit voorstel is niet op gejuich onthaald, bleek uit de brede consultatieronde die we over de code hebben gehouden. Maar we zijn bij ons standpunt gebleven. We bevelen aan dat de vergoeding voor bestuurders voor een deel uit aandelen moet bestaan die ze moeten bijhouden tot een jaar nadat hun mandaat is afgelopen.’

‘Dat volgt uit de visie in de nieuwe code dat in een bedrijf de waardecreatie op lange termijn centraal moet staan. Het remuneratiebeleid moet daarmee sporen. Dat betekent dat een bestuurder niet gewoon elk jaar een flinke som geld op zijn bankrekening krijgt gestort.’

Zet het de bestuurders er niet toe aan vooral te focussen op financiële doelstellingen, op het opkrikken van de koers van het aandeel? ‘Dat denk ik niet’, zegt Leysen. ‘Als een bedrijf succesvol wil zijn over een periode van vijf of tien jaar - ongeveer de duur van zo’n bestuursmandaat - moet de raad van bestuur een bredere visie ontwikkelen en oordelen hoe een bedrijf het best omgaat met maatschappelijke en ecologische uitdagingen.’

‘Uit academisch onderzoek blijkt dat bedrijven met zo’n vergoedingssysteem over het algemeen beter presteren op langere termijn en ze minder risico’s nemen. Daarom denk ik dat deze aanscherping van het remuneratiebeleid verantwoord is.’

Leysens invloed blijkt ook uit de aanbeveling dat beursgenoteerde bedrijven een geïntegreerd jaarverslag moeten opstellen, dat niet alleen over de financiële performanties bericht, maar ook over hoe het bedrijf presteert op sociale of ecologische indicatoren. Sommige bedrijven doen dat al. KBC, waar Leysen voorzitter is, publiceert al enkele jaren een ‘Verslag aan de samenleving’. ‘We vragen nu expliciet in de code dat dit de standaard wordt.’

De nieuwe Belgische Corporate Governance Code, de Code 2020, die aansluit bij de nieuwe vennootschapswet die op 1 mei van kracht werd, geldt vanaf volgend jaar. Hij vervangt de vorige code, de ‘Code Daems’, die van 2009 dateert. Het is een wettelijke verplichting voor de beursgenoteerde bedrijven in ons land de code na te leven. Doen ze dat op sommige punten niet, dan moeten ze dat afdoend motiveren.

Als u het hebt over uw toegevoegde waarde als voorzitter, wat is die dan? Wat is de factor-Leysen?
Leysen: ‘Als voorzitter sta ik grotendeels ten dienste van de CEO en het managementteam om het bedrijf vooruit te helpen. Je hebt de rol om management, bestuurders en aandeelhouders op één lijn te krijgen en erop toe te zien dat er een heldere strategie komt. Maar het belangrijkste zijn mensen: de juiste mensen moeten op de juiste plaats belanden. Dat gaat dan niet enkel om vakkennis, maar ook over mensenkennis en het gevoel hoe een team goed kan functioneren.’

Wie is de briljantste CEO van de drie: die van Umicore, die van KBC of die van Mediahuis?
Leysen: (lacht) ‘Bijzonder moeilijke vraag. Ze zijn alledrie de juiste mensen op de juiste plaats, het is een plezier om nauw met hen samen te werken. Als ik één voldoening heb, is het dat ik mij niet vergist heb in die keuzes: niet in Johan Thijs, niet in Marc Grynberg, niet in Gert Ysebaert. Wat zij met elkaar gemeen hebben? Dat ze op korte termijn managen, maar vooral een visie over de lange termijn ontwikkelen en de organisatie in die visie kunnen meenemen. Ik denk dat dat de essentie van leiderschap is.’

De Europese Rondetafel van Industriëlen (ERT), een vereniging van topindustriëlen waar u in zetelt, heeft de voorbije weken een oproep gelanceerd voor een ‘herstelplan’ voor Europa. Waarom?
Leysen: ‘Die oproep kadert in een besef dat wij, ook als bedrijfsleiders, Europa te veel voor lief genomen hebben. We zijn te eurokritisch geweest. Veel bedrijfsleiders hebben zich laten meenemen in een eurosceptisch discours, over wat allemaal verkeerd was in Brussel, met de bureaucratie. Misschien zijn grote bedrijven niet het meest geloofwaardig om te spreken naar de brede bevolking, maar dat is geen reden om de dingen niet te zeggen zoals ze zijn. Dat Europa echt belangrijk is voor onze welvaart, dat de grote Europese bedrijven achter het model van een sociaal gecorrigeerde markteconomie staan, dat we een gemeenschappelijk belang hebben om Europa te verdedigen.’

Bedrijfsleiders kunnen minder zeuren over Europa, dat maakt de verzuchtingen over wat misloopt toch niet minder terecht?
Leysen: ‘De toestand in het VK is het beste voorbeeld van wat gebeurt als je te veel nadruk legt op alles wat disfunctioneel is in Europa. Soms terecht, maar ook dikwijls ten onrechte is daar veel kwaad over Brussel gesproken. Het dreigende gevaar voor een afbraak van Europa is iets heel fundamenteels. Zeker in een wereld waar we minder op de VS kunnen rekenen en waar we zien dat in de relatie met China problemen opduiken. Kijk maar hoe ze hun bedrijven in stelling brengen tegen die van ons.’

Het belangrijkste waar ik als voorzitter op let, zijn mensen: de juiste mensen moeten op de juiste plaats zitten.

Een van de pleidooien ging over een Europese industriële politiek. De dossiers die vaak in de aandacht komen, zijn die rond commissaris voor Mededinging Margrethe Vestager...
Leysen: ‘Europa benadert veel markten vanuit een eng concurrentieperspectief, bijvoorbeeld als het het ontstaan van grote Europese wereldspelers bemoeilijkt. Of ik op de geblokkeerde treinfusie van Siemens en Alstom doel? Ik ben geen expert in dat dossier, maar ik vraag me af of dat de juiste beslissing was. Op antitrustgebied heeft Europa een lange traditie om heel doortastend te zijn. Dat is ook belangrijk geweest voor de bescherming van de consument, maar we moeten wel de afweging maken wat binnen tien jaar belangrijker is: op elke nationale markt vier telefonieaanbieders hebben of een paar Europese giganten die meekunnen met één grote Amerikaanse en met één grote Chinese speler?’

Ook al is dat laatste op korte termijn nadeliger voor de consument?
Leysen: ‘Daar moet minstens over nagedacht worden. Technologie wordt zo belangrijk, dat vergt gigantische investeringen. De markt evolueert richting ‘one winner takes it all’. Als je niet de ruimte creëert voor een Europese speler om mee te kunnen in dat spel, heb je achteraf in sommige sectoren misschien helemaal geen Europese bedrijven die meespelen en is je invloed op de wereld per definitie beperkter. Dan heb je ook niet de kennis om die markten mee vorm te geven.’

U klinkt somberder dan een paar jaar geleden.
Leysen: ‘Ik vind Europa altijd al belangrijk, en ik denk dat Europa ook nog veerkracht heeft. Maar inderdaad, door een samenloop van omstandigheden vinden we moeilijk die politieke kracht om Europa verder vorm te geven. Ik ben inderdaad wat ontgoocheld. Met Emmanuel Macron en Angela Merkel hadden we een momentum om na te denken over de volgende stappen voor verdere eenmaking. Dat momentum is mogelijk voorbij, maar ik ben niet defaitistisch, het is een project van lange adem. Ook wat we nu zien... We gaan wellicht een paar moeilijke jaren tegemoet, maar uiteindelijk zal het gezond verstand zegevieren, daar ben ik van overtuigd.’

Er is geen reden tot paniek over Umicore. We hebben er gigantisch veel waarde gecreëerd, de komende vier, vijf jaar zien er goed uit.

Welke tekenen van gezond verstand ziet u?
Leysen: ‘Ik denk dat de brexit ook een heilzame schok was. Ik denk dat veel landen gezien hebben dat een gratuit eurosceptisch discours tot reële problemen kan leiden. Ik hoor minder populisten praten over de Unie verlaten, dat is een kleine vooruitgang. En de techgiganten in Silicon Valley zijn meer bezig met hoe ze met Europa tot een gemeenschappelijke visie kunnen komen, dan met Washington. Dat zegt ook iets. Voor het klimaat was Europa lang een voortrekker, dat is de jongste jaren wat minder, maar ik geloof dat we daar opnieuw een leidende rol kunnen opnemen.’

Hoe kijkt u naar de nakende verkiezingen in België?
Leysen: ‘Ik volg natuurlijk de campagne, ook al omdat mijn broer op de lijst staat (Christian Leysen, voor Open VLD in de provincie Antwerpen, red.). Ik hoop dat er snel een werkbare meerderheid komt. 400 of 500 dagen zonder regering, als we dat opnieuw beleven, zal dat sporen nalaten in ons land. Natuurlijk doet de samenstelling van de regering ertoe, maar op een bepaald moment is het belangrijk dat er sowieso een beleid is.’

Gaat u affiches plakken voor uw broer?
Leysen: (lacht) ‘Hij heeft het mij nog niet gevraagd. Mijn moeder heeft er wel een paar geplaatst, ja.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect